Schuilnamen voor suiker (artikel van A.Vogel, zie weblink onderaan)

  • Acesulfaam-K (E-nummer E950)
  • Agavenectar
  • Agavesiroop
  • Ahornsiroop
  • Aspartaam (E-nummer E951)
  • Aspartaam-acesulfaamzout (E-nummer E962)
  • Barbados suiker
  • Basterdsuiker
  • Basterdsuiker (licht of donker)
  • Bietsuiker
  • Blackstrap Molasses
  • Bruine suiker
  • Caramel (verhitte suiker)
  • Carob siroop
  • Cassonade
  • Cyclamaat (E-nummer E952)
  • D-glucose
  • Dadelstroop
  • Demerara
  • Dextrose
  • Druivensuiker
  • Erythritol (E-nummer E968)
  • Esdoornsiroop
  • Fructose
  • Fructosestroop
  • Fruitsuiker
  • Galactose
  • Geconcentreerd appelsap
  • Geconcentreerd perensap
  • Geconcentreerd vruchtensap
  • Geleisuiker
  • Geraffineerde suiker
  • Glucose
  • Glucose-fructosestroop
  • Glucosestroop
  • Groene Stevia
  • Gula aren
  • Gula djawa
  • Gula kelapa
  • Honing
  • Invertstroop
  • Invertsuiker
  • Isomalt (E-nummer E953)
  • Johannesbrood siroop (E-nummer E410)
  • Kandij(-suiker)
  • Kaneelsuiker
  • Karamel (E-nummer E150a)
  • Karamel aroma (E-nummer E621)
  • Kokosbloemsuiker
  • Kokosbloesemsuiker
  • Kristalsuiker
  • Lactitol (E-nummer E966)
  • Lactose
  • Maïsstroop
  • Malt
  • Maltitol (E-nummer E965)
  • Maltitolstroop (E-nummer E965)
  • Maltodextrine (E-nummer E621)
  • Maltose
  • Maltsuiker
  • Mannitol (E-nummer E421)
  • Maple Syrup
  • Maïssuiker
  • Melasse
  • Melkpoeder (bevat 51% suiker)
  • Melksuiker
  • Molasses
  • Moutsuiker
  • Muscovado
  • Nectar
  • Neohesperidine-DC (E-nummer E959)
  • Neotaam (E-nummer E961)
  • Oersuiker
  • Palmsuiker
  • Panela
  • Panocha
  • Parelsuiker
  • Piloncillo
  • Poedersuiker
  • Polyglycitol (E-nummer E964)
  • Rietsuiker
  • Rijststroop
  • Rijstsuiker
  • Saccharose
  • Sacharine (E-nummer E954)
  • Sacharose
  • Schenkstroop
  • Siroop
  • Sorbitol (glucitol) (E-nummer E420)
  • Splenda
  • Steviol glycoside (stevia) (E-nummer 960)
  • Stroop
  • Sucralose (E-nummer E955)
  • Sucrose (E-nummer E444)
  • Sukrin
  • Tafelsuiker
  • Tagatose
  • Tarwestroop
  • Thaumatine (E-nummer E957)
  • Treacle
  • Turbinado
  • Vanillesuiker
  • Vruchtensapconcentraat
  • Xylitol (E-nummer E967)
  • Zwarte rietsuikermelasse

verschenen op: http://www.avogel.be/nl/Nieuwsbrief/Schuilnamen-suiker.php

Advertenties

Voorspelt knijpkracht vroegtijdige sterfte door hartziekte?

foto bij artikel Voorspelt knijpkracht vroegtijdige sterfte door hartziekte?

In het nieuws

Mensen met een zwakke handknijpkracht lopen meer risico op een vroegtijdige dood, vooral als gevolg van hart- en vaatziekten. Dat melden Canadese onderzoekers.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Een internationaal onderzoek waaraan 23 universitaire ziekenhuizen uit 17 landen deelnamen, onder leiding van een Canadese onderzoeksgroep, onderzocht het verband tussen handknijpkracht, ziekte en sterfte bij meer dan 140.000 mensen (1). Naast de handknijpkracht, die aan beide handen gemeten werd, werden via vragenlijsten gegevens verzameld over leeftijd, geslacht, activiteit, opleidingsniveau, werk en algemene gezondheid.

De groep werd gemiddeld 4 jaar opgevolgd. Op het einde van de studieperiode was 2% van de deelnemers overleden. De doodsoorzaken werden verzameld en vergeleken met de handknijpkracht bij het begin van de studie. De onderzoekers stelden vast dat een zwakke handknijpkracht een sterke voorspeller bleek van vroegtijdige sterfte, meer zelfs dan de bloeddruk, en een matige voorspeller van hartziekte en beroerte. Ze vonden geen verband tussen handknijpkracht en andere aandoeningen zoals diabetes of longziekten. De studie werd uitgevoerd in landen met een hoge, middelmatige en lage welvaartsstatus, maar inkomen bleek geen impact te hebben op de resultaten.

Bron

(1) Leong DP, Teo KK, Rangarajan S, et al. Prognostic value of grip strength: findings from the Prospective Urban Rural Epidemiology (PURE) study. The Lancet. Published online May 13 2015

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

De studie kan niet aantonen dat het hier gaat om een oorzakelijk verband. Een zwakke handknijpkracht kan evengoed het gevolg zijn van een ziekte die vervolgens leidt tot vroegtijdig overlijden. Om die kans te verminderen, werden mensen met ernstige hart- en vaatziekten wel uitgesloten van deelname aan het onderzoek.

Een andere bedenking is: wat doe je met zo’n vaststelling? Het is niet omdat een zwakke handknijpkracht het risico op hartziekte verhoogt, dat krachttraining om de knijpkracht te vergroten dit risico kan omkeren. Er kan met andere woorden geen preventieve actie aan gekoppeld worden. Een hoge bloeddruk kan je corrigeren met bloeddrukverlagers, maar wat doe je met een zwakke knijpkracht?

Conclusie

Deze studie vindt een verband tussen handknijpkracht en het risico op vroegtijdig overlijden door hart- en vaatziekte.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2015/05May/Pages/Could-testing-grip-strength-help-predict-heart-disease-risk.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 18/05/2015 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Kan een onschuldig medisch onderzoek schadelijk zijn?

foto bij artikel Kan een onschuldig medisch onderzoek schadelijk zijn?

In het nieuws

Het plotse overlijden van Gregory Mertens en Tim Nicot na een hartstilstand wakkert de discussie over preventieve hartscreenings bij topsporters weer aan. Ook in het buitenland buigen deskundigen zich over de vraag of zulke tests standaard zouden moeten ingevoerd worden.

Waar komt dit nieuws vandaan?

De meeste topsporters worden in hun ploeg of club voortdurend medisch begeleid en krijgen een aantal cardiologische onderzoeken. De dood van enkele topsporters doet opnieuw vragen rijzen naar het invoeren van sportscreening voor alle sporters: doel is om bij een klachtenvrije sporter door middel van een elektrocardiogram (EKG) de diagnose te stellen van een hartziekte die later aanleiding kan geven tot een hartstilstand.

Het probleem is dat het EKG een onbetrouwbare test is om plotse dood bij een sporter te voorspellen. Terwijl voorstanders van screening hopen dat zij jaarlijks een aantal gevallen van plotse dood kunnen vermijden, redeneren tegenstanders dat hiervoor geen wetenschappelijk bewijs bestaat, maar dat de nadelen van screening erg groot zijn. Het is niet denkbeeldig dat 1% van de gescreende jongeren finaal gediskwalificeerd wordt voor verdere competitieve sportbeoefening. Dit betekent dat indien er jaarlijks 500.000 ‘kerngezonde’ jongeren onderzocht worden, er elk jaar 5.000 sport ontzegd wordt. Vanaf dan gaan ze ook door het leven als hartpatiënt (1).

Bron

(1) http://www.gezondheidenwetenschap.be/gezondheidsnieuws-onder-de-loep/moeten-amateursporters-gescreend-worden

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Omdat de ongerustheid rond sportscreening blijft, bekijken we hier hoe een eenvoudig onderzoek zoals een elektrocardiogram, of in andere gevallen een bloedonderzoek, een radiografie of elk ander medisch onderzoek, schadelijk kan zijn.

Een ideale medische test voldoet aan twee eisen: hij is afwijkend (‘positief’) bij alle mensen die een bepaalde aandoening hebben en hij is normaal (‘negatief’) bij alle mensen die de aandoening waar men naar zoekt níet hebben. Nemen we als voorbeeld het meten van de koorts als test om de diagnose van oorontsteking te stellen. Het ware ideaal indien bij een kind met een oorontsteking de diagnose met zekerheid kan gesteld worden wanneer het kind een lichaamstemperatuur heeft van precies 39,0 graden. Zo eenvoudig is het echter niet. Sommige kinderen met een oorontsteking hebben meer of minder dan 39,0 graden koorts. Ook kinderen met griep, maar zonder oorontsteking, kunnen 39,0 graden koorts hebben. Het volstaat voor de arts dus niet om de koorts te meten om een correcte diagnose (‘oorontsteking’) te stellen. Er zijn bijkomende testen nodig: heeft het kind oorpijn? Ziet het trommelvlies er ontstoken uit?

Een perfecte test bestaat niet. Soms zal hij een diagnose missen: de test is normaal, hoewel de patiënt de ziekte heeft. De test heet dan ‘vals-negatief’. Hij kan ook afwijkend zijn bij iemand die de ziekte níet heeft. In dat geval spreekt men van een ‘vals-positieve’ test. Een test die weinig valse resultaten oplevert is een goede test. In het andere geval is hij minder goed, of zelfs nutteloos. Maar testen kunnen ook schadelijk zijn. We geven enkele voorbeelden.

Het is duidelijk waarom een vals-negatieve of een vals-positieve test schadelijk kan zijn. Een vals-negatief onderzoek kan maken dat iemand die mogelijk voordeel had bij een vroegtijdige ontdekking van een kanker misschien niet meer kan geholpen worden als de kanker later ontdekt wordt. Een vals-positieve test is schadelijk omdat deze niet alleen angst en spanning veroorzaakt, maar ook leidt tot bijkomende onderzoeken en eventueel nutteloze behandelingen. Vrouwen die bij borstkankerscreening een vals-positieve mammografie ondergingen, zijn bovendien meer geneigd om zich later niet meer aan te bieden voor een tweejaarlijkse controle, om niet opnieuw onnodig ongerust gemaakt te worden. Zo verliezen ze het mogelijk voordeel van een tweejaarlijkse borstkankerscreening.

Ook in gevallen waar een test leidt tot een correcte diagnose kan hij schadelijk zijn. Een juist-positieve test is nuttig wanneer het betrokken individu daardoor beter kan behandeld worden dan zonder de test. Een correcte diagnose van appendicitis laat een arts toe meteen in te grijpen. Een correcte diagnose van het soort virus dat een verkoudheid veroorzaakt is nutteloos. Een verkoudheid hoeft geen behandeling en geneest vanzelf. Gaat het om de diagnose van een zeer kwaadaardige kanker waar niets meer aan te doen is, dan kan een vroegtijdige diagnose schadelijk zijn, omdat ze de nietsvermoedende patiënt vroeger en dus langer ongelukkig maakt. Een juist-negatieve test is ook niet noodzakelijk gunstig op lange termijn. Een roker die wegens angst voor longkanker een radiografie van de longen laat nemen en deze is negatief, kan zich daardoor veilig gaan voelen en beslissen om verder te roken.

Conclusie

Medische tests spelen een belangrijke rol bij het stellen van een correcte diagnose. Geen enkele test is evenwel perfect. In sommige gevallen kan een test nadelige gevolgen hebben. Alvorens een test uit te voeren – zelfs wanneer deze op zich totaal onschuldig lijkt – moet correcte informatie verschaft worden over de voor- en nadelen ervan.

Het is momenteel niet geweten of screening van jonge amateursporters het risico op plotse dood vermindert. Daartegenover bestaat meer zekerheid over de mogelijke nadelen: veel sporters zou onterecht het sporten ontzegd worden.

Referenties

https://kce.fgov.be/nl/publication/report/moeten-jonge-sporters-een-hartscreening-ondergaan#.VVsTfeEpqT0

klokje bij datum van publicatie verschenen op 19/05/2015 | Cebam | geschreven door Marleen Finoulst

Is er een nieuw medicijn voor mucoviscidose in de maak?

foto bij artikel Is er een nieuw medicijn voor mucoviscidose in de maak?

In het nieuws

Een nieuwe combinatietherapie brengt hoop voor mucopatiënten. Testen op meer dan 1.000 mensen tonen aan dat lumacaftor en ivacaftor de longfunctie verbeteren en de algemene levenskwaliteit verhogen.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Mucoviscidose of taaislijmziekte is een erfelijke aandoening waarbij een storing ontstaat in de productie van slijm ten gevolge van een genetische fout (mutatie in het CFTR-gen). Slijm wordt zo taai dat het amper kan worden opgehoest, met talrijke luchtwegproblemen tot gevolg. Mensen met mucoviscidose hebben daardoor een lagere levensverwachting.

Een internationale onderzoeksgroep testte een nieuwe therapie voor mucosviscodose (1). In het onderzoek werd een combinatietherapie uitgetest, in twee verschillende doseringen, bij 1.122 mucopatiënten van 12 jaar en ouder. Ze droegen allemaal dezelfde fout in het CFTR-gen (Phe508del): er zijn namelijk genetische variaties bij mucoviscidose, maar bij 45% van de patiënten komt exact dezelfde mutatie voor. Het is die groep die geselecteerd werd voor deze studie. De deelnemers kregen het nieuwe medicijn (lumacaftor) in 400mg of 600mg, in combinatie met een ander medicijn (ivacaftor) ofwel een placebo. De placebopillen zagen er precies hetzelfde uit als de werkzame medicijnen. De behandeling werd 24 weken voortgezet en nadien werden de longfunctie, de body mass index en de levenskwaliteit geëvalueerd.

De onderzoekers stelden vast dat voor beide dosissen van het nieuwe lumacaftor de behandelde patiënten hoger scoorden voor de drie parameters in vergelijking met placebo. Ze concludeerden dat de nieuwe combinatietherapie veelbelovend is voor 45% van de patiënten met mucoviscidose, namelijk deze met de meest voorkomende mutatie.

Bron

(1) Wainwright CE, Elborn JS, Ramsey BW, et al. Lumacaftor–Ivacaftor in Patients with Cystic Fibrosis Homozygous for Phe508del CFTR. The New England Journal of Medicine. Published online May 17 2015

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Het gaat om een goed uitgevoerd onderzoek bij een grote groep patiënten. De verbetering in longfunctie werd gemeten via de FEV1-waarde: dit is de hoeveelheid lucht die iemand geforceerd kan uitademen in de eerste seconde na een diepe inademing. Ze verbeterde tussen 2,6 en 4%. Wat dit betekent voor een patiënt is minder duidelijk. Patiënten gaven wel aan via vragenlijsten dat hun levenskwaliteit beter was, vooral omdat ze minder longinfecties hadden. De body mass index nam toe met 0,13 tot 0,41 punten. Opvallend is wel dat 4,2% van de behandelde groep de behandeling moest stopzetten wegens nevenwerkingen.

De nieuwe therapie kan iets toevoegen aan de bestaande behandelingen voor mucoviscidose en moet nu verder onderzocht worden in langetermijnstudies.

Conclusie

Een nieuwe combinatie van medicijnen heeft een gunstige impact op de levenskwaliteit van mensen met mucoviscidose. De combinatie is enkel getest bij mensen met de meest voorkomende mutatie (45% van alle mucopatiënten). Het nieuwe middel is nog niet op de markt.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2015/05May/Pages/Drug-combination-for-cystic-fibrosis-looks-promising.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 20/05/2015 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Is flessenwater gezonder dan leidingwater?

foto bij artikel Is flessenwater gezonder dan leidingwater?

Door u gekozen

De consumptie van flessenwater is de voorbije 20 jaar enorm gestegen, vooral in Europa. Terwijl water uit de kraan zoveel malen goedkoper is. Zijn er redenen om water in flessen te verkiezen boven leidingwater?

Wat is hierover geweten?

Flessenwater is water afkomstig uit natuurlijke bronnen. De bron voor Spa bevindt zich bijvoorbeeld in de Hoge Venen (er zit een soort bunker rond uit veiligheidsoverwegingen). Andere merken bottelen water afkomstig uit andere bronnen. Flessenwater is veel duurder dan leidingwater.

Mensen kopen flessenwater om diverse redenen, zo leert onderzoek (2). Ze vinden het lekkerder en aantrekkelijker, en veronderstellen dat het gezonder is dan water uit de kraan.

Gevraagd naar de redenen waarom het gezonder zou zijn, antwoorden consumenten in een onderzoek dat het mineraalgehalte van flessenwater groter is. In werkelijkheid klopt dit slechts voor enkele merken. Leidingwater bevat ook mineralen zoals magnesium en calcium, soms zelfs meer dan flessenwater, maar dat is minder bekend.

Anderen drinken flessenwater omdat ze bezorgd zijn over de veiligheid van leidingwater, terwijl water uit de kraan het meest en best gecontroleerde voedingsproduct is waarover we beschikken. Het is 100% veilig. Drinkwatermaatschappijen worden bij wet verplicht het leidingwater continu te controleren op minstens 60 parameters die betrekking hebben op de gezondheid van de consument (3).

De controle op flessenwater is minder streng. Zo is flessenwater niet vrij van micro-organismen, terwijl leidingwater dat wel is. Om leidingwater te ontdoen van virussen en bacteriën wordt chloor toegevoegd. De chloorgeur van leidingwater kan wel storend zijn, maar het is niet schadelijk en het vervliegt snel.

Sommige jonge ouders durven geen leidingwater te gebruiken om babymelk te bereiden, wat in gebouwen waar nog loden leidingen zitten wel een terechte bekommernis kan zijn. In zo’n geval is het inderdaad beter geen leidingwater te gebruiken voor de bereiding van zuigelingenvoeding (3). Drinkwatermaatschappijen zijn niet verantwoordelijk voor de kwaliteit van binnenleidingen.

Dan is er nog de verpakking. Flessenwater wordt in flessen verkocht, meestal in plastic flessen. De bekommernis over plastic deeltjes die migrereren in het water en kankerverwekkend zouden zijn, is onterecht. De sporen van kankerwekkende stoffen uit PET-flessen in het bronwater zijn zeer miniem en niet schadelijk voor de gezondheid.

Een laatste bedenking is de afvalberg: flessenwater is net als andere dranken uit flessen 1000 maal slechter voor het milieu, omwille van de verpakking.

Bron

(1) http://www.gezondheidenwetenschap.be/onderwerpen

Hoe kunnen we dit interpreteren?

Flessenwater wordt vooral verkozen voor zijn smaak: sommige mensen houden niet van de smaak van leidingwater. De chloorgeur is te voorkomen met een druppeltje citroen en leidingwater smaakt ook frisser wanneer je het in een kan in de koelkast bewaart.

Het gezondere imago van flessenwater heeft met perceptie en marketing te maken. Neem nu calcium. Sommige merken pakken uit met extra calcium in het water. Calcium is een synoniem voor kalk, dat wat waterontharders uit het leidingwater halen om huishoudmachines langer te laten meegaan. Calcium wekt een positiever gevoel op dan kalk, terwijl het precies hetzelfde is.

Mineraalwater is eveneens een misleidende naam. Flessenwater bevat soms minder mineralen dan leidingwater. Overigens wordt de behoefte aan mineralen ruimschoots ingelost via de voeding. Bronwater of flessenwater is correcter.

Voor leidingwater wordt geen reclame gemaakt. Daardoor wordt het niet gepercipieerd als gezond, zuiver, microbenvrij, bron van calcium en magnesium, goed voor de lijn, enzovoort. Overigens is het totaal overbodig om leidingwater te filteren.

Conclusie

Flessenwater is niet gezonder dan water uit de kraan. Maar veel mensen verkiezen de smaak van flessenwater, omwille van het chloorluchtje van leidingwater. Flessenwater is wel veel duurder en de flessen zorgen voor een gigantische afvalberg.

Referenties

(2) Ward LA, Cain OL, Mullally RA, Holliday KS et al. Health beliefs about bottled water: a qualitative study. BMC Public Health 2009;9:196

(3) http://www.zorg-en-gezondheid.be/v2_default.aspx?id=21815&terms=drinkwater

klokje bij datum van publicatie verschenen op 21/05/2015 | Cebam | geschreven door Marleen Finoulst

Bestaat er een verband tussen hooikoorts, astma en prostaatkanker?

foto bij artikel Bestaat er een verband tussen hooikoorts, astma en prostaatkanker?

In het nieuws

Mannen met hooikoorts hebben een grotere kans op prostaatkanker en mannen met astma een kleinere kans. Dat suggereren onderzoekers aan de John Hopkins Universiteit.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Hooikoorts (pollenallergie) en astma zijn twee aandoeningen waarin het afweersysteem een belangrijke rol speelt: het immuunsysteem is overprikkeld. Wetenschappers vermoeden al langer dat een verband bestaat tussen een overactief immuunsysteem en de ontwikkeling van prostaatkanker. Om dat verband nader te onderzoeken volgden ze 47.880 Amerikaanse mannen tussen 40 en 75 jaar gedurende 25 jaar (1). De studie startte in 1986. Bij aanvang van het onderzoek werden uitgebreide vragenlijsten afgenomen, en vervolgens om de 4 jaar. Bij de start rapporteerde 25% van de deelnemers hooikoorts en 5% astma. Tijdens de 25 jaar opvolging ontwikkelde nog eens 4% astma en 6.294 mannen prostaatkanker. Daarvan hadden 798 mannen een agressieve vorm, waarvan er 625 overleden binnen de studietermijn.

De onderzoekers vonden dat prostaatkanker iets minder vaak voorkwam in de groep mannen met astma en iets vaker in de groep met hooikoorts. Verder stelden ze vast dat prostaatkanker bij mannen met astma iets minder vaak dodelijk was. Ze besluiten zelf dat het gaat om zeer zwakke verbanden, al werden deze in sommige media opgeblazen.

Bron

(1) Platz EA, Drake CG, Wilson KM, et al. Asthma and risk of lethal prostate cancer in the Health Professionals Follow-Up Study. International Journal of Cancer. Published online February 27 2015

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

De studie vond een toename in risico van 7% voor mannen met hooikoorts, wat zeer beperkt is. De associatie tussen astma en prostaatkanker was nog beperkter. Dergelijke kleine verschuivingen in risico kunnen toeval zijn of ze kunnen beïnvloed zijn door andere, nog ongekende leefstijlfactoren. Overigens kan men momenteel niet verklaren hoe een geprikkeld immuunsysteem het prostaatkankerrisico zou kunnen beïnvloeden.

Conclusie

De associatie tussen astma, hooikoorts en prostaatkanker die deze studie aan het licht brengt, is zeer beperkt en daarom niet overtuigend. Hooikoortslijders moeten zich niet ongerust maken.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2015/05May/Pages/Links-between-hay-fever-asthma-and-prostate-cancer-inconclusive.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 22/05/2015 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Contacteczeem

Wat is het?

Allergie is een overdreven afweerreactie van het lichaam tegen onschadelijke stoffen. Bij een eerste contact wordt het lichaam in een soort van alarmtoestand gebracht (gevoelig gemaakt), waardoor het overdreven reageert bij volgende contacten. Een allergische reactie gaat gepaard met bijvoorbeeld huiduitslag of een piepende ademhaling. Bij contacteczeem volgt een abnormale huidreactie na contact met een lichaamsvreemde stof (allergeen).
Er zijn twee soorten contacteczeem, de ‘onmiddellijke’ en de ‘vertraagde’ vorm:
– bij de onmiddellijke vorm treden de symptomen op van zodra de huid in contact komt met het allergeen, bvb. latex, runderhaar en groenten.
– bij de vertraagde vorm treden de symptomen pas op nadat de huid gedurende weken of maanden enkele keren in contact is gekomen met het allergeen, bvb. nikkel, rubber, lijm en bepaalde parfums. Zo kan iemand enige tijd zonder probleem een juweel dragen om dan op een bepaald moment toch een allergische reactie te ontwikkelen.
Het ziektemechanisme van contacteczeem is ingewikkeld. In principe is de huid een zeer sterke barrière van het lichaam voor de buitenwereld. In de huid zitten speciale cellen die vreemde stoffen opnemen en ze als het ware tonen aan de witte bloedcellen. Als deze verdedigers van het lichaam de vreemde stof herkennen als ongevaarlijk, treedt er geen reactie op. Maar als ze daarentegen de stof herkennen als lichaamsvreemd dan ontstaat contacteczeem.

Hoe vaak komt het voor?

Contacteczeem is een veelvoorkomende huidaandoening. In Nederland treft dit naar schatting meer dan 1% van de bevolking. Vermoedelijk zijn de cijfers in Vlaanderen van dezelfde grootteorde. Exacte cijfers hebben we niet.

Hoe kun je het herkennen?

Het belangrijkste symptoom is jeukende huiduitslag. Eczeem herken je aan de rode zone op de plaats waar de huid in contact kwam met het allergeen. Er zijn vaak ook bultjes, blaasjes, korstjes en/of schilfers. Huideczeem kan zowel droog als nat zijn. Bij natte huideczeem zit er vocht op de eczeemzone. Die droogt na verloop van tijd op en vormt een vlies of korst.
Zoals de naam het zegt, treden bij contacteczeem de symptomen op op plaatsen waar de huid in contact kwam met het allergeen. Dat kunnen zijn:
– gezicht en hals (cosmetica, oorbellen, halssnoer,…),
– oksels (deodorant),
– pols en hand (uurwerk, armband, handschoenen, gereedschap,…),
– borstkas en heupen (bh-sluiting, broeksriem,…),
– billen (gebruik van zalf of suppo’s tegen aambeien),
– benen en voeten (leder, kleurstoffen, rubberen laarzen, producten tegen schimmels en zweetvoeten,…).

Hoe stelt je arts de aandoening vast?

Meestal volstaan het verhaal en de verschijningsvorm om de diagnose te stellen. Eczeemletsels hebben een vrij typisch uitzicht. Maar in sommige gevallen is het moeilijker om de oorzakelijke factor te vinden. Soms kan je arts aan de hand van specifieke vragen wel achterhalen wat de trigger is.
Bij twijfel zijn bijkomende tests nodig. Dan wordt nagegaan op welke stof de huid overgevoelig reageert. Een voorbeeld van zo’n test is een plakproef waarbij met speciale pleisters een aantal vaak voorkomende allergenen op de huid worden aangebracht. Zo ziet men op welke stof de huid een eczeemreactie vertoont.
Soms vindt men het allergeen gewoon niet. Gelukkig is de behandeling in vele gevallen dezelfde, waardoor men niet altijd de oorzaak hoeft te kennen. In dat geval is het dan wel moeilijker om preventieve maatregelen te nemen om contact met het allergeen te vermijden.

Wat kun je zelf doen?

Het beste wat je kunt doen is het uitlokkende allergeen vermijden. Dat is helaas niet altijd mogelijk.
Zorg ervoor dat je huid in goed conditie is. Een droge huid is gevoeliger voor prikkels. Daarom is het aangewezen een vochtinbrengende crème te gebruiken. Let wel op want sommige crèmes bevatten op zich ook allergenen (bvb. parfums). Kies dus een zo neutraal mogelijke hydraterende crème, zonder toegevoegde kleurstoffen, bewaarmiddelen en parfums.

Wat kan je arts doen?

Na het stellen van de diagnose, zal je arts je meestal een crème of zalf met cortisone voorschrijven. Cortisone onderdrukt de ontstekingsreactie en zorgt ervoor dat de huid de kans krijgt om te genezen. Gebruik deze crèmes niet te lang. Langdurig gebruik maakt de normale huid broos, wat op zich dan weer mogelijk aanleiding geeft tot eczeem. Daarnaast krijg je doorgaans een hydraterende crème voorgeschreven om je huid blijvend te verzorgen. Tegen de jeuk kan de arts je een anti-allergisch middel voorschrijven. In uitzonderlijke gevallen kan cortisone in pilvorm nodig zijn. Geven al deze middelen onvoldoende resultaat, dan kunnen in samenspraak met een dermatoloog (huidarts) andere behandelingen worden overwogen, zoals met geneesmiddelen die inwerken op het immuunsysteem.

Meer weten?

Allergienetwerk UZ Gent

Bronnen

www.ebmpracticenet.be
www.thuisarts.nl
www.huidarts.info

verschenen op 27/03/2015