Is koken op inductie ongezond?

foto bij artikel Is koken op inductie ongezond?

Door u gekozen

Op het internet doen de wildste verhalen de ronde over de gevaren van koken op inductie. De boosdoener zouden de elektromagnetische golven zijn die gebruikt worden bij inductiekoken.

Wat is hierover geweten?

Bij een inductiekookplaat bestaat het verwarmingselement uit een kookplaat met daaronder een inductiespoel waardoor een snel wisselende stroom (20 – 100 KHz) loopt. Hierdoor ontstaat een magnetisch veld dat heel snel van richting wisselt. Wanneer een pan of kookpot met magnetisch materiaal op de plaat wordt gezet, ontstaat er een elektrische wisselstroom in de bodem van de pan die door de weerstand in de bodem wordt omgezet in warmte (1).

Groot voordeel van inductiekoken is de kortere kooktijd door de snelheid waarmee de pan wordt opgewarmd. Dit heeft een positief effect op de voedingswaarde van het voedsel. Koken op inductie is eveneens energiebesparend omdat er minder warmteverlies optreedt. Bovendien is de kans op brandwonden kleiner omdat de kookplaat zelf niet warm wordt (2).

Er zijn ook een aantal mogelijke nadelen. Een klein deel van het magnetisch veld gecreeërd door de inductiespoel wordt niet geabsorbeerd door de kookpot en komt vrij in de omgeving. Dit kan in het menselijk lichaam een elektrische kringstroom opwekken. Daarnaast kan er sprake zijn van lekstraling. Wanneer de kookplaat wordt aangezet, zal de kookpot licht elektrisch geladen worden. Indien een persoon de kookpot aanraakt (rechtstreeks of onrechtstreeks via keukenmateriaal zoals een metalen lepel), kan een kleine stroom door het lichaam gaan (2).

Om de consument te beschermen tegen deze mogelijke nadelen, mogen inductiekookplaten enkel op de markt gebracht worden als ze veilig zijn en geen gevaar voor de gezondheid opleveren. Deze vereiste is vastgelegd in de laagspanningsrichtlijn (2006/95/EG). Daarnaast dient elk toestel te voldoen aan bepaalde technische richtlijnen die beschreven worden in een standaard (EN 62233) opgesteld door het IEC (international Elektrotechnical Commission). Zo mag een inductiefornuis de referentiewaarde van 6,25 microtesla (µT) niet overschrijden in geval één inductiekookplaat wordt gebruikt met geschikt materiaal en de persoon zich op 30 cm afstand van de kookplaat bevindt. De toestellen op de Europese markt voldoen aan deze richtlijnen (4).

In de praktijk is het echter niet altijd mogelijk om voldoende afstand te houden. Voor zwangere vrouwen, kinderen en kleine mensen kan dit een probleem vormen. Om deze reden heeft men ook metingen gedaan op kortere afstand. Hieruit blijkt dat de richtwaarde direct voor de inductiekookplaat overschreden wordt (4).

Daarnaast heeft men ook metingen gedaan bij gebruik van meerdere kookplaten tegelijkertijd, bij gebruik van niet-geschikte kookpotten (te kleine diameter of niet-geschikt materiaal) en bij het niet centraal plaatsen van de kookpot op de plaat. Uit deze metingen bleek dat bij juist gebruik van de kookpot (geschikt materiaal en mooi gecentreerd op de kookplaat) de richtwaarde niet overschreden werd op 5 tot 10 cm afstand van het vuur (2).

In geval een inductiekookplaat niet correct gebruikt wordt en de richtwaarde overschreden wordt, kan een elektrische stroom in het lichaam ontstaan. Of deze elektrische stroom al dan niet schadelijk is, wordt bepaald door sterkte en blootstellingsduur. Zeer sterke stromen kunnen acuut leiden tot stimulering van zenuwen en spieren (3), maar dit effect treedt enkel op wanneer de richtwaarde minstens 50 maal overschreden wordt. Dit is bij inductiefornuizen niet het geval. Volgens de WHO (Wereldgezondheidsorganisatie) zijn er geen aanwijzingen over negatieve gezondheidseffecten op lange termijn. Gezien het kleine aantal studies hierover dient dit verder onderzocht te worden (2).

Bron

http://www.gezondheidenwetenschap.be/onderwerpen

Hoe kunnen we dit interpreteren?

Koken op inductie heeft ontegensprekelijk een aantal voordelen. Je kan de snelheid van koken op gas combineren met het gebruiksgemak van keramisch koken. Ook is de kans op brandwonden kleiner doordat de kookplaat niet warm wordt. De kortere kooktijden hebben bovendien een positief effect op de voedingswaarde.

Daarnaast zijn er ook een aantal nadelen, die te maken hebben met de mogelijke blootstelling aan elektromagnetische golven. Bij correct gebruik van je inductiefornuis is er echter geen gevaar. Enkele tips voor correct gebruik:

  • Zorg ervoor dat de kookpot de plaat volledig bedekt: gebruik geen te kleine kookpotten en plaats de kookpotten steeds mooi centraal op de kookplaat.
  • Gebruik enkel kookpotten die geschikt zijn voor inductiekoken. Dit wordt aangegeven door de fabrikant.
  • Gebruik geen beschadigde kookpotten.
  • Hou minstens 5 tot 10 cm en bij voorkeur 30 cm afstand tot de kookplaten.
  • Gebruik geen metalen lepels tijdens de bereiding.

Conclusie

Koken op inductie is, mits het strikt volgen van de veiligheidsvoorschriften en tips voor correct gebruik, een waardig en veilig alternatief voor koken op gas of keramisch koken.

Referenties

(2) McGee, H. (2007). Over eten en koken: wetenschap en cultuur in de keuken. Nieuw Amsterdam uitgevers.

(3) Induction hobs. Retrieved 23/09/2015 fromhttp://www.bag.admin.ch/themen/strahlung/00053/00673/03156/index.html?lang=en

(4) World Health Organization (2007). Informatiebundel nr. 322. Elektromagnetische velden en volksgezondheid.

(5) SCENIHR (Scientific Committee on Emerging and Newly Identified Health Risks). Potential health effects of exposure to electromagnetic fields (EMF), 27 January 2015.

klokje bij datum van publicatie verschenen op 25/09/2015 | Cebam | geschreven door Nina Van Den Broecke, lector Voedings- en Dieetkunde

Verhoogt één glas wijn per dag het borstkankerrisico?

foto bij artikel Verhoogt één glas wijn per dag het borstkankerrisico?

In het nieuws

Vrouwen moeten extra voorzichtig zijn met alcohol. Zelfs één glas wijn per dag doet het borstkankerrisico al toenemen, zeggen onderzoekers.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Amerikaanse onderzoekers gebruikten gegevens van twee grootschalige studies die in respectievelijk 1980 en 1986 van start gingen en gemiddeld 30 jaar liepen. Ze hadden betrekking op 88.000 vrouwen en 47.000 mannen en verzamelden gegevens over voedingsgewoonten, zoals roken, drinken, kanker, kanker bij familieleden, lichaamsbeweging, lichaamsgewicht, enzovoort. De onderzoekers gingen na hoeveel deelnemers tegen 2010 kanker hadden ontwikkeld en bij deze groep gingen ze na hoeveel alcohol ze aangaven te drinken. Wie veel dronk, ontwikkelde duidelijk meer alcoholgerelateerde kankers, maar de onderzoekers waren vooral geïnteresseerd in de effecten van lichte tot matige consumptie op kanker. Mannen en vrouwen die geregeld alcohol consumeerden, ontwikkelden vaker kanker in vergelijking met geheelonthouders. Wie licht tot matig dronk, had een minimaal verhoogd risico op alcoholgerelateerde kanker (van darm, borst, mond, keel en lever). De risicoverschillen tussen lichte (1 glas per dag voor vrouwen, 2 voor mannen) en matige (2 glazen per dag voor vrouwen, 3 voor mannen) consumptie waren verwaarloosbaar. Verdere analyse voor vrouwen en mannen afzonderlijk leerde dat vrouwen die niet roken en licht alcohol consumeren (1 glas per dag) 13% meer risico lopen op kanker in vergelijking met vrouwen die niet roken en niet drinken. Deze risicotoename gold vooral voor borstkanker. Mannen die matig alcohol dronken en niet rookten, liepen daarentegen amper meer risico op kanker.

De onderzoekers concluderen dat 1 alcoholconsumptie per dag al voldoende is om het borstkankerrisico bij vrouwen licht te doen stijgen.

Bron

(1) Cao Y, Willett WC, Rimm EB, et al. Light to moderate intake of alcohol, drinking patterns, and risk of cancer: results from two prospective US cohort studies. BMJ. Published online August 18 2015

Hoe kunnen we dit interpreteren?

Het risico tussen alcoholconsumptie en borstkanker is al langer bekend, maar het is niet duidelijk waar de grens precies ligt en hoeveel alcohol nog veilig is. Volgens deze studie, waarin toch een grote groep vrouwen gevolgd werden, is één glas per dag al te veel, al gaat het om een erg kleine toename in risico (1,13 keer groter) in vergelijking met geheelonthouding, en enkel bij niet-rokers. Roken bleek in dit onderzoek namelijk een nog grotere risicofactor voor borstkanker dan 1 glas wijn of bier.

Overigens zijn er nog tal van andere factoren bekend die het risico op borstkanker beïnvloeden: hormoonsubstitutie, overgewicht, familiale voorbeschiktheid, aantal kinderen en borstvoeding. Of 1 glas wijn in het geheel van deze factoren enige betekenis heeft of hoe zwaar die factor doorweegt, kan deze studie niet achterhalen. Zo is uit andere studies bekend dat regelmatige lichaamsbeweging het risico op borstkanker tot 40% kan verminderen.

Conclusie

Deze studie toont aan dat één alcoholconsumptie per dag reeds leidt tot een geringe toename in het borstkankerrisico. Of deze toename enige betekenis heeft, rekening houdende met andere beïnvloedende factoren, is niet duidelijk.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2015/08August/Pages/Just-one-drink-a-day-may-raise-breast-cancer-risk.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 09/09/2015 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Maakt borstvoeding kinderen dan toch niet slimmer?

foto bij artikel Maakt borstvoeding kinderen dan toch niet slimmer?

In het nieuws

Over het effect van borstvoeding op het IQ van kinderen is al veel inkt gevloeid. Volgens nieuw onderzoek bestaat er inderdaad een klein verschil op 2 jaar, maar blijft daar niets meer van over op 16 jaar.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Borstvoeding is zonder twijfel de beste voeding voor een pasgeborene. Er worden heel wat gezondheidsvoordelen aan gekoppeld, onder andere een beter afweersysteem en een hogere intelligentie.

Onderzoekers van de Universiteit van Londen onderzochten de intelligentie van 11.582 tweelingen op 9 tijdstippen van bij de geboorte tot de leeftijd van 16 jaar (1). Van deze grote groep had 62% gedurende gemiddeld 4 maanden borstvoeding genoten. De intelligentie werd gemeten aan de hand van observaties en IQ-tests. De onderzoekers vonden een licht significant verschil in IQ bij meisjes van 2 jaar: zij die moedermelk hadden gekregen waren iets intelligenter dan de met flesjes gevoede meisjes. Voor tweejarige jongetjes vonden de onderzoekers geen verschil. Tegen de leeftijd van 16 jaar was het intelligentieverschil bij meisjes ook verdwenen.

De onderzoekers besloten dat andere factoren, zoals opvoeding, intelligentie van de ouders en schoolkeuze, waarschijnlijk een grotere impact hebben op de intelligentie dan borstvoeding. Als er al een invloed is, dan is die zeer bescheiden.

Bron

(1) Von Strumm S, Plomin R. Breastfeeding and IQ growth from toddlerhood through adolescence. PLOS One. Not yet online

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

In maart haalde een Braziliaans onderzoek waarbij beweerd werd dat kinderen die borstvoeding kregen, later slimmer en rijker worden, volop de media. De resultaten waren voor interpretatie vatbaar, vooral omdat moeders uit hogere sociale middens vaker borstvoeding geven, wat de uitkomst kan hebben beïnvloed (2).

In dit nieuw onderzoek werden beïnvloedende factoren, zoals educatie en sociale klasse, van bij het begin zoveel mogelijk in rekening gebracht, waardoor het effect erg zwak is, en enkel bij meisjes gevonden werd. Bijkomende vraag is hoe je intelligentie kan meten bij een tweejarige. In dit onderzoek gebeurde dit vooral via observaties door de ouders, wat geen bijzonder betrouwbare methode is (‘mijn kind, slim kind’). Een onafhankelijke observator was wellicht betrouwbaarder geweest.

Conclusie

Moedermelk is de beste keuze voor iedere pasgeborene, maar de invloed van borstvoeding op de intelligentie neem je best met een dikke korrel zout. Bij het opgroeien spelen andere factoren een grotere rol, zoals educatie van de ouders, school, sociale klasse, enzovoort.

Referenties

(2) http://www.gezondheidenwetenschap.be/gezondheidsnieuws-onder-de-loep/maakt-borstvoeding-baby-s-later-slimmer-en-rijker

http://www.nhs.uk/news/2015/09September/Pages/No-significant-link-between-breastfeeding-and-higher-IQ.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 28/09/2015 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Kan een test voorspellen of we dement zullen worden?

foto bij artikel Kan een test voorspellen of we dement zullen worden?

In het nieuws

Een nieuwe ‘revolutionaire’ test laat toe te meten hoe snel je lichaam veroudert. Op termijn zou men ermee kunnen voorspellen wanneer iemand kanker, hartproblemen of dementie zal krijgen, en zelfs hoe lang iemand zal leven.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Wetenschappers uit het Verenigd Koninkrijk ontdekten dat mensen die in hun lichaamscellen welbepaalde genen bezitten, langer leven en langer gezond blijven dan mensen van dezelfde leeftijd die deze genen niet hebben (1). Het gaat om een combinatie van talrijke genen die in een score weergegeven wordt. Op een groep van een 100-tal mensen bleken diegenen met een hoge score het langst te leven. Men bepaalde de score ook bij 700 mensen met dementie. Zij bleken een abnormaal lage score te hebben. Volgens de onderzoekers kan de test nuttig zijn om te voorspellen of iemand dementie zal krijgen.

Bron

(1) Sood S, Gallagher IJ, Lunnon K et al. A novel multi-tissue RNA diagnostic of healthy ageing relates to cognitive health status. Genome Biol. 2015 Sep 7;16(1):185.

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

De Britse wetenschappers gaan uit van de stelling dat mensen twee leeftijden hebben. Enerzijds hebben ze een echte leeftijd (kalenderleeftijd), die gebaseerd is op de geboortedag. Anderzijds hebben ze een biologische leeftijd, die van de echte leeftijd verschilt omdat mensen in een verschillend tempo ouder worden. Dit tempo zou, althans volgens deze wetenschappers, genetisch bepaald zijn, en met een bloedtest meetbaar zijn.

Het lijdt geen twijfel dat bepaalde leefgewoonten zoals roken, overmatig eten en drinken of een gebrek aan beweging aanleiding kunnen geven tot vroegtijdige gezondheidsproblemen en overlijden. De Britse wetenschappers zijn van oordeel dat het verouderingsproces echter ook onafhankelijk is van levensstijl of andere omgevingsfactoren, maar louter door een genetische aanleg kan versnellen. Deze stelling hebben ze echter niet bewezen.

Zelfs al zouden we beschikken over een test die kan voorspellen of iemand vroegtijd zal sterven of dement zal worden, dan nog blijft de vraag wat het nut daarvan is. Er zijn momenteel geen medicijnen die het ontstaan van dementie kunnen stoppen of vertragen. Een afwijkende test zou er enkel toe leiden dat mensen, lang voordat er problemen optreden, ongelukkig gemaakt worden. We weten ook niet hoe vaak de test abnormaal uitvalt bij mensen die níet voorbeschikt zijn om jong te sterven of dement te worden (de zogenaamde vals-positieven) en die dus ten onrechte een noodlottige diagnose zouden krijgen.

Het is verder opmerkelijk dat 3 van de auteurs van deze wetenschappelijke studie banden hebben met XRGenomics (http://www.xrgenomics.com/), een Brits bedrijf dat genetische testen ontwikkelt. Op haar website blijkt James Timmons, co-auteur en woordvoerder van de auteursgroep, directeur te zijn van dit bedrijf. Een belangenconflict dat kan tellen.

Conclusie

De deugdelijkheid van deze test is niet aangetoond. Over de mogelijk schadelijke effecten weten we niets. De grote internationale mediabelangstelling voor de studie, en de nauwe betrokkenheid van de wetenschappers bij de fabrikant van de test, doen vermoeden dat er grote commerciële belangen in het spel zijn.

klokje bij datum van publicatie verschenen op 10/09/2015 | Cebam | geschreven door Hans Van Brabandt

Kan de ziekte van Alzheimer besmettelijk zijn?

foto bij artikel Kan de ziekte van Alzheimer besmettelijk zijn?

In het nieuws

De ‘zaden’ van de ziekte van Alzheimer kunnen van de ene persoon naar de andere worden overgedragen tijdens bepaalde medische ingrepen. Dat blijkt uit een studie waarbij patiënten werden onderzocht die overleden aan de ziekte van Creutzfeldt-Jakob.

Waar komt dit nieuws vandaan?

De ziekte van Creutzfeldt-Jakob is een prionziekte. Prionen zijn abnormale eiwitten die ravage kunnen aanrichten in de hersenen. Deze zeer zeldzame ziekte kwam in de jaren 80 in de belangstelling toen een nieuwe variant opdook in Engeland die in verband gebracht werd met de gekkekoeienziekte. Ook dat is een prionziekte en eten van besmet rundervlees (prionen zijn hittebestendig en blijven ook overleven in dood weefsel) zorgde voor een kleine epidemie en paniek in Groot-Brittannië.

Hoe de ziekte van Creutzfeldt-Jacob precies ontstaat en waarom bepaalde herseneiwitten zich plots omvormen tot prionen, is niet bekend. Wel is al langer duidelijk dat het ontvangen van menselijke groeihormonen het risico op de ziekte van Creutzfeldt-Jacob vergroot (niet de variant die met de gekkenkoeien in verband gebracht wordt, maar de klassieke vorm).

Om te achterhalen wat er precies gebeurt bij mensen die in het verleden humaan groeihormoon kregen toegediend en jaren later Creutzfeldt-Jacob ontwikkelden en overlijden (er bestaat geen behandeling voor Creutzfeldt-Jacob), worden deze overledenen in Engeland systematisch onderworpen aan een autopsie (lijkschouwing). Dat gebeurt door een team neurochirurgen van de Universiteit van Londen en kadert in de ‘National Prion Monitoring Cohort Study’. Gedurende acht recente autopsies bij deze overleden patiënten vond men bij zeven van hen naast prionen ook abnormale eiwitten in de hersenen die typisch voorkomen bij de ziekte van Alzheimer (1). Nochtans hadden deze mensen tijdens hun leven geen dementie. Het gaat bovendien over vrij jonge slachtoffers (tussen 36 en 51 jaar oud), waarbij je geen alzheimereiwitten in de hersenen verwacht. Ze werden daarom getest op familiale vormen van Alzheimer, maar dat bleek bij niemand het geval. De onderzoekers zien maar één mogelijke verklaring: dat alzheimereiwitten (amyloïd of ‘zaadjes’) samen met de prionen tijdens de transfusie met menselijk groeihormoon werden overgebracht. Deze amyloïdzaadjes blijken overigens ook weerstandig aan de klassieke sterilisatietechnieken die in de ziekenhuizen gebruikt worden.

Bron

(1) Jaunmuktane Z, Mead S, Ellis M, et al. Evidence for human transmission of amyloid-β pathology and cerebral amyloid angiopathy. Nature. Published online September 9 2015

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Deze kleine studie (8 autopsies) heeft verrassende resultaten, maar kan niet bewijzen dat de alzheimereiwitten samen met de prionen werden doorgegeven tijdens de groeihormoonbehandeling. Een andere mogelijke verklaring is dat Creutzfeldt-Jacob veranderingen in de hersenen in gang zet waardoor ook alzheimereiwitten ontstaan.

Eerdere studies waarbij gekeken werd naar risico’s na transfusies vonden geen aanwijzing dat de kans op alzheimerdementie toeneemt.

Ook het vermelden waard: twee van de onderzoekers van deze studie zijn aandeelhouder van D-Gen, een bedrijf dat producten commercialiseert om chirurgisch materiaal te decontamineren. Belangenvermenging is dus niet uit te sluiten.

Het woord ‘ besmettelijk’, dat door heel wat kranten gebruikt werd, komt niet in de studie voor. De ziekte van Alzheimer is namelijk niet besmettelijk: je kan ze niet krijgen van contact met een alzheimerpatiënt.

Conclusie

De ziekte van Alzheimer is niet besmettelijk. Verrassend is wel dat bij autopsie bij 7 overledenen aan Creutzfeldt-Jacob na een transfusie met menselijk groeihormoon eiwitsporen (zaadjes) van de ziekte van Alzheimer werden teruggevonden. Hiervoor heeft men tot nog toe geen verklaring.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2015/09September/Pages/Alzheimers-seeds-found-in-seven-CJD-victims-brains.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 11/09/2015 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Vermindert op één been huppen het risico op osteoporose?

foto bij artikel Vermindert op één been huppen het risico op osteoporose?

In het nieuws

Oudere mannen die iedere dag de moeite nemen om enkele minuutjes op één been te huppen, lopen beduidend minder risico op osteoporose, stelt een nieuwe Britse studie.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Onderzoekers van de Universiteit van Cambridge rekruteerden 50 gezonde mannen tussen 65 en 80 jaar voor een studie. De mannen, die zelf weinig sportief waren (maximum één uur sport per week), moesten iedere dag op hetzelfde been huppen, telkens 5 sets van 10 sprongen, met 15 seconden tussen 2 sets, blootvoets en op een harde ondergrond (1). Bijkomende voorwaarde: iemand in de buurt hebben die hen kon opvangen in geval ze hun evenwicht zouden verliezen. Er werd een botdensitometrie (een scan die de botdichtheid evalueert) gedaan voor de start van de studie en 12 maanden later.

Na een jaar deden nog 34 mannen hun dagelijkse springoefeningen. De 16 anderen stopten vroegtijdig, ofwel omdat ze de oefeningen te lastig vonden, ofwel omwille van gezondheidsproblemen. Vergelijking van de scans voor de start en na een jaar toont dat de botdensiteit in beide benen duidelijk was toegenomen, en nog veel meer in het huppelende been dan in het andere, ‘zwevende’ been.

De onderzoekers besluiten dat tien minuutjes springen per dag de botten al sterker maakt en dus het risico op heup- en beenfracturen vermindert.

Bron

(1) Allison SJ, Poole KES, Treece GM, et al. The Influence of High-Impact Exercise on Cortical and Trabecular Bone Mineral Content and 3D Distribution Across the Proximal Femur in Older Men: A Randomized Controlled Unilateral Intervention. Journal of Bone and Mineral Research. Published online August 17 2015

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

De studie was goed opgezet, te meer omdat de onderzoekers die de scans interpreteerden niet wisten op welk been de proefpersonen gehuppeld hadden en dus onbevooroordeeld waren. Een nadeel is het hoge percentage afhakers: 32%. Dat kan erop wijzen dat dergelijke oefening wat te zwaar is voor veel ouderen. Overigens werden er geen vrouwen in de studie opgenomen, wat het iets moeilijker maakt om de conclusies te veralgemenen. Evenmin waren er proefpersonen met osteoporose (botontkalking), waardoor ook voor hen moeilijk uitspraken kunnen gedaan worden. Het lijkt ook niet zo verstandig om oudere mensen met osteoporose te laten springen, omdat ze al een hoger risico op breuken lopen. Ten slotte gaat het om een kleine studie.

Dat springen en andere explosieve krachtinspanningen de botten versterkt, ook bij ouderen, werd ook reeds in andere studies aangetoond.

Conclusie

Iedere dag op één been huppen versterkt de botten, waardoor ouderen minder risico zouden lopen op heupbreuken. Wel opletten dat u niet valt.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2015/09September/Pages/How-hopping-may-help-with-osteoporosis-risk-in-older-people.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 14/09/2015 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Verhoogt cannabis het risico op diabetes?

foto bij artikel Verhoogt cannabis het risico op diabetes?

In het nieuws

Wie regelmatig cannabis gebruikt, loopt op oudere leeftijd meer risico op hogere suikerspiegels, een voorloper van diabetes, zo stelt een nieuw Amerikaans onderzoek.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Midden jaren 80 werden 3.000 jonge, gezonde Amerikanen opgenomen in een studie, opgezet door onderzoekers van de Universiteit van Minnesota. Gedurende 25 jaar vulden ze regelmatig vragenlijsten in over hun leefwijze en -gewoonten, waaronder het gebruik van tabak, alcohol en cannabis, en werden ze medisch onderzocht (1). Wat cannabis betreft, werd specifiek gevraagd naar gebruik in de voorbije maand en bij alsluiten ook naar de geschatte frequentie van gebruik over de tijdspanne van 25 jaar (van 1 keer tot meer dan 500 keer).

Bloedafnames leidden tot de vaststelling dat recent cannabisgebruik de kans op abnormaal hoge bloedsuikerwaarden (prediabetes) met tweederde verhoogde in vergelijking met nooit-gebruik. Wat vroeger cannabisgebruik betrof, bleef deze associatie enkel overeind voor mensen die minstens 100 keer cannabis gerookt hadden. De onderzoekers probeerden zoveel mogelijk beïnvloedende factoren uit te schakelen.

Bron

(1) Bancks MP, Pletcher MJ, Keresz SG, et al. Marijuana use and risk of prediabetes and diabetes by middle adulthood: the Coronary Artery Risk Development in Young Adults (CARDIA) study (PDF, 384kb). Published online September 12 2015

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Een verhoogde bloedsuikerspiegel (prediabetes) komt zeer vaak voor. In deze studie had 45% van alle deelnemers al op 24-jarige leeftijd te veel suiker in het bloed (maar nog niet genoeg om de diagnose diabetes te stellen). De informatie over het marihuanagebruik is gebaseerd op schattingen, en niet al te betrouwbaar, ook omdat het om een illegale drug gaat. Een mogelijke verklaring tussen cannabisgebruik en hoge bloedsuikerspiegels is de toegenomen eetlust (‘vreetkicks’) eigen aan het roken van cannabis. Mogelijk eten veel-gebruikers daardoor net meer en ook meer ongezonde snacks.

Anderzijds hebben eerdere Amerikaanse studies precies het omgekeerde gesuggereerd, namelijk dat cannabisgebruik het risico op diabetes vermindert. Ook dat waren geen al te betrouwbare studies.

Conclusie

Deze studie vertoont veel onzekerheden en zegt eigenlijk niets over een verband tussen cannabis en diabetes.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2015/09September/Pages/Cannabis-use-may-affect-diabetes-risk-in-the-middle-aged.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 15/09/2015 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst