Is één biertje per dag goed voor het hart?

foto bij artikel Is één biertje per dag goed voor het hart?

In het nieuws

“Eén glas per dag is gezond”, klinkt het al jaren bij wijnfanaten. Nu hebben ook bierliefhebbers een excuus om dagelijks van een pint te genieten, want ééntje per dag vermindert de kans op een hartaanval. Dat beweert een groep Italiaanse onderzoekers.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Terwijl er heel wat onderzoek bestaat over de effecten van wijn op de gezondheid, zijn er minder over de effecten van bier. Aan een groep artsen werd gevraagd om zo’n 150 onderzoekjes over de effecten van lichte tot matige bierconsumptie op de gezondheid van mannen en vrouwen kritisch te lezen en te bespreken (1). Lichte tot matige bierconsumptie komt neer op één pint per dag voor vrouwen en twee voor mannen. De artsen verdeelden de studies onder elkaar en kwamen nadien bijeen om te debatteren over hun bevindingen. Dat leidde tot een samenvatting die gepubliceerd werd en veel media-aandacht kreeg. Daarin staat dat er geen reden is om gezonde volwassenen lichte tot matige bierconsumptie te ontzeggen, omdat dit geen nadelig effect heeft op de gezondheid. En dat er zelfs een licht voordeel is voor de hartgezondheid tegenover geheelonthouders en veeldrinkers. Voor andere aandoeningen, dementie bijvoorbeeld, vonden ze geen gunstige invloed.

Bron

(1) de Gaetano G, Costanzo S, Di Castelnuovo A, et al. Effects of moderate beer consumption on health and disease: A consensus document. Nutrition, Metabolism and Cardiovascular Diseases. Published online March 30 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

De wijze waarop dit onderzoek gevoerd is, is weinig transparant. Zo is niet duidelijk hoe de 150 studies geselecteerd werden. Er is ook geen meta-analyse uitgevoerd die het mogelijk maakt om alle resultaten samen te analyseren. Het gaat hier over een discussie van artsen over individuele studies. Wie die artsen zijn, is ook nergens aangegeven. Overigens werd dit onderzoek gefinancierd door Italiaanse bierbrouwers, wat de uitkomst mogelijk beïnvloed heeft.

Voor het gunstige effect op het hart verwijzen de artsen naar de J-curve, die nochtans recent onderuit gehaald werd door grondig onderzoek dat brandhout maakte van deze J-curve. Op basis van die studie pasten enkele landen, waaronder UK en Nederland, reeds hun richtlijn inzake alcoholconsumptie aan: er zou geen gunstig effect zijn op het hart bij lichte tot matige consumptie.

Conclusie

Dit onderzoek brengt weinig nieuws. De voornaamste boodschap is voorzichtig zijn met alcohol: te veel schaadt de gezondheid. De gunstige effecten op het hart werden door eerder, grondiger onderzoek op de helling gezet. Deze nieuwe publicatie verandert daar eigenlijk niets aan.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/05May/Pages/Is-a-pint-a-beer-a-day-good-for-the-heart.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 17/05/2016 | Cebam | bewerkt door

Leven vrouwen die regelmatig naar de kerk gaan langer?

foto bij artikel Leven vrouwen die regelmatig naar de kerk gaan langer?

In het nieuws

Vrouwen die meerdere keren per week naar de kerk gaan, leven langer dan vrouwen die nooit gaan. Dat blijkt uit een studie van de Amerikaanse universiteit Harvard die deze week werd gepresenteerd.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Onderzoekers van de Harvard Universiteit analyseerden informatie over het bijwonen van religieuze bijeenkomsten bij 74.534 Amerikaanse vrouwen die tussen 1992 en 2012 deelnamen aan de bekende Nurses’ Health Study, een grootschalig onderzoek waarbij deze dames, allemaal verpleegsters, om de 2 jaar bevraagd werden over hun levensstijl en gezondheid (1). In dit deelonderzoek keek men specifiek naar kerkbezoek. Afhankelijk van hoe vaak de vrouwen naar de kerk gingen, werden ze ingedeeld in groepen: meer dan één keer per week, één keer per week, één tot drie keer per maand, minder dan één keer per maand en nooit of bijna nooit. Bijna alle vrouwen waren rooms-katholiek, een zeer kleine minderheid was hindu, moslim of joods. Vervolgens werd gekeken hoeveel vrouwen overleden waren in 2012 en wat de relatie was met naar de mis gaan. Daarbij werd rekening gehouden met een hele rits beïnvloedende factoren, waaronder roken, lichaamsbeweging, cholesterol, bloeddruk, leeftijd, depressies, inkomen, enzovoort. In vergelijking met de vrouwen die nooit naar de mis gingen, leefden de grootste kerkgangers het langst: ze liepen 33% minder kans om tijdens de studieperiode te zijn overleden. In de groep frequente kerkgangers waren wel duidelijk minder rokers, minder eenzame of depressieve mensen en meer optimisten.

De onderzoekers besloten dat frequent kerkbezoek gepaard gaat met langer leven, en minder sterfte door kanker of hart- en vaatziekten.

Bron

(1) Li S, Stampfer MJ, Williams DR, VanderWeele TJ. Association of Religious Service Attendance With Mortality Among Women. JAMA Internal Medicine. Published online May 16 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

De studie kan niet aantonen dat naar de mis gaan rechtstreeks leidt tot langer leven, maar vindt wel een verband tussen beide. De verklaring ligt wellicht niet in religieuze gevoelens, maar in een aantal ‘neveneffecten’. Een groot verschil tussen vrouwen die nooit naar de kerk gaan en zij die regelmatig gaan is sociale steun. De laatste groep vindt duidelijk meer steun in de omgeving. De mens is een sociaal dier: om goed te functioneren heb je sociale contacten nodig, en die vinden vrouwelijke kerkgangers gemakkelijker dan anderen in (of eerder voor en na) de mis. Eerdere studies hebben aangetoond dat je gesteund weten door mensen in je omgeving een impact heeft op het welzijn (zoals de recente studie die aantoonde dat zingen in een koor kankersymptomen draaglijker maakt).

Het zou interessant zijn om weten of mensen die aan andere wekelijkse groepsactiviteiten deelnemen, zoals een sportclub bijvoorbeeld, hetzelfde voordeel hebben als regelmatig naar de kerk gaan.

Conclusie

Vrouwen die wekelijks naar de mis gaan, leven langer. Waarschijnlijk heeft die gunstige invloed te maken met de regelmatige sociale contacten die deze vrouwen op die manier onderhouden, want de studie toont ook dat deze dames minder last hebben van depressieve of eenzame gevoelens. Ze roken ook minder vaak.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/05May/Pages/Women-who-regularly-attend-religious-services-live-longer.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 19/05/2016 | Cebam | bewerkt door

Halveert een gezonde levensstijl het risico op kankersterfte?

foto bij artikel Halveert een gezonde levensstijl het risico op kankersterfte?

In het nieuws

Veel mensen onderschatten de effecten van hun levensstijl op kanker, stellen onderzoekers van de Harvard Medical School. Wie gezond leeft, helpt dat risico drastisch naar omlaag.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Onderzoekers van de Amerikaanse Harvard Medical School putten uit de gegevens van twee grote opvolgstudies: de Nurses’ Health Study en de Health Professional Follow-up Study. De eerste startte in 1976 en volgt vrouwelijke verpleegkundigen en de tweede startte in 1986 en volgt mannelijke gezondheidswerkers. Tienduizenden mensen die deelnemen aan deze studies vullen om de twee jaar een uitgebreide vragenlijst in over hun leef- en eetgewoonten en ziektegeschiedenis. Uit deze databanken worden regelmatig gegevens gelicht voor afzonderlijke studies. Zo analyseerde de huidige studie gegevens van 135.910 deelnemers (89.571 vrouwen en 46.339 mannen) en bracht ze in twee categorieën onder, afhankelijk van hun levensstijl (1). In de ‘laag-risico’-categorie kwamen mannen en vrouwen die nooit gerookt hadden of minstens 5 jaar gestopt waren, niet meer dan 1 tot 2 glazen alcohol per dag dronken, een min of meer gezond gewicht hadden (BMI tussen 18,5 en 27,5) en 150 minuten per week actief waren (of 75 minuten intensief actief). In de ‘hoog-risico’-categorie werd iedereen toegevoegd die niet in de eerste categorie paste. Vervolgens werd gekeken wie kanker ontwikkelde of overleden was aan kanker en tot welke categorie de kankerpatiënten of -overledenen behoorden. Daaruit kan men berekenen wat de invloed is van levensstijlfactoren op de ontwikkeling van kanker.

De kankerfrequentie per 100.000 deelnemers bedroeg 463 vrouwen en 283 mannen in de laag-risico-groep en 618 vrouwen en 425 mannen in de hoog-risico-groep. Dat betekent dat 25% van de kankers bij vrouwen en 33% van de kankers bij mannen kan worden toegeschreven aan ongezonde leefstijlfactoren. Wat de kankersterfte betreft, kan 48% van de overlijdens bij vrouwen en 44% van de overlijdens bij mannen aan ongezonde leefstijlfactoren worden toegeschreven.

Bron

(1) Song M, Giovannucci E. Preventable Incidence and Mortality of Carcinoma Associated With Lifestyle Factors Among White Adults in the United States. JAMA Oncology. Published online May 19 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Het gaat weliswaar om een grote studie met veel volk, maar een belangrijke kanttekening is dat de onderzoekers niet alle kankertypes onderzochten. Zo sloten ze kankers uit die sterk gerelateerd zijn aan externe omgevingsfactoren, zoals asbest bijvoorbeeld. Overigens gaat het om een onderzoek bij medisch geschoolde groepen, wat het invullen van de enquêtes kan beïnvloed hebben. Mogelijk zijn zij meer geneigd hun gedrag net ietsje gezonder voor te stellen.

Ten slotte gaat het om ruwe schattingen op bevolkingsniveau en mag je geen conclusies trekken voor het individuele risico, waarin ook familiale belasting en andere gevoeligheden meespelen.

Deze studie bevestigt wel wat andere studies al aantoonden, namelijk dat een gezonde levensstijl het risico op kanker en kankersterfte in gunstige zin beïnvloedt.

Conclusie

Deze studie bevestigt wat we al wisten: een aantal kankers kan voorkomen worden met een gezonde levensstijl. Hoe sterk je je persoonlijke risico kan verminderen door niet te roken, zuinig te zijn met alcohol, voldoende te bewegen en je gewicht onder controle te houden, kan deze studie helaas niet vertellen. Het gaat om ruwe schattingen op bevolkingsniveau.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/05May/Pages/Healthier-lifestyles-could-cut-cancer-death-rates.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 23/05/2016 | Cebam | bewerkt door

Helpen paddo’s bij depressie?

foto bij artikel Helpen paddo’s bij depressie?

In het nieuws

Volgens onderzoek aan het Imperial College London zou de werkzame stof uit paddo’s, psilocybine, werken tegen depressies. De onderzoekers dienden flinke doses toe aan mensen die eerder onsuccesvol waren behandeld voor depressie. Een week later waren alle subjecten depressievrij.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Onderzoekers uit Londen wilden nagaan of psilocybine in aanmerking kan komen als antidepressief middel bij matig tot ernstig depressieve mensen die niet reageren op klassieke antidepressiva (1). Psilocybine is het actieve bestanddeel van bepaalde hallucinogene paddenstoelen, die in België onder de drugwet vallen (2). Een synthetisch nagemaakte en geconcentreerde vorm is overigens LSD, een nog sterker tripmiddel. Psilocybine ingenomen via paddo’s (magic mushrooms) veroorzaakt veranderingen in zintuigelijke perceptie (hallucinaties), tijdsperceptie en stemming. Psychisch labiele mensen die deze paddo’s gebruiken, riskeren te ontsporen. Voor de Londense studie meldden zich 72 vrijwilligers aan, waarvan er 12 weerhouden werden. De 12 waren matig tot ernstig depressief, reageerden niet op antidepressiva en liepen geen verhoogd risico op psychose. Ze kregen eerst een lage dosis psilocybine, om te kijken hoe ze op de drug zouden reageren en een week later kregen ze een hoge dosis. De behandeling vond plaats in een ziekenhuis onder toeziend oog van een psychiater. Na de therapie werd iedereen 3 maanden nauw opgevolgd. De psychedelische effecten (trippen) traden op binnen het uur na inname van de drug, piekten na 2 tot 3 uur en waren niet langer detecteerbaar na 6 uur. Na een week voelden 8 van de 12 patiënten zich nog stukken beter, waarvan 7 depressievrij waren. Nadien namen de depressiescores bij de meesten opnieuw toe.

De onderzoekers besluiten dat psilocybine verder onderzoek verdient als mogelijke antidepressieve drug.

Bron

(1) Carhart-Harris RL, Bolstridge M, Rucker J, et al. Psilocybin with psychological support for treatment-resistant depression: an open-label feasibility study. The Lancet: Psychiatry. Published online May 17 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

De studie is veel te beperkt om uitspraken te doen, zelfs niet bij spectaculaire resultaten. Er was geen controlegroep en 5 van de 12 patiënten hadden eerder al geëxperimenteerd met paddo’s, waardoor de verwachtingen mogelijk hoog gespannen waren. De hele studie-opzet en de aanwezigheid van de psychiater kunnen ook geholpen hebben. Iedereen rapporteerde angstgevoelens als belangrijkste nevenwerking. Andere ongewenste effecten waren misselijkheid, verwarring en hoofdpijn.

Het is nog niet zeker of dit onderzoek een vervolg krijgt, want een placebo bedenken voor paddo’s is moeilijk. In geval van een placebo mag de deelnemer namelijk niet weten of hij de actieve stof of de neppil krijgt. Bovendien zijn er veel ongewenste effecten en is trippen moeilijk verzoenbaar met het leven van alledag.

Experimenteren met paddo’s wordt ten zeerste afgeraden. De dosis psilocybine in illegaal verkregen paddo’s is onbekend en het risico op paniekaanvallen en zelfs psychose niet ondenkbaar.

Conclusie

Niet alle mensen met een depressie reageren gunstig op antidepressiva. In dit onderzoek wilde men nagaan of paddo’s een gunstig effect kunnen hebben. De studie werd uitgevoerd bij 12 vrijwilligers die zich op korte termijn duidelijk beter voelden. Zonder placebogroep en omwille van het kleine aantal deelnemers is het echter onmogelijk hieruit te besluiten dat paddo’s zouden werken bij depressie.

Referenties

(2) http://www.vad.be/media/37472/dossier_smartdrugs_met_cover.pdf

http://www.nhs.uk/news/2016/05May/Pages/Magic-mushroom-ingredient-tested-as-depression-treatment.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 20/05/2016 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Halveert een gezonde levensstijl het risico op kankersterfte?

foto bij artikel Halveert een gezonde levensstijl het risico op kankersterfte?

In het nieuws

Veel mensen onderschatten de effecten van hun levensstijl op kanker, stellen onderzoekers van de Harvard Medical School. Wie gezond leeft, helpt dat risico drastisch naar omlaag.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Onderzoekers van de Amerikaanse Harvard Medical School putten uit de gegevens van twee grote opvolgstudies: de Nurses’ Health Study en de Health Professional Follow-up Study. De eerste startte in 1976 en volgt vrouwelijke verpleegkundigen en de tweede startte in 1986 en volgt mannelijke gezondheidswerkers. Tienduizenden mensen die deelnemen aan deze studies vullen om de twee jaar een uitgebreide vragenlijst in over hun leef- en eetgewoonten en ziektegeschiedenis. Uit deze databanken worden regelmatig gegevens gelicht voor afzonderlijke studies. Zo analyseerde de huidige studie gegevens van 135.910 deelnemers (89.571 vrouwen en 46.339 mannen) en bracht ze in twee categorieën onder, afhankelijk van hun levensstijl (1). In de ‘laag-risico’-categorie kwamen mannen en vrouwen die nooit gerookt hadden of minstens 5 jaar gestopt waren, niet meer dan 1 tot 2 glazen alcohol per dag dronken, een min of meer gezond gewicht hadden (BMI tussen 18,5 en 27,5) en 150 minuten per week actief waren (of 75 minuten intensief actief). In de ‘hoog-risico’-categorie werd iedereen toegevoegd die niet in de eerste categorie paste. Vervolgens werd gekeken wie kanker ontwikkelde of overleden was aan kanker en tot welke categorie de kankerpatiënten of -overledenen behoorden. Daaruit kan men berekenen wat de invloed is van levensstijlfactoren op de ontwikkeling van kanker.

De kankerfrequentie per 100.000 deelnemers bedroeg 463 vrouwen en 283 mannen in de laag-risico-groep en 618 vrouwen en 425 mannen in de hoog-risico-groep. Dat betekent dat 25% van de kankers bij vrouwen en 33% van de kankers bij mannen kan worden toegeschreven aan ongezonde leefstijlfactoren. Wat de kankersterfte betreft, kan 48% van de overlijdens bij vrouwen en 44% van de overlijdens bij mannen aan ongezonde leefstijlfactoren worden toegeschreven.

Bron

(1) Song M, Giovannucci E. Preventable Incidence and Mortality of Carcinoma Associated With Lifestyle Factors Among White Adults in the United States. JAMA Oncology. Published online May 19 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Het gaat weliswaar om een grote studie met veel volk, maar een belangrijke kanttekening is dat de onderzoekers niet alle kankertypes onderzochten. Zo sloten ze kankers uit die sterk gerelateerd zijn aan externe omgevingsfactoren, zoals asbest bijvoorbeeld. Overigens gaat het om een onderzoek bij medisch geschoolde groepen, wat het invullen van de enquêtes kan beïnvloed hebben. Mogelijk zijn zij meer geneigd hun gedrag net ietsje gezonder voor te stellen.

Ten slotte gaat het om ruwe schattingen op bevolkingsniveau en mag je geen conclusies trekken voor het individuele risico, waarin ook familiale belasting en andere gevoeligheden meespelen.

Deze studie bevestigt wel wat andere studies al aantoonden, namelijk dat een gezonde levensstijl het risico op kanker en kankersterfte in gunstige zin beïnvloedt.

Conclusie

Deze studie bevestigt wat we al wisten: een aantal kankers kan voorkomen worden met een gezonde levensstijl. Hoe sterk je je persoonlijke risico kan verminderen door niet te roken, zuinig te zijn met alcohol, voldoende te bewegen en je gewicht onder controle te houden, kan deze studie helaas niet vertellen. Het gaat om ruwe schattingen op bevolkingsniveau.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/05May/Pages/Healthier-lifestyles-could-cut-cancer-death-rates.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 23/05/2016 | Cebam | bewerkt door

Is een tekort aan vitamine K even schadelijk als roken?

foto bij artikel Is een tekort aan vitamine K even schadelijk als roken?

In het nieuws

Vitamine K staat misschien (nog) niet hoog op je prioriteitenlijstje, maar biochemicus Cees Vermeer waarschuwt dat we dit beter wel zouden toevoegen. “Te weinig vitamine K is even schadelijk als 2 pakjes sigaretten per dag roken”, vertelde de professor op de radio.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Vitamine K is nodig voor een goede bloedstolling en zou ook een rol spelen bij de aanmaak van botten. Deze minder bekende vitamine zit vooral in groene bladgroenten,vlees, eieren en granen. De afgelopen jaren zijn er verschillende onderzoeken uitgevoerd waarbij men gekeken heeft of er een verband is tussen de inname van vitamine K en hart- en vaatziekten. Op basis van onderzoeken bij dieren en in het laboratorium bleek dat er een verband is tussen een tekort aan vitamine K en een aantal risicofactoren voor hart- en vaatziekten. Zo zou er een toename zijn van de ontstekingsfactoren en een negatief effect op de verkalking van de bloedvaten. De resultaten van onderzoeken uitgevoerd bij mensen zijn echter zeer wisselend. Een aantal onderzoeken waarbij mensen gedurende verschillende jaren gevolgd werden, tonen inderdaad aan dat er een verband is tussen een tekort aan vitamine K en het risico op hart- en vaatziekten. Daartegenover staan echter verschillende onderzoeken die geen verband aantonen (1). Een van de meest recente is een Rotterdam studie waarbij 4.108 personen gedurende 11 jaar gevolgd werden. De conclusie was dat er geen verband is tussen de inname van vitamine K en het risico op hart- en vaatziekten. Tevens bleek dat de gemiddelde inname van vitamine K ruimschoots voldoende was om de dagelijkse behoefte te dekken (2). Ook uit onderzoek in Finland blijkt dat de gemiddelde inname voldoende hoog is. Ouderen met een lage voedselinname zouden wel een risicogroep vormen (3).

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Nogmaals blijkt dat de resultaten van dieronderzoek en laboratoriumexperimenten niet zomaar kunnen toegepast worden op mensen. De wisselende resultaten bij mensen zouden onder andere kunnen verklaard worden doordat niet elke vorm van vitamine K hetzelfde effect heeft. In onze voeding komen 2 vormen van vitamine K voor. Vitamine K1 komt in kleine hoeveelheden voor in vele voedingsmiddelen. Uitstekende bronnen zijn bepaalde oliën en groene groenten zoals kolen, spinazie en broccoli. Vitamine K2 wordt geproduceerd door onze darmbacteriën en vind je ook terug in bepaalde kazen (4). Mogelijk zou vitamine K2 een groter effect hebben dan vitamine K1 (3). Om duidelijkheid te krijgen, is er vooral nood aan goed opgezette interventiestudies waarbij nagegaan wordt wat het effect is van de verschillende vormen van vitamine K op het risico op hart- en vaatziekten. Het beperkt aantal kleine interventiestudies dat tot nu is uitgevoerd brengt geen uitsluitsel.

Conclusie

Er zijn een aantal aanwijzingen dat een tekort aan vitamine K de kans op hart- en vaatziekten kan verhogen. Het heeft echter geen zin om meer vitamine K in te nemen dan de aanbevolen hoeveelheid. Beweren dat een vitamine K-tekort het risico evenveel verhoogt als 2 pakjes roken per dag, is kort door de bocht en niet aangetoond.

Referenties

(1) Harshman, S. G., & Shea, M. K. (2016). The Role of Vitamin K in Chronic Aging Diseases: Inflammation, Cardiovascular Disease, and Osteoarthritis. Current Nutrition Reports, 5(2), 90-98.

(2) Engelen, A. I., Geleijnse, J. M., Vermeer, C., Witteman, J. C., Hofman, A., Franco, O. H., & Feskens, E. J. (2015). Abstract P050: Vitamin K Intake and Risk of Coronary Heart Disease and Stroke in the Rotterdam Study. Circulation, 131(Suppl 1), AP050-AP050.

(3) EFSA – European Food Safety Authority. Literature search and review related to specific preparatory work in the establishment of Dietary Reference Values. Preparation of an evidence report identifying health outcomes upon which Dietary Reference Values could potentially be based for vitamins A, C, E, and K1. Final report CT/EFSA/NDA/2010/02, University of Helsinki, 2010. http://www.efsa.europa.eu/en/supporting/pub/256e.htm

(4) http://lpi.oregonstate.edu/mic/vitamins/vitamin-K#food-sources

klokje bij datum van publicatie verschenen op 18/05/2016 | Cebam | geschreven door Nina Van Den Broecke, lector Voedings- en Dieetkunde

Helpen krachtige pijnstillers niet bij chronische lagerugpijn?

foto bij artikel Helpen krachtige pijnstillers niet bij chronische lagerugpijn?

In het nieuws

Krachtige pijnstillers, afgeleid van morfine, hebben weinig effect bij chronische lagerugpijn, zeggen Australische onderzoekers.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Australische onderzoekers brachten alle goed uitgevoerde, placebogecontroleerde studies over de effecten van krachtige pijnstillers (met codeïne of afgeleid van morfine) samen in een overzichtsonderzoek (1). Daarbij mikten ze enkel op lagerugpijn die lang aansleept en waarvoor geen specifieke oorzaak gevonden wordt, d.w.z. geen hernia, geen ontstekingen, uitzaaiingen en dergelijke. In totaal selecteerden ze 20 degelijke studies met betrekking tot 7.295 ruglijders: 17 daarvan vergeleken de effecten van krachtige pijnstillers met placebo en 3 vergeleken de pijnstillers onderling. De opvolgperiode was kort: gemiddeld 3 maanden. De pijn werd beoordeeld via vragenlijsten waarbij deelnemers de intensiteit van hun pijn situeerden op een schaal van 0 tot 100. Bij 13 studies was er een lichte verbetering van de pijn (10 punten minder op de schaal) in vergelijking met placebo. Dat is een zeer minimaal effect. Voor een betekenisvolle verbetering moet je minstens een verschuiving van 20 punten op de schaal behalen. Er waren ook geen betekenisvolle verschillen tussen diverse pijnstillers onderling. De onderzoekers besloten dat krachtige pijnstillers, die soms voorgeschreven worden wanneer lichtere pijnstillers niet werken, eigenlijk amper effect hebben op chronische lagerugpijn. Bovendien ervaart meer dan de helft van de betrokkenen wel hinderlijke nevenwerkingen, zoals misselijkheid, constipatie en hoofdpijn.

Bron

(1) Shaheed CA, Maher CG, Williams KA, et al. Efficacy, Tolerability, and Dose-Dependent Effects of Opioid Analgesics for Low Back Pain. JAMA Internal Medicine. Published online May 23 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Dit is een zeer degelijke analyse van een selectie goed uitgevoerde studies, wat de resultaten betrouwbaar maakt. Opvallend is dat zeer veel mensen (50%) die aan de 20 studies deelnamen, vroegtijdig afhaakten, omdat ze te veel last hadden van nevenwerkingen en amper minder pijn ervaarden. Overigens waren enkele van de geselecteerde studies gefinancierd door de farma-industrie, en ook deze toonden geen noemenswaardig effect.
De resultaten verbazen niet echt. Aspecifieke chronische rugpijn is een veel gehoorde klacht die zelden kan worden opgelost met pijnstillers. Wat wel effect heeft, is voldoende beweging, een goede houding, vermageren bij overgewicht, manuele therapie en cognitieve gedragstherapie.

Conclusie

Een goed uitgevoerde overzichtsstudie vindt geen noemenswaardig effect van de meest krachtige pijnstillers bij aspecifieke lagerugpijn. Aspecifiek betekent zonder duidelijke oorzaak, dus geen hernia, ontsteking, tumor of trauma. De meeste mensen ervaren wel hinderlijke nevenwerkingen. Dergelijke klacht vraagt dus een andere aanpak dan pillen.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/05May/Pages/Proof-opiates-are-useful-for-chronic-back-pain-lacking.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 25/05/2016 | Cebam | bewerkt door