Leven fietsers langer?

foto bij artikel Leven fietsers langer?

In het nieuws

Nederlandse onderzoekers hebben aangetoond dat mensen die regelmatig fietsen gemiddeld een half jaar langer leven dan mensen die nooit fietsen. In Nederland zouden jaarlijks 11.000 vroegtijdige overlijdens voorkomen worden dankzij het feit dat er zoveel gefietst wordt.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Het bericht komt uit een studie van de universiteit van Utrecht en werd gepubliceerd in de American Journal of Public Health (1). De onderzoekers baseerden zich op gegevens uit het ‘Onderzoek Verplaatsingsgedrag en Mobiliteitsonderzoek Nederland’, waarin jaarlijks 50.000 Nederlanders ondervraagd worden over hoe vaak ze fietsen, de auto of het openbaar vervoer nemen, enz.

Een gemiddelde Nederlander zit zo’n 75 minuten per week op de fiets. De impact van fietsen op het sterftecijfer baseerden de onderzoekers op een literatuuronderzoek uit 2014 waarin de resultaten uit zeven studies naar de gezondheidseffecten van fietsen werden samengenomen (2). Hieruit bleek dat men gemiddeld per gefietst uur ongeveer een uur langer leeft. Bij iemand die 100 minuten per week fietst, daalt de sterfte met 10%. Hoe meer je fietste, hoe groter het effect was.

Bron

(1) Fishman E, Schepers P, Kamphuis CB. Dutch Cycling: Quantifying the Health and Related Economic Benefits. Am J Public Health. 2015 Aug;105(8):e13-5.

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Het enige wat we uit dit soort studies over fietsen kunnen besluiten, is dat fietsers langer leven dan mensen die niet fietsen. Waarom dat zo is, vertelt zo’n studie ons niet. Het zou kunnen dat mensen die fietsen van nature gezonder zijn dan mensen die niet fietsen. En dat zij die het meest fietsen het meest gezond zijn, en dus het langst leven. Fietsers verkeren waarschijnlijk in een betere conditie dan de gemiddelde burger, houden er een gezondere levensstijl op na, en roken bijvoorbeeld minder. Het is dan ook geen verrassing dat mensen met zo’n profiel langer leven dan volkomen sedentaire mensen. Mogelijk zouden diezelfde individuen ook langer leven zonder dat ze fietsen.

We weten niet met zekerheid wat het effect is van fietsen en hoe groot dit effect dan zou zijn. We zullen het ook nooit met zekerheid te weten komen. Daarvoor zou je duizenden proefpersonen gedurende vele jaren een aantal minuten of uren per week moeten verplichten te fietsen, en een vergelijkbare controlegroep moeten verbieden te fietsen. Indien zou blijken dat fietsers langer leven dan niet-fietsers, zou kunnen besloten worden dat deze levenswinst aan het fietsen te danken is. Een dergelijke studie is natuurlijk niet uitvoerbaar.

Conclusie

Meerdere studies hebben reeds een verband gelegd tussen lichaamsbeweging en gezondheid. Hoe dit verband precies tot stand komt en hoe groot het is, weten we echter niet.

Referenties

(2) Kelly P et al. Systematic review and meta-analysis of reduction in all-cause mortality from walking and cycling and shape of dose response relationship. Int J Behav Nutr Phys Act. 2014 Oct 24;11:132.

klokje bij datum van publicatie verschenen op 19/10/2015 | Cebam | geschreven door Hans Van Brabandt

Is staan dan toch niet gezonder dan zitten?

foto bij artikel Is staan dan toch niet gezonder dan zitten?

In het nieuws

Over de voordelen van statafels op het werk is het laatste woord nog niet gezegd. Volgens onderzoekers uit Londen bieden ze geen voordeel, zo blijkt uit nog maar eens een nieuwe studie.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Enkele weken geleden luidde het nog dat rechtstaan beter is dan zitten. Onderzoekers van de Universiteit van Londen trekken dat opnieuw in twijfel (1). Hun studie analyseerde gegevens van 5.132 kantoorwerkers (3.720 mannen en 1.412 vrouwen) tussen 35 en 55 jaar bij aanvang van het onderzoek en allen tewerkgesteld in Londen. Alle deelnemers vulden 16 jaar geleden gedetailleerde vragenlijsten in over hun werkomstandigheden en vrije tijd, onder andere ook hoeveel tijd ze zittend doorbrachten (werkend, in de wagen, voor televisie, …). Ook werden ze allemaal klinisch onderzocht: geen enkele deelnemer had ernstige gezondheidsproblemen bij aanvang. Verder werden gegevens verzameld over hun leefstijl: rookgedrag, alcoholconsumptie, sporten, lichaamsgewicht, enzovoort. Na de opvolgperiode van 16 jaar waren 450 mensen overleden. De onderzoekers gingen na of ‘lang zitten’ daarin een rol had gespeeld. Ze vonden geen enkel verband tussen minder dan 8 uur per week zitten in vergelijking met meer dan 40 uur per week zitten.

Ze concluderen dat er onvoldoende evidentie bestaat voor gezondheidsverschillen tussen zitten en staan. Ook suggereren ze dat er beter kan gefocust worden op fysieke activiteiten. Met ‘meer staan dan zitten’ zou je je gezondheid geen grote dienst bewijzen, als je amper beweging hebt.

Bron

(1) Pulsford RM, Stamatakis E, Britton AR, et al. Associations of sitting behaviours with all-cause mortality over a 16-year follow-up: the Whitehall II study. International Journal of Epidemiology. Published online October 9 2015

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Het is ontzettend moeilijk om de effecten van zitten en staan op de gezondheid te isoleren. Ook is het niet logisch, vanuit mechanisch oogpunt, dat staan gezonder zou zijn dan zitten. Wat wel een bewezen effect heeft, is bewegen: fysiek actief zijn, rondwandelen bijvoorbeeld. Het nut van statafels is twijfelachtig wanneer men verder weinig beweging neemt.

De Londense onderzoekers vragen zich af of het effect van veel zitten geen indirect effect is: mensen die veel zitten en daarnaast weinig bewegen, zijn doorgaans wat zwaarder, waardoor ze meer risico lopen op diabetes type 2 en andere chronische ziekten. Zitten is dan indirect gerelateerd aan een risico op vroegtijdige sterfte.

Conclusie

Of je nu aan een statafel staat of aan een bureau zit, draagt vermoedelijk niet veel bij tot je gezondheid. Veel belangrijker is dat je dagelijks voldoende beweging hebt, stellen Londense onderzoekers.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2015/10October/Pages/Standing-no-healthier-than-sitting.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 20/10/2015 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Vormen meer dan 11 moedervlekjes op je rechterarm een risico voor huidkanker?

foto bij artikel Vormen meer dan 11 moedervlekjes op je rechterarm een risico voor huidkanker?

In het nieuws

Mensen die op hun rechterarm meer dan 11 moedervlekken hebben, lopen een groter risico op huidkanker, zo blijkt uit recent onderzoek van het King’s College in Londen.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Meer dan 100 moedervlekjes op je lichaam hebben, is een gekende risicofactor voor melanoom, de meest kwaadaardige vorm van huidkanker. Probleem is dat ze vaak moeilijk te tellen zijn. Daarom zochten Britse wetenschappers naar een methode om snel in te schatten hoeveel moedervlekjes iemand heeft. Daarvoor zetten ze een onderzoek op waarbij ze 3.694 blanke vrouwelijke tweelingen includeerden (1). De vrouwen waren gemiddeld 47 jaar en hadden gemiddeld 32 moedervlekjes elk. Eén op de vijf deelneemsters had meer dan 50 moedervlekjes en 6,5% had er meer dan 100.

Een verpleegster telde bij alle deelneemsters het aantal moedervlekjes op 17 verschillende lichaamszones (arbitrair ingedeeld). De onderzoekers wilden weten of het aantal moedervlekjes in een bepaalde lichaamszone correleert met het totaal. Dat bleek het geval voor de moedervlekjes op de rechterarm. Vrouwen met meer dan 7 moedervlekjes op de rechterarm hadden 9 keer meer kans dat ze minstens 50 moedervlekjes op hun hele lichaam hadden. De vrouwen met meer dan 11 moedervlekjes op de rechterarm hadden 9 keer meer kans dat ze meer dan 100 moedervlekjes hadden in totaal.

De resultaten werden gecontroleerd en bevestigd in een andere groep van 415 gezonde volwassenen (mannen en vrouwen). De onderzoekers concludeerden dat je snel kan tellen hoeveel moedervlekjes op je arm zitten en dan weet je meteen hoeveel je er ongeveer hebt in totaal.

Bron

(1) Ribero S, Zugna D, Osell-Abate S, et al. Prediction of high naevus count in a healthy UK population to estimate melanoma risk. British Journal of Dermatology. Published online October 19 2015

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Dit is een eenvoudige methode om snel zich te krijgen op hoeveel moedervlekjes je hebt. Meer dan 100 is een risico op huidkanker, maar de vlekjes worden zelden allemaal geteld. Wanneer je ze enkel op 1 arm moet tellen, wordt het al een stuk eenvoudiger.

De onderzoekers waarschuwen wel dat het hier om kansberekening gaat. Je kan nog steeds huidkanker ontwikkelen indien je weinig moedervlekjes hebt, maar bijvoorbeeld veel onbeschermd in de zon zit. Het is evenmin de bedoeling dat je enkel de moedervlekjes op je rechterarm in de gaten houdt. Huidkanker komt trouwens vaker voor op de benen (bij vrouwen) en op de borstkas (bij mannen).

Een verdacht moedervlekje herken je aan de hand van de ABCDE-regel (2):

A: Asymmetrie

B: Onregelmatige boord

C: Color: verandering van kleur, variabele pigmentatie

D: Diameter > 6 mm

E: Evolutie of veranderingen (om het even welke) in de vlek

Conclusie

Wie meer dan 100 moedervlekjes heeft, loopt meer risico op huidkanker. Onderzoekers vonden een eenvoudiger systeem om hun aantal te schatten. Heb je er meer dan 11 op je rechterarm, dan heb je er waarschijnlijk meer dan 100 in totaal. Ongeacht de hoeveelheid moedervlekken kan je verdachte exemplaren herkennen door de ABCDE-regel toe te passen.

Referenties

(2) http://www.huidkanker.be/mmdiagnose.php

http://www.nhs.uk/news/2015/10October/Pages/More-than-11-moles-on-an-arm-may-be-sign-of-skin-cancer-risk.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 21/10/2015 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Remt rabarber de groei van tumoren?

foto bij artikel Remt rabarber de groei van tumoren?

In het nieuws

Onderzoek heeft aangetoond dat een medicijn op basis van rabarber mogelijk helpt in de strijd tegen kanker. Het oranje pigment dat aanwezig is in rabarber, parietine, bezit krachtige eigenschappen tegen tumoren.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Wetenschappers zijn voortdurend op zoek naar nieuwe medicijnen tegen kanker. In deze studie werden 2.000 chemische stoffen losgelaten op kankercellen in proefschaaltjes en ging alle aandacht naar het eiwit 6-fosfogluconaat dehydrogenase. Dat eiwit speelt een rol bij de opname van energie in de kankercellen, wat nodig is voor hun snelle vermenigvuldiging. Van de 2.000 geteste stoffen bleek parietine inderdaad de groei van de kankercellen te remmen (1). Parietine is het pigment dat de stengels van de rabarberplant een oranje kleur geeft. In geconcentreerde vorm toegevoegd aan laboratoriumschaaltjes met leukemiecellen, longkankercellen en hoofd- en halskankercellen, vertraagt het de deling van deze cellen.

Wat chemisch sleutelwerk aan parietine zorgde voor een nog beter effect. Het gemodificeerd parietine werd in een volgend experiment dagelijks gedurende vier weken ingespoten bij proefmuizen met humane longkanker-, leukemie- of hoofd- en halskankercellen. De tumorgezwelletjes werden kleiner. De onderzoekers besluiten dat het blokkeren van het eiwit 6-fosfogluconaat dehydrogenase een mogelijk nieuw aangrijpingspunt is voor kankertherapieën. Het oranje pigment van rabarber wordt nu verder onderzocht.

Bron

(1) Lin R, Elf S, Shan C, et al. 6-Phosphogluconate dehydrogenase links oxidative PPP, lipogenesis and tumour growth by inhibiting LKB1–AMPK signalling. Nature Cell Biology. Published online October 19 2015

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Dit is een klassieke methode die gebruikt wordt om potentiële kankermedicijnen te vinden. Na zo’n testbatterij blijven er soms één of enkele veelbelovende stoffen over die verder onderzocht worden. Dit is het geval voor het rabarberpigment. In de uitgevoerde experimenten remt het de groei van tumorcellen in het labo en in proefmuizen, maar dat betekent nog niet dat hetzelfde zal gebeuren bij kanker in een menselijk lichaam. Meer dan de helft van deze ‘veelbelovende’ stoffen sneuvelen bij verder onderzoek: of ze werken niet in een menselijk lichaam, of ze veroorzaken te veel nevenwerkingen.

Overigens werd het pigment gebruikt in een geconcentreerde vorm. Dus verwacht niet dat een stuk rabarbertaart kankerverschrompelende effecten heeft.

Conclusie

Het oranje pigment uit rabarber remt de groei van tumorcellen in laboratorium- en dierexperimenten, maar van een medicijn op basis van rabarber is er nog lang geen sprake.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2015/10October/Pages/Claims-rhubarb-pigment-could-help-cancer-crumble.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 22/10/2015 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Is rood en bewerkt vlees kankerverwekkend?

foto bij artikel Is rood en bewerkt vlees kankerverwekkend?

In het nieuws

Van rood vlees kan je kanker krijgen. Dat staat in een nieuw rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie dat vandaag verschijnt. Vooral bewerkt vlees, zoals charcuterie en hamburgers, zou even schadelijk zijn als sigaretten.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Het IARC (International Agency for Research on Cancer), dat is het internationaal agentschap voor kankeronderzoek onder de paraplu van de Wereldgezondheidsorganisatie, neemt rood vlees en bereide vleessoorten op in de lijst van kankerverwekkende stoffen (1). Onder rood vlees wordt verstaan runds-, lams- en varkensvlees; onder bereid vlees wordt verstaan het roken van het vlees of toevoegen van zout, nitriet of andere chemicaliën (bv spek, charcuterie, rookworst).

IARC hanteert categorieën naargelang de bewijskracht dat stoffen kankerverwekkend zijn. De eerste, groep 1, bevat momenteel 117 stoffen die als zeker kankerverwekkend worden beschouwd, waaronder asbest, alcohol en sigaretten. De categorie daaronder, groep 2, bevat 74 stoffen die ‘waarschijnlijk’ kankerverwekkend zijn. Bereide vleessoorten zouden nu in groep 1 terechtkomen (zeker kankerverwekkend) en rood vlees in groep 2 (mogelijk kankerverwekkend).

Bron

(1) http://monographs.iarc.fr/

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Bereide vleeswaren, laat staan rood vlees, gelijkschakelen met sigaretten is een brug te ver. De Belgische Hoge Gezondheidsraad nam reeds in 2013 alle studies over vlees en kanker onder de loep en hun bevindingen gelden vandaag nog steeds (2).

Rood vlees is inderdaad een risicofactor voor darmkanker, een ziekte die jaarlijks zo’n 8.000 mensen treft in ons land. Voor darmkanker bestaan er diverse risicofactoren: aan sommige kunnen we niets doen (genetische aanleg, familiaal risico), aan andere wel. Voor darmkanker bestaan er vijf gekende risicofactoren waar we wel iets aan kunnen doen en die allemaal een gelijkaardig effect hebben: overgewicht, roken, inactiviteit, alcohol en rood vlees. Elk van deze risicofactoren zou het risico op darmkanker met 20% doen stijgen. Het is duidelijk dat verschillende factoren een rol spelen in het ontstaan van darmkanker en dat de impact van rood vlees niet te vergelijken is met de impact van roken op het risico op longkanker. Roken verhoogt het risico op longkanker met 900%.

Onderzoek wees uit dat wanneer iedereen zich houdt aan maximum 500 gram rood en bereid vlees per week, 10−20% minder mensen darmkanker zullen krijgen, dat zijn er voor ons land 1.200 per jaar. Dit zegt echter niets over het risico voor een individuele persoon, maar je kan er wel een gemiddelde uit afleiden: wees matig met rood vlees en liefst nog zuiniger met charcuterie en aanverwanten (gehakt van rood vlees, hamburgers, …) en dan loop je geen extra risico op darmkanker.

Meer details over rood vlees, bereid vlees en vervangproducten, en hoe de consumptie kan beperkt worden tot maximum 500 gram per week, vind je hier:http://www.vigez.be/themas/voeding-en-beweging/actieve-voedingsdriehoek/vlees-vis-eieren-en-vervangproducten/rood-vlees.

Conclusie

Er zijn geen nieuwe inzichten. Wel beslist de WHO om rood vlees op te nemen in de categorie ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ en de met rood vlees bereide vleeswaren, zoals charcuterie, in de categorie ‘kankerverwekkend’. Aan de gezondheidsboodschap verandert er niets: wees zuinig met rood vlees en bereide vleeswaren.

Referenties

(2) http://www.gezondheidenwetenschap.be/gezondheidsnieuws-onder-de-loep/verhoogt-rood-vlees-het-risico-op-darmkanker

(3) http://www.vigez.be/themas/voeding-en-beweging/actieve-voedingsdriehoek/vlees-vis-eieren-en-vervangproducten/rood-vlees

klokje bij datum van publicatie verschenen op 26/10/2015 | Cebam | geschreven door Marleen Finoulst

Halveert een dagelijkse aspirine de sterfte bij darmkankerpatiënten?

foto bij artikel Halveert een dagelijkse aspirine de sterfte bij darmkankerpatiënten?

In het nieuws

Patiënten met gevorderde darmkanker kunnen baat hebben bij het slikken van aspirine. Nederlandse onderzoekers suggereren zelfs een verdubbeling van de overlevingskansen.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Zopas werd op een Europees kankercongres een Nederlands onderzoek voorgesteld over de effecten van aspirine op kankers van het maagdarmstelsel (1). Het gaat om een studie uitgevoerd door onderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Zij gingen na of aspirine de overlevingskansen van mensen met een kanker van het maagdarmkanaal (mond, slokdarm, maag, darm, einddarm) beïnvloedt. Van aspirine wordt al langer beweerd dat het een effect heeft op zowel het voorkomen als het vertragen van darmkanker, al werd het mechanisme nog niet echt ontrafeld.

De onderzoekers gebruikten twee databanken: het Eindhoven Kanker Register en een gegevensbank over het geneesmiddelengebruik. Daarin werden mensen gediagnosticeerd met een kanker van het maagdarmkanaal tussen 1998 en 2011 geselecteerd, en ging men na welke mensen, hoeveel en wanneer ze aspirine hadden ingenomen. Van de 13.715 geselecteerde patiënten had iets minder dan één derde dagelijks aspirine gebruikt vooraleer ze kanker kregen en iets minder dan 1 op de 10 slikte dagelijks aspirine na de kankerdiagnose. Een kleine twee derde nam geen aspirine. De opvolgtijd bedroeg ongeveer 2 jaar. De gemiddelde vijfjaarsoverleving bedroeg 56%.

Het begeleidende persbericht stelt dat diegenen die aspirine slikten vanaf de diagnose dubbel zoveel kans maakten om 5 jaar later nog in leven te zijn. De onderzoekers besluiten dat hun resultaten een verband suggereren tussen aspirine en een betere overleving bij kanker van het maagdarmstelsel.

Bron

(1) Frouws M et al. Aspirin and gastro intestinal malignancies; improved survival not only in colorectal cancer? Conference abstract. European Cancer Congress 2015

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

De studie laat niet toe te besluiten dat het hier gaat om een direct effect van aspirine, dat stellen ook de onderzoekers zelf. Overigens kan dagelijks aspirine slikken ook maagbloedingen veroorzaken en is het niet zonder gevaar. De studie haalde de voorbije dagen de wereldpers, maar een echt bewijs voor het levensverlengend effect van aspirine bij darmkanker werd tot dusver nog niet geleverd. Evenmin is duidelijk of mogelijke gunstige effecten opgaan voor alle kankers van het maagdarmstelsel.

Eerdere studies suggereerden ook al een verband tussen aspirine en darmkanker (2, 3).

Ondertussen hebben de Nederlandse onderzoekers een nieuwe studie opgezet, waarbij mensen met een pas gediagnosticeerde darmkanker naast de reguliere kankerbehandeling ofwel aspirine, ofwel een placebo krijgen. Dat is een betere studieopzet om het verband verder uit te spitten. Het is wachten op de resultaten om zekerheid te krijgen over de effecten van aspirine.

Conclusie

Het is te vroeg om te besluiten dat dagelijks aspirine slikken de overlevingskansen van mensen met darmkanker verbetert, maar de studie ziet er veelbelovend uit. Voor meer evidentie moeten we de resultaten van lopend onderzoek afwachten.

Referenties

(2) http://www.gezondheidenwetenschap.be/gezondheidsnieuws-onder-de-loep/kan-aspirine-darmkanker-voorkomen

(3) http://www.gezondheidenwetenschap.be/gezondheidsnieuws-onder-de-loep/verlaagt-een-dagelijkse-dosis-aspirine-de-kans-op-kanker

http://www.nhs.uk/news/2015/09September/Pages/too-soon-for-aspirin-doubles-cancer-survival-claim.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 29/09/2015 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Versterkt extra calcium de botten niet?

foto bij artikel Versterkt extra calcium de botten niet?

In het nieuws

Ouderen die een calciumrijk dieet volgen of calciumsupplementen innemen (kalktabletten), krijgen geen sterkere botten. Dat concluderen onderzoekers uit Nieuw-Zeeland.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Ouderen krijgen de raad voldoende calcium op te nemen (melk, kaas, yoghurt,…) of calciumtabletten in te nemen, al dan niet in combinatie van vitamine D. Extra calcium zou de botten sterker maken en beschermen tegen botbreuken. Wetenschappelijk onderzoek uit Nieuw-Zeeland komt nu tot andere conclusies (1). In twee goed uitgevoerde overzichtsstudies werden alle degelijke onderzoeken verzameld over de impact van calcium uit de voeding of uit supplementen op de botdensiteit (botsterkte) en op het voorkomen van botbreuken (vooral pols, heup, wervels) bij vijftigplussers .In de eerste overzichtsstudie werden 59 onderzoeken gebundeld over het effect van extra calcium op de botdensiteit bij in totaal 13.790 gezonde ouderen. Eén jaar lang extra calcium innemen versterkt de botten met amper 0,6 tot 1%. Studies over de effecten van extra calciuminname via de voeding (melk, zuivel, vette vis, broccoli,…) toonden een zeer kleine gunstige invloed op het voorkomen van botbreuken. In het tweede overzichtsonderzoek, met 26 studies met betrekking tot 69.107 mensen, over de impact van calciumsupplementen op botbreuken, bracht als resultaat een risicoreductie van 11%. Bij nadere analyse bleek dit gunstig effect echter volledig toe te schrijven aan één grote studie bij mensen in woonzorgcentra met een aangetoond tekort aan vitamine D, die daardoor een hoger risico liepen op botbreuken. Analyseerde men enkel de gegevens over gezonde ouderen, dan bleek effect van extra calcium, via voeding of supplementen, op het risico op botbreuken verwaarloosbaar klein. De onderzoekers concluderen dat gezonde ouderen met een normaal eetpatroon geen calciumsupplementen nodig hebben. Bovendien zijn deze supplementen niet vrij van nevenwerkingen (obstipatie, nierstenen).

Bron

(1) Bolland MJ, et al. Calcium intake and risk of fracture: systematic review. BMJ. Published September 29 2015 Tai V, et al. Calcium intake and bone mineral density: systematic review and meta-analysis. BMJ. Published September 29 2015

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Dit nieuws slaat in als een bom, omdat in vele landen, ook bij ons, ouderen de raad krijgen extra calcium in te nemen. Denk maar aan de ‘drink melk voor later’-campagnefilmpjes. Deze nieuwe, goed uitgevoerde studies tonen aan dat dit niet nodig is voor gezonde ouderen. De zeer beperkte voordelen van calciumsupplementen voor vijftigplussers (bovenop een normale calciuminname) zouden niet opwegen tegen de mogelijke nadelen (neveneffecten van calcium). Een gezond eetpatroon en voldoende beweging volstaan.

Voor mensen met osteoporose of andere aandoeningen met broze botten, of mensen die nog weinig mobiel zijn, in rusthuizen bijvoorbeeld, geldt dit niet. Zij zijn wel gebaat met extra calcium en vitamine D.

Conclusie

Extra calciumsupplementen hebben amper effect op de botsterkte of het risico op botbreuken bij gezonde, mobiele ouderen.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2015/09September/Pages/are-calcium-pills-any-good-at-preventing-bone-fractures.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 01/10/2015 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst