Is elektromagnetische smog dan toch onschuldig?

foto bij artikel Is elektromagnetische smog dan toch onschuldig?

Nieuws onder de loep

Het is haast onmogelijk geworden om niet in contact te komen met elektromagnetische straling afkomstig van gsm’s, wifi routers, laptops, elektriciteitskabels en dergelijke. Geen probleem, zegt een nieuw onderzoek: deze smog is niet schadelijk.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Bezorgdheid om de effecten van elektromagnetische smog op de gezondheid bestaat al verschillende decennia. Over de wijze waarop magnetische velden, waarmee we voortdurend in aanraking komen in onze omgeving, de gezondheid zouden kunnen schaden, bestaat volgende hypothese. De velden zouden chemische reacties in ons lichaam kunnen verstoren waarbij tijdelijk geladen deeltjes (radicalen) gevormd worden. Radicalen hebben een elektron te veel of te weinig, waardoor ze onstabiel zijn en onder invloed van enzymes overgaan naar een stabielere toestand.

Onderzoekers testten deze hypothese in een laboratoriumproef. Ze onderzochten chemische reacties waarbij radicalen gevormd worden in menselijke cellen in een proefbuis en lieten daar elektromagnetische stralen van verschillende sterktes op los. De chemische processen die hier bestudeerd werden, spelen een essentiële rol bij de energiehuishouding, DNA-herstel en sterfte van een cel.

De onderzoekers stelden vast dat elektromagnetische stralen met wisselende sterkte geen enkel effect hadden op de vorming van radicalen noch op het eindproduct van de diverse chemische reacties (1). Daarop besloten ze dat de hypothese dat elektrosmog biologische processen verstoort waarschijnlijk niet juist is.

Bron

(1) Messiha HL, Wongnate T, Chaiyen P, et al. Magnetic field effects as a result of the radical pair mechanism are unlikely in redox enzymes. Journal of the Royal Society – Interface. Published online December 10 2014

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

De studie bevestigt wat ander onderzoek op dit terrein al aantoonde: elektromagnetische velden, waarmee we dagelijks in contact komen, hebben waarschijnlijk geen effect op enzymatische reacties in ons lichaam.

In 2002 werden laagfrequente elektromagnetische velden nog als ‘mogelijk kankerverwekkend’ omschreven door het internationaal kankeronderzoek (International Agency for Reseach on Cancer). Maar later werd deze formulering weer ingetrokken, omdat opeenvolgende studies geen aanwijzingen geven in die richting. Deze studie is de zoveelste die dit bevestigt.

Conclusie

Nieuw onderzoek komt tot de conclusie dat contact met elektrosmog waarschijnlijk onschadelijk is, omdat chemische reacties in menselijke cellen ongemoeid blijven in aanwezigheid van elektromagnetische stralen. Althans in een laboratoriumproef.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2014/12December/Pages/Electromagnetic-smog-unlikely-to-harm-humans.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 23/12/2014 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Kunnen mensen met een beroerte tegenwoordig genezen worden?

foto bij artikel Kunnen mensen met een beroerte tegenwoordig genezen worden?

Nieuws onder de loep

Bij mensen die door een beroerte getroffen worden kan men dankzij een nieuwe ingreep de oorzakelijke bloedklonter uit de hersenen verwijderen. Hierdoor zouden zij ‘onverwacht goed herstellen’, klinkt het.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Een beroerte ontstaat meestal doordat een bloedvat dat de hersenen van bloed voorziet, verstopt geraakt door een klonter. Een recente Nederlandse studie onderzocht bij 500 mensen die met een beroerte opgenomen werden, of het verwijderen van de klonter een heilzaam effect had. De helft van de mensen kreeg de traditionele behandeling. Bij de andere helft werd met een katheter via een slagader de klonter verwijderd. De doeltreffendheid van de behandeling werd beoordeeld door de zelfredzaamheid van de patiënten 3 maanden na de beroerte te evalueren (1). De mensen die met de nieuwe techniek behandeld werden deden het beter dan de anderen: 1 op 3 (32,6%) van hen kon zichzelf goed blijven behelpen, terwijl dat in de andere groep slechts 1 op 5 (19,1%) was. Het aantal mensen dat overleden was, was in de beide groepen hetzelfde (20%).

Bron

(1)Berkhemer OA et al (the MR CLEAN Investigators ). A Randomized Trial of Intraarterial Treatment for Acute Ischemic Stroke. N Engl J Med. 2014 Dec 17.

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Ofschoon de nieuwe behandeling een gunstig effect blijkt te hebben, blijven de vooruitzichten na een zware beroerte voor vele patiënten somber. De helft van hen die met de nieuwe methode behandeld werd (hun gemiddelde leeftijd was 65 jaar), was 3 maanden later nog zwaar gehandicapt of reeds overleden. We willen hier wel benadrukken dat de prognose voor de doorsnee CVA patiënt beter is dan voor de hier onderzochte groep.

Het aantal overlijdens in de twee studiegroepen was hetzelfde. Indien de nieuwe behandeling zeer doeltreffend zou zijn, zou men verwachten dat ook het aantal overlijdens erdoor vermindert. Niet dus. Opdat de ingreep succcesvol zou kunnen zijn, moet er namelijk een collaterale circulatie zijn, een parallel circuit zeg maar, dat bloed naar het getroffen hersengebied kan voeren. Nagaan of dat aanwezig is, vraagt extra onderzoek en daar is geen tijd voor. Snel handelen is immers essentieel bij een beroerte.

De toestand van de mensen die deze ingreep hadden ondergaan, werd na drie maanden geëvalueerd door een onafhankelijke onderzoeker aan de hand van een gestructureerde vragenlijst.

Mogelijk is het algemeen effect van de ingreep in de studie wat overschat omdat de beoordeling van de zelfredzaamheid van de mensen die de behandeling kregen wat te optimistisch was. De mensen die de bijzondere ingreep hadden ondergaan waren mogelijk geneigd om hun algemene toestand gunstiger in te schatten dan de mensen die op basis van lottrekking de klassieke behandeling ‘moesten’ krijgen.

Enige zin voor kritiek op de resultaten van de studie is dus zeker niet ongepast. Bovendien moet opgemerkt worden dat de ingreep een uiterst efficiënte organisatie van de betrokken ziekenhuisdienst vereist en een bijzondere vaardigheid van het team dat de ingreep uitvoert.

Conclusie

Een nieuwe ingreep bij mensen die met een zware beroerte in het ziekenhuis opgenomen worden leidt ertoe dat sommigen onder hen achteraf minder ernstig gehandicapt blijven. Het gaat om een complexe ingreep die een bijzondere ervaring vereist van een gespecialiseerd team.

Referenties

Hans Van Brabandt, Cebam

klokje bij datum van publicatie verschenen op 26/12/2014 | Cebam | bewerkt door

periodieke patienten richtlijnen: Acne

Wat is het? 

Acne vulgaris, kortweg acne genoemd, is de medische term voor jeugdpuistjes. Een normale huid wordt soepel gehouden en beschermd tegen uitdroging door talg. Dit is een soort van olie die wordt aangemaakt door de talgklieren in de huid en via de huidporiën wordt afgescheiden. Acne ontstaat als deze poriën verstopt geraken en de talg zich ophoopt. Dit vormt mee-eters of comedonen. Vaak is er een bijbesmetting met bacteriën.
De aandoening begint typisch in de puberteit onder invloed van hormonale veranderingen. Bij de ene adolescent blijft het beperkt tot enkele puistjes, bij de andere is de acne een uitgebreide huidaandoening die gepaard kan gaan met psychische problemen. Ook volwassenen kunnen er nog last van hebben.
Sommige vormen van acne ontstaan door uitwendige factoren. Meestal gaat het dan om contact met stoffen die de talgklier verstoppen, zoals sommige cosmetica. Ook mechanische factoren (druk en wrijving) kunnen een bestaande acne verergeren. Ten slotte kunnen bepaalde geneesmiddelen, zoals cortisone, aanleiding geven tot het ontstaan of verergeren van acne.
Acne is niet het gevolg van het eten van vet voedsel of chocolade. Het is evenmin een infectieziekte, en dus helemaal niet besmettelijk. Ook hygiëne, transpiratie, roken, spanningen of stress houden geen verband met acne.

Hoe vaak komt het voor? 

Op 1000 adolescenten hebben er 8 last van acne. De aandoening komt vooral voor tussen de leeftijd van 15 tot 24 jaar, en vaker bij vrouwen dan bij mannen. Acne treedt op steeds jongere leeftijd op, omdat kinderen vroeger in de puberteit komen. Meestal geneest acne spontaan rond het 25e levensjaar. Bij een klein percentage blijft de aandoening langer bestaan.

Hoe kun je het herkennen? 

Je krijgt puistjes in het gezicht, op de rug, schouders of borst. Kenmerkend voor acne zijn de mee-eters (comedonen). Er vormt zich dan een wit bultje op de talgklier, dat later zwart kan worden. Is de talgklier ontstoken, dan ontstaat er een rood puistje (papel) met uiteindelijk vaak een geel kopje (pustel). Dit kan openbarsten en genezen met vorming van een litteken.

Hoe stelt je arts de aandoening vast? 

De arts zal je huid onderzoeken om te zien of je mee-eters en puistjes hebt, en om de littekens en verkleuringen te bekijken die zij hebben nagelaten. Hij zal ook steeds vragen of je het hiermee emotioneel moeilijk hebt.

Wat kun je zelf doen? 

Laat je huid zoveel mogelijk met rust. Was met lauw water, en dep daarna voorzichtig droog. Overmatig wassen, wrijven en masseren is onverstandig; het irriteert de huid en helpt niet. Het uitknijpen, uitdrukken van puistjes of eraan krabben kan nieuwe puistjes en littekentjes doen ontstaan. Alleen open mee-eters (met zwart puntje) kun je eventueel voorzichtig uitdrukken met de zijkant van je vingers (dus niet met je nagels). Het kan ook met een comedonen-quetscher. Dit is een minilepeltje met een gaatje in het midden. Was voor het uitdrukken je huid met lauw water.
Gebruik liever geen make-up. Die bevat immers bepaalde stoffen die het ontstaan van acne kunnen bevorderen. Doe je dat toch, kies dan voor cosmetica op waterbasis. Ook reinigingscrèmes of haarwax kunnen de acne verergeren.
Zonlicht helpt niet tegen acne. In een vochtige omgeving (tropen) kan zonlicht de acne zelfs verergeren. Of een zonnebank helpt, is niet duidelijk.
Vermijd geneesmiddelen, zoals cortisone, die acne in de hand kunnen werken.

Wat kan je arts doen? 

Geneesmiddelen voor uitwendig gebruik
Lokale medicatie volstaat meestal om milde acne te behandelen. Was de huid dagelijks met water en zeep of antibacteriële reinigingsmiddelen. Breng daarna retinoïnezuurcrème (tretinoïne), gel met adapaleen of crème of gel met benzoylperoxide (3-10%) in een dun laagje aan. Deze middelen zorgen ervoor dat de huid afschilfert, zodat de talg gemakkelijk naar buiten kan. Dit voorkomt het ontstaan van mee-eters. Benzoylperoxide remt bovendien ook in geringe mate de bacteriegroei af. In het begin kunnen deze geneesmiddelen irritatie veroorzaken. Gebruik ze daarom eerst in een lage concentratie en spoel ze na een paar uur weg. Met de tijd verdraagt je huid het geneesmiddel beter. Opgelet want benzoylperoxide verbleekt haar, textiel (kleren) en metaal (bril en sieraden). Wees daarom voorzichtig en gebruik een handdoek om je kleren te beschermen. Vermijd intensief contact met zonlicht en UV-straling (zonnebank).
Retinoïnezuur mag niet gebruikt worden tijdens de zwangerschap of borstvoeding.
Matige tot ernstige acne kun je ook behandelen met lokale antibiotica (vb. clindamycine) of een combinatiegel met benzoylperoxide en clindamycine. Deze gel remt vooral de groei van bacteriën af. Bij een zeer uitgebreide vorm van acne kan aan de behandeling ultraviolet lichttherapie als een kuur van 15 behandelingen toegevoegd worden. Hiervoor gebruikt men gefilterde UV-stralen zoals bij psoriasis.

Geneesmiddelen voor inwendig gebruik
Als je met een lokale behandeling na 2 à 3 maanden onvoldoende resultaat boekt, kan de arts je medicatie voor inwendig gebruik voorschrijven, zoals tetracycline en erythromycine (antibiotica). Die neem je gedurende enkele maanden. Tabletten geven uiteraard meer kans op bijwerkingen dan crèmes. Zo kan erythromycine maag- en darmklachten geven, terwijl tetracycline de gevoeligheid van de huid voor zonlicht verhoogt (fotosensibilisatie). Deze medicatie kun je gelijktijdig nemen met de lokale behandeling en lichttherapie.
Voor vrouwen kan de arts ook een hormonale behandeling voorschrijven. Een bepaald type anticonceptiepil (op basis van cyproteronacetaat en oestrogeen) die je gedurende minstens 6 maanden neemt, kan helpen. Het nadeel ervan is dat je dan een verhoogd risico hebt op klontervorming in het bloed (trombose). Dit is een zeldzame, maar wel ernstige bijwerking. Volgens onderzoek met de gewone anticonceptiepil (op basis van oestrogeen en progestageen) treedt ook hiermee een duidelijke verbetering op. Daarom is het waarschijnlijk beter om voor deze gewone pil te kiezen.
Een ander middel dat de talgproductie onderdrukt, is isotretinoïne. Dit geneesmiddel bevat een stof die verwant is aan vitamine A. Het is een zeer doeltreffend middel tegen ernstige vormen van acne, die onvoldoende reageren op andere middelen. Het is enkel te verkrijgen op voorschrift. De meest voorkomende bijwerking van isotretinoïne is het uitdrogen van de lippen, het neusslijmvlies, de ogen en de huid. Soms stijgen leverenzymen en vetten in het bloed tijdens de behandeling. Daarom is bloedcontrole nodig. Ben je zwanger, dan mag je isotretinoïne absoluut niet gebruiken. Het kan immers aanleiding geven tot ernstige aangeboren afwijkingen. De arts zal dus voor aanvang van de behandeling een eventuele zwangerschap uitsluiten. Ook tijdens en tot een maand na het stoppen van dit geneesmiddel moeten vrouwen extra maatregelen nemen om een zwangerschap te voorkomen. De arts zal de voor- en nadelen van deze behandeling zorgvuldig tegen elkaar afwegen. Bij ernstige vormen van acne en voor de behandeling van littekens zal hij je daarom doorverwijzen naar de dermatoloog.

Bronnen

www.ebmpracticenet.be
www.nhg.org/standaarden/nhg-standaard-acne
www.huidarts.info
www.thuisarts.nl
http://bestpractice.bmj.com/patient-summaries/acne
www.clinicalevidence.com

Leidt shiftwerk tot een ongezonde levensstijl?

foto bij artikel Leidt shiftwerk tot een ongezonde levensstijl?

Nieuws onder de loep

Shiftwerkers zijn vaker chronisch ziek en ook dikker dan mensen met regelmatige werkuren. Wie in een ploegensysteem werkt, doet zijn gezondheid geen cadeau, zegt een nieuwe Britse studie.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Onderzoekers interviewden een representatief staal van de Britse bevolking over werk en gezondheid. De deelnemers waren minstens 16 jaar oud en hadden een baan. Afhankelijk van de werkindeling – meestal shiftwerk, af en toe shiftwerk en nooit shiftwerk – werden de respondenten verdeeld in shiftwerkers (werkuren buiten 7 uur ’s morgens en 7 uur ’s avonds) en niet-shiftwerkers (1).

De belangrijkste conclusies uit de interviews waren de volgende: mannen doen vaker shiftwerk dan vrouwen en jonge mensen (16 – 24 jaar) werken vaker in een ploegsysteem dan oudere. Shiftwerkers staan lager op de sociale ladder en verdienen gemiddeld minder dan niet-shiftwerkers. Wat de gezondheid van shiftwerkers in vergelijking met niet-shiftwerkers betreft, viel het volgende op: zowel mannen als vrouwen voelen zich ongezonder, hebben vaker overgewicht, lijden vaker aan een chronische ziekte zoals diabetes, roken vaker, eten minder fruit en groenten, maar drinken wel iets minder.

De onderzoekers veronderstellen dat shiftwerk de interne klok verstoort, waardoor men minder goed slaapt. Slecht slapen wordt in verband gebracht met een ongezondere leefstijl en dus een groter risico op chronische ziekte. Verder speelt het lagere inkomen een bijkomende rol: mensen die minder verdienen, en financiële zorgen hebben, leven doorgaans ongezonder dan grootverdieners. De onderzoekers besluiten dat shiftwerk niet ideaal is voor de gezondheid.

Bron

(1) Health & Social Care Information Centre. Shift Work (PDF, 738kb). December 2014

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Dat werken in ploegen, met een betrekkelijk laag inkomen en een chronisch slaapgebrek als frequente gevolgen, niet ideaal is voor de gezondheid, behoeft eigenlijk geen studie.

Wat is de relevantie van dergelijk onderzoek? Moeten shiftwerkers een andere job zoeken met regelmatige werkuren om gezonder te kunnen leven? De meeste mensen hebben die luxe niet. Hooguit kunnen een aantal adviezen gegeven worden aan shiftwerkers, met als belangrijkste punt: zorg dat je voldoende slaapt. Creëer een omgeving waar je goed kan slapen: donkere gordijnen, oordoppen en een oogmaskertje kunnen helpen. Vermijd te veel koffie en energiedranken. En maak ook tijd voor voldoende lichaamsbeweging: liefst een half uurtje per dag (nacht).

Conclusie

Werken in ploegen helpt je zelden om gezond te leven.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2014/12December/Pages/Shift-workers-more-likely-to-report-poor-health.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 24/12/2014 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Kan een gezonde leefstijl kanker voorkomen?

foto bij artikel Kan een gezonde leefstijl kanker voorkomen?

Nieuws onder de loep

Niet roken, niet drinken, veel bewegen en gezond eten is goed voor je gezondheid. Dat is nogmaals bewezen dankzij een Nederlandse studie. Een gezonde levenswijze zou jaarlijks 40.000 kankerdiagnoses kunnen schelen.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Niet roken, niet drinken, veel bewegen en gezond eten is goed voor je gezondheid. Dat is nogmaals bewezen dankzij een Nederlandse studie. Een gezonde levenswijze zou jaarlijks 40.000 kankerdiagnoses kunnen schelen.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Het onderzoek, in opdracht van KWF Kankerbestrijding en gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, zet op een rij hoe vaak een ongezonde levensstijl kanker veroorzaakt (1). Daaruit blijkt dat 19.000 rokers de ziekte krijgen. Een fout eetpatroon leidt tot 9.500 kankerdiagnoses per jaar. Overgewicht is verantwoordelijk voor 3.600 kankerdiagnoses, alcohol 2.900 en te weinig beweging voor 2.100. Studies in andere landen tonen een vergelijkbare trend aan, met het verschil dat overgewicht in Groot-Brittannie de grootste boosdoener is. In Frankrijk is dat dan weer alcohol.

De checklist van de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek voor een gezonde levensstijl en kankerpreventie:

  • Niet roken
  • Geen alcohol drinken. Matige consumptie verkleint kans op hart- en vaatziekten.
  • Een gezond BMI (minder dan 25)
  • Minstens vijf keer per week een half uur bewegen
  • Dagelijks meer dan 200 gram groente en fruit
  • Minder dan 500 gram vlees per week, geen bewerkt vlees zoals worst of salami
  • 30 gram vezels per dag voor vrouwen, 40 gram voor mannen. Vezels vind je terug in volkorenproducten, groenten, fruit, peulvruchten. Vb. Eén volkorenbroodje = 3,8 gram vezels.
  • 1.000 mg calcium per dag
Bron

(1) Lanting CI et al. Bijdrage van leefstijlfactoren aan kanker. Secundaire analyse van nederlandse gegevens voor 2010 met een voorspelling voor 2020. Nederlands Tijdschrift voor geneeskunde 2014; 158: A8085.

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Deze studie maakte een berekening van het aantal kankerdiagnoses door factoren die te maken hebben met de leefstijl. De onderzoekers richtten zich op beïnvloedbare factoren, namelijk: roken, alcohol, overgewicht, beweging en voedingspatroon.

De berekening was gebaseerd op een aantal gegevens. Allereerst, de aantallen mensen met bepaalde leefstijlpatronen. Er bestaan verschillende databanken met gegevens, zo is er een databank met het aantal rokers in Nederland. Ten tweede, het risico tussen een bepaalde leefgewoonte en het ontwikkelen van kanker. Deze is gebaseerd op de resultaten van de nieuwste wetenschappelijke studies. Ten slotte, het voorkomen van kanker. Uit deze drie gegevensbanken werd berekend hoeveel mensen kanker kregen als gevolg van een bepaalde leefgewoonte.

Het is belangrijk te weten dat de resultaten van deze studie schattingen zijn. Alle gegevens kennen een bepaalde mate van onzekerheid omdat ze zijn gebaseerd op een steekproef. Het is nu eenmaal niet mogelijk om alle Nederlanders te bevragen over hun eet- of beweegpatroon. Ook de studies naar het verband tussen eetgewoonten en kanker zijn gebaseerd op een steekproef. Het effect van deze onzekerheden is niet duidelijk, sommige zullen leiden tot een overschatting van de bijdrage, andere zullen de bijdrage onderschatten.

Daarnaast is het belangrijk te realiseren dat het gaat om een gemiddelde kans voor een groep mensen. 1.948 vrouwen kregen baarmoederkanker, bij 565 (29%) zou dit toe te schrijven zijn aan overgewicht. Dit betekent dat ook vrouwen zonder overgewicht baarmoederkanker kunnen krijgen, al is die kans wel kleiner.

Tot slot, de studie is gedaan in Nederland en als er verschillen zijn in leefstijlfactoren met België zal dat doorwegen in de resultaten. Een studie naar kanker door overgewicht in Europese landen vond gelijkaardige cijfers voor België en Nederland (2). Bij vrouwen was 3% van de kankerdiagnoses het gevolg van overgewicht. Bij mannen was dat 2%.

Conclusie

Een gezonde leefstijl kan kanker voorkomen. De gevonden percentages zijn een schatting met een grote marge van onzekerheid .

Referenties

(2) Renehan AG et al. Incident cancer burden attributable to excess body mass index in 30 European countries. Int J Cancer. 2010 Feb 1;126(3):692-702. doi: 10.1002/ijc.24803.

klokje bij datum van publicatie verschenen op 19/12/2014 | Cebam | geschreven door Trudy Bekkering