De apotheekbestelmodule in uw broekzak.

De mobiele app Onepharma is gratis te downloaden op de App Store of Google Play. Het volstaat voor de gebruiker om:

  • een foto te nemen van het voorschrift (1) of
  • een foto te nemen van de doos van het vrij verkrijgbaar geneesmiddel of
  • de naam van de medicatie te zoeken in de database van de app of
  • de naam en dosis en aantal eenheden in te typen

om een bestelling te maken en deze met zijn smartphone door te versturen naar de apotheek. Deze apotheek moet natuurlijk wel een Onepharma-partner zijn.

Onze apotheken te Dudzele en te Heist-aan-Zee zijn er al zeker klaar voor.

Zodra de bestelling is verwerkt, krijgt de afzender een bericht ter kennisgeving waarin hem wordt meegedeeld dat hij deze kan ophalen, mits hij het voorschrift meeneemt (1).

Voor alle vragen en opmerkingen kan je steeds bij ons terecht!

Algemeen gezondheidsadvies kan je steeds terugvinden op onze websites http://www.efarma.be en infoapotheek.wordpress.com , onze facebook account,  onze twitter account: @infoapotheek, maar het liefst van al bezorgen we U een persoonlijk advies in de apotheek zelf.

Speel je bij borstkanker op zeker door te kiezen voor een volledige borstamputatie?

foto bij artikel Speel je bij borstkanker op zeker door te kiezen voor een volledige borstamputatie?

In het nieuws

Vrouwen met een vroeg stadium van borstkanker worden beter geholpen met een operatie waarbij slechts een klein deel van de borst verwijderd wordt dan met een volledige borstamputatie.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Dit blijkt uit een studie die Nederlandse onderzoekers donderdag jl. voorstelden op een congres in de Verenigde Staten. Zij vergeleken de 10-jaarsoverleving van vrouwen die een borstsparende ingreep ondergingen met vrouwen die een volledig borstamputatie ondergingen. Bij een borstsparende ingreep wordt alleen de tumor uit de borst verwijderd en wordt de operatie aangevuld met een bestraling die tot doel heeft nog eventueel achtergebleven kankercellen te doden.

De onderzoekers maakten gebruik van dossiergegevens van 37.207 vrouwen bij wie men tussen 2000 en 2004 borstkanker in een vroeg stadium ontdekte. Bij 58 procent van de patiënten werd de kanker behandeld met een borstsparende therapie, terwijl de overige patiënten een volledige borstamputatie ondergingen. Na verloop van 10 jaar leefde van de patiënten die een borstsparende therapie kregen nog 77 procent, tegenover 60 procent van de patiënten die een borstamputatie ondergingen. “Uit deze studie blijkt dat borstsparende therapie tot betere resultaten leidt bij patiënten met een vroeg stadium van borstkanker”, klinkt het besluit van de onderzoekers in een persbericht (1).

Bron

(1) http://iknl.nl/onderzoek/nieuws/nieuws-detail/2015/12/10/borstsparende-therapie-bij-vroege-borstkanker-leidt-tot-betere-overleving

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Eerdere gerandomiseerde studies toonden reeds aan dat een borstsparende therapie bij sommige patiënten tot een even goede overleving leidt als een borstamputatie (2). Deze studies liepen evenwel over een relatief korte termijn van 5 jaar. De huidige Nederlandse studie heeft als sterke punten dat ze naar de overleving keek na 10 jaar, en dit bij een groot aantal patiënten. Ze heeft evenwel het grote nadeel dat het om een louter observationele studie gaat.

In een gerandomiseerde studie wordt de behandeling (borstsparend of borstamputatie) bij een grote groep patiënten bepaald op basis van lottrekking. Hierdoor zorgt men ervoor dat de twee groepen patiënten volstrekt vergelijkbaar zijn. Het enige verschil tussen de twee groepen bestaat in de behandeling die ze krijgen. In een observationele studie daarentegen wordt de behandeling gekozen door de arts in overleg met de patiënt. Hier is het helemaal niet uitgesloten dat er tussen de twee groepen nog andere verschillen zijn dan alleen maar de aangeboden behandeling. Zo waren de vrouwen die een borstsparende behandeling kregen in de Nederlandse studie jonger dan de andere vrouwen, en alleen al daardoor is het volkomen logisch dat ze een betere 10-jaarsoverleving hebben dan oudere patiënten.

De onderzoekers die de resultaten van een observationele rapporteren zijn natuurlijk ook met deze beperking vertrouwd. Zij houden daarom rekening met de vastgestelde verschilpunten zoals de leeftijd en gaan met wiskundige correcties proberen om de twee behandelingsgroepen vergelijkbaar te maken. Dergelijke correcties zijn evenwel nooit perfect. Daarom zijn de resultaten van observationele studies in principe steeds minder betrouwbaar dan die van gerandomiseerde studies.

Ook in deze Nederlandse studie werden wiskundige correcties aangebracht. We beschikken hier evenwel niet over details. De studie werd kort voorgesteld op een wetenschappelijk congres, maar gedetailleerde informatie die moet toelaten ze kritisch te beoordelen is niet gepubliceerd. Zoals wel vaker gebeurt, sturen de onderzoekers of de instituten waar ze werken, louter om publiciteire redenen, een persbericht met hun bevindingen de wereld in, zonder dat een kritische beoordeling door onafhankelijke wetenschappers vooraf gebeurde. De stelling in het persbericht dat deze studie “aantoont dat borstsparende therapie tot betere resultaten leidt bij patiënten met een vroeg stadium van borstkanker” wordt door deze studie niet hard gemaakt. Daarvoor is ze methodologisch te zwak.

Conclusie

De resultaten van deze studie liggen in de lijn van eerdere studies die vonden dat bij sommige vrouwen met een vroeg stadium van borstkanker een beperkte borstoperatie soms even goed is als een volledige borstamputatie. Meer dan dat kunnen we er niet uit besluiten.

Referenties

(2) Jatoi I, Proschan MA. Randomized trials of breast-conserving therapy versus mastectomy for primary breast cancer: a pooled analysis of updated results. Am J Clin Oncol. 2005 Jun;28(3):289-94.

klokje bij datum van publicatie verschenen op 17/12/2015 | Cebam | geschreven door Hans Van Brabandt

Vervroegt roken de menopauze?

foto bij artikel Vervroegt roken de menopauze?

In het nieuws

Vrouwen die in hun leven minstens 100 sigaretten gerookt hebben en vrouwen die passief rookten, lopen meer kans om al voor hun vijftigste in de overgang te komen. Dat meldt een nieuwe Amerikaanse studie.

Waar komt dit nieuws vandaan?

De Amerikaanse onderzoekers baseren zich op vragenlijsten ingevuld door 93.676 vrouwen tussen 50 en 79 jaar. Daarin werd gepeild of ze gerookt hadden en hoeveel, of ze vaak waren blootgesteld aan sigarettenrook en of en wanneer ze in de overgang kwamen. Daarnaast werd een heleboel informatie verzameld over de leefwijze, eet- en drinkgewoonten, lichaamsgewicht, sportactiviteiten, zwangerschappen, enzovoort. Vrouwen die rookten of gerookt hadden (minstens 100 sigaretten of meer in hun leven), liepen 1,26 keer meer kans om voor hun vijftigste in de menopauze te komen. Vrouwen die vaak waren blootgesteld aan sigarettenrook, liepen 1,17 keer meer kans op een vervroegde menopauze. De gemiddelde leeftijd waarop vrouwen die nooit gerookt hadden in de menopauze kwamen bedroeg 49,4 jaar, voor vrouwen die gerookt hadden of rookten bedroeg dit 48,3 jaar en voor vrouwen die zelf niet gerookt hadden, maar wel vaak passief meerookten, 48,8 jaar. De onderzoekers besluiten dat hun resultaten bevestigen wat reeds eerder werd aangetoond, namelijk dat roken de menopauze kan vervroegen.

Bron

(1) Hyland A, Piazza K, Hovey KM, et al. Associations between lifetime tobacco exposure with infertility and age at natural menopause: the Women’s Health Initiative Observational Study. Tobacco Control. Published online December 14 2015

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Je kan je afvragen waarom het verband tussen roken en menopauze nog eens onderzocht werd, omdat dit verband al meermaals is aangetoond. Verrassend is hier wel dat ook passief meeroken een impact heeft. Deze studie biedt nog steeds geen verklaring waarom roken de menopauze kan vervroegen. Het is tot op heden niet aangetoond dat gifstoffen uit tabak een invloed hebben op vrouwelijke hormonen, wat soms verondersteld wordt. Vraag is of dat nodig is. Roken is ongezond en moet in alle gevallen afgeraden worden.

Conclusie

Deze studie bevestigt wat eerder werd aangetoond, namelijk dat roken en blootstelling aan tabaksrook de menopauze kan vervroegen.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2015/12December/Pages/Active-and-secondhand-smoking-both-linked-to-early-menopause.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 21/12/2015 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Screenen op cholesterol en vetten in het bloed

Wat is het?

Dyslipidemie betekent een afwijking in de hoeveelheid vetten in het bloed. De voornaamste zijn cholesterol en triglyceriden (zie richtlijn Te veel vetten in het bloed (dyslipidemieën)).
Verhoogde lichaamsvetten vormen op middellange en lange termijn een risico voor het ontwikkelen van ernstige schade aan de bloedvaten (aderverkalking). Hoe hoger de waarden, hoe groter het risico. En omgekeerd, hoe lager de waarden, hoe aanzienlijk kleiner het risico. Concreet spreken we over het risico op hartinfarct, beroerte en vroegtijdig overlijden.
Met screenen bedoelen we het systematisch opsporen van risico’s, afwijkingen of ziekten bij grote bevolkingsgroepen. Het gaat dus om preventief onderzoek met het doel ziekte te voorkomen en/of ziekte op te sporen in een vroegtijdig stadium en tijdig maatregelen te nemen. We onderscheiden primaire en secundaire preventie:
– bij primaire preventie willen we bij gezonde mensen ziekte voorkomen;
– bij secundaire preventie is er al een ziekte aanwezig, maar willen we verdere schade voorkomen.
Screening is niet gratis. Hoe meer mensen worden onderzocht, hoe duurder de screening. Bovendien kan screening ook vals-positieve en vals-negatieve resultaten opleveren. Een vals-positief resultaat betekent dat de test wijst op ziekte, terwijl er geen ziekte is. Een vals-negatief resultaat betekent dat de test geen afwijking toont terwijl de persoon wel degelijk een ziekte heeft. Zo’n vast-negatief resultaat kan je onterecht geruststellen, terwijl een vast-positief resultaat aanleiding kan geven tot onnodig verder onderzoek en behandeling.
Het behandelen van ziekten is natuurlijk ook duur. Daarom wordt gestreefd naar een evenwicht tussen preventie (screening) en behandeling.

Wie moet worden gescreend?

In principe worden eerst die mensen gescreend die het grootste risico lopen. Pas later komen de mensen aan de beurt van wie het risicoprofiel een minder dringende aanpak vergt.

Eerste fase
In de eerste plaats screent men mensen met een sterk verhoogd risico op hart- en vaatziekten en de complicaties ervan. Dit zijn voornamelijk 2 groepen:
– een eerste groep zijn personen met een verhoogd cholesterol door erfelijke belasting. Doorgaans zijn dat families (kinderen, broers en zussen) waar hart- en vaatziekten al op jonge leeftijd vaak voorkomen, namelijk bij mannen voor hun 55e en bij vrouwen voor hun 65e levensjaar. Ook jonge mensen met een cholesterolwaarde van meer dan 300 mg per 100 ml bloed, en hun naaste verwanten, horen bij deze groep.
– een tweede groep zijn mensen die reeds een hart- of vaatziekte hebben, al dan niet door erfelijkheid.

Tweede fase
In een tweede fase wordt de doelgroep uitgebreid naar dat deel van de bevolking dat ook nog andere risicofactoren vertoont. We denken dan vooral aan mensen met overgewicht, rokers, mensen met hoge bloeddruk, personen met diabetes en de familieleden van mensen met hart- en vaatziekten. Kinderen en ouderen boven de 75 jaar worden niet gescreend. Aangezien het hier om primaire preventie gaat, zal de nadruk liggen op gezonde voeding en goede levensgewoontes, eerder dan op medisch handelen.

Wat wordt er precies gescreend?

Er wordt een bloedonderzoek gedaan met bepaling van de totale cholesterol, de (goede) HDL- en de (slechte) LDL-cholesterol, de triglyceriden, en vanaf 65 jaar ook de bloedsuiker. Daarnaast zal je arts ook je bloeddruk en gewicht meten, en nagaan of je slagaders nog goed open zijn. Vanaf 50 jaar kan de screening om de 5 jaar gebeuren; boven de 65 jaar om het jaar. Dit schema wordt uiteraard aangepast als er afwijkingen worden gevonden. Bijkomend onderzoek kan dan worden gepland, zoals een onderzoek van de slagaders, een hartfilmpje (ECG) en een inspanningstest.

Bronnen

www.ebmpracticenet.be

verschenen op 30/09/2015

Wagenziekte

Wat is het?

Wagenziekte ontstaat wanneer onze hersenen tegenstrijdige informatie ontvangen van enerzijds onze ogen en anderzijds ons evenwichtsorgaan. Wanneer je in een rijdende auto zit, registreren je ogen beweging, terwijl je volgens ons evenwichtsorgaan stilzit. Dat zorgt voor verwarring, en daarom word je wagenziek.

Hoe vaak komt het voor?

Ongeveer een derde van de bevolking is gevoelig voor wagenziekte. Bij kinderen komt het vooral voor tussen de leeftijd van 2 en 12 jaar, zelden of nooit onder de 2 jaar. Volwassen vrouwen hebben er vaker last van dan mannen, vooral tijdens de menstruatie en de zwangerschap. De neiging om wagenziek te worden vermindert als je regelmatig reist en met het ouderworden.

Hoe kun je het herkennen?

Je wordt geleidelijk aan misselijk en moet braken. Je huid wordt bleek, is bezweet en klam. Soms ga je geeuwen en zuchten, en heb je last van toegenomen speekselproductie.

Hoe stelt je arts de aandoening vast?

Het verhaal van de klachten is typisch. Er is geen verder onderzoek nodig.

Wat kun je zelf doen?

Neem een lichte maaltijd voor je vertrekt, en drink voldoende onderweg. Vermijd alcohol.
De beste plaats in de auto is voorin. Hou je blik recht vooruit en kijk naar een veraf gelegen punt. Een neksteun kan helpen.
Kinderen lezen beter niet tijdens de autorit. Laat ze desnoods even liggen met de ogen dicht. Zorg ook voor een goede ventilatie en losse, warme kleding.

Wat kan je arts doen?

Word je gemakkelijk wagenziek, dan kan de arts medicatie voorschrijven. Eerste keuze zijn antihistaminica zoals meclozine.

Bronnen

www.ebmpracticenet.be
www.bcfi.be

verschenen op 26/10/2015

Ijzertekort en bloedarmoede

Wat is het? 

Bij bloedarmoede zijn er te weinig rode bloedcellen in het bloed, of de rode bloedcellen bevatten te weinig hemoglobine. Hemoglobine is het eiwit dat zuurstof bindt en vervoert naar de organen. Voor de aanmaak van hemoglobine is ijzer nodig. Daardoor leidt een tekort aan ijzer tot bloedarmoede.
Men spreekt van bloedarmoede vanaf een gehalte aan hemoglobine lager dan 12 g/dl (vrouwen) of lager dan 13 g/dl (mannen).
Bloedarmoede door een gebrek aan ijzer kan veroorzaakt worden door bloedverlies, een gebrek aan ijzer in de voeding, een gebrekkige opname van ijzer uit de voeding door maag-darmziekten of door een verhoogde nood aan ijzer door het lichaam.

Hoe vaak komt het voor? 

De grootste groep mensen met bloedarmoede door ijzertekort zijn menstruerende vrouwen. Een op 5 vrouwen heeft daarmee te kampen. De bloedarmoede wordt dan niet veroorzaakt door een ziekte en is dus niet onrustwekkend. Kinderen met een groeispurt en zwangere vrouwen kunnen een gebrek aan ijzer hebben doordat hun lichaam meer ijzer verbruikt. Dat is tijdelijk en evenmin onrustwekkend, tenzij er een ernstig tekort is.
Bloedarmoede bij niet-menstruerende vrouwen en bij mannen is wel te wijten aan een onderliggende ziekte. Meestal gaat het dan om een maag- of darmbloeding. Andere oorzaken zijn een tekort van ijzer in de voeding of een verminderde opname van ijzer door het lichaam, zoals kan gebeuren bij coeliakie (dit is een ziekte waarbij gluten het maag-darmstelsel aantasten) en andere maag- en darmziekten.
Een chronische ziekte zorgt voor een verhoogd verbruik van ijzer en kan leiden tot bloedarmoede. Bloedarmoede kan ook familiaal voorkomen door een genetische ziekte, zoals sikkelcelanemie (abnormaal hemoglobine) en thalassemie (hemoglobine wordt niet goed aangemaakt door het lichaam).

Hoe kun je het herkennen? 

De voornaamste klacht in geval van bloedarmoede is vermoeidheid. Het kan zijn dat je bleek ziet. Je kunt last hebben van hoofdpijn, kortademigheid, hartkloppingen en koude handen en voeten. Je nagels zijn soms broos. Je kunt ontstekingen hebben van de mondhoeken of de tong.

Hoe stelt je arts de aandoening vast? 

Een bloedonderzoek kan bloedarmoede aantonen. Er zijn verschillende parameters die onderzocht kunnen worden: het aantal rode bloedcellen, hun volume (hematocriet), hun uitzicht (normaal, klein of vergroot), het gehalte aan hemoglobine, de ijzerreserve in het lichaam kan gemeten worden (ferritine) en de concentratie van ijzer in het bloed (transferrine en ‘TIBC’ of de totale ijzerbindingscapaciteit van ijzer op transferrine). Daarnaast worden tekenen van langdurige ziekten en infecties opgespoord in het bloed, alsook het gehalte aan vitamine B12 en foliumzuur.
De combinatie van al dan niet-afwijkende parameters kan aantonen of de bloedarmoede veroorzaakt wordt door een ijzertekort of door andere oorzaken.

Wat kun je zelf doen? 

Een evenwichtige voeding voorziet je lichaam van voldoende ijzer. Het is dus niet nodig om voedingssupplementen te slikken.
Vegetariërs en veganisten moeten wel extra aandacht besteden aan hun ijzeropname. De voornaamste bronnen van ijzer zijn namelijk vlees, vis en gevogelte. Ook bepaalde groenten zoals broccoli, courgette, bloemkool, pompoen, tomaat en fruit (vooral citrusvruchten) bevatten veel ijzer. Spinazie bevat, zoals bekend, wel ijzer, maar deze vorm van ijzer wordt minder goed opgenomen door het lichaam.
Ijzer wordt het best door het lichaam opgenomen wanneer het gecombineerd wordt met voeding rijk aan vitamine C, en wordt minder goed opgenomen in combinatie met koffie of thee.

Wat kan je arts doen? 

Je arts zal je ijzerpreparaten voorschrijven om het tekort aan te vullen. Dat is een kuur waarbij je de preparaten een drietal maanden lang moet innemen. Als ijzertherapie niet helpt, zal je arts je doorverwijzen naar een hematoloog (specialist in bloedziekten).
Als de bloedarmoede mogelijk een symptoom is van een onderliggende ziekte zal je arts die ziekte proberen te achterhalen en te behandelen. Je arts zal je doorsturen naar een maag-darmspecialist om een endoscopie (gastroscopie en/of colonoscopie) te laten uitvoeren. Zo kan een bloeding in het maag-darmstelsel ontdekt worden, bijvoorbeeld als complicatie van een maagzweer, slokdarmletsels, een tumor of aambeien. Ook darmziekten zoals de ziekte van Crohn of coeliakie worden via een gastroscopie vastgesteld.
Bij overvloedige menstruatie zal je arts je doorsturen naar een gynaecoloog.

Bronnen 

www.ebmpracticenet.be
www.domusmedica.be

verschenen op 24/01/2014

Koolstofmonoxidevergiftiging

Wat is het?

Koolstofmonoxide of CO is een gevaarlijk reukloos en onzichtbaar gas dat dodelijk is omdat het hemoglobine bindt in ons bloed. Hemoglobine is een eiwit dat ervoor zorgt dat ons hele lichaam wordt voorzien van zuurstofrijk bloed. In geval van binding van CO aan hemoglobine is het hemoglobine niet meer in staat om zuurstof te transporteren, waardoor weefsels afsterven.
Mogelijke bronnen van koolstofmonoxide (CO) in een woning zijn slecht werkende verwarmingstoestellen en warmwaterinstallaties in combinatie met een slechte verluchting. Wanneer de verbranding van koolstofbevattende brandstoffen (gas, olie, hout, kolen,…) door een tekort aan zuurstof in de ruimte onvolledig is, ontstaat er CO.

Hoe vaak komt het voor?

Koolstofmonoxidevergiftiging is de meest dodelijke vorm van intoxicatie in België. Jaarlijks zijn er in België zo’n 1200 CO-vergiftigingen. Per jaar overlijden er een 30-tal mensen aan.

Hoe kun je het herkennen?

De verschijnselen die optreden bij iemand met een CO-vergiftiging zijn niet typisch. Ze kunnen vaak onterecht doen denken aan een griep of een voedselvergiftiging. Maar hou steeds rekening met de mogelijkheid van een CO-blootstelling in volgende omstandigheden:
– iemand wordt onwel in een ruimte verwarmd door een gasboiler (badkamer);
– meerdere personen in dezelfde woning klagen over hoofdpijn en misselijkheid, of moeten braken wanneer ze een bepaalde ruimte betreden. Kenmerkend is dat de symptomen verdwijnen na het verlaten van deze ruimte.
Een ademhalingsstilstand kan een eerste teken zijn van een snel optredende en ernstige CO-intoxicatie ten gevolge van hoge CO-concentraties. Bij tragere en minder ernstige blootstelling heeft men eerst last van algemeen onwel zijn, hoofdpijn, duizeligheid en misselijkheid. Daarna worden ze ook kortademig en zwak. Soms zijn ze verward, en verliezen ze het bewustzijn.
Wordt er niet snel hulp geboden, dan zal het slachtoffer in coma gaan. Door een CO-vergiftiging kan men omkeerbare maar soms ook permanente hersenschade oplopen.

Hoe stelt je arts de diagnose?

De arts stelt een CO-intoxicatie vast op basis van onverklaarde hoofdpijn, vermoeidheid of een verstoord bewustzijn, misselijkheid en braken, die in verband kunnen worden gebracht met de omstandigheden en dus vooral doen denken aan een CO-blootstelling.
De ernst van de CO-vergiftiging is afhankelijk van de blootstellingstijd en de hoeveelheid CO in de ruimte. Een langdurige blootstelling aan lagere CO-concentraties (chronische CO-vergiftiging) is moeilijker vast te stellen. Ook hier is het cruciaal om bij aanhoudende aspecifieke klachten gelinkt aan een specifieke ruimte te denken aan CO. Bewusteloze slachtoffers van een CO-intoxicatie hebben vaak rode lippen en wangen.
Bepalen of er sprake is van een CO-intoxicatie gebeurt op 4 manieren:
– meten van het CO-gehalte in de omgeving;
– bepalen, via een bloedafname, van het carboxyhemoglobinegehalte (dit gehalte is bij rokers vaak reeds verhoogd);
– bepalen van het CO-gehalte in de uitgeademde lucht;
– bepalen van het zuurstofgehalte in het bloed via een speciale pulsoximeter voor CO (toestel dat op de vinger wordt geplaatst).

Wat kun je zelf doen?

Het eerste waaraan je moet denken is dat een bewusteloos slachtoffer mogelijk bevangen werd door CO. Zorg dus voor je eigen veiligheid en ga nooit zomaar een ruimte binnen waar een bewusteloos slachtoffer ligt. Verwittig onmiddellijk de hulpdiensten via 112 en zeg dat je vermoedt dat het om een CO-intoxicatie gaat en of het slachtoffer al dan niet bij bewustzijn is.
Probeer zo mogelijk en zonder jezelf in gevaar te brengen:
– de kamer te verluchten door vensters en deuren te openen;
– de toestellen die CO kunnen produceren uit te schakelen;
– het slachtoffer uit de ruimte te evacueren;
– een niet-ademend slachtoffer zo snel mogelijk te reanimeren;
– een nog ademend slachtoffer in veilige zijlighouding te leggen, zodat hij niet kan stikken in eventueel braaksel.
Heb je vragen omtrent de gevaren van CO of vermoed je een probleem, dan kun je in Vlaanderen het gratis nummer 1700 bellen.

Wat kan je arts doen?

De behandeling van ernstige CO-intoxicatie bestaat uit het toedienen van hyperbare zuurstof gedurende minstens 4 à 6 uur. In een gesloten ruimte krijg je dan zuurstof onder verhoogde druk toegediend. Zo zorgt men voor een snellere binding van zuurstof aan het hemoglobine. Deze therapie verlaagt de kans op latere hersenschade. De arts zal hyperbare therapie opstarten wanneer:
– het slachtoffer bewusteloos is (geweest);
– er behalve hoofdpijn, ook nog andere neurologische symptomen zijn;
– het slachtoffer ernstige cardiovasculaire symptomen heeft;
– de bloedconcentratie van aan hemoglobine gebonden CO gevaarlijk hoog is (meer dan 40%);
– de bloedconcentratie van aan hemoglobine gebonden CO hoog is en het slachtoffer zwanger is.
Bij een milde CO-vergiftiging volstaan enkele uren frisse buitenlucht.
Bronnen

www.ebmpracticenet.be
http://www.belgium.be/nl/gezondheid/gezond_leven/woonomgeving/co-vergifting/
http://www.antigifcentrum.be/koolstofmonoxide
www.koolstofmonoxide.be

verschenen op 18/10/2015