Hersenontsteking (encefalitis)

Wat is het?

Hersenontsteking (encefalitis) is een acute (d.w.z. een plotse) ontsteking van het hersenweefsel. Meestal wordt ze veroorzaakt door een virale infectie en zijn ook de vliezen rondom het hersenweefsel betrokken. Typische oorzaken van een acute hersenontsteking zijn een infectie met het herpes simplex-virus, het virus dat via een tekenbeet wordt overgedragen (tekenencefalitis), en met enterovirussen. Hersenontsteking kan ook optreden na het oplopen van klierkoorts, griep, de ziekte van Lyme (Borreliose) of seksueel overdraagbare aandoeningen zoals hiv, syfilis of chlamydia. Bij kinderen komt het soms voor na een infectie met het virus dat de waterpokken veroorzaakt.

Hoe vaak komt het voor?

Hersenontsteking treedt op bij 3,5 tot 7,4 mensen per 100 000 per jaar. Het komt vaker voor bij kinderen dan bij volwassenen. Mannen worden iets vaker getroffen dan vrouwen.

Hoe kun je het herkennen?

De meest voorkomende symptomen van een hersenontsteking zijn plotse hoofdpijn, verminderd bewustzijn of verwardheid en koorts. Het ontstoken hersenweefsel kan tevens aanleiding geven tot andere verschijnselen, zoals veranderingen in persoonlijkheid en/of in denkvermogen en hallucinaties. Encefalitis kan gepaard gaan met epilepsieaanvallen of symptomen zoals niet meer goed kunnen spreken, verlamming langs één zijde van het lichaam en uitval van zenuwen waardoor je zicht of oogbewegingen verstoord kunnen zijn, of waardoor je de mondhoeken niet meer kunt optrekken.

Hoe stelt je arts de aandoening vast?

De diagnose van hersenontsteking gebeurt in de eerste plaats op basis van de klachten en klinische tekenen die wijzen op een minder goed functioneren van het hersenweefsel. Omdat dit een ernstige en complexe ziekte is, zal de arts je doorverwijzen naar het ziekenhuis voor verdere onderzoeken. Daar gebeurt meestal een ruggenprik en een bloedonderzoek. Aan de hand van de ruggenprik kan men aantonen of het om een virusinfectie gaat. Bij sommige vormen van hersenontsteking vindt men in het bloed ook specifieke antistoffen. Is de ziekte al enkele dagen gevorderd, dan kunnen ook afwijkingen te zien zijn op een hersenscan.

Wat kun je zelf doen?

Zijn er symptomen als verwardheid of bewustzijnsverlies, dan is het belangrijk dat je snel de arts raadpleegt om de oorzaak hiervan te achterhalen.

Wat kan je arts doen?

De behandeling van hersenontsteking gebeurt doorgaans in het ziekenhuis. Bedrust is noodzakelijk. Verder wordt de oorzaak zo mogelijk behandeld. Bij hersenontsteking door een virus start men doorgaans met antivirale middelen, ook al is de oorzaak nog niet helemaal zeker. Antibiotica zijn aangewezen wanneer een bacteriële kiem de hersenontsteking veroorzaakt.

Bronnen

www.ebmpracticenet.be

verschenen op 24/06/2015
Advertenties

Wat doen bij een zonneslag?

Acute hitteziekten

Wat is het?

Bij zeer warme omgevingstemperaturen kunnen zich een aantal plotse probleemsituaties voordoen. We denken aan uitdroging, zwelling door warmte (warmte-oedeem), warmtekrampen, uitputting door hitte, hitteslag of zelfs hitteberoerte. Hitte kan dus schadelijk zijn voor de gezondheid. Een hitteberoerte kan zelfs dodelijk zijn. Vooral bij een hoge vochtigheidsgraad kan de lichaamstemperatuur snel stijgen, ook al is de omgevingstemperatuur niet extreem hoog.

Bij wie komt het voor? 

Iedereen kan last krijgen van de hitte, maar sommige groepen zijn best extra voorzichtig, want meer dan anderen gevoelig voor hitte en zon:
– kinderen,
– (gezonde) 65-plussers,
– personen met een chronische aandoening, zoals astma, hart- en vaataandoeningen, diabetes, nierziekte,
– sporters of personen die grote inspanningen moeten leveren bij hoge temperaturen,
– mensen met een slechte lichamelijke conditie en/of veel overgewicht,
– mensen die overmatig alcohol drinken,
– mensen die bepaalde medicijnen nemen.

Hoe kun je het herkennen? 

Hevig zweten en weinig drinken kunnen aanleiding geven tot uitdroging. Uitdroging herken je aan het feit dat je grote dorst, een droge mond en hoofdpijn hebt.
Warmte-oedeem treedt op in de onderste ledematen. Dit komt voornamelijk voor bij zwaarlijvige personen en/of mensen met een verhoogde bloeddruk.
Een zonneslag krijg je door rechtstreekse hitte op een onbedekt hoofd, met hevige hoofdpijn, misselijkheid en duizeligheid tot gevolg. Je kunt dan ook last krijgen van andere symptomen die wijzen op een overprikkeling van het centrale zenuwstelsel zoals slaperigheid, bewustzijnsverlies (syncope) en koorts.
Hittekrampen komen vooral voor bij overvloedig zweten tijdens zware fysieke inspanningen. Meestal zijn dat spierkrampen, doorgaans ter hoogte van de kuitspieren, die verdwijnen van zodra je rust.
Hitte-uitputting treedt op na een periode van hitte waarbij het lichaam uitdroogt (dehydratatie). Dit kan de voorbode zijn van een hitteberoerte. De voornaamste kenmerken zijn: duizeligheid, flauwte, vermoeidheid, slapeloosheid of ongewone nachtelijke onrust.
Hitteberoerte is meestal een gevolg van langdurige blootstelling aan hoge temperaturen. Dit kan ernstige complicaties geven. Je herkent hitteberoerte aan de hoge lichaamstemperatuur (meer dan 39°C tot 45°C), verhoging van het hartritme (meer dan 100 hartslagen per minuut), ongewone onrust, warme, rode en droge huid, hoofdpijn, braakneigingen en braken, stuipen, bewustzijnsverlies tot zelfs coma. Dit is een medische urgentie die, indien niet behandeld, in korte tijd tot de dood kan leiden.

Hoe stelt je arts de diagnose? 

Je arts zal je onderzoeken op tekenen van hitteziekten. Bij vermoeden van hitte-uitputting of hitteberoerte zal hij ook bedacht zijn op de mogelijkheid van een epilepsieaanval, hersenbloeding, gewone appelflauwte (dan heb je een normale lichaamstemperatuur) of zware infectie. Met een snellesuikertest en een bloedname zal hij deze zaken kunnen uitsluiten.
Is er een vermoeden van een infectie van het centrale zenuwstelsel of een hersenbloeding, kan er soms ook een ruggenprik (lumbaalpunctie) gebeuren.

Wat kun je zelf doen? 

Wanneer men hitte voorspelt, volg je best volgende adviezen op om hitteziekten te voorkomen:
– Doe overdag (tussen 11 en 22 uur) geen grote lichamelijke inspanningen buiten;
– Beperk lichamelijke inspanningen of las regelmatig een pauze in, en drink 2 tot 4 glazen water per uur;
– Drink voldoende: minstens 1,5 tot 2 liter water in rust (water, fruitsap, afgekoelde bouillon) en wacht niet tot je dorst hebt. Vermijd alcohol- en cafeïnehoudende dranken, want zij verstoren de natuurlijke vochtbalans van je lichaam;
– Blijf binnen en zoek een koele ruimte op. Koel je lichaam ook regelmatig af (douche, bad, zwembad,…);
– Draag lichte kledij en bescherm je hoofd tegen de zon (hoed of pet);
– Bescherm je ook tegen de zon met een goede zonnecrème (aangepaste beschermingsfactor);
– Wees extra voorzichtig met oudere personen en kinderen;
– Vraag aan je arts of bepaalde geneesmiddelen die je neemt een nadelig effect kunnen hebben op je gezondheid tijdens een hittegolf. Soms zal de dosis moeten aangepast worden.
Verliest iemand het bewustzijn en bestaat de mogelijkheid van een hitteberoerte, dan is de eerste boodschap afkoelen (na reanimatie of veilige zijligging door een bekwaam persoon). De beste methode is water druppelen, gieten of sproeien op de hele huid en tegelijk met een luchtbron blazen om verkoeling te brengen. Het gebruik van icepacks of het lichaam onderdompelen in water wordt afgeraden.
Warmte-oedeem kun je proberen te verhelpen door voldoende te rusten met je benen omhoog en genoeg te drinken. Bespreek samen met je arts of je medicatie misschien moet worden aangepast.
Om warmtekrampen te vermijden, kunnen (zeker bij langdurige inspanningen) energiedranken helpen. Ze bevatten langeketenkoolhydraten, 0,1% zout water (dat is een halve theelepel zout in 2 liter water). Vermijd om alleen water te drinken bij fysieke inspanningen, want water verstoort de vochtbalans.
Hitte-uitputting kun je vermijden door een correcte hydratatie (vochtinname). Zo ga je uitdroging tegen.

Wat kan je arts doen? 

Hitteberoerte
De meest ernstige hitteziekte is een hitteberoerte. Deze toestand is levensbedreigend. In dat geval zal de arts je de eerste (levensreddende) ondersteuning bieden en je zo snel mogelijk afkoelen. Hij zal zorgen voor zuurstoftoediening en herstel van de vochtbalans (via infuus). De verdere behandeling van een hitteberoerte gebeurt in het ziekenhuis.
Daarnaast zal hij ook bloed afnemen om andere zaken te kunnen uitsluiten en om een beeld te krijgen van de elektrolietenbalans in je bloed (kalium, natrium). Is deze balans verstoord, dan moet die goed en snel gecorrigeerd worden.
De nieren worden nauwgezet in de gaten gehouden, want zij kunnen door een hitteberoerte minder goed gaan functioneren (acute nierinsufficiëntie).
Op een elektrocardiogram (hartfilmpje) zijn bij hitteberoerte soms storingen te zien die kunnen lijken op een hartinfarct.

Hitte-uitputting
Als je lichaam tekenen van uitputting vertoont, dan moet je vocht innemen. Op basis van een elektrolietenbepaling in het bloed, beslist de arts welke in jouw geval de beste behandeling is.
Hypertone dehydratatie (meestal veroorzaakt door de combinatie van lichaamsbeweging en warmte) ontstaat wanneer het verloren vocht niet wordt gecompenseerd. Water drinken is dan de correcte remedie.
Hypotone dehydratatie is uitdroging die gepaard gaat met een tekort aan zout. Dit komt voor wanneer men uitsluitend water drinkt om het vochttekort te compenseren. In dat geval heb je last van hoofdpijn, zwakte, misselijkheid en maag- en darmklachten. Vaak heb je bij hypotone dehydratatie minder dorst dan bij de hypertone dehydratatie. Je arts zal een infuus prikken met een zoutoplossing.
Isotone uitdroging treedt bijvoorbeeld op bij ouderen die uitgeput geraken door de hitte. In dat geval zal de arts de bloedsamenstelling en bloedsomloop goed controleren, en zouten en suiker via infuus toedienen.

Bronnen

www.ebmpracticenet.be
www.domusmedica.be

Meer informatie
www.zorg-en-gezondheid.be: voor info over gezondheidseffecten, preventieve tips en maatregelen.

verschenen op 20/10/2014

Wat is contact eczeem?

Contacteczeem

Wat is het?

Allergie is een overdreven afweerreactie van het lichaam tegen onschadelijke stoffen. Bij een eerste contact wordt het lichaam in een soort van alarmtoestand gebracht (gevoelig gemaakt), waardoor het overdreven reageert bij volgende contacten. Een allergische reactie gaat gepaard met bijvoorbeeld huiduitslag of een piepende ademhaling. Bij contacteczeem volgt een abnormale huidreactie na contact met een lichaamsvreemde stof (allergeen).
Er zijn twee soorten contacteczeem, de ‘onmiddellijke’ en de ‘vertraagde’ vorm:
– bij de onmiddellijke vorm treden de symptomen op van zodra de huid in contact komt met het allergeen, bvb. latex, runderhaar en groenten.
– bij de vertraagde vorm treden de symptomen pas op nadat de huid gedurende weken of maanden enkele keren in contact is gekomen met het allergeen, bvb. nikkel, rubber, lijm en bepaalde parfums. Zo kan iemand enige tijd zonder probleem een juweel dragen om dan op een bepaald moment toch een allergische reactie te ontwikkelen.
Het ziektemechanisme van contacteczeem is ingewikkeld. In principe is de huid een zeer sterke barrière van het lichaam voor de buitenwereld. In de huid zitten speciale cellen die vreemde stoffen opnemen en ze als het ware tonen aan de witte bloedcellen. Als deze verdedigers van het lichaam de vreemde stof herkennen als ongevaarlijk, treedt er geen reactie op. Maar als ze daarentegen de stof herkennen als lichaamsvreemd dan ontstaat contacteczeem.

Hoe vaak komt het voor?

Contacteczeem is een veelvoorkomende huidaandoening. In Nederland treft dit naar schatting meer dan 1% van de bevolking. Vermoedelijk zijn de cijfers in Vlaanderen van dezelfde grootteorde. Exacte cijfers hebben we niet.

Hoe kun je het herkennen?

Het belangrijkste symptoom is jeukende huiduitslag. Eczeem herken je aan de rode zone op de plaats waar de huid in contact kwam met het allergeen. Er zijn vaak ook bultjes, blaasjes, korstjes en/of schilfers. Huideczeem kan zowel droog als nat zijn. Bij natte huideczeem zit er vocht op de eczeemzone. Die droogt na verloop van tijd op en vormt een vlies of korst.
Zoals de naam het zegt, treden bij contacteczeem de symptomen op op plaatsen waar de huid in contact kwam met het allergeen. Dat kunnen zijn:
– gezicht en hals (cosmetica, oorbellen, halssnoer,…),
– oksels (deodorant),
– pols en hand (uurwerk, armband, handschoenen, gereedschap,…),
– borstkas en heupen (bh-sluiting, broeksriem,…),
– billen (gebruik van zalf of suppo’s tegen aambeien),
– benen en voeten (leder, kleurstoffen, rubberen laarzen, producten tegen schimmels en zweetvoeten,…).

Hoe stelt je arts de aandoening vast?

Meestal volstaan het verhaal en de verschijningsvorm om de diagnose te stellen. Eczeemletsels hebben een vrij typisch uitzicht. Maar in sommige gevallen is het moeilijker om de oorzakelijke factor te vinden. Soms kan je arts aan de hand van specifieke vragen wel achterhalen wat de trigger is.
Bij twijfel zijn bijkomende tests nodig. Dan wordt nagegaan op welke stof de huid overgevoelig reageert. Een voorbeeld van zo’n test is een plakproef waarbij met speciale pleisters een aantal vaak voorkomende allergenen op de huid worden aangebracht. Zo ziet men op welke stof de huid een eczeemreactie vertoont.
Soms vindt men het allergeen gewoon niet. Gelukkig is de behandeling in vele gevallen dezelfde, waardoor men niet altijd de oorzaak hoeft te kennen. In dat geval is het dan wel moeilijker om preventieve maatregelen te nemen om contact met het allergeen te vermijden.

Wat kun je zelf doen?

Het beste wat je kunt doen is het uitlokkende allergeen vermijden. Dat is helaas niet altijd mogelijk.
Zorg ervoor dat je huid in goed conditie is. Een droge huid is gevoeliger voor prikkels. Daarom is het aangewezen een vochtinbrengende crème te gebruiken. Let wel op want sommige crèmes bevatten op zich ook allergenen (bvb. parfums). Kies dus een zo neutraal mogelijke hydraterende crème, zonder toegevoegde kleurstoffen, bewaarmiddelen en parfums.

Wat kan je arts doen?

Na het stellen van de diagnose, zal je arts je meestal een crème of zalf met cortisone voorschrijven. Cortisone onderdrukt de ontstekingsreactie en zorgt ervoor dat de huid de kans krijgt om te genezen. Gebruik deze crèmes niet te lang. Langdurig gebruik maakt de normale huid broos, wat op zich dan weer mogelijk aanleiding geeft tot eczeem. Daarnaast krijg je doorgaans een hydraterende crème voorgeschreven om je huid blijvend te verzorgen. Tegen de jeuk kan de arts je een anti-allergisch middel voorschrijven. In uitzonderlijke gevallen kan cortisone in pilvorm nodig zijn. Geven al deze middelen onvoldoende resultaat, dan kunnen in samenspraak met een dermatoloog (huidarts) andere behandelingen worden overwogen, zoals met geneesmiddelen die inwerken op het immuunsysteem.

Meer weten?

Allergienetwerk UZ Gent

Bronnen

www.ebmpracticenet.be
www.thuisarts.nl
www.huidarts.info

verschenen op 27/03/2015

Leef je langer van een handvol pinda’s of noten per dag?

foto bij artikel Leef je langer van een handvol pinda’s of noten per dag?

In het nieuws

Dagelijks een handvol pinda’s of noten eten vermindert de kans op vroegtijdige sterfte met maar liefst 23 procent. Dat blijkt uit een Nederlandse studie.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Wetenschappers van de Universiteit Maastricht onderzochten de impact van noten, pindanoten en pindaboter op het vroegtijdig sterfterisico bij 120.852 Nederlanders die bij aanvang van de studie, in 1986, tussen 55 en 69 jaar oud waren (1). Alle deelnemers vulden vragenlijsten in over dieetgewoonten, gezondheidstoestand, roken, alcoholconsumptie, bewegen en andere leefstijlfactoren. Daarbij werd ook gepeild naar de consumptie van noten, pindanoten en pindaboter in het voorbije jaar. Tien jaar later, in 1996, werd gecheckt in het Nederlands overlijdensregister wie van de deelnemers overleden was en waaraan. Gegevens van mensen die in het begin van het onderzoek kanker of een hart- of vaatziekte hadden en 10 jaar later overleden waren, werden uitgesloten. De gegevens van 10.382 doden werden vergeleken met een vergelijkbare nog in leven zijnde groep deelnemers uit dezelfde studiegroep. Meer specifiek werd de consumptie van noten, pindanoten en pindaboter in beide groepen vergeleken.

De onderzoekers vonden een verband tussen een grotere consumptie van noten en pindanoten enerzijds en een grotere consumptie van fruit, groente en alcohol anderzijds. De noteneters waren ook vaker hoogopgeleid. Wanneer met alle mogelijke beïnvloedende factoren rekening gehouden werd, vond men dat 5 tot 10 gram (pinda)noten per dag het risico op vroegtijdige sterfte verminderde met 26%. De noten verminderden het risico op sterfte door kanker, hart- en vaatziekten, longziekten, diabetes, neurodegeneratieve ziekten (vb. alzheimerdementie) en andere aandoeningen. Minder dan 5 gram of meer dan 10 gram (pinda)noten eten werd geassocieerd met een minder gunstig effect op de overleving. Pindaboter had geen impact.

De onderzoekers concludeerden dat een handvol noten per dag een gunstige invloed heeft op de overleving.

Bron

(1) van den Bradnt PA, Schouten LJ. Relationship of tree nut, peanut and peanut butter intake with total and cause-specific mortality: a cohort study and meta-analysis. The International Journal of Epidemiology. Published online June 11 2015

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Ondanks de omvangrijke en goed uitgevoerde studie is het moeilijk te beweren dat noten en pindanoten op zich een gunstig effect hebben op de overleving. Superfoods bestaan niet. Noten gaan je niet langer doen leven wanneer je rookt, te veel alcohol drinkt, amper beweegt of obees bent. Noten passen wel in een gezond eetpatroon, met veel groente en fruit, beperking van verzadigde vetten, suiker en zout.

De hoeveelheid noten, tussen 5 en 10 gram per dag, staat eveneens ter discussie. De deelnemers aan dit onderzoek moesten schatten hoeveel noten ze het voorbije jaar gegeten hadden, wat uiteraard een moeilijke oefening is.

Conclusie

De studie vindt een verband tussen dagelijks een handvol noten of pindanoten eten en een beperkte gunstige impact op de overleving. Noten passen in een gezond eetpatroon. Het is onwaarschijnlijk dat dit verband overeind blijft wanneer je noten combineert met ongezonde gewoonten, zoals roken, drinken en een sedentaire levensstijl.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2015/06June/Pages/Half-a-handful-of-nuts-a-day-reduces-early-death-risk.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 16/06/2015 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Lopen kattenliefhebbers meer risico op schizofrenie?

foto bij artikel Lopen kattenliefhebbers meer risico op schizofrenie?

In het nieuws

Lekker knuffelen met je kat is misschien toch niet zo’n goed idee, zo blokletterden diverse kranten. Want katten kunnen een parasiet bij zich dragen die de kans op psychische aandoeningen zoals schizofrenie vergroot.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Veel katten zijn drager van Toxoplasma gondii, de kattenparasiet die ook mensen kan infecteren. Toxoplasmose is een gevaar voor zwangere vrouwen, omdat de parasiet de ongeboren vrucht ernstige schade kan berokkenen.

Onderzoekers van de Amerikaanse John Hopkins University vermoeden nog een ander verband: ze wilden weten of mensen die in een gezin met een huiskat opgroeiden meer risico lopen om in hun latere leven schizofrenie te ontwikkelen (1). Daartoe verzamelden ze 2.125 vragenlijsten ingevuld door mensen met een familielid met schizofrenie of een schizoaffectieve stoornis. Deze enquêtes werden afgenomen in 1982 in het kader van een ander onderzoek. Ze geven details over zwangerschap, kindertijd en familiale voorgeschiedenis, alsook de aanwezigheid van katten en honden in het gezin tot de leeftijd van 17 jaar. Van de jongeren die schizofrenie ontwikkelden in het latere leven had de helft (50,6%) een poes in huis in de kindertijd, meer bepaald van de geboorte tot 13 jaar. Die gegevens werden vergeleken met een bij benadering vergelijkbare groep uit een andere studie uit 1992, zonder schizofrenie in de familie. Van deze controlegroep hield 42,6% een kat.

De onderzoekers besloten dat kinderen die contact hebben met katten later meer risico lopen op schizofrenie. Ze vermoeden dat dit te maken heeft met de kattenparasiet.

Bron

(1) Torrey EF, Simmons W, Yolken RH. Is childhood cat ownership a risk factor for schizophrenia later in life? Schizophrenia Research. Published online April 18 2015

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

De studieopzet laat niet toe te besluiten dat het hier gaat om een oorzakelijk verband. De suggestie dat Toxoplasma gondii hierin een rol speelt, is helemaal niet onderzocht. De kattenparasiet is de laatste tijd wel vaker kop van jut en werd in eerdere studies ook gelinkt met beperkte leesvaardigheid bij kinderen en zelfs met suïcide.

Schizofrenie is een complexe psychiatrische aandoening waarin zowel genetische als omgevingsfactoren een rol spelen. Ze kan nooit ontstaan door één factor, zoals katten. Overigens is contact met katten, meer bepaald met de uitwerpselen van katten waarin de parasiet aanwezig is, niet te vermijden. In zandbakken, op kinderspeelpleinen en speelplaatsen komen kleine kinderen er toch mee in contact, of ze nu thuis een kat hebben of niet.

Conclusie

Onderzoekers stellen vast dat mensen met schizofrenie in hun kindertijd vaker een kat hadden. Dat bekent echter niet dat het ene met het andere te maken heeft. Het is niet de eerste wetenschappelijke studie die katten, en vooral de kattenparasiet Toxoplasma, met alle zonden van Israël overlaadt.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2015/06June/Pages/Does-owning-a-cat-put-your-family-at-risk-of-schizophrenia.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 17/06/2015 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Zijn knie-operaties nutteloos bij kniepijn door artrose?

foto bij artikel Zijn knie-operaties nutteloos bij kniepijn door artrose?

In het nieuws

Oefeningen hebben evenveel effect bij kniepijn door artrose als een kijkbuisoperatie en zo’n operatie is niet zonder risico. Dergelijke operaties zijn nutteloos, stellen Deense onderzoekers.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Kniepijn en functionele hinder in het kniegewricht op oudere leeftijd zijn veel voorkomende klachten, meestal te wijten aan (beginnende) artrose. Op een röntgenfoto zijn soms onregelmatigheden te zien, zoals meniscusletsels of losse fragmentjes die het gewricht kunnen blokkeren. Zeer veel mensen krijgen hiervoor een artroscopie: een kijkbuisoperatie van het kniegewricht waarbij losse stukjes of beschadigde randjes van de meniscus verwijderd worden. Over het nut van deze ingreep bestaat al lang twijfel. Deense onderzoekers brachten 9 goed uitgevoerde studies samen die de artroscopie vergeleken met placebo-ingrepen (kijkbuisoperatie waarbij de gewrichtsholte enkel gespoeld wordt), pijnstillers of oefeningen bij 1270 personen, tussen 49,7 en 62,8 jaar oud, met slijtagetekenen van de knie (dus niet als gevolg van een trauma). Hun analyse toont dat zowel oefentherapie als chirurgie de kniepijn verbetert gedurende 3 maanden tot 2 jaar na de interventie, met een licht voordeel voor de ingreep (1). Ook pijnstillers hebben een licht, voorbijgaand effect. Echter, na artroscopie treden soms ernstige verwikkelingen op, zoals diepe veneuze trombose (4,13 per 1000 artroscopies), longembolie (1,45 per 1000), infectie van het kniegewricht (2,11 per 1000) en overlijden (0,96 per 1000). De onderzoekers besluiten dat het zeer beperkte voordeel van chirurgie niet opweegt tegen de mogelijke complicaties voor mensen met slijtage van de kniegewrichten en dat oefenen daarom een beter alternatief biedt.

Bron

(1) Thorlund JB, Juhl CB, Roos EM, Lohmander LS. Arthroscopic surgery for degenerative knee: systematic review and meta-analysis of benefits and harms. BMJ. Published online June 16 2015

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Vanaf een zekere leeftijd tonen zowat alle knieën slijtagetekenen, zoals een onregelmatige meniscus of losse fragmentjes in het gewricht. Die vindt men niet alleen terug bij mensen met klachten van kniepijn en functionele hinder, maar ook bij mensen zonder knieklachten. Deze afwijkingen zijn dan ook moeilijk te beoordelen.

Kinesitherapie, oefenprogramma’s om de pijn te verlichten en het lichamelijk functioneren te verbeteren, is effectief bij kniepijn door artrose. Voor mensen met knie-artrose werkt een half uur intensief bewegen per dag (vb fietsen) pijnstillend en functie-verbeterend. Uit een recent overzichtsonderzoek over oefenen bij knieartrose, blijken zowel de pijn als het functioneren duidelijk te verbeteren (2).

Conclusie

Bezin eer je onder het mes gaat voor knie-artrose. Deense onderzoekers stellen vast dat regelmatig oefenen een gelijkaardig effect heeft op de pijn en de bewegingsbeperking in vergelijking met een kijkbuisoperatie bij mensen met slijtagetekenen van de knie. Een chirurgische ingreep houdt bovendien een risico op complicaties in.

Referenties

(2) http://www.minerva-ebm.be/nl/article/1317

http://www.nhs.uk/news/2015/06June/Pages/Knee-surgery-waste-of-time-researchers-argue.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 18/06/2015 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Kunnen moleculen uit avocado’s leukemie bestrijden?

foto bij artikel Kunnen moleculen uit avocado’s leukemie bestrijden?

In het nieuws

Moleculen uit avocado’s zouden de sleutel tot de bestrijding van acute myeloïde leukemie bevatten. Dat moet blijken uit nieuw onderzoek.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Sommige krantenkoppen wekten de indruk dat avocado’s eten heilzaam is voor mensen met leukemie, maar het gaat hier om een molecule uit de niet-eetbare pit van de avocado die in een reeks van 800 natuurlijke moleculen getest werd op kankerbestrijdende eigenschappen door wetenschappers van Canada en Italië (1). De stof, avocatine B genoemd, blijkt leukemiecellen die gekweekt werden in laboratoriumschaaltjes te kunnen doden. Acute myeloïde leukemie is een agressieve bloedkanker van de stamcellen uit het beenmerg. De ziekte wordt behandeld met chemotherapie en stamceltransplantatie. In hun zoektocht naar nieuwe kankermedicijnen botsten wetenschappers op een stof in avocadopitten die immature leukemiecellen doodt in proefschaaltjes. Vervolgens werd deze stof, avocatine B, toegediend aan proefmuizen om na te gaan hoe normale bloedcellen erop reageren. Avocatine B liet de normale cellen ongemoeid. Beide bevindingen zijn hoopvol, maar er zijn nog vele jaren te gaan om te onderzoeken of de molecule uit avocodopitten inderdaad kan leiden tot een nieuw kankermedicijn.

Bron

(1) Lee EA, Angka L, Rota SG, et al. Targeting Mitochondria with Avocatin B Induces Selective Leukemia Cell Death. Cancer Research. Published online June 15 2015

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Wetenschappers in kankeronderzoek testen voortdurend batterijen met honderden moleculen in laboratoriumschaaltjes op zoek naar stoffen met potentiële genezende eigenschappen. Op die manier botsten wetenschappers op avocatine B, een stof uit avocadopitten. Ze werd getest in vitro en op proefmuizen. Of er ooit een nieuw kankermedicijn voor acute myeloïde leukemie uit voort kan komen, is een vraag die vandaag niet kan beantwoord worden.

Conclusie

Wetenschappers vinden een stof in avocadopitten (het oneetbare gedeelte) die leukemiekankercellen in een laboschaaltje doden. In het beste geval duurt het nog vele jaren vooraleer deze vondst leidt tot een nieuw kankermedicijn.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2015/06June/Pages/Could-avocados-hold-the-key-to-treating-leukaemia.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 19/06/2015 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst