Zorgen gesuikerde frisdranken voor een toename aan buikvet?

foto bij artikel Zorgen gesuikerde frisdranken voor een toename aan buikvet?

In het nieuws

Wie regelmatig gesuikerde frisdrank drinkt, kweekt meer gevaarlijk buikvet, dat blijkt uit een nieuwe Amerikaanse studie.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Het gaat om een Amerikaanse studie die gegevens gebruikte van 1003 volwassen, mannen van minstens 35 jaar en vrouwen van minstens 40 jaar, die deelnemen aan een langer durend onderzoek, de zogenaamde Framingham Study, en nu apart genomen werden betreffende hun frisdrankgebruik (1). De groep werd bij aanvang van de studie grondig onderzocht en kreeg ook een CT-scan om de hoeveelheid buikvet te evalueren. Iedereen vulde een vragenlijst in over zijn voedingsgewoonten met aandacht voor de frisdrankconsumptie: light of gesuikerd, met of zonder cafeïne, frequentie, enzovoort. Er werd tevens gepolst naar alcoholgebruik, rookgewoonten en consumptie van groenten en fruit. Zes jaar later werd opnieuw een CT-scan gedaan om de vetdistributie te evalueren. De onderzoekers stelden vast dat diegenen die bij aanvang van de studie stelden dagelijks gesuikerde frisdrank te consumeren meer vet hadden rond de organen (buikvet) in vergelijking met mensen die geen of weinig frisdrank of light frisdrank consumeerden. Alle deelnemers waren wel vergelijkbaar verdikt tegen het einde van de studie. Er was geen verschil in lichaamsgewicht tussen diegenen die frisdrank consumeerden en de groep die gesuikerde drank dronk. De onderzoekers besloten dat dagelijkse frisdrankconsumptie de hoeveelheid buikvet in ongunstige zin beïnvloedt, zonder het lichaamsgewicht te veranderen.

Bron

(1) Ma J, McKeown NM, Hwang S, et al. Sugar-Sweetened Beverage Consumption is Associated With Change of Visceral Adipose Tissue Over 6 Years of Follow-Up. Circulation. Published online January 11 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

De vaststellingen zijn niet erg betrouwbaar: de deelnemers werden slechts één keer bevraagd, bij aanvang van de studie. Hun frisdrankconsumptie kan gewijzigd zijn in de zes jaar daaropvolgend. Bovendien is een bevraging over voedings- en drankgewoonten nooit erg betrouwbaar, omdat het heel moeilijk is om je precies te herinneren wat je zoal eet en drinkt. Bovendien dronk de meerderheid van de deelnemers soms light en soms gesuikerde frisdrank.

Het enige wat consistent is: alle deelnemers namen wat toe in gewicht. Ook het buikvet nam bij iedereen wat toe, maar bij diegenen die dagelijks gesuikerde frisdranken dronken iets meer. Dat kan ook met andere factoren te maken hebben, gebrek aan beweging of voedingsgewoonten bijvoorbeeld.

Buikvet verhoogt het risico op hart- en vaatziekten iets meer in vergelijking met vet dat onderhuids zit.

Conclusie

Deze studie vindt een verband tussen gesuikerde frisdrankconsumptie en hoeveelheid buikvet, maar het is lang niet zeker of het ene met andere te maken heeft. Ook diegenen die light dronken, of helemaal geen frisdrank, kweekten iets meer buikvet met het ouder worden.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/01January/Pages/Sugary-drinks-linked-to-increased-fat-levels-around-vital-organs.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 14/01/2016 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Blijft rugpijn langer weg als je veel beweegt?

foto bij artikel Blijft rugpijn langer weg als je veel beweegt?

In het nieuws

Oefeningen in combinatie met voorlichting over houding en bewegen, beschermen tegen het krijgen van lage rugpijn. Wie regelmatig oefent en beter leert bewegen halveert ongeveer de kans op lage rugpijn. Dat schrijven Australische en Braziliaanse onderzoekers.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Australische en Braziliaanse onderzoekers brachten 21 goed uitgevoerde studies over methodes om rugpijn te voorkomen en ziektedagen omwille van rugpijn te beperken, samen in een overzichtsstudie (1). In totaal had dit onderzoek betrekking op 30.850 mensen, een groot deel gerekruteerd in legereenheden, daarnaast voornamelijk bedienden en verpleegkundigen. Niemand had al ooit rugklachten gehad bij aanvang van het onderzoek. De verzamelde studies gingen over het de impact van oefeningen (krachttraining, aerobe training, kernstabiliteit), oefeningen in combinatie met rugeducatie (rugschool), steunzolen, ergonomische bureaustoelen en het dragen van een ruggordel op het voorkomen van rugklachten. Er werd gekeken hoeveel mensen na een jaar en later rugklachten hadden ontwikkeld. Analyse van alle gegevens toont dat bewegen, al dan niet in combinatie met rugeducatie, de beste manier is om rugpijn te voorkomen. Bewegen in combinatie met rugeducatie vermindert het risico op rugpijn met zo’n 45% en bewegen alleen vermindert het risico met 35%. Een ruggordel, ergonomische meubelen en steunzolen hebben daarentegen geen effect. Wie regelmatig sport, al dan niet goed geïnformeerd is over rugvriendelijke houdingen, heeft minder werkverlet als gevolg van rugklachten. Algemene conclusie: lichaamsbeweging, zowel uithoudingssporten als krachttraining met aandacht voor kernstabiliteit, is de beste manier om rugpijn te voorkomen en rugeducatie werkt daarbij nog versterkend.

Bron

(1)Steffens D, Maher CG, Pereira LSM, et al. Prevention of Low Back Pain – A Systematic Review and Meta-analysis. JAMA Internal Medicine. Published online January 11 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Dit overzichtsartikel bevestigt wat we al langer weten en versterkt daarmee de conclusie: bewegen en goed geïnformeerd zijn over rughygiëne is de beste manier om rugpijn te voorkomen. Dat andere methoden, de ruggordel, inlegzooltjes of een ergonomische stoel, geen impact hebben, staat nog niet helemaal vast, want de studies hierover, opgenomen in het overzichtsonderzoek, hadden alle een zwakke kwaliteit. Daardoor is de conclusie over deze hulpmiddelen ook zwak. Let wel, het gaat hier enkel om mensen die nog nooit eerder rugklachten hadden. De genoemde hulpmiddelen worden meestal gebruikt door mensen die geregeld last hebben van rugpijn.

Conclusie

Dit goed uitgevoerd overzichtsonderzoek bevestigt dat regelmatig bewegen, liefst in combinatie over goede informatie over rug en houding, de beste manier is om rugpijn te voorkomen. Steunzolen, ergonomische stoelen of het dragen van een ruggordel helpt daarentegen niet preventief.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/01January/Pages/Exercise-is-most-effective-method-of-preventing-lower-back-pain.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 15/01/2016 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Kunnen te veel aardappelen zwangerschapsdiabetes veroorzaken?

foto bij artikel Kunnen te veel aardappelen zwangerschapsdiabetes veroorzaken?

In het nieuws

Het eten van te veel aardappelen voor de zwangerschap zou de kans op diabetes vergroten tijdens de zwangerschap, blijkt uit een studie waarbij meer dan 15.000 vrouwen in de Verenigde Staten tien jaar lang gevolgd werden.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Amerikaanse onderzoekers selecteerden gegevens van een groep vrouwen, die deelnamen aan een andere, grotere studie, en die zwanger waren in de periode tussen 1991 en 2001. Hierbij ging het om 21.693 zwangerschappen, waarvan 854 zwangerschapsdiabetes ontwikkelden (1). Vrouwen die bij een eerdere zwangerschap diabetes hadden ontwikkeld, waren op voorhand uit het onderzoek uitgesloten. De onderzoekers wilden weten of het eten van aardappelen het risico op zwangerschapsdiabetes beïnvloedt. De vrouwen vulden vragenlijsten in over hun voedingsgewoonten met specifieke aandacht voor hun aardappelconsumptie in de jaren voor de zwangerschap. De onderzoekers hielden bij hun analyse rekening met beïnvloedende factoren zoals overige eet- en drinkgewoonten, lichaamsgewicht, lichaamsbeweging en opleiding. Uit hun analyse blijkt dat vrouwen die geregeld twee tot vier porties aardappelen per week aten, 27% meer kans liepen op zwangerschapsdiabetes. Diegenen die minstens vijf porties aardappelen per week aten, liepen tot 50% meer kans op diabetes. De onderzoekers berekenden dat wie wekelijks twee porties aardappelen vervangt door volkorenproducten (vb. volle rijst), groenten of peulvruchten, minder kans loopt op zwangerschapsdiabetes. Ze concluderen dat veel aardappelen eten, het risico op zwangerschapsdiabetes kan verhogen, al kan hun studie niet bewijzen dat aardappelen zwangerschapsdiabetes kunnen veroorzaken.

Bron

(1) Bao W, Tobias DK, Hu FB, et al. Pre-pregnancy potato consumption and risk of gestational diabetes mellitus: prospective cohort study. BMJ. Published online January 12 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Aardappelen bevatten veel zetmeel en dat zorgt voor een piek in het bloedsuikergehalte. Om die reden werd gezocht naar een verband tussen aardappelen en zwangerschapsdiabetes. Dit verband staat of valt met de betrouwbaarheid van de enquête. Hoe goed de vrouwen zich konden herinneren hoeveel porties aardappelen ze per week aten. We weten helaas niet hoe groot die porties waren en evenmin hoe de aardappelen bereid werden.

Advies voor vrouwen die zwanger wensen te worden, blijft daarom ongewijzigd tot er meer klaarheid is over de rol van aardappelen in het ontstaan van zwangerschapsdiabetes. Vrouwen dienen gezond en gevarieerd te eten en aardappelen kunnen daar zeker deel van uitmaken.

Tips over wat je moet doen om gezond zwanger te worden vind je hier:http://www.gezondzwangerworden.be/

Conclusie

Onderzoekers vinden een verband tussen hoge aardappelconsumptie voor de zwangerschap en zwangerschapsdiabetes. Het is nog niet duidelijk of veel aardappelen eten effectief tot zwangerschapsdiabetes kan leiden.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/01January/Pages/A-potato-rich-diet-prior-to-pregnancy-could-up-diabetes-risk.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 18/01/2016 | Cebam | bewerkt door

Zetten advertenties voor e-sigaretten met een smaakje jongeren aan tot roken?

foto bij artikel Zetten advertenties voor e-sigaretten met een smaakje jongeren aan tot roken?

In het nieuws

Advertenties voor elektronische sigaretten zonder nicotine, maar met een smaakje, ook shishapennen genoemd, maken kinderen nieuwsgierig. Een wolf in schaapskleren, zo concluderen Britse onderzoekers.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Onderzoekers van de universiteit van Cambridge wilden weten hoe Engelse schoolkinderen, tussen 11 en 16 jaar, reageren op reclame voor e-sigaretten, met een zonder smaakje, en of dit hun attitude tegenover roken beïnvloedt (1). Ze recruteerden 598 schoolkinderen uit twee scholen en verdeelden ze willekeurig in drie groepen. Alle deelnemers moesten een boekje doornemen. In de boekjes van de eerste groep stonden 12 advertenties voor e-sigaretten met een snoepjessmaak. De boekjes van de tweede groep bevatte 12 advertenties voor e-sigaretten zonder toegevoegd smaakje en de derde groep kreeg boekjes zonder advertenties. Nadien vulden alle kinderen een uitgebreide vragenlijst in die onder andere peilde naar hun houding tegenover tabak. Op een schaal van één tot vijf gaven ze tabak een score van onaantrekkelijk tot ‘cool’. Daarnaast werd vragen gesteld die een idee geven over de invloed van de advertenties die ze in de boekjes zagen. Kinderen die reeds gerookt hadden of e-sigaretten hadden geprobeerd, werden niet verder opgenomen in de analyse. De resultaten tonen dat er geen verschil was in perceptie van tabak in de drie groepen. Wat de advertenties betreft, vond men wel een duidelijk verschil in impact tussen e-sigaretten met of zonder smaakje: deze met snoep- of chocoladesmaak trokken wel de aandacht en meer kinderen gaven aan die wel eens te willen kopen. De onderzoekers concluderen dat kinderen die worden blootgesteld aan reclame voor e-sigaretten hun houding tegenover tabak niet veranderen, maar wanneer ze advertenties zien voor e-sigaretten met een lekker smaakje willen ze die wel eens proberen.

Bron

(1)Vasiljevic M, Petrescu DC, Marteau TM. Impact of advertisements promoting candy-like flavoured e-cigarettes on appeal of tobacco smoking among children: an experimental study. Tobacco Control. Published online January 17 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Het gaat om een goed uitgevoerde studie en het goede nieuws is dat kinderen tussen 11 en 16 jaar niet anders gaan denken over tabak roken wanneer ze reclame voor e-sigaretten zien. Echter, wanneer ze reclame zien voor e-sigaretten met een smaakje zien, is hun nieuwsgierigheid wel gewekt. In dit onderzoek ging het om reclame voor nicotinevrije e-sigaretten, ook wel shishapennen genoemd. Die zijn ook bij ons te koop, veelal in krantenwinkels, met uiteenlopende smaakjes (aardbeien, snoep, chocolade, enz.).

Een eerste bekommernis is de onwetendheid over mogelijke effecten van dergelijke pennen op de gezondheid. Een andere bezorgdheid is dat e-sigaretten met smaakjes kinderen vertrouwd kunnen maken met roken, waardoor ze later makkelijker naar echte sigaretten grijpen. Er is nu reeds een toename gemeld van roken bij kinderen.

Meer informatie over e-sigaretten en shishapennen vindt u op de website van Vigez:http://www.vigez.be/themas/tabak/e-sigaret?gclid=CL635Z29tcoCFSsKwwod7ekMbg

Conclusie

Reclame voor e-sigaretten met een smaakje maakt kinderen nieuwsgierig, zonder dat het hun attitude tegenover tabak wijzigt, toont nieuw onderzoek. De onderzoekers zijn wel bezorgd dat dergelijke e-sigaretten, ook zonder nicotine, kinderen vertrouwd maken met roken, waardoor de stap naar sigaretten kleiner wordt.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/01January/Pages/Are-ads-for-candy-flavoured-ecigs-tempting-teens-to-vape.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 19/01/2016 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Leef je langer door je te laten screenen op kanker?

foto bij artikel Leef je langer door je te laten screenen op kanker?

In het nieuws

Wetenschappers betwijfelen of het screenen van grote bevolkingsgroepen op allerlei soorten kanker zinvol is. Het grote publiek en politici twijfelen niet. Voor hen is kankerscreening nuttig. Zij moedigen deelname aan bevolkingsonderzoekingen sterk aan.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Het standpunt van wetenschappers werd samengevat in een analyse die gepubliceerd werd in het gerenommeerde British Medical Journal (1). Het besluit is dat mensen die zich op kanker laten screenen hierdoor niet langer leven. Overlijdens door de kanker waarnaar gezocht wordt verminderen vaak wel, maar die mensen sterven dan over dezelfde periode aan een andere oorzaak. Zij leven gemiddeld dus niet langer dan wie zich niet liet screenen.

Bron

(1) Prasad V et al. Why cancer screening has never been shown to “save lives”-and what we can do about it. BMJ. 2016 Jan 6;352:h6080.

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Het lijdt geen twijfel dat je door screening een kanker vroegtijdig kan opsporen. Maar een kanker ontdekken is op zich niet de reden waarom iemand zich laat screenen. Wat telt is dat, dankzij de vroegtijdige ontdekking van de kanker en de daaropvolgende behandeling, de persoon in kwestie langer zal leven. Uit meerdere studies blijkt bijvoorbeeld dat door screening op borst- of darmkanker het risico op overlijden door die kankers vermindert. Dit resulteert echter niet in een langer leven. In oudere screeningstudies leefden mensen die zich lieten screenen op longkanker zelfs minder lang dan diegene die niet gescreend werden. Dit schadelijk effect van screening verdween met het gebruik van moderne X-stralen apparatuur, maar er kon niet aagetoond worden dat je door longscreening langer leeft.

Er zijn meerdere mogelijke verklaringen waarom je dankzij de ontdekking van een kanker in een vroeg stadium toch niet langer leeft. Het kan zijn dat de kanker nog zodanig klein is dat de persoon die eraan lijdt eerder zou sterven aan een andere oorzaak. Maar de behandeling van die kleine kanker met een operatie, bestraling en/of chemotherapie houdt een risico op overlijden in waar tegenover in dit geval geen voordeel staat.

Omgekeerd zijn sommige kankers zodanig kwaadaardig dat een behandeling steeds te laat komt. Als zo iemand overlijdt te wijten aan de behandeling, dan wordt zijn leven dus verkort als gevolg van de vroegtijdige ontdekking van de kanker. Dit was waarschijnlijk de reden waarom vroegere studies over screening op longkanker aantoonden dat screening schadelijk was. De behandeling van deze kankers was zeer ingrijpend en liep soms slecht af, maar er stond geen winst in levensjaren tegenover.

Verder mag men niet vergeten dat kanker meestal een ouderdomsziekte is wat betekent dat de meeste mensen die eraan sterven al een zekere leeftijd hebben. En uiteindelijk sterven we allemaal. Iemand bij wie een overlijden door kanker op zijn tachtigste verjaardag door screening voorkomen werd sterft mogelijk een week later aan een beroerte en heeft dus niets gewonnen door de vroegtijdige ontdekking van de kanker tien jaar eerder.

Conclusie

Het is niet zeker dat je langer leeft door je op kanker te laten screenen. De burger die overweegt in te gaan op een uitnodiging tot screening moet door de initiatiefnemers vooraf correct ingelicht worden over de wetenschappelijke onzekerheden in verband met screening.

klokje bij datum van publicatie verschenen op 21/01/2016 | Cebam | geschreven door Hans Van Brabandt

Helpt Botox bij ernstige migraine?

foto bij artikel Helpt Botox bij ernstige migraine?

In het nieuws

TV-kijkers merkten op dat Dana Winner wel heel weinig rimpels heeft voor een vrouw van vijftig. De zangeres verklapte haar geheim in diverse kranten: ze laat al jaren botox inspuiten omdat het volgens haar erg doeltreffend is tegen migraine. Dat het ook helpt tegen rimpels, komt nu goed uit.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Op diverse platformen voor cosmetische behandelingen wordt beweerd dat Botox helpt tegen migraine en spanningshoofdpijn. Botox is de commerciële benaming voor botulinetoxine, een gif dat afgescheiden wordt door Clostridium botulinum, een bacterie die onder andere in conserven kan ontstaan. Het is een zeer sterk gif dat in sterk verdunde doseringen zenuwen verlamt, vooral op plaatsen waar spiercellen worden aangestuurd. De bekendste toepassing is het verlammen van aangezichtsspieren: rimpels verdwijnen (en soms ook de gelaatsuitdrukking). Over de effecten bij migraine bestaat veel onderzoek, maar vaak nog met tegenstrijdige resultaten. Mensen met klassieke migraine die episodisch optreedt (enkele tot tientallen aanvallen per jaar) kunnen niet geholpen worden met Botox-inspuitingen (1). Daarentegen kan er wel een licht effect zijn voor mensen met een zeer ernstige vorm van chronische migraine (minstens 15 dagen per maand). Dat zou blijken uit een grote studie opgezet door de firma die Botox verkoopt (2). Men bestudeerde mensen die minstens 15 dagen per maand lijden aan migraine. Zij kregen forse doses Botox (155 E) om de 12 weken, deze werden ingespoten op 31 plaatsen verspreid over 7 spiergroepen van hoofd en hals. De proefpersonen hadden voor de start van de studie gemiddeld 19 dagen hoofdpijn per maand. Diegenen die Botox kregen ingespoten hadden nog 11 dagen hoofdpijn, de placebogroep, die een nepproduct kreeg ingespoten, had nog 13 dagen hoofdpijn.

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Er werden heel wat studies over Botox, migraine en hoofdpijn gepubliceerd, maar zonder een duidelijke conclusie. De referentiestudie (2) over dit onderwerp gaat over een zeer selecte groep mensen met zeer ernstige migraine. De conclusies kunnen zeker niet veralgemeend worden tot de meer courante vormen van migraine. Deze studie werd gefinancierd door de firma die Botox verkoopt en is degelijk opgezet maar werd nog niet door andere onderzoeksgroepen bevestigd. Momenteel wordt gestart met een onafhankelijke doorlichting van alle degelijk onderzoek omtrent Botox en migraine (Cochrane protocol; 2015).

We kunnen wel stellen dat Botoxinspuitingen voor ernstige migraine en behandeling van gelaatsrimpels twee verschillende zaken zijn. De doseringen gebruikt voor migraine zijn veel hoger en de inspuitingen gebeuren in verschillende spiergroepen, niet in de gelaatsspiertjes die worden ingespoten bij een antirimpelbehandeling.

Botox wordt nog in andere toepassingen in de geneeskunde gebruikt: bij ooglidspasmen, blaasproblemen bij MS, scheelzien en overvloedig zweten.

Conclusie

Klassieke migraine, die om de paar weken de kop op steekt, wordt niet beter met Botox. Voor mensen met zeer ernstige chronische migraine (minstens 15 dagen per maand) kan Botox in sommige gevallen wel nuttig zijn. Alleszins is een antirimpelbehandeling met Botox niet te vergelijken met een Botox behandeling tegen migraine en vice versa, omdat andere spiergroepen worden ingespoten met andere doseringen.

Referenties

(1)Finkel AG. Botulinum toxin and the treatment of headache: A clinical review.Toxicon. 2015 Dec 1;107(Pt A):114-9

(2)Aurora SK et al. OnabotulinumtoxinA for Treatment of Chronic Migraine: Pooled Analyses of the 56-Week PREEMPT Clinical Program Headache 2011;51:1358-1373.

klokje bij datum van publicatie verschenen op 20/01/2016 | Cebam | geschreven door Patrik Vankrunkelsven

Is winterdepressie een mythe?

foto bij artikel Is winterdepressie een mythe?

In het nieuws

Seizoenschommelingen hebben helemaal geen effect op depressieve gevoelens. De winterdepressie is een sterk overroepen fenomeen, zo stellen Amerikaanse onderzoekers na een uitgebreid telefoononderzoek.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Amerikaanse onderzoekers deden een telefonische bevraging bij 34.294 mensen met gemiddelde leeftijd 52 jaar en wonend in de VS (1). Ze wilden onderzoeken of het voorkomen van depressieve symptomen samenhangt met blootstelling aan zonlicht en/of seizoenen. Voor het beoordelen van depressieve symptomen beantwoordden de respondenten een korte, gevalideerde vragenlijst over depressiviteit.

Na analyse vonden de onderzoekers geen verband tussen blootstelling aan zonlicht of seizoen op het voorkomen van depressieve symptomen. Ze concluderen dat depressiviteit niet beïnvloed wordt door seizoenen.

Bron

(1) Traffanstedt MK, Mehta S, LoBello SG. Major Depression With Seasonal Variation – Is It a Valid Construct? Clinical Psychological Science. Published online January 19 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Deze studie heeft enkele belangrijke mankementen: het gaat om een telefoonenquête, wat minder betrouwbaar is. De respondenten moeten bereid zijn mee te werken en antwoordden ‘on the spot’. Het is twijfelachtig of mensen die echt depressief zijn wel zouden deelnemen aan dergelijke enquête.

Volgens de Britse Vereniging van psychiaters, het zogenaamde Royal College of Psychiatrists, bestaat seizoensgebonden depressiviteit wel degelijk en zou 3% van de bevolking er gevoelig voor zijn. Er worden ook remedies geformuleerd: wandelingen in de buitenlucht, lichaamsbeweging en lichttherapie.

Conclusie

Een Amerikaanse telefoonenquête bij meer dan 35.000 mensen vindt geen verband tussen depressiviteit enerzijds en weersomstandigheden anderzijds. Daaruit concluderen dat de winterdepressie een mythe is, is wel zeer kort door de bocht.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/01January/Pages/Seasonal-affective-disorder-may-be-a-myth-study-argues.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 25/01/2016 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst