Wat is hooikoorts, hoe herken je het,wat kan je eraan doen.

Wat is hooikoorts?

Een loopneus of juist het tegenovergestelde, een verstopte neus, onophoudelijke niesbuien of een jeukend gevoel in de neus en ogen. En dit tijdens de lente of de zomer, of het hele jaar door?
Maak kennis met de symptomen van allergische rhinitis, een kwaal waaraan 20% van de Belgen lijdt!

Het is in feite je eigen afweersysteem dat je deze symptomen bezorgt: het verdedigingsmechanisme van het lichaam reageert overdreven op stoffen, die het ten onrechte als gevaarlijk beschouwt. We noemen deze stoffen “allergenen”. Bij de meesten onder ons zal contact
met zo’n “allergeen” geen reactie uitlokken. Bij personen gevoelig voor dit allergeen, treedt na dit contact een allergische ontstekingsreactie op.

Allergische rhinitis kan worden uitgelokt door pollen (stuifmeel) afkomstig van sommige bomen, grassen of planten. In dit geval spreekt men van hooikoorts. Of deze pollen al dan niet aanwezig
zijn, hangt af van het bloeiseizoen van de plant of boom waar je allergisch voor bent. Daarom zal men ook spreken van “seizoensgebonden” allergische rhinitis. Enkel in deze periode heb je last. Voor een kalender met daarop de bloeiseizoenen van belangrijke stuifmeelsoorten, kan je terecht bij je apotheker.

Ook de weersomstandigheden hebben een invloed op de pollenconcentraties in de lucht. Droog en warm weer bevordert de stuifmeelproductie, terwijl wind de verspreiding in de hand werkt.
Hitte, droogte en wind verergeren dus hooikoorts.

Hooikoorts?! Meer informatie over de pollenconcentratie: 0900/100.73 Je vindt bijkomende informatie over de allergieverwekkende planten en een pollenkalender
op de website van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid
http://www.airallergy.be

Hoe herken je het?

Allergische rhinitis uit zich door veelvuldig niezen, waterige neusloop en jeuk in de ogen, de neus en het gehemelte. Dikwijls heb je ook last van tranende en rode ogen of juist een verstopte neus. Zolang je aan de allergenen bent blootgesteld, zullen ook de symptomen aanhouden. Het onderscheid met de symptomen van een verkoudheid is niet altijd duidelijk.

Wat kan je er aan doen?

Het is natuurlijk onmogelijk alle contact met stuifmeel te vermijden.

Toch kan je de gevolgen beperken met volgende tips:

• Grasmaaien wordt beter door iemand anders gedaan. Je maakt je dan ook beter uit de
voeten. Een regelmatig gemaaid gazon produceert wel minder stuifmeel.
• Vermijd buitenactiviteiten gedurende de pollenperiodes (lente, zomer). Zie ook pollenkalender.
• Draag een zonnebril, vooral wanneer er veel wind is.
• Trek na een wandeling andere kleren aan en was je haren.
• Hang je was niet buiten.
• Houd de vensters dicht, ook tijdens de nacht. Het verluchten gebeurt het best in de voormiddag of tijdens of na een regenbui. Er bevinden zich dan minder pollen in de lucht.
• Houd de ramen van de auto gesloten.
• Ook huisdieren kunnen pollen ronddragen.
• Haal geen bloeiende bloemen of takken in huis.

Basisprincipe = vermijd de allergenen

Als je weet welke prikkels de klachten veroorzaken, kan je proberen die te vermijden.
Allergietests kunnen je allergenen bepalen.

Helpt dit onvoldoende, dan kan je ook geneesmiddelen gebruiken.

Antihistaminica

De antihistaminica onderdrukken de jeuk, de loopneus, het niezen en de tranenvloed maar ze hebben minder effect bij een verstopte neus. Je kan ze toedienen via de neus, de ogen of onder de vorm van een tablet.

Je hoeft deze middelen niet iedere dag te gebruiken. Neem ze van
zodra je verwacht klachten te krijgen. Stop wanneer je je beter voelt.

De neusspray en de oogdruppels gebruik je twee keer per dag; bij voorkeur onmiddellijk na het opstaan, vóór blootstelling aan het allergeen en een tweede keer ’s avonds. Ze werken binnen een kwartier.

De tabletten worden 1 tot 2 maal per dag ingenomen en werken na een uurtje. Let op: bepaalde antihistaminicatabletten veroorzaken slaperigheid. Je neemt ze dan ook beter in voor het slapengaan.

Na 3 dagen kan je zelf beoordelen of dit middel je helpt of niet. Als je dan geen beterschap ondervindt, kan een ander geneesmiddel hulp bieden. Vraag advies aan je arts of apotheker.

Cromoglycaten

Cromoglycaten bestaan in neusspray en oogdruppels. Je gebruikt ze preventief, d.w.z. voor de blootstelling aan het allergeen. Je start het best drie weken voor het pollenseizoen. Helaas werkt
dit middel maar kortdurend, waardoor je het 4 tot 6 keer per dag moet gebruiken. Het optimale resultaat wordt bereikt na enkele weken. Stop dus niet te snel als je geen effect merkt en evalueer
de werking pas na 3 weken.

Andere middelen

Wanneer je last hebt van een hinderlijke verstopte neus, kan je
tijdelijk een ontzwellend product gebruiken. Dit vermindert snel de neusverstopping. Vaak worden ze gebruikt in combinatie met
antihistaminica. Ook deze bestaan onder vorm van tabletten of neusspray. De spray mag je niet langer dan 7 dagen gebruiken. Gebruik je deze toch langer, dan kan dit een chronisch verstopte
neus veroorzaken. Vraag de informatiefolder over het goed gebruik van neusdruppels of –spray  aan je apotheker.

Hoe gaat het verder?

De allergische symptomen kunnen gedurende jaren aanhouden. Geneesmiddelen verminderen de klachten, maar genezen ze niet. Helpt de behandeling, dan kan je na enkele weken proberen of
het ook met minder of zonder geneesmiddel gaat. Neem het middel opnieuw in als de klachten weer toenemen. Indien je na drie dagen (antihistaminica) of drie weken (cromoglycaten) onvoldoende beterschap merkt, ga je terug naar je apotheker of je dokter.
Advertenties

Beheer van de huisapotheek.

huisapotheek

  • Bewaar uw geneesmiddelen buiten het bereik van kinderen.
  • Berg ze op een droge, koele en donkere plaats op.
  • Laat geneesmiddelen in hun originele verpakking, samen met de bijsluiter.
  • Controleer of de geneesmiddelen in speciale omstandigheden moeten worden bewaard (koelkast, …).
  • Bewaar sommige geneesmiddelen niet nadat uw behandeling is afgerond (druppels, drankjes, …).
  • Hou twee of drie keer per jaar grote schoonmaak in uw huisapotheek.
  • Controleer altijd de houdbaarheidsdatum van geneesmiddelen die mogen worden bewaard.
  • Gooi geen geneesmiddelen in de vuilnisbak of het toilet.
  • Breng geneesmiddelen die niet zijn gebruikt of waarvan de uiterste houdbaarheidsdatum is overschreden naar uw apotheek zodat ze kunnen worden vernietigd.
  • Stop nooit verschillende geneesmiddelen in hetzelfde doosje of potje.

Gebruik en onderhoud compressie kousen

Zeg niet zomaar ‘steunkous’ tegen een therapeutisch elastische kous (TEK) . Therapeutische elastische kousen zijn hulpmiddelen voor ambulante compressietherapie. Ze worden gedragen door mensen met een aandoening van het vaat- en lymfestelsel: lymfoedeem, spataders, een trombosebeen, chronische veneuze insufficiëntie (CVI), open been (ulcera crusis), na een chirurgische ingreep (bv. verwijderen of droogspuiten van spataders)…
Door de druk van buitenaf op lymfebanen en venen kan een vochtophoping (lymfoedeem) in arm of been daarmee worden bestreden of kunnen bloedvaten omdersteund worden om de terugstroom van bloed te bevorderen. Door de druk wordt de stroomsnelheid naar het hart verhoogd en stuwing in de aders voorkomen. In samenhang met het activeren van spieren, verhinderen kousen de verdere ontwikkeling van vaataandoeningen.

Wanneer worden TEK gebruikt?

TEK worden gebruikt om aandoeningen van het bloedvaten- en lymfestelsel aan de ledematen te voorkomen en te behandelen:
• spataders
• zwangerschapsspataders
• Chronische veneuze insufficiëntie
• een open been
• veneuze trombose (bv. na een operatie)
• lymfoedeem
• Lipoedeem
• Sommige bacteriele infecties zoals wondroos en cellulitis
• Ontstekingen zoals vasculitis
• diabetes
• vermoeide benen.

 

Hoe U dergelijke kousen moet aantrekken en hoe ze te onderhouden vind U in onderstaande link.

Voor àlle vragen/opmerkingen en bestelling staan wij steeds tot uw dienst.

gebruik en onderhoud compressie kousen

Apotheek Desrumaux-Debruyne bvba
Stadhuisstraat 16
8301 Heist-aan-Zee
050/512251
info@apotheekdesrumauxheist.be
www.apotheekdesrumauxheist.be

Oorzaak van allergie blootgelegd

door 
Goed nieuws voor de mensen bij wie lenteweer en allergie hand in hand gaan. Vlaamse onderzoekers zijn een eiwit op het spoor dat mogelijk aan de origine ligt van allergische reacties.Wereldwijd lijden meer dan 500 miljoen patiënten aan allergieën van de luchtwegen en de huid, zoals allergisch astma, allergische rhinitis, atopische dermatitis of eosinofiele oesophagitis (chronische ontsteking van de slokdarm).Eerdere studies toonden al aan dat deze ziekten nauw met elkaar verbonden zijn. Zo zullen 70% van de patiënten met atopische dermatitis in een latere levensfase ook astma ontwikkelen.

Daarom hebben onderzoeksgroepen van de Universiteit Gent en het Vlaams Instituut voor Biotechnologie de ontstaansprocessen van de verschillende ziektebeelden vergeleken. Dat heeft hen gebracht tot de hypothese dat één eiwit, TSLP genaamd, aan de oorsprong ligt van allergische ziekten van de longen, de huid en het darmstelsel.

Het eiwit TSLP werd geïdentificeerd als de sleutelstof die het chronische ontstekingsproces dat een allergie kenmerkt doet ontstaan én ook in stand houdt. De Gentse onderzoeksgroepen slaagden er als eersten in om het mechanisme bloot te leggen, dankzij een interdisciplinaire benadering vanuit de vakgebieden structurele biologie, biofysica, biochemie, moleculaire en cellulaire biologie.

Ze gingen overigens nog een stapje verder en ontwikkelden een aangepaste vorm van het eiwit waarmee experimenteel onderzoek zou kunnen worden opgestart. Dit zou dan kunnen leiden tot de ontwikkeling van geneesmiddelen die allergie voorkomen of afremmen.

De resultaten van dit veelbelovende onderzoek verschenen in het tijdschrift Nature Structural & Molecular Biology. Wordt ongetwijfeld vervolgd…

 

Pijnlijke menstruatie

Pijnlijke menstruatie

pijnlijke menstruatie

Wat is het?

De term ‘pijnlijke menstruatie’ verwijst naar het geheel van klachten die met de menstruatie kunnen samengaan (vóór of tijdens de menstruatie). We onderscheiden een primaire en een secundaire vorm. Bij de primaire vorm worden de klachten niet veroorzaakt door ziekte. Er worden bij inwendig onderzoek dus geen afwijkingen vastgesteld. Bij de secundaire vorm is er wel een onderliggende oorzaak, en worden er wel afwijkingen gevonden bij inwendig onderzoek. Deze kunnen zeer uiteenlopend zijn. Van abnormaal hevige bloedingen, infecties, goedaardige of kwaadaardige gezwellen tot de simpele aanwezigheid van een spiraaltje.

Hoe vaak komt het voor?

Bijna alle vrouwen hebben af en toe wel eens last van pijnlijke menstruatie. Bij 5% tot 15% echter zijn de klachten zo ernstig dat ze zelfs aanleiding geven tot school- of werkverzuim. De eerste klachten kunnen al ontstaan bij jonge vrouwen in het eerste jaar na het begin van hun menstruatie, en kunnen zelfs aanhouden tot aan de menopauze (overgang). Secundaire pijnlijke menstruatie komt vooral voor bij vrouwen tussen 30 en 40 jaar.

Hoe kun je het herkennen?

Er kan een veelheid aan klachten optreden: 100% van de vrouwen heeft last van pijn in de onderbuik, 90% van misselijkheid en braken, 80% van vermoeidheid, 60% van lagerugpijn, duizeligheid of diarree en 40% van hoofdpijn. Bij primaire pijnlijke menstruatie vallen deze klachten samen met het begin van de menstruatie; de pijn duurt dan meestal 1 à 2 dagen. Bij secundaire pijnlijke menstruatie heb je al last van deze klachten vóór de menstruatie begint tot en met de laatste dag van de menstruatie.

Hoe stelt je arts de aandoening vast?

Na een nauwkeurige bevraging zal je arts steeds een inwendig onderzoek doen om een onderscheid te kunnen maken tussen primaire en secundaire pijnlijke menstruatie. Ingeval er een onderliggende oorzaak is, zal hij een behandeling opstarten. Tijdens de raadpleging kan een uitstrijkje worden genomen. Ook abnormaal (wit)verlies kan onmiddellijk microscopisch worden onderzocht. Bloedonderzoek voor het bepalen van hormonen is niet nuttig. Is bijkomend onderzoek (echografie) of een meer ingrijpende behandeling nodig, dan zal je arts je verwijzen naar een gynaecoloog.

Wat kun je zelf doen?

Lichaamsbeweging en een warmtebron op de pijnlijke plek (bijvoorbeeld warmwaterkruik op de buik) kunnen de klachten verminderen. Ook een pijnstiller kan helpen, bijvoorbeeld paracetamol 500 tot 1 000 mg, zo nodig om de 6 uur.

Wat kan je arts doen?

Primaire pijnlijke menstruatie wordt behandeld met geneesmiddelen. Ontstekingsremmende medicatie met bij voorkeur kort- of halflange werking is meestal doeltreffend: ibuprofen 400 tot 600 mg, naproxen 250 tot 550 mg en diclofenac 50 tot 75 mg. Vermijd langwerkende producten omwille van hun mogelijke bijwerkingen op bloeddruk, hart en nieren.
Er worden vaak hormonale behandelingen voorgeschreven. Meestal is dat een anticonceptiepil (dat tegelijk als voorbehoedsmiddel werkt). Het hormoonhoudende spiraaltje is een goed alternatief.
Bij secundaire pijnlijke menstruatie wordt, zo mogelijk, de oorzaak weggenomen: behandeling van een infectie, verwijdering van een spiraal of wegnemen van een gezwel. Om de ongemakken te bestrijden, kunnen hier dezelfde geneesmiddelen worden gebruikt als bij de primaire pijnlijke menstruatie.

Bron

http://www.ebmpracticenet.be

 verschenen op 06/12/2013

 

Week van het hart – Reden tot paniek?

Week van het Hart – Reden tot paniek?

foto bij artikel Week van het Hart – Reden tot paniek?

Nieuws onder de loep

Vanaf 40 jaar heeft men 1 kans op 4 om ooit voorkamerfibrillatie te krijgen. Deze ernstige aandoening, waarbij het hart op hol slaat en zeer onregelmatig klopt, vervijfvoudigt het risico op een trombose of beroerte.

Waar komt dit nieuws vandaan

Deze alarmerende boodschap wordt naar jaarlijkse gewoonte door de Belgische cardiologen verspreid ter gelegenheid van “De Week van het Hartritme”, van 24 tot 28 maart (1). Voor een 40-plusser die dit leest klinkt het alsof het einde nabij is. Is er reden tot paniek?

Bron

(1)http://www.mijnhartritme.be

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Voorkamerfibrillatie (VKF) is een ritmestoornis waarbij het hart onregelmatig klopt. Ze komt voor bij 1% van de mensen, maar men ziet ze vooral bij bejaarden (bij 10% van de tachtigers). Op hogere leeftijd, of bij mensen met een hartziekte of diabetes, verhoogt ze de kans op een beroerte. Dat risico kan bij deze mensen beperkt worden door het gebruik van bloedverdunners. Het screening initiatief van de Belgische cardiologen wordt onder meer gesponsord door enkele fabrikanten van bloedverdunners. De Europese Vereniging van Cardiologen beveelde in 2012 voorzichtig aan om VKF op te sporen vanaf de leeftijd van 65 jaar.[i] De uiteindelijke bedoeling is dat men hoopt om zo beroertes te voorkomen, maar harde bewijzen of dit ook lukt zijn er (nog) niet.

De website van “De Week van het Hartritme” bevat een rekenmodule die u toelaat uw risico op VKF en op een beroerte-door-VKF te berekenen. Opmerkelijk is dat daar van veertigers geen sprake meer is. Iedereen die minder dan 60 is wordt over dezelfde kam geschoren. Wie in deze leeftijdscategorie in goede gezondheid verkeert heeft een risico op VKF van minder dan 1% per jaar. Het risico op een beroerte-door-VKF bedraagt in die groep ongeveer 1% per jaar. Als we het risico op VKF van (minder dan) 1% combineren met het risico van 1% op beroerte-door-VKF, dan blijkt dat op 10.000 dergelijke mensen er jaarlijks hoogstens 1 zal zijn die een beroerte-door-VKF zal ontwikkelen. Voor iemand van 40 jaar ligt dit gemiddelde cijfer nog lager. Uit de resultaten van “De Week van het Hartritme” van 2010 blijkt dat 57% van de deelnemers jonger was dan 65 jaar, terwijl 20% zelfs minder dan 40 was.[ii]

Conclusie

Bij mensen van boven de 65 jaar zou een screening op voorkamerfibrillatie op lange termijn nuttig kunnen zijn.Bij kerngezonde veertigers of vijftigers lijkt het nut ervan zeer beperkt. Het mogelijk nadeel is dat men andere onschuldige ritmestoornissen toevallig op het spoor komt en hierdoor onnodig ongerustheid verwekt. Misschien leidt het ook tot het voorschrijven van bloedverdunners aan mensen die er weinig of geen baat bij hebben. Met de recente introductie van bloedverdunners waarvoor geen strikte bloedcontroles meer nodig zijn, en een voorschrift dus vlotter gebeurt, is dit niet denkbeeldig. Dit moet verder onderzocht worden alvorens grootschalige campagnes te starten.

Referenties

[i]http://www.escardio.org/guidelines-surveys/esc-guidelines/guidelinesdocuments/guidelines_focused_update_atrial_fib_ft.pdf (pagina 2723)

[ii] Claes N, Van Laethem C, Goethals M, Goethals P, Mairesse G,
Schwagten B, Nuyens D, Schrooten W, Vijgen J. Prevalence of atrial fibrillation
in adults participating in a large-scale voluntary screening programme in
Belgium. Acta Cardiol. 2012 Jun;67(3):273-8.

klokje bij datum van publicatie} verschenen op 24/03/2014 | Cebam | geschreven door Hans Van Brabandt

Verbetert paracetamol sportprestaties?

Verbetert paracetamol sportprestaties?

foto bij artikel Verbetert paracetamol sportprestaties?

Nieuws onder de loep

Paracetamol kan als doping werken. Door de lichaamstemperatuur ietwat te verlagen, helpt de pijnstiller om sporten in de hitte langer vol te houden.

Waar komt dit nieuws vandaan

Een paracetamolletje verbetert het uithoudingsvermogen tijdens sporten in de hitte. Dat schrijven onderzoekers in het blad Experimental Physiology (1). Ze baseren hun conclusie op een experiment met een groep gezonde mannen. De heren kregen een enkele dosis paracetamol of een placebo toegediend. Daarna gingen ze met een vastgestelde snelheid in een warme omgeving fietsen. Terwijl de mannen sportten, werd hun kerntemperatuur en huidtemperatuur gemeten. Ook werd aan de proefpersonen gevraagd hoe warm ze het hadden. De mannen die paracetamol hadden geslikt, hielden het al sportend veel langer in de hitte uit. Waarschijnlijk omdat paracetamol ervoor zorgde dat hun lichaamstemperatuur daalde. De mannen die paracetamol gebruikten en het langer volhielden in de hitte, bleken namelijk een lagere lichaamstemperatuur te hebben. Hoe paracetamol daarvoor zorgt is onduidelijk. “Het is belangrijk dat we nu uitzoeken hoe paracetamol de lichaamstemperatuur doet dalen tijdens het sporten”, merkt onderzoeker Lex Mauger op.

Bron

(1)Experimental Physiology, (online 20 Sept 2013) Mauger AR, Taylor L, Harding C, Wright B, Foster J, Castle P. Acute acetaminophen (paracetamol) ingestion improves time to exhaustion during exercise in the heat

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Deze studie is uitgevoerd bij slechts 11 gezonde jonge mannen. Dit is een klein aantal. Bovendien zijn de resultaten niet automatisch geldig voor vrouwen vanwege anatomische en hormonale verschillen. Het artikel geeft weinig informatie over de proefpersonen. De dosis paracetamol was gebaseerd op de ‘lean body mass’ of vetvrije lichaamsmassa. Omdat deze niet gerapporteerd is, is de exacte dosering onduidelijk. Als we echter aannemen dat de mannen 15-20% lichaamsvet hebben, zouden ze ca. 1150-1250 mg paracetamol hebben gekregen, wat niet zoveel is. De maximale dagdosis voor een volwassene bedraagt 3000 tot 4000 mg. Er werd een cross-over onderzoek gedaan, waarbij alle deelnemers zowel paracetamol als placebo kregen in een willekeurige volgorde. De manier waarop dit gebeurde, wordt niet uitgelegd, waardoor we niet weten of dit correct is uitgevoerd.

De studie is dubbelblind, wat meestal inhoudt dat zowel de deelnemers als de onderzoekers niet weten welk middel wordt getest. De onderzoekers beschrijven dat de deelnemers beide middelen niet van elkaar konden onderscheiden. Er staat echter niet expliciet vermeld dat de onderzoeker die de test afnam ook geblindeerd was. Indien de onderzoeker ervan overtuigd is dat paracetamol het uithoudingsvermogen verbetert, is het mogelijk dat deze onderzoeker de deelnemer tijdens de test met paracetamol op een andere manier aanmoedigt. Het artikel geeft geen informatie over wie de uithoudingstests afnam en of eventuele aanmoediging gestandaardiseerd was.

De fietstesten werden uitgevoerd bij 30 graden C en 50% vochtigheid, wat niets zegt over de invloed van andere temperaturen/vochtigheidsgraden. Wat de tijdsduur van de fietstest betreft, presenteren de auteurs het gemiddelde in de paracetamol- en de placebogroep, maar er zitten twee uitschieters in die het gemiddelde omhoog trekken. Negen personen fietsten tussen 5 en 35 minuten en de twee anderen houden het fietsen zo’n 42 en 53 minuten vol. Deze uitschietende waarden hebben een grote invloed op het groepsgemiddelde. De absolute verschillen in temperatuur tussen beide groepen zijn erg klein. Zo bedraagt het verschil in lichaamstemperatuur slechts 0,12°C.

De verschillen worden wel waargenomen door de deelnemers, maar er was geen verschil in hartslag. De auteurs geven in hun inleiding aan dat een daling van 0,3 graden in de lichaamstemperatuur een prestatieverhogend effect heeft. Alhoewel het verschil in temperatuur statistisch significant is, is het onduidelijk of dit ook leidt tot merkbaar betere prestaties.

Conclusie

Dit onderzoek laat niet toe te besluiten dat paracetamol de prestaties verbetert.

klokje bij datum van publicatie} verschenen op 20/09/2013 | Cebam | geschreven door Trudy Bekkering