Is het bewijs dat het Zikavirus oorzaak is van te kleine hoofdjes geleverd?

foto bij artikel Is het bewijs dat het Zikavirus oorzaak is van te kleine hoofdjes geleverd?

In het nieuws

Braziliaanse onderzoekers vonden het Zikavirus terug in het vruchtwater bij ongeboren baby’s met te kleine hoofdjes. Daarmee is het verband tussen beide weer sterker.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Sinds 2015 werden in Brazilië bijna 5.000 kindjes met een te klein hoofd (microcefalie) geboren, dat is 20 keer meer dan in de voorbije jaren. De oorzaken zijn divers, maar er bestaat een sterk vermoeden dat het Zikavirus, overgedragen door tijgermuggen, hierin een cruciale rol speelt. Dat vermoeden werd nog niet door wetenschappelijke studies bevestigd, maar een nieuwe casusstudie bij twee Braziliaanse zwangere vrouwen werpt nieuw licht op de zaak (1). Beide vrouwen hadden symptomen van infectie met het Zikavirus (koorts, grieperigheid, huiduitslag) van in het begin van de zwangerschap. Bij echografische controle bleken beiden een kindje te dragen met microcefalie. Beiden ondergingen een vruchtwaterpunctie op 28 weken zwangerschap. Het gecollecteerde vruchtwater werd grondig geanalyseerd en in beide stalen vonden de onderzoekers genetisch materiaal van het Zikavirus dat in Brazilië de ronde doet. Daartegenover vond men geen sporen van dit virus in het bloed of de urine van de vrouwen. De onderzoekers besluiten dat het Zikavirus doorheen de moederkoek (placenta) passeert en tot bij de vrucht kan geraken. Hun bevindingen versterken de hypothese dat het Zikavirus oorzaak is van de opvallende toename aan pasgeborenen met microcefalie.

Bron

(1) Calvet G, Agular RS, Melo ASO, et al. Detection and sequencing of Zika virus from amniotic fluid of fetuses with microcephaly in Brazil: a case study. The Lancet: Infectious Diseases. Published online February 17 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Het gaat slechts om twee gevallen, en daaruit kan men geen definitieve conclusies trekken. Er is meer onderzoek nodig om het verband tussen Zikavirus en microcefalie te bevestigen, maar deze studie maakt een oorzakelijk verband weer een stuk waarschijnlijker. Het virus geraakt dus wel in de baarmoeder, maar hoe het de hersenen en schedel kan beïnvloeden is nog niet bekend.

Er bestaan verschillende oorzaken voor microcefalie: genetische storingen, alcohol- of drugmisbruik in de zwangerschap, ondervoeding in de zwangerschap, en diverse virale infecties die doorheen de placenta geraken. Voor beide vrouwen die deelnamen aan dit onderzoek werden deze oorzaken uitgesloten.

Zwangere vrouwen wordt geadviseerd om niet te reizen naar landen waar momenteel een toename van Zikavirusinfecties werden vastgesteld.

Conclusie

Het verband tussen Zikavirusinfectie in de zwangerschap en microcefalie (te kleine schedel) bij het nageslacht is met deze studie weer een stuk waarschijnlijker geworden. Volle zekerheid is er vooralsnog niet.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/02February/Pages/Evidence-of-link-between-Zika-virus-and-birth-defect-boosted.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 19/02/2016 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst
Advertenties

Hoe houd je tanden na een orthodontische correctie het best in positie?

foto bij artikel Hoe houd je tanden na een orthodontische correctie het best in positie?

In het nieuws

Na gebitscorrectie door orthodontie worden verschillende methodes gebruikt om de tanden op hun nieuwe plaats te houden. Over het nut daarvan is het laatste woord nog niet gezegd, stellen onderzoekers.

Waar komt dit nieuws vandaan?

De Cochrane Oral Health Group is een internationale groep tandartsen die wetenschappelijk onderzoek doet en verzamelt over tandheelkundige technieken. Zij publiceerden zopas een vergelijkende overzichtsstudie over methodes om tanden na een orthodontische nabehandelingen (1). Om tanden mooi op een rij te krijgen, gebruiken orthodontisten blokjes en beugels die de tanden in beweging brengen en verplaatsen. Bij die mobilisatie gaat wat botweefsel verloren, waardoor de tanden wat losser komen te zitten. Verplaatste tanden zijn altijd geneigd om terug te keren naar hun oorspronkelijke positie, vooral wanneer ze op latere leeftijd gemobiliseerd werden. Om dat tegen te gaan, is een nabehandeling nodig, zoals het dragen van een nachtbeugel (brace) of een permanent draadje dat aan de achterzijde van de tandenboog wordt gekleefd. De internationale onderzoeksgroep wilde weten welke methode het meest effect heeft. Ze verzamelde 15 eerder uitgevoerde studies met betrekking tot 1.722 mensen, volwassenen en kinderen, die orthodontie ondergingen. Daarin werden verschillende types van nachtbeugels vergeleken met permanente draadjes. Uit hun analyse blijkt dat zowel de permanente draadjes als de uitneembare beugels vergelijkbare effecten hebben op de tandenpositie. Ze kunnen dan ook geen beste methode naar voor schuiven.

Bron

(1)Littlewood SJ, Millett DT, Doubleday B, Bearn DR, Worthington HV. Retention procedures for stabilising tooth position after treatment with orthodontic braces. Cochrane Database of Systematic Reviews 2016, Issue 1. Art. No.: CD002283. DOI: 10.1002/14651858.CD002283.pub4.

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

De onderzoekers geven aan dat de kwaliteit van de studies over orthodontische nabehandelingen eerder pover is, waardoor een degelijke vergelijking tussen permanente en uitneembare apparaten moeilijk uitvoerbaar is. Blijkbaar zijn dergelijke studies moeilijk op te zetten, wegens te duur en omdat mensen die orthodontie ondergingen geen zin hebben in deelname aan een reeks controles ten dienste van de wetenschap.

Herval na orthodontie is nochtans een belangrijk probleem dat meer wetenschappelijke aandacht verdient. Wie veel geld neertelt voor een orthodontische behandeling, moet kunnen uitgaan van een blijvende gebitscorrectie en de beste manier om die te bekomen.

Conclusie

Nabehandeling na een orthodontische gebitscorrectie is noodzakelijk om de tanden mooi om een rij te houden. Daartoe bestaan diverse methoden, waaronder verschillend types nachtbeugels en permanente draadjes. Onderzoekers vinden geen verschil in effect, maar wijzen ondertussen op de povere kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek in de tandheelkunde.

Referenties

https://cochraneohg.wordpress.com/2016/02/04/retaining-tooth-position-after-orthodontic-treatment/#more-1115

klokje bij datum van publicatie verschenen op 10/02/2016 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Vermijdt een goede conditie op je veertigste dat je hersenen later krimpen?

foto bij artikel Vermijdt een goede conditie op je veertigste dat je hersenen later krimpen?

In het nieuws

Zo rond je vijftigste gaan je hersenen krimpen. Tenzij je werkt aan je conditie. Bij mensen met een fit lichaam rond hun veertigste houden de hersenen hun volume, zeggen Amerikaanse onderzoekers.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Onderzoekers van de universiteit van Boston in de Verenigde Staten maten de conditie en bloeddruk van een grote groep deelnemers uit de lang lopende Framingham Heart Study. De conditietest bestond uit een inspanningstest waarbij de deelnemers moesten fietsen tot 85% van hun maximale hartfrequentie: hoe langer je kan fietsen, hoe beter je conditie. Voor, tijdens en na de test werden hartfrequentie (pols) en bloeddruk genoteerd. De deelnemers waren gemiddeld 40 jaar oud. Twintig jaar later werd een hersenscan genomen bij diezelfde mensen, om het hersenvolume te meten. Daarnaast namen ze deel aan een reeks cognitieve tests (die onder andere geheugen en concentratie evalueren). Voor deelname aan deze studie werden enkel mensen geselecteerd zonder hartziekte en zonder hersenaandoening. Ze mochten ook geen medicatie nemen die het hartritme vertraagt (bètablokkers). Bij de analyse werd zoveel mogelijk rekening gehouden met beïnvloedende factoren, waaronder roken, diabetes, geslacht en erfelijke aanleg voor alzheimerdementie.

De resultaten tonen dat mensen met een slechte conditie op hun veertigste een kleiner hersenvolume hadden op hun zestigste in vergelijking met fitte deelnemers. Mensen met een verhoogde bloeddruk hadden later ook kleinere hersenen. Op de cognitieve tests scoorde iedereen even goed, onafhankelijk van de gemeten hersenmassa. De onderzoekers besloten dat een goede conditie op je veertigste mogelijk voorkomt dat je hersenen op latere leeftijd krimpen.

Bron

(1) Spartano NL, Himali JJ, Beiser AS, et al. Midlife exercise blood pressure, heart rate, and fitness relate to brain volume 2 decades later. Neurology. Published online February 10 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

We weten uit eerder onderzoek dat een onbehandelde verhoogde bloeddruk op je veertigste het risico op alzheimerdementie op oudere leeftijd doet toenemen. Eerder werd ook een verband aangetoond tussen een goede conditie en minder dementie. Bewegen of niet heeft ongetwijfeld een gunstige invloed op conditie van hart en hersenen, maar deze studie kan dit mechanisme niet verder ontrafelen.

Conclusie

Onderzoekers vinden een verband tussen een slechte conditie op je veertigste en een kleiner hersenvolume op je zestigste. De betekenis hiervan is echter onduidelijk. De studie kan ook niet aantonen dat de kleinere hersenen een gevolg zijn van de gebrekkige conditie.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/02February/Pages/Exercise-in-middle-age-stops-your-brain-shrinking.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 12/02/2016 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Veroorzaken ijzertabletten DNA-schade?

foto bij artikel Veroorzaken ijzertabletten DNA-schade?

In het nieuws

Miljoenen mensen slikken ijzertabletten wegens bloedarmoede. Nu blijkt dat deze pillen het genetisch materiaal in de cellen van de bloedvatwand kunnen beschadigen.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Onderzoekers uit Londen wilden weten of ijzertabletten schade toebrengen aan endotheelcellen (de cellen die bloedvaten afboorden). De aanleiding is dat mensen met de zeldzame genetische ziekte genaamd erfelijke hemorragische teleangiëctasie, neusbloedingen krijgen wanneer ze ijzertabletten slikken. In het Londens laboratorium werden proefbuisjes gevuld met menselijke bloedvatcellen en aan de helft van de proefbuisjes werd ijzercitraat toegevoegd: 10 micromol per liter. Volgens de onderzoekers komt deze dosis overeen met een lage dosis ijzertabletten. Vervolgens werd gekeken naar veranderingen in genetisch materiaal in de bloedvatcellen in alle proefbuisjes. In de buisjes waaraan ijzer was toegevoegd werden opvallend veel DNA-veranderingen gemeten. Een uur na toevoeging van het ijzer vertoonden de bloedvatcellen al diverse interne veranderingen die de bloedvatcellen in de controlebuisjes niet vertoonden. Dat betekent dat de DNA-wijzigingen daadwerkelijk leiden tot wijzigingen in de cel zelf.

De onderzoekers besluiten dat lage doses ijzer binnen het uur kunnen leiden tot DNA-wijzigingen in de cellen die menselijke bloedvaten afboorden. Althans in een laboratoriumopstelling.

Bron

(1) Mollet IG, Patel D, Govani FS, et al. Low Dose Iron Treatments Induce a DNA Damage Response in Human Endothelial Cells within Minutes. PLOS One. Published online February 11 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Het gaat om een laboratoriumproef: ideaal om een hypothese te testen (in casu: kan ijzer DNA van bloedvatcellen wijzigen?). Dergelijke proef zegt helemaal niets over hoe het er aan toegaat in een menselijk lichaam. In het lichaam worden cellen door zoveel meer processen beïnvloed dat het kan zijn dat de impact van ijzer meteen wordt opgevangen door de omgeving. Zeer veel omstandigheden, waaronder stress, extreme temperaturen, infecties, … leiden tot wijzigingen in het cel-DNA, maar die worden doorgaans opgevangen door DNA-reparatiemechanismen. Deze wijzigingen leiden zelden tot ziekten. Best mogelijk dat ijzer de bloedvatcellen even onder vuur neemt, maar dat het evenwicht zich daarna snel herstelt.

Er is op dit moment geen enkele reden om te stoppen met de ijzerpreparaten die uw arts voorschreef voor bloedarmoede of naar aanleiding van bloedverlies. De bevindingen uit deze laboproef moeten eerst getest worden op mensen.

Conclusie

Uit een laboratoriumonderzoek blijkt dat toevoeging van ijzer aan bloedvatcellen leidt tot DNA-schade. Of dit ook bij mensen geldt, is helemaal niet zeker. Indien uw arts ijzertabletten heeft aanbevolen voor bloedarmoede, is er geen enkele reden om dit te stoppen.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/02February/Pages/Iron-tablets-may-damage-DNA.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 15/02/2016 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Is brood echt nodig?

foto bij artikel Is brood echt nodig?

In het nieuws

Robin Peeters, hoogleraar interne geneeskunde aan het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam, hield tijdens zijn openingsrede een pleidooi voor meer boterhammen. Iets waar sommige zelfverklaarde voedingsexperten denigrerend op reageerden in de media, wat opnieuw voor verwarring zorgt voor de consument.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Brood ligt al een tijdje onder vuur. Je zou er dik van worden, of geconstipeerd. Twee beweringen die kant noch wal raken, want brood bevat minder calorieën dan ontbijtgranen en boterhammen bevorderen juist de stoelgangtransit, althans het vezelrijke bruin brood. Het pleidooi van schildklierexpert Robin Peeters had echter met jodium te maken, dat aan brood wordt toegevoegd sinds 2009. Jodium is essentieel voor de werking van de schildklier en belangrijk voor de hersenontwikkeling van ongeboren kinderen. Het komt van nature voor in zeewier, zeevis en eieren. Uit onderzoek blijkt dat consumptie van deze producten te laag is en daarom voegen bakkers, op vraag van de overheid, jodium toe aan brood, omdat bijna iedereen brood eet.

De voorbije jaren daalde de broodconsumptie echter, omdat zelfverklaarde voedingsdeskundigen allerhande brood in een slecht daglicht plaatsen. Daardoor riskeren we opnieuw een tekort aan jodium, met ernstige gezondheidsproblemen als gevolg. Om die reden brak Robin Peeters, en samen met hem andere wetenschappelijk geschoolde voedingsdeskundigen, een lans voor consumptie van bruin brood.

Bron

(1) http://www.ad.nl/ad/nl/1012/Nederland/article/detail/4242255/2016/02/10/Wil-je-gezond-blijven-Ontbijt-liever-met-een-boterham.dhtml

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Er is geen enkele reden om brood te mijden, stelt het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie (VIGeZ) in een reactie op de recente heisa over brood (2). Brood hoort zeker thuis in een gezond voedingspatroon, niet alleen omdat er jodium aan toegevoegd wordt, maar ook omwille van andere essentiële voedingsstoffen, zoals vitaminen, mineralen en vezels, die geconcentreerd zitten in de zemel van de graankorrel. Daarom geldt als advies bruin of volkoren brood te verkiezen boven wit brood, suikerbrood, sandwiches, stokbrood of andere geraffineerde broodproducten.

Wie brood vervangt door bijvoorbeeld havermout, eveneens een gezond product, moet weten dat havermout niet gejodeerd wordt. Je kan je jodiumbehoefte ook op andere manieren aanvullen met producten als zeewier, zeevis en eieren, maar het gros van de bevolking gebruikt dergelijke producten te weinig.

Meer informatie over jodium vind je op de website van de Hoge Gezondheidsraad.

Conclusie

Brood hoef je zeker niet te mijden. Bruin en volkoren brood zijn gezonde producten die passen in een gezond voedingspatroon.

Referenties

http://www.vigez.be/nieuws/brood-hoef-je-niet-te-mijden

klokje bij datum van publicatie verschenen op 16/02/2016 | Cebam | geschreven door Marleen Finoulst

Bieden vrouwen meer weerstand tegen griep?

foto bij artikel Bieden vrouwen meer weerstand tegen griep?

In het nieuws

Vrouwen zijn het erover eens: mannen stellen zich aan als ze ziek zijn. Nieuw onderzoek snelt mannen nu ter hulp en toont dat griep bij mannen effectief harder toeslaat dan bij vrouwen. Dit zou verband houden met de vrouwelijke geslachtshormonen.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Amerikaanse onderzoekers kweekten in een proefbuisje menselijke neusslijmvliescellen en stelden ze bloot aan het griepvirus. Wanneer ze er vrouwelijke geslachtshormonen aan toevoegden, bleek het virus minder goed te groeien in de slijmvliescellen van vrouwen dan in die van mannen (1). Het geslachtshormoon zou zich binden aan de receptoren die zich op de vrouwelijke neuscellen bevinden en als het ware een soort schild vormen tegen het virus. Omdat mannelijke cellen dergelijke receptoren niet hebben, zouden zij van dit beschermend effect niet genieten.

De auteurs besluiten dat vrouwelijke geslachtshormonen, die ook gebruikt worden als anticonceptivum of tijdens de menopauze, mogelijk ook nuttig kunnen zijn in de behandeling van griep.

Bron

(1) Peretz J et al. Estrogenic compounds reduce influenza A virus replication in primary human nasal epithelial cells derived from female, but not male, donors. Am J Physiol Lung Cell Mol Physiol. Doi:10.1152/ajplung.00398.2015

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Het onderzoek werd niet op mensen uitgevoerd, maar op cellen van het neusslijmvlies die men in proefbuisjes kweekte. Hieraan voegden de onderzoekers virussen en hormonen toe en ze keken hoe het virus zich vermenigvuldigde. Het virus groeide veel beter in de mannelijke dan in de vrouwelijke neusslijmvliescellen.

Het is duidelijk dat zo een experiment ver af staat van de werkelijkheid en dat de resultaten ervan zich niet zomaar laten vertalen naar patiënten. In het echte leven kunnen veel andere elementen een rol spelen in de ontwikkeling van een virus dat per toeval in de neus van een mens belandt. De natuurlijke afweer van de patiënt in kwestie, diens leeftijd, voedingstoestand, rookgewoonten en eventuele andere aandoeningen van de luchtwegen kunnen mee bepalen in welke mate het virus zich ontwikkelt. Het is niet uitgesloten dat ook het geslacht van de patiënt in dit alles meespeelt en dat de geslachtshormonen daar een rol in hebben. Het voorliggende onderzoek wijst in die richting, maar meer dan dat kan er niet uit besloten worden.

Conclusie

Dit onderzoek vormt mogelijk een kleine stap in de lange weg naar de ontdekking van een behandeling van griep. Het geeft aan mannen geen vrijgeleide om zich verder aanstellerig te gedragen wanneer ze een beetje ziekjes zijn. Evenmin wijst het erop dat anticonceptiva doeltreffend zijn ter behandeling van griep.

klokje bij datum van publicatie verschenen op 17/02/2016 | Cebam | geschreven door Hans Van Brabandt

Is winterdepressie een mythe?

foto bij artikel Is winterdepressie een mythe?

In het nieuws

Seizoenschommelingen hebben helemaal geen effect op depressieve gevoelens. De winterdepressie is een sterk overroepen fenomeen, zo stellen Amerikaanse onderzoekers na een uitgebreid telefoononderzoek.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Amerikaanse onderzoekers deden een telefonische bevraging bij 34.294 mensen met gemiddelde leeftijd 52 jaar en wonend in de VS (1). Ze wilden onderzoeken of het voorkomen van depressieve symptomen samenhangt met blootstelling aan zonlicht en/of seizoenen. Voor het beoordelen van depressieve symptomen beantwoordden de respondenten een korte, gevalideerde vragenlijst over depressiviteit.

Na analyse vonden de onderzoekers geen verband tussen blootstelling aan zonlicht of seizoen op het voorkomen van depressieve symptomen. Ze concluderen dat depressiviteit niet beïnvloed wordt door seizoenen.

Bron

(1) Traffanstedt MK, Mehta S, LoBello SG. Major Depression With Seasonal Variation – Is It a Valid Construct? Clinical Psychological Science. Published online January 19 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Deze studie heeft enkele belangrijke mankementen: het gaat om een telefoonenquête, wat minder betrouwbaar is. De respondenten moeten bereid zijn mee te werken en antwoordden ‘on the spot’. Het is twijfelachtig of mensen die echt depressief zijn wel zouden deelnemen aan dergelijke enquête.

Volgens de Britse Vereniging van psychiaters, het zogenaamde Royal College of Psychiatrists, bestaat seizoensgebonden depressiviteit wel degelijk en zou 3% van de bevolking er gevoelig voor zijn. Er worden ook remedies geformuleerd: wandelingen in de buitenlucht, lichaamsbeweging en lichttherapie.

Conclusie

Een Amerikaanse telefoonenquête bij meer dan 35.000 mensen vindt geen verband tussen depressiviteit enerzijds en weersomstandigheden anderzijds. Daaruit concluderen dat de winterdepressie een mythe is, is wel zeer kort door de bocht.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/01January/Pages/Seasonal-affective-disorder-may-be-a-myth-study-argues.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 25/01/2016 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst