Besmetting met hiv

Wat is het?

Het humaan immuundeficiëntievirus (hiv) is een virus dat het natuurlijke afweersysteem van de mens tegen infecties afzwakt. Witte bloedcellen spelen een belangrijke rol in ons afweersysteem. Door hiv verminderen ze in aantal. Daardoor worden we vatbaarder voor allerhande schimmelinfecties, virale of bacteriële infecties.
Het virus zit in het bloed en andere lichaamsvochten als sperma, vaginaal vocht, menstruatiebloed, moedermelk of vocht in de aars. Besmetting gebeurt via besmet bloed of wanneer je in contact komt met lichaamsvocht van een persoon met hiv. Speeksel, zweet of urine, bevatten onvoldoende virus om iemand te besmetten.
Overdracht van het virus gebeurt via besmette naalden (druggebruik), via het slijmvlies van aars, genitaliën, mond en ogen, of nog via snij- of andere huidwonden.
Het is heel belangrijk om mensen met hiv snel op te sporen zodat ze anderen niet kunnen besmetten. Een hiv-test is echter pas positief 1 tot 4 maanden na besmetting.
Men loopt kans om een hiv-infectie op te lopen in geval van onveilige seks, injecties met besmette naalden en risicogedrag. Men moet denken aan de mogelijkheid van een hiv-infectie bij mensen met een onverklaarde verminderde weerstand en bij jongeren met gewichtsverlies, dementie of schimmelinfectie in de slokdarm, bloedarmoede of andere bloedafwijkingen zoals te weinig bloedplaatjes.
Er is geen geneesmiddel dat hiv geneest, maar een samengestelde therapie met verschillende geneesmiddelen (HAART of ‘highly active antiretroviral therapy’) verbetert de prognose van mensen met hiv aanzienlijk.

Hoe vaak komt het voor?

Wereldwijd zijn 35,3 miljoen mensen besmet met het hiv-virus. In België leven ongeveer 16000 mensen met hiv. Dit aantal neemt nog ieder jaar toe. In West-Europa zijn nieuwe infecties meestal het gevolg van sekstoerisme, prostitutie en druggebruik via injecties.

Hoe kun je het herkennen?

De eerste symptomen van een hiv-infectie treden op 2 tot 6 weken na besmetting. Je hebt dan last van koorts, vermoeidheid, keelontsteking, hoofdpijn, diarree, spierpijn, gewrichtspijn en soms gezwollen lymfklieren, huiduitslag (kleine bultjes). Het ziektebeeld doet denken aan klierkoorts. Deze symptomen verdwijnen binnen de maand. Tijdens deze eerste infectiefase test je nog negatief op de hiv-test. Deze test controleert of je lichaam antistoffen aanmaakt tegen hiv. Daarom herhaalt men bij vermoeden van infectie de test na drie maanden.
Na deze eerste infectiefase kun je enkele jaren, soms meer dan 10 jaar, klachtenvrij zijn. Het virus verspreidt zich ondertussen verder in het lichaam. Vervolgens krijg je te kampen met infecties, omdat je afweersysteem almaar verder afzwakt. Mogelijke klachten zijn dan gewichtsverlies, koorts, aanhoudende diarree, herpes zoster (gordelroos of zona), schimmelinfectie van de slokdarm en bepaalde soorten huiduitslag.
Ten slotte krijg je aids (“acquired immune deficiency syndrome”). Je lijdt dan aan ziekten, die behandelbaar zijn bij gezonde personen (schimmelinfectie, longontsteking, bacteriële infecties, …), maar in geval van aids levensbedreigend zijn.
Je laat best een hiv-test doen in geval van:
– risicogedrag: onveilige seks met losse partners of prostituees of intraveneus druggebruik;
– genitale klachten of klachten bij plassen of vrijen die kunnen wijzen op een soa (seksueel overdraagbare aandoening);
– koorts, diarree, gewichtsverlies of dementie zonder duidelijke oorzaak;
– diagnose van hepatitis B of C;
– baarmoederhalskanker (wanneer je jong bent);
– diagnose van lymfeklierkanker.

Hoe kan je arts het herkennen?

Op basis van je klachten en een lichamelijk onderzoek kan je arts een vermoeden hebben dat je besmet bent met hiv. In dat geval zal hij je een hiv-test aanraden. Dit gebeurt via een bloedafname.
De hiv-test moet steeds op jouw vraag worden gedaan. Je toestemming is dus altijd nodig.
Als je de test afwijst, dan zal de arts met jou de gevolgen van een uitgestelde diagnose (voor jezelf, je sekspartners en verzorgend personeel) bespreken.

Wat kun je doen?

Als je klachten hebt of redenen (o.a. verhoogd risicogedrag) hebt om te denken dat je mogelijk besmet bent met hiv, laat je dan testen. Gebruik een condoom gedurende de hele periode waarin je medisch wordt opgevolgd, maar nog niet weet of je besmet bent.
Ben je zwanger, dan kun je je vrijwillig laten screenen in de kraamkliniek.
Als je hiv positief bent, dan zul je een aantal hygiënische maatregelen in acht moeten nemen om de kans op infectie te verminderen, zowel voor jezelf als voor anderen. Vraag hierover uitleg aan je arts.
Je zult ook de vraag krijgen om je vroegere sekspartners te contacteren met de vraag om zich te laten testen. Gespecialiseerde centra kunnen je hierin begeleiden.
Als je in behandeling bent voor hiv, en je ondervindt gezondheidsproblemen of moeilijkheden om je aan je behandeling te houden, bespreek dit dan tijdig met je arts. Contacteer zo snel mogelijk je arts wanneer je ziek bent. Hij kan uitmaken of het in jouw geval ernstig is.

Wat kan je arts doen?

In geval van mogelijke besmetting zal je arts, met jouw goedkeuring, een bloedtest afnemen. Bij het bloed prikken zal hij handschoenen dragen om zichzelf te beschermen tegen mogelijke prikaccidenten.
Is het testresultaat negatief en dus gunstig, dan krijg je van hem te horen hoe je risicogedrag kunt vermijden en wanneer je de test opnieuw moet laten doen.
In geval van een positief (dus ongunstig) testresultaat zal de arts voldoende tijd uittrekken om je in te lichten over de ziekte, het verloop ervan en de behandelingsmogelijkheden. Hij zal je doorverwijzen naar een dienst gespecialiseerd in de behandeling van mensen met hiv. Je zult contactgegevens meekrijgen van organisaties (aidshulplijnen, zelfhulporganisaties) die je meer informatie en ondersteuning kunnen bieden.
De mensen met wie je intiem contact had, zullen worden gecontacteerd en aangemoedigd om zich te laten testen.
Ben je intraveneuze druggebruiker, dan wordt een hepatitis B-vaccinatieprogramma gestart (tenzij je de ziekte reeds hebt doorgemaakt of je al gevaccineerd bent). Men zal ook nagaan of je een hepatitis C-besmetting hebt of een andere seksueel overdraagbare aandoening.
Eens de therapie op punt staat en de behandeling aanslaat, dan kan de huisarts je verder opvolgen. Voor het welslagen van de behandeling is het belangrijk dat problemen, o.a. op vlak van therapietrouw, met je arts besproken worden. Worden de klachten ernstiger, dan neemt het team van specialisten de opvolging over.

Bronnen

www.ebmpracticenet.be
http://www.nhs.uk/Conditions/HIV/Pages/Causes.aspx

Meer informatie?

www.sensoa.be
www.hivverenigingbelgie.be

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s