Kunnen we de pil vervangen door een app?

 

foto bij artikel Kunnen we de pil vervangen door een app?

In het nieuws

De Zweedse firma Natural Cycles bracht vorig jaar een app uit die je natuurlijke cyclus volgt en volgens hen perfect als voorbehoedsmiddel kan dienen. De resultaten van een studie bij gebruiksters zijn eerder twijfelachtig.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Zweedse onderzoekers wilden weten hoe betrouwbaar de smartphone app ‘Natural Cycles’ is als voorbehoedsmiddel. Deze app meet de lichaamstemperatuur en berekent vervolgens via een ingewikkeld algoritme of de dag groen licht krijgt, en er zonder gevaar voor een zwangerschap kan gevreeën worden, of rood licht, omdat de kans op zwangerschap dan te groot is. Zo’n applicatie is interessant voor vrouwen die liever geen hormonale anticonceptie gebruiken en ze is volgens de producent zeer betrouwbaar. De onderzoekers, gefinancierd door de fabrikant van Natural Cycles, vonden 4.054 jonge vrouwen die zich de app eerder hadden aangeschaft bereid om de gegevens die ze hadden ingevoerd ter beschikking te stellen voor onderzoek. Op die manier verzamelden ze gegevens van 483.211 dagen ingebracht in de app. De vrouwen vulden daarnaast een enquête in. Tijdens de studieperiode dienden ze de app minstens 3 maanden te gebruiken als enige anticonceptiemethode en bovendien mochten ze geen zwangerschapswens hebben in de studieperiode. Op het einde van de studieperiode werden 143 ongeplande zwangerschappen geteld. Van diegenen die de app correct gebruikt hadden, werden 10 vrouwen ongewenst zwanger (komt neer op 5 per 1.000 gebruiksters). Van diegenen die de app niet correct gebruikt hadden, waren er 7 op 100 zwanger. De helft had bijvoorbeeld wel seks gehad, ondanks een ‘rode’ dag volgens de app. Volgens de onderzoekers is de app betrouwbaar bij correct gebruik.

Bron

(1) Scherwitzl EB, Danielsson KG, Sellberg KA, Scherwitzl R. Fertility awareness-based mobile application for contraception. The European Journal of Contraception & Reproductive Health Care. Published online March 22 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Opvallend veel vrouwen (34%) stopten met gebruik van de app tijdens de studieperiode, terwijl ze deze toch hadden aangekocht (kostprijs: 50 euro). De app moet uiteraard correct gebruikt worden om de betrouwbaarheid te vergroten, maar dit vraagt de nodige motivatie. Natuurlijke anticonceptiemethoden zijn over het algemeen minder betrouwbaar dan hormonale anticonceptie en condooms, en je moet er dagelijks mee bezig zijn. Deze methode beschermt niet tegen seksueel overdraagbare aandoeningen.

De studie werd gefinancierd door de fabrikant van de app, wat de onafhankelijkheid ervan ondermijnt.

Conclusie

Deze app is nuttig voor vrouwen die kiezen voor een natuurlijke anticonceptiemethode zonder hormonen. De betrouwbaarheid neemt toe wanneer je echt gemotiveerd bent om de app te gebruiken. Deze studie is niet duidelijk over de effectiviteit: zeer effectief wie de app zeer nauwgezet gebruikt (5 op 1.000 vrouwen ongewenst zwanger), maar een pak minder voor wie de app ‘niet goed’ gebruikt (7 op 100).

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/04April/Pages/Would-you-trust-a-smartphone-app-as-a-contraceptive.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 18/04/2016 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Gedraagt een kind zich anders na een lichte hersenschudding?

foto bij artikel Gedraagt een kind zich anders na een lichte hersenschudding?

In het nieuws

Een mild hoofdletsel op zeer jonge leeftijd kan al gevolgen hebben voor de ouder-kindrelatie. Dat stellen Canadese onderzoekers vast.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Onderzoekers uit Québec rekruteerden 130 kinderen tussen 1,5 en 5 jaar die zich aanmelden op een spoedgevallendienst voor een onderzoek. De kinderen werden in 3 groepen ondergebracht: 47 kinderen met een mild hoofdtrauma (een hersenschudding, maar zonder aantoonbare hersenschade op een CT-scan), 27 met een orthopedisch letsel (vb. een beenbreuk) en 56 zonder letsel die fungeerden als controlegroep (1). De ouders vulden vragenlijsten in en 6 maanden later werden ouders en kind samen gedurende 3 uur geobserveerd terwijl ze samen aten of speelden. De onderzoekers beoordeelden de interacties tussen ouders en kind via de MRO-schaal (Mutually Responsiveness Orientation) en de Parental Stress Index: hierbij geven ouders zelf aan hoe ze de relatie met hun kind ervaren. Kinderen die een half jaar eerder een licht hoofdtrauma hadden opgelopen, haalden beduidend lagere scores op de MRO-schaal: ze vertoonden minder interactie, minder communicatie en minder emotie naar de ouders. De Parental Stress Index vertoonde daarentegen geen verschillen voor de drie groepen.

De onderzoekers concludeerden dat zelfs milde hoofdtraumata, zoals een kopstoot of een val, zonder aantoonbare hersenschade, mogelijk een impact hebben op de verdere hersenontwikkeling en op de relatie met de ouders.

Bron

(1) Lalonde G, Bernier A, Beaudoin C, et al. Investigating social functioning after early mild TBI: the quality of parent-child interactions. Journal of Neuropsychology. Published online March 24 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Of het kind 6 maanden eerder een hoofdtrauma had opgelopen of niet, had vanuit het perspectief van de ouders geen impact op de relatie met hun kind. Volgens de observerende onderzoeker was er echter wel een duidelijk verschil, wat deze laatste toeschreef aan de grotere gevoeligheid van de MRO-schaal. Vraag is of dit verschil van enige betekenis is, vermits ouders het niet opmerkten.

Overigens zijn er een aantal bedenkingen te maken bij de studie-opzet. Zo zijn er geen gegevens over de ouder-kindrelatie van de periode voor ze het hoofdletsel opliepen. Best mogelijk dat kinderen uit de hoofdtraumagroep ook al minder goed communiceerden voordien en dat ouders daarom geen verschil opmerkten. De resultaten zijn bovendien gebaseerd op een momentopname na 6 maanden: als er echt verschillen zijn, kunnen die nog steeds tijdelijk en onbeduidend zijn. Tenslotte gaat het om vrij kleine aantallen kinderen, wat de betrouwbaarheid vermindert.

Conclusie

Deze studie vindt kleine verschillen in gedrag bij kleine kinderen die een hoofdletsel opliepen in vergelijking met een controlegroep, maar het is niet zeker of deze van enige betekenis zijn. Tekenend is dat de ouders deze verschillen niet opmerkten.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/04April/Pages/Childs-head-injury-could-damage-child-parent-relationships.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 19/04/2016 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Is er een nieuwe doorbraak in het alzheimeronderzoek?

 

foto bij artikel Is er een nieuwe doorbraak in het alzheimeronderzoek?

In het nieuws

De symptomen van alzheimerdementie kunnen misschien wel verminderd worden met een natuurlijk eiwit. Hersenwetenschappers spreken van een grote doorbraak.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Wetenschappers van diverse universiteiten werkten mee aan een experimentele studie met alzheimermuizen (1). Dit zijn genetisch gemanipuleerde muizen die gelijkaardige hersenafwijkingen vertonen (neerslag van abnormaal eiwit of amyloïd) en gelijkaardige symptomen als de ziekte van Alzheimer. De muizen werden in 2 groepen verdeeld: één groep kreeg interleukine-33-injecties (IL-33) en de andere groep niet (controlegroep). IL-33 is een eiwit dat normaal in het brein voorkomt en signalen overbrengt tussen hersencellen. Het is al langer bekend dat bij mensen met de ziekte van Alzheimer de concentratie van IL-33 verminderd is. De muisjes die IL-33 injecties kregen toegediend, presteerden nadien beter op cognitieve tests: ze vonden bijvoorbeeld sneller hun weg in een doolhof waarin ze al eerder waren losgelaten (geheugen). Na de test werden de hersenen van de diertjes onderzocht en bleek de neerslag van abnormaal eiwit in de behandelde groep te zijn verminderd.

De onderzoekers concluderen dat een behandeling met IL-33-injecties perspectieven opent voor de behandeling van de ziekte van Alzheimer.

Bron

(1) Fu AKY, Hung K, Yuen MYF, et al. IL-33 ameliorates Alzheimer’s disease-like pathology and cognitive decline. PNAS. Published online April 18 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Het gaat om een dierexperiment waarvan de resultaten nog moeten bevestigd worden in studies bij mensen. Toch zien deze resultaten er veelbelovend uit, omdat ze zouden kunnen werken bij mensen die reeds symptomen van alzheimerdementie vertonen en niet preventief moeten gegeven worden. Er moet nu onderzocht worden of dergelijke behandeling wel veilig is voor mensen en vervolgens of ze ook werkt bij patiënten met deze vorm van dementie. Dat duurt in het beste geval nog verschillende jaren.

Conclusie

Toediening van interleukine 33, een eiwit dat voorkomt in het brein, vermindert de concentratie aan abnormale eiwitten (amyloïd) in de hersenen van alzheimermuizen en verbetert tevens hun cognitieve functies, zo blijkt uit geheugentestjes. Wetenschappers spreken van een doorbraak, maar deze bevindingen moeten nog getest worden bij mensen.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/04April/Pages/Natural-protein-restores-memory-in-Alzheimers-mice.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 20/04/2016 | Cebam | bewerkt door

Ontwikkelen steeds minder mannen dementie?

foto bij artikel Ontwikkelen steeds minder mannen dementie?

In het nieuws

In Groot-Brittannië is het aantal nieuwe gevallen van dementie in de afgelopen twee decennia met maar liefst twintig procent gedaald. De daling is vooral opvallend onder mannen.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Deze verrassende trend wordt afgeleid uit twee studies uitgevoerd aan de universiteiten van Cambridge en Newcastle (1). In de eerste studie werden 7.635 mensen van minstens 65 jaar tussen 1989 en 1994 ondervraagd over hun mentale welzijn en twee jaar later opnieuw. De onderzoekers wilden weten hoeveel mensen dementie hadden ontwikkeld. Dit onderzoek werd overgedaan tussen 2008 en 2011 bij 7.762 andere mensen in dezelfde leeftijdscategorie waarbij dezelfde criteria voor dementie werden gehanteerd. De onderzoekers stelden vast dat minder mensen dementie ontwikkelden in de laatste studie. Het voorkomen van dementie daalde van 20 gevallen per 1.000 in de vroege jaren 90 naar 17,7 per 1.000 in de recente studie. Opgesplitst naar geslacht en leeftijd, bleek deze daling het meest opvallend bij oudere mannen: het voorkomen van dementie bij mannelijke 85-plussers zakte van 71 per 1.000 naar 38 per 1.000. Voor vrouwen was er in die leeftijdscategorie eerder een lichte toename. Voor de mannen en vrouwen jonger dan 85 jaar was er een lichte daling in het voorkomen van dementie in vergelijking met 20 jaar geleden. De onderzoekers vonden geen verklaring voor deze trend en vragen zich af of een gezondere levensstijl van mannen de resultaten zou kunnen verklaren.

Bron

(1) Matthews FE, Stephan BCM, Robinson L, et al. A two decade dementia incidence comparison from the Cognitive Function and Ageing Studies I and II. Nature Communications. Published online April 19 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Of mannen zich vandaag meer bewust zijn van hun gezondheid, minder roken en meer bewegen, is een verklaring die niet onderzocht werd in deze studie. Deze interpretatie is daarom voorbarig.

De daling kan ook te wijten zijn aan beperkingen van de studies zelf: de groepen ondervraagde 85-plussers waren beperkt in beide studies (respectievelijk 205 en 193 mannen), wat de cijfers minder betrouwbaar maakt.

Conclusie

Britse studies vinden een scherpe daling van dementie bij mannelijke 85-plussers nu in vergelijking met 20 jaar geleden. Een verklaring hiervoor hebben ze niet. Of mannen vandaag gezonder leven, is maar de vraag. Het is niet uitgesloten dat het hier om toeval gaat, omwille van de kleine aantallen ouderen in de betrokken studies.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/04April/Pages/UK-dementia-rates-have-fallen-sharply-in-men.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 21/04/2016 | Cebam | bewerkt door

Hoe meer meisjes op school, hoe groter het risico op eetstoornissen?

foto bij artikel Hoe meer meisjes op school, hoe groter het risico op eetstoornissen?

In het nieuws

Scholen waarvan driekwart van de leerlingen meisjes zijn, hebben dubbel zoveel meisjes met eetstoornissen dan scholen met slechts een kwart meisjes. Ook hoogopgeleide ouders verhogen het risico.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Het is al langer bekend dat meisjes beduidend meer risico lopen op eetstoornissen, zoals anorexia en boulimie, dan jongens. Ook is geweten dat hoogopgeleide ouders dit risico doen toenemen. Zweedse onderzoekers wilden weten in hoeverre scholen een impact hebben, want in sommige scholen zijn opvallend meer gevallen van anorexia en boulimie dan in andere. Daartoe verzamelden ze gegevens van 55.059 tienermeisjes die school lopen in secundaire scholen in Stockholm (1). Ze linkten informatie over deze meisjes met informatie over de ouders (hun opleiding) en de school (percentage jongens en meisjes). Van alle meisjes in de studie had 2,4% een eetstoornis, gediagnosticeerd in een kliniek voor eetstoornissen. De verdeling van deze meisjes over de diverse scholen bracht aan het licht dat de kans op een eetstoornis procentueel groter was in scholen met meer meisjes. Voor iedere 10% meer meisjes op school steeg het individuele risico op eetstoornis met iets meer dan 10%. Wanneer een meisje hoogopgeleide ouders had, steeg het risico op een eetstoornis eveneens met 10%. De kans op een eetstoornis was het laagst in scholen met een minderheid aan meisjes (25%) en waar veel meisjes lager opgeleide ouders hebben. De kans was dubbel zo groot op scholen met driekwart meisjes en veel ouders met een hoge opleiding. Dit is de eerste studie die een verklaring zoekt waarom in sommige scholen eetstoornissen frequenter voorkomen.

Bron

(1) Bould H, De Stavola B, Magnusson C, et al. The influence of school on whether girls develop eating disorders. International Journal of Epidemiology. Published online April 20 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

De studie biedt wat meer inzicht in de verdeling van eetstoornissen in secundaire scholen in Zweden, maar het blijft gissen naar de mechanismen die dit kunnen verklaren. Speelt de onderlinge concurrentie bij meisjes meer wanneer er meer meisjes zijn? Is er een grotere groepsdruk om zoveel mogelijk het ideaalbeeld te benaderen? Leggen hoogopgeleide ouders meer druk op hun dochters? Liggen de verwachtingen van deze ouders hoger? Misschien zijn hoger opgeleide ouders ook sneller gealarmeerd en zoeken ze sneller medisch advies wanneer ze eetstoornissen vermoeden?

De oorzaken van eetstoornissen, zoals anorexia, zijn complex. Naast factoren als school, ouders en vriendinnen, spelen ook een genetische component en de persoonlijkheid van het meisje mee. Meisjes met neiging tot perfectionisme slaan eerder door in eetstoornissen. De omgeving geeft soms net dat duwtje te veel.

Conclusie

In secundaire scholen met overwegend meisjes en leerlingen van hoogopgeleide ouders is het risico op eetstoornissen, zoals anorexia en boulimie, groter. Een verklaring voor dit fenomeen kan deze nieuwe Zweedse studie echter niet geven.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/04April/Pages/Attending-all-girl-school-linked-to-increased-risk-of-eating-disorders.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 22/04/2016 | Cebam | bewerkt door

Is chemotherapie na borstkanker vaak onterecht?

foto bij artikel Is chemotherapie na borstkanker vaak onterecht?

In het nieuws

Om te voorkomen dat de patiënt hervalt, wordt standaard bij borstkanker na chirurgie en bestraling ook chemotherapie toegediend. Uit een Europese studie waaraan de Belgische borstkankerexperte Martine Piccart, directrice van het Bordet Instituut in Brussel, deelnam, blijkt dat dat misschien niet altijd nodig is.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Op 18 april werden tijdens een Amerikaans congres over kanker resultaten gepresenteerd van een groot Europees onderzoek (1). Aan dit onderzoek namen bijna 7.000 vrouwen met borstkanker deel. Zij werden in de periode 2007-2011 geselecteerd uit een grotere groep van ruim 11.000 borstkankerpatiëntes. Alle vrouwen hadden een operatie ondergaan voor borstkanker in een vroeg stadium van de ziekte. De onderzoekers wilden beter inschatten hoe groot het risico op herval was en op basis van die berekeningen oordelen of chemotherapie al dan niet nodig was. Klassiek gebruikt men daarvoor de leeftijd van de patiënte in combinatie met de resultaten van het microscopisch onderzoek van het weggenomen borstkankerweefsel: de zogenaamde biologische criteria. In deze studie werd een nieuw criterium toegevoegd: een doorgedreven analyse van het DNA uit borstkankerweefsel (de zogenaamde MammaPrint). Op basis van beide sets criteria werden de vrouwen in 4 categorieën ondergebracht: a) vrouwen die op basis van genetische en biologische criteria een laag risico hadden op herval, b) vrouwen die volgens beide berekeningen een hoog risico hadden, c) vrouwen met hoog risico volgens de MammaPrint, maar laag risico volgens de biologische criteria en d) vrouwen met laag risco volgens de MammaPrint, maar hoog risico volgens de klassieke criteria. De vrouwen van de twee laatste categorieën (in totaal 2.142) kregen willekeurig ofwel chemotherapie, ofwel niet. Uit de resultaten blijkt dat dit geen verschil maakte voor de overleving: 95% was 5 jaar na de diagnose nog in leven, met of zonder chemotherapie.

De onderzoekers stellen dat de betrouwbaarheid van de MammaPrint nu definitief is aangetoond.

Bron

(1) http://www.aacr.org/Newsroom/Pages/News-Release-Detail.aspx?ItemID=867#.Vx3MC9SLTIU

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Belangrijk om te weten is dat het onderzoek nog niet officieel is gepubliceerd, waardoor andere onderzoekers niet kritisch naar de resultaten kunnen kijken. Het zou bijvoorbeeld interessant zijn te weten hoe de resultaten verschilden in categorieën c en d, om een beter zicht te hebben op de invloed van de MammaPrint. Het zou kunnen dat deze vrouwen door gebruik van de MammaPrint terecht toch chemotherapie krijgen. Maar het zou ook kunnen dat deze vrouwen onnodig chemotherapie krijgen, juist door de MammaPrint. De MammaPrint is overigens niet echt nieuw, maar wordt al ingezet voor het kiezen van de juiste chemotherapie bij bepaalde borsttumoren. Overigens kwam de methode toen te snel in de media, nog voor er degelijk onderzoek gepubliceerd was.

Nog een kanttekening: indien de MammaPrint haar beloftes waarmaakt, kan ze enkel gebruikt worden bij hormoongevoelige borstkankers in een vroeg stadium.

Het is dus wachten op een kritische lezing van de publicatie later dit jaar.

Conclusie

Een groot Europees onderzoek zou hebben aangetoond dat voor een bepaalde groep vrouwen met een vroeg stadium van borstkanker het risico op herval na operatie niet wordt verlaagd door chemotherapie. De studie is nog niet gepubliceerd en daarom nog niet beschikbaar voor een kritische analyse.

Referenties

http://doktermedia.nl/reviews/2016/04/21/chemo-bij-borstkanker-vaak-niet-nodig/

klokje bij datum van publicatie verschenen op 25/04/2016 | Cebam | bewerkt door

Waterpokken (Varicella) en zona: geen ontstekingsremmers

Het is niet omdat een geneesmiddel vrij te krijgen is (in onderstaande bv nurofen siroop voor kinderen)  dat het te pas en onpas kan gebruikt worden. Het advies van uw apotheker is gratis …. gebruik het dan ook en speel geen dokter of apotheker op eigen houtje … 
Jammer genoeg zien we in de praktijk al te vaak dat mensen te snel en op eigen initiatief naar te zware medicatie grijpen. (apr. Desrumaux) 

Waterpokken (Varicella) en zona zijn virale aandoeningen die veroorzaakt worden door het herpes zoster virus. Het Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie (BCFI) raadt het gebruik van niet-steroidale ontstekingsremmers (NSAID’s) ten stelligste af om de koorts of de pijnlijke huiduitslag te bestrijden. NSAID’s verhogen namelijk het risico op huidcomplicaties bij patiënten met varicella of zona, zoals impetigo, subcutaan abces, cellullitis en, zeldzaam maar ernstig, necrotiserende fasciitis. Het Belgisch Centrum voor Geneesmiddelenbewaking werd recent op de hoogte gebracht van een 3-jarig kind met varicella waarvan, na één dag behandeling met ibuprofen, de toestand verslechterde (verergering van de huidletsels en toegenomen koorts). Het kind moest gehospitaliseerd worden.

Het BCFI verwijst ondermeer naar een Britse studie die aantoont dat het risico op ernstige huidcomplicaties bij behandeling van varicella met een NSAID  (bv nurofen) 5 maal hoger ligt. Bij zona verhoogt het risico met 1,6. Er werd daarentegen geen verhoging van het risico van ernstige huidcomplicaties gezien bij patiënten met varicella of zona die behandeld werden met paracetamol.

Voor de aanpak van pijn en koorts bij zona of waterpokken is paracetamol dus de beste keuze.

bron: www.bcfi.be/Folia/Index.cfm?FoliaWelk=F40N05E
verschenen op : 28/07/2013