Atopisch eczeem bij kinderen

Wat is het?

Atopisch eczeem (of nog atopische dermatitis of constitutioneel eczeem) is een aandoening die wordt gekenmerkt door een langdurige en jeukende ontsteking van de huid. De ziekte is op- en afgaand: periodes met veel last, afgewisseld met periodes waarin de huid ‘rustig’ is. Atopisch eczeem verbetert met het ouderworden. Voedselallergie komt vaker voor bij kinderen met matige of ernstige vormen van atopisch eczeem.

Hoe kun je het herkennen?

Hoe atopisch eczeem eruitziet, verschilt naargelang de leeftijd van het kind.
Bij kinderen jonger dan 1 jaar onderscheiden we 2 vormen:
– Seborroïsch eczeem met schilfering van de hoofdhuid vanaf de eerste levensweken, eventueel gecombineerd met roodheid van de huidplooien;
– Nummulair eczeem begint meestal rond de leeftijd van 2 à 6 maanden, en kenmerkt zich door een korstige roodheid op de wangen, billen of ledematen.
Bij ongeveer de helft van de kinderen verdwijnt het eczeem vóór de leeftijd van 2 jaar. Bij de andere helft blijft de aandoening aanwezig, maar verplaatst zich naar de huidplooien (ellebogen, knieholten).
Een speciale eczeemvorm tast de handen en voetzolen aan. De symptomen zijn dan het ergst bij nat en koud weer.
Ook billen en binnenkant van de dijen kunnen aangetast worden, vooral bij meisjes. Dat begint meestal 1 tot 2 jaar vóór de schoolleeftijd en verdwijnt doorgaans in de puberteit.

Hoe stelt je arts de aandoening vast?

De arts kan de diagnose meestal zonder bijkomende onderzoeken stellen op basis van je klachten en een onderzoek van de huid. Allergietests (of huidpriktests) zijn alleen nodig wanneer wordt vermoed dat bepaalde factoren de aandoening verergeren. De arts zal je hiervoor doorverwijzen in volgende gevallen:
– je kind is jonger dan 1 jaar en heeft matige tot ernstige last van atopisch eczeem;
– het gaat om een ernstige vorm of opflakkering;
– de huid is aangetast vooral rond de mond, lippen of oogleden;
– de aandoening gaat gepaard met ademhalingsproblemen, maag- of darmlast.
Huidpriktests gebeuren in het ziekenhuis. Hiermee worden vooral voedselallergieën en enkele luchtwegallergieën opgespoord. Zijn allergietests niet mogelijk, dan worden er soms bloedtests gedaan.
Een dieet waarin bepaalde voedingsmiddelen worden weggelaten en geleidelijk terug ingevoerd kan soms helpen om voedselallergieën (granen of melk) op te sporen.

Wat kun je zelf doen?

Probeer te vermijden dat het kind zweet, want dat kan de jeuk verergeren. Was de huid 2 tot 7 keer per week in de douche met enkel lauw water. Dat berokkent geen schade. Is er een bijkomende huidinfectie, dan kunnen zeep of vloeibare wasmiddelen helpen om die infectie onder controle te krijgen.

Wat kan de arts doen?

De basis van de behandeling zijn cortisonecrèmes en -zalven. Cortisonepreparaten bestaan in verschillende sterktes. Welk soort preparaat hangt af van de leeftijd en de ernst van de aandoening. Bij kinderen jonger dan 2 jaar zal de arts minder krachtige cortisonepreparaten kiezen dan bij oudere kinderen. Tussen de cortisonebehandelingen door, worden vochtinbrengende crèmes gebruikt. Hebben de cortisonepreparaten onvoldoende effect, dan zal de huisarts je naar een dermatoloog (huidarts) verwijzen.
Bij matige of ernstige vormen kan de dermatoloog opteren voor een crème met immunomodulerende werking, m.a.w. een crème die de positieve elementen van het afweersysteem stimuleert en de negatieve elementen afremt. Tijdens deze behandeling vermijd je blootstelling van de huid aan zonlicht.
Fototherapie (lichttherapie) kan bij ernstige gevallen een behandeloptie zijn.
Voedingssupplementen geven doorgaans geen verbetering van de klachten.

Meer weten?

Patiëntenfolder atopisch eczeem UZ Gent:
http://www.uzgent.be/nl/home/Lists/PDFs%20patienteninformatiefolders/PIB_Atopisch_eczeem.pdf
Het eczeemboekje voor kinderen, een handig hulpmiddel voor jonge patiëntjes:
http://www.uzleuven.be/sites/default/files/brochures/het%20eczeemboekje.pdf
http://www.cm.be/ziekte-en-behandeling/klachten-en-ziekten/atopisch-eczeem/index.jsp

Bronnen

www.ebmpracticenet.be

verschenen op 13/08/2015
Advertenties

Hebben wetenschappers ontdekt hoe ze alzheimerdementie kunnen afremmen?

foto bij artikel Hebben wetenschappers ontdekt hoe ze alzheimerdementie kunnen afremmen?

In het nieuws

Wetenschappers ontdekken stoffen die ontstekingsprocessen in de hersenen kunnen verminderen. Daarmee is een eerste stap gezet in de ontwikkeling van potentiële geneesmiddelen voor de behandeling van hersenziekten zoals de ziekte van Alzheimer.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Het gaat om een dierexperiment waarbij muizen met geïnduceerde Alzheimer-achtige verschijnselen gebruikt werden, ze staan model voor onderzoek naar geneesmiddelen voor de ziekte van Alzheimer. Britse wetenschappers zetten de proefmuizen gedurende drie maanden op een dieet met een specifieke stof: GW2580 genaamd (1). Deze stof blokkeert een eiwit in de hersenen dat het immuunsysteem in het brein stimuleert, door bepaalde cellen in de grijze stof, de zogenaamde microgliale cellen, te doen groeien. De onderzoekers wilden de rol van deze microgliale cellen, die een impact hebben op het immuunsysteem in de hersenen, bestuderen. De muizen werden aan diverse tests onderworpen en vergeleken met een groep gelijkaardige muizen die niet op het speciale dieet werden gezet. Bij de muizen op GW2580-dieet hadden zich minder uitlopertjes gevormd van de microgliale cellen in de hersenen en ze presteerden ook beter op de testjes in vergelijking met de controlemuizen. De resultaten werden vergeleken met hersenen van 10 overleden Alzheimerpatiënten en 9 overledenen zonder alzheimerdementie. In het brein van de Alzheimerpatiënten vond men eveneens veel meer microgliale cellen. De onderzoekers besloten dat ze een mogelijk nieuw mechanisme gevonden hebben om een ontstekingsreactie in de hersenen bij alzheimerdementie te onderdrukken. Misschien is onderdrukking van deze microgliale cellen wel een manier om de progressie van de ziekte te stoppen.

Bron

(1)Olmos-Alonso A, Schetters STT, Sri S, et al. Pharmacological targeting of CSF1R inhibits microglial proliferation and prevents the progression of Alzheimer’s-like pathology. Brain. Published online January 8 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Het gaat om een dierexperiment, met weliswaar veelbelovende resultaten, maar deze moeten uiteraard nog bevestigd worden bij mensen. In geval het onderdrukken van de proliferatie van deze grijze-stofcellen inderdaad een rem zou kunnen zetten op de ziekte van Alzheimer, moet verder bekeken worden wat voor nevenwerkingen dergelijke therapie elders in het lichaam heeft. Ingrijpen in het immuunsysteem, waar deze therapie op neerkomt, is waarschijnlijk niet onschuldig.

Conclusie

Wetenschappers zijn er in geslaagd de rol van bepaalde hersencellen bij alzheimerdementie verder te ontrafelen. Dat is hoopvol op zich, maar of dit ook zal leiden naar een nieuwe therapie is nog niet zeker.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/01January/Pages/Targeting-inflammation-could-help-treat-Alzheimers-disease.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 12/01/2016 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Kan seks prostaatkanker voorkomen?

foto bij artikel Kan seks prostaatkanker voorkomen?

In het nieuws

Bepaalde levensgewoonten kunnen een negatieve impact hebben op onze gezondheid. Wie rookt leeft 7 jaar minder dan wie niet rookt. Andere gewoonten zijn gunstig. Zo zou lichaamsbeweging beschermen tegen hartziekten. Een recente studie voegt daar nu aan toe: mannen die dagelijks een orgasme hebben lopen minder risico op prostaatkanker.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Onderzoekers aan de universiteit van Harvard stelden vast dat frekwente ejaculaties de kans op prostaatkanker vermindert. Ze volgden 32.000 gezonde mannen gedurende 18 jaar van wie er 3.839 prostaatkanker kregen en waaraan er 384 overleden. Ze moesten om de 2 jaar een vragenlijst invullen waarin ze onder meer moesten aangeven hoe vaak ze ejaculeerden. Hiermee bedoelde men de som van het aantal geslachtbetrekkingen, nachtelijke zaadlozingen en masturbaties. Mannen die gemiddeld 21 keer per maand ejaculeerden hadden 20 procent minder kans op prostaatkanker in vergelijking met mannen die gemiddeld 5 keer per maand ejaculeerden. De eerste resultaten van dit onderzoek werden reeds in 2004 gepubliceerd.(1) Recent werden ze bevestigd met bevindingen na 10 bijkomende volgjaren (http://www.jurology.com/article/S0022-5347(15)01113-1/pdf).

Bron

(1) Leitzmann MF et al. Ejaculation frequency and subsequent risk of prostate cancer. JAMA. 2004 Apr 7;291(13):1578-86.

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Eerdere studies van andere onderzoeksgroepen suggereerden ook reeds een beschermend effect van orgasmes op prostaatkanker. De huidige studie bevestigt dit vermoeden. Ze heeft volgens de auteurs een aantal sterke punten. Zo volgden ze gedurende bijna 20 jaar een zeer grote groep mannen. Verder was de telling van het aantal orgasmes hier veel directer. Vorige studies baseerden zich op het feit of iemand gehuwd was of hoeveel sekspartners hij had gehad. In de huidige studie werd gevraagd naar het aantal geslachtsbetrekkingen, nachtelijke zaadlozingen en masturbaties.

De resultaten van dit soort studies moeten steeds argwanend beoordeeld worden. Het optreden van prostaatkanker heeft ongetwijfeld te maken met veel meer dan enkel de seksuele activiteit. We weten niet in welke mate deze bijkomende elementen bij de mannen met meer of minder ejaculaties gelijk verdeeld waren. Bij het begin van de studie, toen de mannen gemiddeld 60 jaar oud waren, werd hen gevraagd hoeveel orgasmes ze hadden toen ze 20 en 40 jaar oud waren. Hoe betrouwbaar kan men zich dit herinneren? Bovendien is het niet zeker dat de deelnemers aan het onderzoek bereid waren correct te antwoorden op de toch wel zeer intieme vragen.

Conclusie

Deze studie laat niet toe met zekerheid te besluiten of frekwente orgasmes al dan niet een gunstig effect hebben op het risico op prostaatkanker. Zelfs indien er een gunstig effect mocht zijn blijft de vraag wat je als modale burger hebt aan deze boodschap. Voor de meeste mannen heeft seksuele activiteit waarschijnlijk niet meteen als doel prostaatkanker te voorkomen.

klokje bij datum van publicatie verschenen op 13/01/2016 | Cebam | geschreven door Hans Van Brabandt