HEBBEN VEGETARIËRS EEN LAGERE BLOEDDRUK?

 

foto bij artikel Hebben vegetariërs een lagere bloeddruk?

Nieuws onder de loep

Vegetariërs hebben doorgaans een lagere bloeddruk dan mensen die vlees eten. Dat was al bekend, maar wordt nu bevestigd door een Japanse studie gepubliceerd in het vakblad JAMA Internal Medicine.

Waar komt dit nieuws vandaan?

De studie bekeek de resultaten van 39 onderzoeken waarbij in totaal meer dan 20.000 mensen waren betrokken (1). De vegetarische diëten bevatten geen vlees, maar soms wel vis, eieren en/of zuivelproducten. En uiteraard veel groenten, fruit, granen, noten en andere plantaardige producten.

De systolische bloeddruk of bovendruk bij vegetariërs lag gemiddeld 7 mmHg lager dan bij vleeseters, de diastolische bloeddruk of onderdruk gemiddeld 5 mmHg. Volgens de auteurs komt dit effect ongeveer overeen met het effect van andere dieetmaatregelen op de bloeddruk, zoals een zoutarm dieet of een gewichtsverlies van vijf kilogram. Daarnaast zou deze daling het risico op overlijden ten gevolge van hart- en vaatziekten met ongeveer negen procent en door een beroerte met ongeveer veertien procent verminderen.

Bron

1. Yokoyama Y, Nishimura K, Barnard N et al. Vegetarian Diets and Blood Pressure. A Meta-analysis. JAMA Intern Med. doi:10.1001/jamainternmed.2013.14547

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

De vorsers hebben de resultaten van meerdere studies gecombineerd. Hierbij hebben ze onderscheid gemaakt tussen twee soorten studies: experimenten en observationele studies.

Zeven experimenten onderzochten het effect van vegetarisch eten. Nadat deelnemers gedurende een bepaalde periode geen vlees hadden gegeten, was de systolische bloeddruk gemiddeld 5 en de diastolische bloeddruk 2 mm Hg lager vergeleken met diegenen die wel vlees bleven eten. Experimenten geven doorgaans het meest betrouwbare antwoord over het effect van een bepaalde interventie. Voor dit onderwerp, vegetarisch eten, is dit echter niet het geval. Zo hadden de meeste studies weinig deelnemers en waren ze van korte duur. Bovenal is de interventie ‘vegetarisch eten’ niet zuiver onderzocht. Zo onderzocht de grootste studie het effect van een interventie die bestond uit meerdere onderdelen, waaronder een vetarm en veganistisch dieet. Het doel hiervan was gewichtsvermindering. Omdat een lager lichaamsgewicht ook samenhangt met een lagere bloeddruk, meet deze studie niet zuiver het effect van vegetarisch eten.

Tot slot waren deze studies niet blind uitgevoerd. Dit is ook niet echt doenbaar. Omdat vegetarisch eten vaak wordt geassocieerd met gezondheid, betekent dit wel dat de verwachtingen van deelnemers het effect van deze interventie kunnen versterken.

Tweeëndertig observationele studies onderzochten het verband tussen vegetarisch eten en bloeddruk. De gemiddelde systolische druk bij vegetariërs is 7 mm Hg lager en diastolische 5 mm Hg. Het effect van vegetarisch eten lijkt sterker in de observationele studies. Dit is typisch en vaak gebaseerd op vertekening van de resultaten. Dit komt doordat de groepen in observationele studies niet helemaal gelijk zijn.

Tussen de 32 studies bestaan duidelijke verschillen in effecten. Eén studie vindt een verlaging in systolische bloeddruk van 28 mm Hg, terwijl een andere een verhoging vindt van 5 mm Hg. De verschillen zijn zo groot dat het niet juist is om alles samen te nemen en te spreken van een gemiddeld effect van 7 en 5 mm Hg. Wanneer wordt gezocht naar de factoren die hiermee te maken hebben, blijkt dat de bloeddruk lager is bij mannen, personen met een hogere bloeddruk bij aanvang van de studie, personen met overgewicht en in kleinere studies.

Zeer belangrijk is dat we op basis van deze studies niet kunnen zeggen dat vegetarisch eten leidt tot een lagere bloeddruk. Er zijn veel factoren die invloed hebben op de bloeddruk. Vegetariërs hebben veelal een lager gewicht en andere gezonde leefgewoonten zoals meer beweging, minder roken en alcohol. Hiervoor was in de meeste studies niet gecorrigeerd. Men kan dus niet zeggen dat de bloeddrukverlaging komt door het vlees te laten staan. Hierom kan men niet stellen dat het effect van vegetarisch eten vergelijkbaar is met dat van andere dieetmaatregelen.

Er werden geen nieuwe recente reviews of studies gevonden over dit onderwerp. 

Conclusie

Men kan niet concluderen dat de bloeddruk bij vegetariërs lager is, omdat ze geen vlees eten. Vegetariërs hebben veelal een lager gewicht, roken minder en drinken minder alcohol. Ook dat zijn factoren die de bloeddruk beïnvloeden.

klokje bij datum van publicatie verschenen op 03/04/2014 | Cebam | geschreven door Trudy Bekkering
Advertenties

HELPT UMAMI DE HONGER STILLEN?

foto bij artikel Helpt umami de honger stillen?

Nieuws onder de loep

Umami, de vijfde basissmaak, zou een belangrijke rol spelen in het bestrijden van vakantiekilo’s, zo lazen we op een nieuwswebsite. Volgens nieuw onderzoek helpt de smaak je honger stillen.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Naast de vier basissmaken zout, zuur, zoet en bitter, bestaat er een vijfde smaak: umami, wat in het Japans ‘hartig’ betekent. Hoe het smaakt, is moeilijk uit te leggen. Het wordt vergeleken met ‘de smaak die gebakken spek zo lekker maakt’. De smaak wordt gevormd door glutamaat, een aminozuur (bouwsteen van proteïne). In een Amerikaans experiment kregen 27 proefpersonen wortelsoep te eten. Bij een deel werd glutamaat toegevoegd, bij een ander deel niet. Driekwartier later kregen ze een bord pasta. De groep die soep met toegevoegd glutamaat gegeten had, at minder pasta dan de groep die gewone wortelsoep had gehad (1). De onderzoekers besloten dat glutamaat mogelijk het verzadigingsgevoel stimuleert, waardoor je minder eet.

Bron

(1) Masic U, Yeomans MR. Umami flavor enhances appetite but also increases satiety. The American Journal of Clinical Nutrition. Published online June 18 2014

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

De onderzoeksgroep (27 personen) is erg beperkt, waardoor je de conclusie niet kan veralgemenen. Om uitspraken te kunnen doen over een mogelijk effect van umami op het verzadigingsgevoel moet het experiment worden overgedaan bij veel grotere groepen.

Deze studie werd gefinancierd door de Japanse firma Ajinomoto, die glutamaat commercialiseert. Meer nog, de stichter van dit bedrijf heeft de smaak ‘umami’ ooit zelf gelanceerd.

Glutamaat heeft geen al te beste reputatie. Vroeger werden er allerlei ongewenste effecten aan toegeschreven, waaronder het zogenaamde ‘Chinese restaurant syndroom’, een overgevoeligheidsreactie op glutamaatrijke producten (glutamaat zit onder andere in sojasaus). Deze ongewenste effecten konden wel grotendeels weerlegd worden, maar overgevoeligheid blijft mogelijk.

Conclusie

Deze studie is te beperkt en niet helemaal neutraal, waardoor niet is aangetoond dat umami de verzadiging stimuleert waardoor je minder zou eten.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2014/07July/Pages/Umami-flavouring-may-help-you-feel-fuller-faster.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 29/07/2014 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Apothekers controleren als onafhankelijke partij voor U!

Wie zegt U, wat er op de verpakking staat van uw voedingssupplement ook effectief in uw voedingssupplement aanwezig is?

Klopt de dosis? Is er wel een actief bestanddeel aanwezig? Is er geen toxische stof aanwezig?

Wie zegt het U: de producent, een website?? Vooral voor internetproducten, zouden mensen veel minder lichtgelovig moeten zijn. Misschien kan het lezen van volgende link “veel nep op internet” U wat attenter maken.

 

Als je bv een TV  via internet koopt en hij werkt niet, dan plaats je deze bij het grof vuil. Dan ben je je centen kwijt, maar je kan het aanzien als een goede les. Maar bij alles wat in je lichaam terecht komt of ermee in nauw contact komt telt het gezegde “baat het niet, dan het schaadt het niet” hélémaal niet. De schade kan aanzienlijk en zelfs onomkeerbaar zijn voor sommige organen of je gehele lichaam.

Apothekers controleren dan ook onafhankelijk de producten die zij aan de patiënten afleveren. Zie volgende link. http://www.youtube.com/watch?v=8rQrIloIXRk.

Je zou kunnen denken dat de spreuk op onze twitter pagina  “De grootste dwaasheid is het opofferen van uw gezondheid voor welk ander geluk ook” van . A. Schopenhauer (1788-1860), hiervoor bedacht werd … alleen was er toen nog helemaal geen sprake van internet.

 

HELPT RILATINE BIJ STOTTEREN?

 

foto bij artikel Helpt Rilatine bij stotteren?

Nieuws onder de loep

Rilatine heeft mogelijk een positief effect op mensen die stotteren. Dat blijkt uit een eerste onderzoek van de Vrije Universiteit Brussel en de Université Libre de Bruxelles. Het is echter te vroeg om het middel aan te bevelen tegen stotteren.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Aan dit Belgisch onderzoek namen 15 mannen tussen 19 en 35 jaar deel (1). De deelnemers hadden allemaal al zonder succes de gebruikelijke behandeling tegen stotteren ondergaan. Zo’n behandeling gebeurt bij logopedisten en bestaat uit methoden om met stotteren te leren omgaan en om het stotteren te verminderen. De deelnemers aan het onderzoek kregen eenmalig Rilatine toegediend en moesten een tekst voorlezen en spontaan spreken. Bij het lezen van een tekst nam het aantal stottermomenten gemiddeld af van 33 naar 22 en bij spontaan spreken van 19 naar 8. Bij de deelnemers die een placebo toegediend kregen, daalde het aantal stottermomenten niet significant.

Desondanks dat zowel voor het lezen als voor het spontaan spreken er een beduidende vermindering was van het aantal stottermomenten, werd door de deelnemers geen subjectieve verbetering van het stotteren gerapporteerd. Dit kan te wijten zijn aan de hoge verwachtingen die de deelnemers hadden over de behandeling. Proefpersonen die verwachten dat ze helemaal niet meer zouden stotteren met Rilatine, waren waarschijnlijk enigszins ontgoocheld dat ze maar de helft minder stottermomenten hadden.

De onderzoekers wijzen er wel op dat het nog te vroeg is om Rilatine aan te bevelen voor mensen die stotteren. Er moet namelijk eerst onderzoek uitgevoerd worden over een langere termijn en ook over de veiligheid op lange termijn. ‘Rilatine kan onder meer angststoornissen, ritmestoornissen en concentratieproblemen veroorzaken’, aldus professor Dirk Devroey (huisartsgeneeskunde VUB). ‘We hebben nu enkel mannen onderzocht. Sommigen van hen stotteren ernstig, andere minder ernstig, waardoor we niet kunnen zeggen of het succes bij een bepaalde groep groter is’, zegt Devroey. ‘We hebben de patiënten bovendien slechts eenmaal Rilatine toegediend, en verwachten dan ook betere resultaten bij een langere inname.’

Bron

(1)http://www.gezondheidskrant.be/863/minder-stotteren-rilatine/

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Ritaline is vooral bekend als geneesmiddel voor ADHD. Het actieve bestanddeel is methylphenidaat, een stof die nauw verwant is aan amfetamine. De werking van Ritaline is dan ook vergelijkbaar met amfetamine maar is veel minder sterk. De effecten houden ook minder lang aan.

In 1962 merkten onderzoekers al dat D-amfetamine een gunstig effect had op stotteren, maar wegens ernstige bijwerkingen werd het geneesmiddel nooit in de praktijk gebruikt. Twee jaar geleden werd in een Belgisch onderzoek een rapportage gedaan over een persoon die stottert waarbij het stotteren heel erg verbeterde na eenmalige inname van Ritaline (2). Hierom is dit verder onderzocht. Rilatine heeft minder bijwerkingen dan D-amfetamine.

De nieuwe studie werd (nog) niet gepubliceerd. Hierdoor kunnen we de onderzoeksopzet en de onderzoeksresultaten niet goed beoordelen. Wel vonden we enige informatie over de studie-opzet (3). Hieruit blijkt dat deze studie een gerandomiseerd geblindeerd crossover experiment is. Inn zulke studies krijgt iedere deelnemer een dag Ritaline (20 mg) en een andere dag een neppil. De volgorde –als eerste Ritaline of eerst de neppil – werd bepaald door toeval. Tussen de beide onderzoeksdagen zat een periode van 2 weken. Voor en 3 uur na inname van het pilletje is aan de deelnemers gevraagd om een tekst te lezen en spontaan te praten om de ernst van het stotteren te bepalen. De onderzoeker was geblindeerd en wist tijdens deze test niet of de deelnemer een neppil of Ritaline had gekregen. Dit gebeurt om geen vooroordelende houding te hebben tijdens het onderzoek.

De studie-opzet lijkt adequaat om de effectiviteit van Ritaline op het stotteren te onderzoeken. Het nadeel van crossover studies is dat men niet kan uitsluiten dat het geneesmiddel doorwerkt in de periode dat een neppil is gegeven. Op basis van het persbericht is niet duidelijk of eventuele bijwerkingen van Ritaline ook in kaart zijn gebracht. Er zijn geen andere studies gevonden over Ritaline en het effect op stotteren.

Conclusie

Zoals de auteurs zelf concluderen lijken deze resultaten hoopvol, maar is meer en verder onderzoek nodig vooraleer Ritaline als geneesmiddel tegen stotteren kan worden voorgeschreven.

Referenties

(2)Devroey D, Beerens G, Van De Vijver E. Methylphenidate as a treatment for stuttering: a case report. Eur Rev Med Pharmacol Sci. 2012 Oct;16 Suppl 4:66-9.

(3)http://www.stotteraar.be/info.php

klokje bij datum van publicatie verschenen op 08/07/2014 | Cebam | geschreven door Trudy Bekkering

IS STEVIA GEZONDER DAN SUIKER EN ASPARTAAM?

 

foto bij artikel Is stevia gezonder dan suiker en aspartaam?

Nieuws onder de loep

Suiker heeft een steeds slechtere reputatie en aspartaam vecht al veel langer tegen onheilspellende geruchten. Is de natuurlijke zoetstof stevia een beter alternatief?

Waar komt dit nieuws vandaan?

Dat velen onder u met vragen zitten over suiker, blijkt uit de talrijke brieven aan gezondheid-en-wetenschap (1). Over suiker is het laatste woord nog niet gezegd. Sinds de Wereldgezondheidsorganisatie aanbeveelt het gebruik van toegevoegde suiker zoveel mogelijk te beperken, staat de zoetstof in een slecht daglicht (2). Iets waar de kunstmatige zoetstof aspartaam al lang mee worstelt, ondanks geruststellende rapporten van de Europese Warenautoriteit EFSA over aspartaam (3).

Enkele jaren geleden werd een nieuwe zoetstof geïntroduceerd, stevia, afkomstig van de stevia-struik die in Zuid-Amerika groeit. De blaadjes bevatten zoetstoffen, zogenaamde steviolglycosiden, die 200 tot 300 keer zoeter smaken dan gewone suiker en bovendien zo goed als geen calorieën bevatten (0 kcal per 100 gram). Stevia is bovendien hittestabiel: je kan het gebruiken in gebak. Stevia heeft overigens geen effect op de bloedsuikerspiegel en is tandvriendelijk. Dat deze zoetstof van natuurlijke oorsprong toch niet helemaal aanslaat, heeft vooral met de prijs te maken: stevia is veel duurder dan suiker. Alsook met de bittere nasmaak: na de zoete suikersmaak volgt een soort dropachtige smaak, die niet door iedereen geapprecieerd wordt.

Bron

(1) http://www.gezondheidenwetenschap.be/onderwerpen

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Het is niet omdat stevia uit planten geëxtraheerd wordt en dus zogezegd ‘natuurlijk’ is, dat het naar hartelust kan geconsumeerd worden. Net zoals voor aspartaam, dat ‘kunstmatig’ is, werd ook voor stevia een aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) vastgelegd (4 mg per kg lichaamsgewicht) door EFSA die veilig is en waar je beter niet boven gaat.

Suiker vervangen door stevia kan perfect, is beter voor de tanden en de lijn, maar je moet het niet naar hartelust consumeren. Wie aan alles zoetstof toevoegt, went snel aan de zoete smaak. Het is gezonder om af te kicken van te veel zoetigheid dan de suiker te vervangen door allerlei calorie-arme zoetstoffen. Of het nu gaat om aspartaam of om stevia.

Conclusie

Stevia is een zoetstof van natuurlijke oorsprong. Het is veilig, calorie-arm en gezond, maar wel duur en het heeft een bitter nasmaakje. Net als gewone suiker en aspartaam geldt ook voor stevia: gebruik het met mate.

Referenties

http://www.vigez.be/nieuws/nieuwsarchief/is_stevia_het_nieuwe_wapen_tegen_obesitas.html

(2) http://www.gezondheidenwetenschap.be/gezondheidsnieuws-onder-de-loep/waarom-moeten-we-onze-suikerconsumptie-halveren

(3) http://www.gezondheidenwetenschap.be/gezondheidsnieuws-onder-de-loep/is-de-kunstmatige-zoetstof-aspartaam-veilig

klokje bij datum van publicatie verschenen op 24/07/2014 | Cebam | geschreven door Marleen Finoulst

IS CAFEÏNEVRIJE KOFFIE ONGEZONDER DAN GEWONE KOFFIE?

 

foto bij artikel Is cafeïnevrije koffie ongezonder dan gewone koffie?

Nieuws onder de loep

Over cafeïnevrije koffie doen veel geruchten de ronde, onder andere dat het kankerverwekkend is. Bij het decafeïneren zouden schadelijke oplosmiddelen gebruikt worden waarvan resten in het eindproduct blijven zitten. Dat leidt tot ongerustheid en vragen.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Wie graag koffie drinkt, maar nerveus wordt van te veel cafeïne, schakelt vaak over op de cafeïnevrije variant of kortweg déca. Koffiebonen bevatten van nature echter cafeïne. Om te komen tot cafeïnevrije koffie moeten de bonen gedecafeïneerd worden. De cafeïne wordt uit koffie gehaald door een bepaald procédé dat gebaseerd is op het weken van koffiebonen in water waardoor de cafeïne oplost. Daarna volgt de extractie van de cafeïne door middel van een oplosmiddel of door middel van geactiveerde koolstof. Nadien worden de bonen opnieuw geweekt in het cafeïnevrije water om ze terug de typische aroma’s te laten opnemen die verloren zijn gegaan tijdens de extractie. De meest gebruikte stof om te decafeïneren is dichloormethaan (DCM), een organisch oplosmiddel dat de cafeïne zeer snel bindt. Dichloormethaan is een koolwaterstof, en van substanties uit deze categorie is aangetoond dat chronische blootstelling kankerverwekkend is. Daarom duiken af en toe geruchten op over de effecten van cafeïnevrije koffie op de gezondheid.

Een ander verhaal is dat cafeïnevrije koffie in werkelijkheid helemaal niet cafeïnevrij is en toch de slaap kan beletten.

Bron

) http://www.gezondheidenwetenschap.be/onderwerpen

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Eerst en vooral, cafeïnevrije koffie is inderdaad niet helemaal cafeïnevrij. In de Europese Unie mogen gebrande cafeïnevrije koffiebonen nog maximum 0,1 procent cafeïne bevatten. Dat komt neer op hooguit 2 tot 4 milligram cafeïne per kop. Het effect op de slaap of de concentratie is verwaarloosbaar. Ter vergelijking: een kop ‘gewone’ koffie bevat gemiddeld 75 milligram cafeïne. Je moet dus al erg gevoelig zijn voor cafeïne om dit te voelen.

Ten tweede, cafeïnevrije koffie is niet kankerverwekkend. Het gebruikte oplosmiddel (DCM) komt nooit in contact komt met de koffiebonen zelf, maar enkel met de waterige oplossing waarin de cafeïne werd opgelost. De cafeïne-extractie gebeurt voorafgaand aan het branden van de bonen. De geweekte bonen worden altijd gespoeld en vervolgens gestoomd aan een temperatuur van 40°C, om resten van het DCM te verwijderen. Gedecafeïneerde bonen mogen geen restanten van het oplosmiddel bevatten. De cafeïnevrije bonen worden tenslotte gedroogd en gekoeld met koude lucht en op gebruikelijke wijze gebrand, gemalen en verpakt. Eventuele DCM-restanten verdwijnen vrijwel geheel bij het branden.

Is een ‘déca’ dan beter voor de gezondheid dan ‘echte’ koffie? Niet voor matige koffiegebruikers. Drie tot 4 koppen koffie-met-cafeïne per dag kunnen in principe geen kwaad. Gevoelige personen die jarenlang 4 of meer koppen koffie per dag drinken, kunnen op lange termijn wel een lichte verhoging van de bloeddruk krijgen. Daarom zijn mensen met hoge bloeddruk beter voorzichtig met koffie. Voor hen is de cafeïnevrije variant een veiliger alternatief.

Zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven krijgen de raad om geen koffie te drinken. Cafeïnevrije koffie kan in deze gevallen wel zonder probleem.

Conclusie

Cafeïnevrije koffie is niet kankerverwekkend en een prima alternatief voor wie nerveus wordt of slecht slaapt door veel koffie. De cafeïnevrije variant bevat wel nog sporen van cafeïne.

klokje bij datum van publicatie verschenen op 16/07/2014 | Cebam | geschreven door Marleen Finoulst

Huidkanker: let op huidveranderingen

 

Tijdens de Euromelanoma-week van 19 tot 23 mei kunt u zich gratis laten controleren in een aantal ziekenhuizen, privépraktijkenvan dermatologen en op bepaalde openbare locaties om huidkanker op te sporen.
Er bestaan verschillende vormen van huidkanker. 
• Actinische keratose: dit wordt beschouwd als het voorstadium van huidkanker. Het uit zich in ruw aanvoelende, schilferende plekjes of korstjes op de huid. De plekjes zijn lichtrood tot roodbruin gekleurd met een ruw witgeel oppervlak. 

• Basaalcelcarcinoom (BCC): een vorm van vorm van huidkanker die vrijwel nooit uitzaait en is daarom zelden levensbedreigend. Er bestaan verschillende vormen: oppervlakkig (ofwel superficieel) groeiend BCC, solide (nodulair) groeiend BCC en sprieterig groeiend BCC. Een basaalcelcarcinoom kan beginnen als een glad, glazig knobbeltje dat heel langzaam groeit. Soms zijn daarin verwijde bloedvaatjes te zien. Op den duur ontstaat in het midden een zweertje (al dan niet met een korstje erop) en daaromheen een rand die parelachtig glanst. Zo’n plekje komt vooral voor in het gezicht en op het (kale) hoofd.

 Plaveiselcelcarcinoom: een kwaadaardige vorm van huidkanker. Deze vorm van ontstaat in de opperhuid en kan soms uitzaaien naar de lymfeklieren en andere organen. Een plaveiselcelcarcinoom kan ontstaan als een bleekroze knobbeltje op de huid, soms met een schilferig, wit centraal gedeelte. Deze plekjes ontstaan vaak op plaatsen die vaak en veel hebben blootgestaan aan zonlicht, bijvoorbeeld in het gezicht (oren, lippen), de nek en op de rug van de hand.

 Melanoom: de vorm van huidkanker die zich uit als een kwaadaardige tumor, een meestal donker gekleurde moedervlek. Het is de meest levensbedreigende vorm van huidkanker, omdat relatief snel uitzaaiingen ontstaan.

 

Afbeeldingen van de vier meest voorkomende soorten vlekjes op de huid (actinische keratose, basocellulaire en spinocellulaire carcinomen en melanomen) zijn beschikbaar via de volgende links:

http://www.euromelanoma.org/actinic-keratosis 
http://www.euromelanoma.org/basal-cell-cancer 
http://www.euromelanoma.org/squamous-cell-cancer 
http://www.euromelanoma.org/melanoma-0

 

 

Let op een verandering. 
De meeste veranderingen zijn onschuldig: kleine wondjes, ontstoken haartjes of krabplekjes komen zeer veel voor en verdwijnen na 1 tot 3 weken vanzelf. Normale tekenen van veroudering zijn rimpels, vlekken en wratjes. 
Indien u een van de volgende veranderingen merkt, dan doet u er het best aan om uw huisarts of huidarts te raadplegen.

• Groeiende of nieuwe moedervlek of pigmentvlek
Een moedervlek hoort op volwassen leeftijd niet meer te groeien. Groeit de moedervlek tot meer dan 6 millimeter doorsnede, laat er dan naar kijken. 

• Een asymmetrische moedervlek (niet rond of ovaal)
Een moedervlek is symmetrisch als er een denkbeeldige streep doorheen is te trekken, en de beide helften aan weerszijden van die streep elkaars spiegelbeeld zijn. Symmetrie is een teken van goedaardigheid, asymmetrie van kwaadaardigheid.

• Kleurverandering van een moeder- of pigmentvlek
Gewone pigmentvlekken hebben meestal één egale kleur. Wanneer de vlek van kleur verandert, zowel donkerder als lichter bruin, roze, rood, wit, blauw en zelfs zwart (verschillende kleurschakeringen binnen één moedervlek) is dat vaak een eerste teken van melanoom.

• Een moeder- of pigmentvlek die van vorm veranderd.
Een pigmentvlek die verandert of dikker wordt, moet altijd nagekeken worden door een arts.
Gewone pigmentvlekken zijn glad, rond of hebben een regelmatige vorm. Een onregelmatige, grillige rand is een teken van kwaadaardigheid.

• Jeukende of bloedende moedervlek 
Een moedervlek die jeukt, pijnlijk aanvoelt of begint te bloeden, moet u altijd laten nakijken.

• Plekje met korstje, dat niet over gaat
Als u een plekje hebt waarop steeds weer een korstje komt, kan dat wijzen op kwaadaardigheid. 

• Een langzaam groeiend rood bultje
Als u op middelbare leeftijd een plekje heeft dat steeds groter wordt, dan kan dat wijzen op kwaadaardigheid. 

• Een eczeemachtig plekje dat niet reageert op een eczeembehandeling
Als u een plekje hebt dat op eczeem lijkt terwijl u nooit eerder eczeem gehad heeft, dan kan dat wijzen op kwaadaardigheid. 

• Zweertje dat niet geneest
Als u een zweertje of wondje hebt dat niet geneest, kan dat wijzen op kwaadaardigheid. 

Twijfelt u of een moedervlek er ‘normaal’ uitziet? Maakt u zich zorgen over plekjes die er vreemd uitzien? Weet u niet zeker of een moedervlek groter geworden is? Laat er dan altijd uw huisarts naar kijken. Hij/zij kan bepalen of een moedervlek of ander plekje nader onderzocht moet worden.

 

 

Meer informatie:
www.euromelanoma.org
www.checkjevlekje.nl

 

 

verschenen op : 18-05-2014