speel niet met uw leven, koop uw geneesmiddelen en voedingssupplementen bij uw apotheker om de hoek!

Illegale geneesmiddelen, een groeiend probleem

Wat zijn illegale geneesmiddelen?

Geneesmiddelen zijn gereguleerde producten die alleen met een vergunning op de markt mogen worden gebracht. Zij worden vervaardigd volgens strenge eisen van nationale en internationale toezichthouders. Bij illegale geneesmiddelen gaat het om namaak of vervalsing.

Namaak of vervalsing: Wat is het verschil?

Producenten van nagemaakte geneesmiddelen proberen hun producten er precies zo te laten uitzien als de authentieke versie. Maar omdat ze illegaal in de distributieketen terechtkomen, weet u niet zeker waar of hoe ze vervaardigd zijn. Daarom zijn deze geneesmiddelen meestal ook vervalst.

Vervalste (valse) geneesmiddelen vormen om twee redenen een ernstig gezondheidsrisico:

  • zij bevatten het werkzame bestanddeel van het geneesmiddel niet of in een verkeerde dosis
  • de stoffen die eraan zijn toegevoegd, kunnen schadelijk of zelfs dodelijk zijn

 

Vervalste geneesmiddelen: een dodelijke keuze

In 2012 kregen Amerikaanse kankerpatiënten slecht nieuws te horen: in sommige gevallen bleken hen vervalste geneesmiddelen te zijn toegediend. Hoewel het valse geneesmiddel niet schadelijk was, ontbrak de werkzame stof volledig. De artsen hadden het online gekocht voor de behandeling van hersen-, darm-, nier- en longkanker. De patiënten die het vervalste geneesmiddel kregen, liepen vitale doses mis bij hun behandeling. Het is onmogelijk te zeggen hoeveel van hen daardoor eerder zijn gestorven.

Ondanks de intensieve inspanningen van de Amerikaanse FDA doken de vervalste geneesmiddelen in 2013 opnieuw op bij een onlineverkoper. Valse geneesmiddelen komen veel te gemakkelijk in de distributieketen via ongereguleerde internetwinkels

 

Vervalste geneesmiddelen: een groeiende trend (grafiek)

In de grafiek komen de statistieken van de operatie Pangea van Interpol, de jaarlijkse actieweek tegen de illegale verkoop van geneesmiddelen.http://www.interpol.int/Crime-areas/Pharmaceutical-crime/Operations/Operation-Pangea

Juni 2013: 99 landen, 10,1 miljoen illegale en nagemaakte pillen in beslag genomen;

Oktober 2012: 100 landen, 3,75 miljoen illegale en nagemaakte pillen in beslag genomen;

September 2011: 81 landen, 2,4 miljoen illegale en nagemaakte pillen in beslag genomen.

Laatste update op 24/06/2015

Advertenties

Natuurlijk is geen synoniem van onschadelijk!

 

Opletten met voedingssupplementen en fytotherapie!

Sommige voedingssupplementen en plantaardige middelen kunnen leiden tot beschadiging van de lever en zelfs leverfalen en dood. Dat wordt bevestigd door een onderzoek in de VSA waaruit bleek dat op tien jaar tijd (2004-2013) het percentage leverletsels veroorzaakt door deze middelen van 7% naar 20% is gestegen.

Bron: Navarro et al. Liver injury from herbals and dietary supplements in the U.S. Drug-Induced Liver Injury Network. Hepatology, 2014

Commentaar van Stichting tegen Kanker

Natuurlijk is niet synoniem voor onschadelijk

Nog al te veel mensen zijn van mening dat het gebruik van voedingssupplementen en plantaardige producten (fytotherapie) absoluut ongevaarlijk is. In dit onderzoek werd de mogelijke leverbeschadiging door dergelijke middelen in kaart gebracht. Dergelijke producten die voor bodybuilding worden gebruikt veroorzaken vooral langdurige geelzucht maar het zijn de middelen die voor andere doeleinden worden aangewend die soms de meest ernstige leveraantastingen teweegbrengen met soms noodzaak tot levertransplantatie of zelfs overlijden tot gevolg. Dat deed zich vooral voor bij vrouwen van middelbare leeftijd. Voedings- en plantensupplementen bleken verantwoordelijk voor 13% van de gevallen van levertransplantatie, terwijl slechts 3% ervan een gevolg waren van het gebruik van klassieke geneesmiddelen.

Bijwerkingen en interacties

We mogen ook niet vergeten dat vrij verkrijgbare supplementen ook andere schade kunnen toebrengen. Denken we maar aan bepaalde Chinese kruiden (Aristolochia) die leidden tot nierbeschadiging. Sommige mensen overleden hierdoor en sommige andere kregen later nierkanker (urotheelcarcinoom). En bepaalde supplementen kunnen ook interacties veroorzaken met andere behandelingen (zoals ook chemotherapie en radiotherapie). Daardoor kan een klassieke behandeling minder goed of net te sterk gaan inwerken.  Een voorbeeld is Sint-Janskruid (Hypericum) dat een licht antidepressief effect heeft, en dat de werking van een hele reeks geneesmiddelen (sommige chemotherapiemiddelen, bloedverdunners, hartmedicatie, kalmeringsmiddelen, hormonen,…) kan verstoren.

Maak een lijstje

Gebruik nooit op eigen houtje een voedingssupplement (ook vitamines, mineralen,…) of plantaardig supplement. Vraag steeds eerst advies aan uw arts. Dat geldt des te meer als u een behandeling volgt, zeker tegen kanker. Indien u al bepaalde middelen gebruikt, maak een lijstje van alle producten (zowel natuurlijke als klassieke geneesmiddelen) en leg dat voor aan elke arts bij wie u op consult komt.

Koop deze producten bij een gezondheidsspecialist zoals een apotheker!

Het gezegde “Baat het niet, schaadt het niet” is hier zeker NIET van tel!!

Halveert een gezonde levensstijl het risico op kankersterfte?

foto bij artikel Halveert een gezonde levensstijl het risico op kankersterfte?

In het nieuws

Veel mensen onderschatten de effecten van hun levensstijl op kanker, stellen onderzoekers van de Harvard Medical School. Wie gezond leeft, helpt dat risico drastisch naar omlaag.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Onderzoekers van de Amerikaanse Harvard Medical School putten uit de gegevens van twee grote opvolgstudies: de Nurses’ Health Study en de Health Professional Follow-up Study. De eerste startte in 1976 en volgt vrouwelijke verpleegkundigen en de tweede startte in 1986 en volgt mannelijke gezondheidswerkers. Tienduizenden mensen die deelnemen aan deze studies vullen om de twee jaar een uitgebreide vragenlijst in over hun leef- en eetgewoonten en ziektegeschiedenis. Uit deze databanken worden regelmatig gegevens gelicht voor afzonderlijke studies. Zo analyseerde de huidige studie gegevens van 135.910 deelnemers (89.571 vrouwen en 46.339 mannen) en bracht ze in twee categorieën onder, afhankelijk van hun levensstijl (1). In de ‘laag-risico’-categorie kwamen mannen en vrouwen die nooit gerookt hadden of minstens 5 jaar gestopt waren, niet meer dan 1 tot 2 glazen alcohol per dag dronken, een min of meer gezond gewicht hadden (BMI tussen 18,5 en 27,5) en 150 minuten per week actief waren (of 75 minuten intensief actief). In de ‘hoog-risico’-categorie werd iedereen toegevoegd die niet in de eerste categorie paste. Vervolgens werd gekeken wie kanker ontwikkelde of overleden was aan kanker en tot welke categorie de kankerpatiënten of -overledenen behoorden. Daaruit kan men berekenen wat de invloed is van levensstijlfactoren op de ontwikkeling van kanker.

De kankerfrequentie per 100.000 deelnemers bedroeg 463 vrouwen en 283 mannen in de laag-risico-groep en 618 vrouwen en 425 mannen in de hoog-risico-groep. Dat betekent dat 25% van de kankers bij vrouwen en 33% van de kankers bij mannen kan worden toegeschreven aan ongezonde leefstijlfactoren. Wat de kankersterfte betreft, kan 48% van de overlijdens bij vrouwen en 44% van de overlijdens bij mannen aan ongezonde leefstijlfactoren worden toegeschreven.

Bron

(1) Song M, Giovannucci E. Preventable Incidence and Mortality of Carcinoma Associated With Lifestyle Factors Among White Adults in the United States. JAMA Oncology. Published online May 19 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Het gaat weliswaar om een grote studie met veel volk, maar een belangrijke kanttekening is dat de onderzoekers niet alle kankertypes onderzochten. Zo sloten ze kankers uit die sterk gerelateerd zijn aan externe omgevingsfactoren, zoals asbest bijvoorbeeld. Overigens gaat het om een onderzoek bij medisch geschoolde groepen, wat het invullen van de enquêtes kan beïnvloed hebben. Mogelijk zijn zij meer geneigd hun gedrag net ietsje gezonder voor te stellen.

Ten slotte gaat het om ruwe schattingen op bevolkingsniveau en mag je geen conclusies trekken voor het individuele risico, waarin ook familiale belasting en andere gevoeligheden meespelen.

Deze studie bevestigt wel wat andere studies al aantoonden, namelijk dat een gezonde levensstijl het risico op kanker en kankersterfte in gunstige zin beïnvloedt.

Conclusie

Deze studie bevestigt wat we al wisten: een aantal kankers kan voorkomen worden met een gezonde levensstijl. Hoe sterk je je persoonlijke risico kan verminderen door niet te roken, zuinig te zijn met alcohol, voldoende te bewegen en je gewicht onder controle te houden, kan deze studie helaas niet vertellen. Het gaat om ruwe schattingen op bevolkingsniveau.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/05May/Pages/Healthier-lifestyles-could-cut-cancer-death-rates.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 23/05/2016 | Cebam

 

Moet ik me laten screenen op hartritmestoornissen?

 

foto bij artikel Moet ik me laten screenen op hartritmestoornissen?

In het nieuws

Naar jaarlijkse gewoonte organiseert de Belgische vereniging van cardiologen ‘De Week van het Hartritme’. Mensen die 40 jaar zijn of ouder, worden aangemoedigd om gratis het hart te laten testen op voorkamerfibrillatie. Een vroege diagnose zou toelaten het risico op een beroerte met vijf keer te verminderen.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Van 30 mei tot 3 juni 2016 vindt voor de zevende keer de nationale Week van het Hartritme plaats. Donderdag 2 juni is uitgeroepen tot de nationale dag van sensibilisering voor voorkamerfibrillatie. In een persbericht klinkt het dat “in de grootste meerderheid van de gevallen van voorkamerfibrillatie een bloedverdunner noodzakelijk is om een beroerte te voorkomen”. Verder lezen we dat “deze positie-inname in perfecte overeenstemming [is] met de richtlijnen van de European Society of Cardiology en het National Institute for Health and Care Excellence” (1).

Bron

(1) http://www.actualcare.be/news/aspirine-niet-altijd-effectief-om-beroerte-te-voorkomen/

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Voorkamerfibrillatie (VKF) is een ritmestoornis waarbij het hart onregelmatig klopt. Ze komt voor bij 1% van de mensen, maar men ziet ze vooral bij bejaarden (10% van de tachtigers). Op hogere leeftijd, of bij mensen met een hart- of vaatziekte, hoge bloeddruk of diabetes, verhoogt ze de kans op een beroerte. Dat extra risico kan beperkt worden door het gebruik van zogenaamde bloedverdunners. Bij gezonde, klachtenvrije mensen die jonger zijn dan 65 jaar, behoeft een VKF doorgaans geen behandeling.

Het achterliggende idee van een screening op VKF is dat men hoopt op termijn beroertes te voorkomen door het voorschrijven van bloedverdunners. Er zijn evenwel geen harde wetenschappelijke bewijzen dat deze aanpak aangewezen is bij jongere mensen bij wie toevallig een VKF ontdekt wordt. Screening op VKF bij jongere mensen kan een schadelijk effect hebben. Een mogelijk nadeel is bijvoorbeeld dat men een onschuldige ritmestoornis, zoals een kleine onregelmatigheid in het hartritme, of een wat te trage of snelle hartslag, toevallig op het spoor komt. Deze kan dan aanleiding geven tot onnodige ongerustheid of kan de reden zijn voor het starten van een nutteloze behandeling. Alle bloedverdunners houden op zich een risico in om bloedingen te veroorzaken.

De European Society of Cardiology beveelt aan om klachtenvrije personen te screenen op VKF vanaf de leeftijd van 65 jaar. Het Britse National Institute for Health and Care Excellence beveelt screening op VKF bij niemand aan. De stellingname in het hogergenoemd persbericht is dus niet “in perfecte overeenstemming” met wat gezaghebbende internationale instituten aanbevelen. Verder bezondigt het persbericht zich aan angstaanjagerij. Het lijdt geen twijfel dat mensen met VKF die ooit een beroerte doormaakten, of mensen met hoge bloeddruk, hartfalen of diabetes, baat hebben bij een behandeling met bloedverdunners. Maar in het persbericht wordt zowat iedereen de stuipen op het lijf gejaagd. Voor wie een blanke huidskleur heeft, groot van gestalte is of meer dan 3 keer per week gaat sporten, is het oppassen geblazen. Verder klinkt het dat “niemand veilig [is] voor deze schadelijke aandoening!”

De Week van het Hartritme wordt gesponsord door fabrikanten van bloedverdunners (2). De indruk ontstaat dat het eerder gaat om een publiciteitscampagne voor bloedverdunners dan om een bezorgdheid om de gezondheid van de burger.

Conclusie

Het is niet uitgesloten dat screening op VKF bij kerngezonde veertigers of vijftigers schadelijk is. Gezaghebbende internationale instanties zijn voorzichtig in hun aanbevelingen en raden screening niet aan bij gezonde mensen beneden de 65 jaar. De informatie die in de Belgische Week van het Hartritme aan het grote publiek verstrekt wordt, is misleidend.

Referenties

(2) http://www.mijnhartritme.be/nl/de-week-van-het-hartritme/

klokje bij datum van publicatie verschenen op 24/05/2016 | Cebam | geschreven door Hans Van Brabandt

Helpen krachtige pijnstillers niet bij chronische lagerugpijn?

foto bij artikel Helpen krachtige pijnstillers niet bij chronische lagerugpijn?

In het nieuws

Krachtige pijnstillers, afgeleid van morfine, hebben weinig effect bij chronische lagerugpijn, zeggen Australische onderzoekers.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Australische onderzoekers brachten alle goed uitgevoerde, placebogecontroleerde studies over de effecten van krachtige pijnstillers (met codeïne of afgeleid van morfine) samen in een overzichtsonderzoek (1). Daarbij mikten ze enkel op lagerugpijn die lang aansleept en waarvoor geen specifieke oorzaak gevonden wordt, d.w.z. geen hernia, geen ontstekingen, uitzaaiingen en dergelijke. In totaal selecteerden ze 20 degelijke studies met betrekking tot 7.295 ruglijders: 17 daarvan vergeleken de effecten van krachtige pijnstillers met placebo en 3 vergeleken de pijnstillers onderling. De opvolgperiode was kort: gemiddeld 3 maanden. De pijn werd beoordeeld via vragenlijsten waarbij deelnemers de intensiteit van hun pijn situeerden op een schaal van 0 tot 100. Bij 13 studies was er een lichte verbetering van de pijn (10 punten minder op de schaal) in vergelijking met placebo. Dat is een zeer minimaal effect. Voor een betekenisvolle verbetering moet je minstens een verschuiving van 20 punten op de schaal behalen. Er waren ook geen betekenisvolle verschillen tussen diverse pijnstillers onderling. De onderzoekers besloten dat krachtige pijnstillers, die soms voorgeschreven worden wanneer lichtere pijnstillers niet werken, eigenlijk amper effect hebben op chronische lagerugpijn. Bovendien ervaart meer dan de helft van de betrokkenen wel hinderlijke nevenwerkingen, zoals misselijkheid, constipatie en hoofdpijn.

Bron

(1) Shaheed CA, Maher CG, Williams KA, et al. Efficacy, Tolerability, and Dose-Dependent Effects of Opioid Analgesics for Low Back Pain. JAMA Internal Medicine. Published online May 23 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Dit is een zeer degelijke analyse van een selectie goed uitgevoerde studies, wat de resultaten betrouwbaar maakt. Opvallend is dat zeer veel mensen (50%) die aan de 20 studies deelnamen, vroegtijdig afhaakten, omdat ze te veel last hadden van nevenwerkingen en amper minder pijn ervaarden. Overigens waren enkele van de geselecteerde studies gefinancierd door de farma-industrie, en ook deze toonden geen noemenswaardig effect.
De resultaten verbazen niet echt. Aspecifieke chronische rugpijn is een veel gehoorde klacht die zelden kan worden opgelost met pijnstillers. Wat wel effect heeft, is voldoende beweging, een goede houding, vermageren bij overgewicht, manuele therapie en cognitieve gedragstherapie.

Conclusie

Een goed uitgevoerde overzichtsstudie vindt geen noemenswaardig effect van de meest krachtige pijnstillers bij aspecifieke lagerugpijn. Aspecifiek betekent zonder duidelijke oorzaak, dus geen hernia, ontsteking, tumor of trauma. De meeste mensen ervaren wel hinderlijke nevenwerkingen. Dergelijke klacht vraagt dus een andere aanpak dan pillen.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/05May/Pages/Proof-opiates-are-useful-for-chronic-back-pain-lacking.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 25/05/2016 | Cebam

Vergroot luchtverontreiniging het risico op een miskraam?

 

foto bij artikel Vergroot luchtverontreiniging het risico op een miskraam?

In het nieuws

De vervuilende uitlaatgassen van auto’s verhogen het risico op een miskraam bij zwangere vrouwen. Volgens onderzoekers kunnen vrouwen best vermijden zwanger te worden als er veel vervuiling in de lucht hangt, of kunnen ze beter overwegen te verhuizen naar het platteland.

Waar komt dit nieuws vandaan?

In de voorbije jaren doken regelmatig studies op die een verband vonden tussen luchtverontreiniging en het risico op een miskraam. Finse onderzoekers brachten al deze studies bij elkaar en voerden daarop een grondige analyse uit (1). In de opgenomen studies werden gegevens over luchtverontreiniging van meetstations verzameld, waar de graad en de aard van pollutie gemeten wordt. Van de vrouwen die een miskraam hadden gehad, werden de leeftijd en de woonplaats (stad of platteland) genoteerd. De onderzoekers voerden hun analyse uit op 6 vervuilende stoffen: zwaveldioxide, koolmonoxide, stikstofdioxide, fijn stof (PM 10 en PM 2,5) en ozon. Alle polluenten werden eerder in verband gebracht met een verhoogd risico op miskraam, maar dat risico blijkt na deze nieuwe analyse erg beperkt, waardoor het niet duidelijk is of het hier om toeval gaat of niet. Het ging gemiddeld om risicostijgingen van 2% voor vrouwen die in de stad wonen.

De onderzoekers concluderen uit hun overzichtsanalyse dat het tot op heden onvoldoende is aangetoond dat luchtverontreiniging het risico op miskraam verhoogt, maar dat verder onderzoek aangewezen is.

Bron

(1) Siddika N, Balogun HA, Amegah A, et al. Prenatal ambient air pollution exposure and the risk of stillbirth: systematic review and meta-analysis of the empirical evidence. Occupational and Environmental Medicine. Published online May 24 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Alarmerende berichten aan zwangere vrouwen dat ze beter kunnen verhuizen naar het platteland of beter niet zwanger worden wanneer ze in een vervuild gebied wonen, zijn sterk overdreven en misplaatst. Bovendien is het aan de overheden om iets tegen luchtvervuiling te doen en niet aan de vrouwen om te verhuizen, laat staan een zwangerschap uit te stellen. Tot op heden is niet aangetoond dat luchtverontreiniging het risico op miskraam duidelijk verhoogt. Als er al een effect is, is dit erg beperkt. Anderzijds is dit verband moeilijk te onderzoeken, maar moet het zeker opgevolgd worden. Het zou bijvoorbeeld kunnen dat vrouwen die in de stad leven meer kans hebben om in armoede te leven en daardoor vaker ongezonde leefgewoonten hebben (roken, alcoholconsumptie), die ook het risico op een miskraam verhogen. Wat niet wil zeggen dat effecten van pollutie op de gezondheid onderschat moeten worden.

Conclusie

Een Finse overzichtsstudie komt tot het besluit dat er tot op heden onvoldoende bewijs bestaat dat blootstelling aan vervuilde lucht het risico op een miskraam verhoogt.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/05May/Pages/Link-between-stillbirth-and-air-pollution-inconclusive.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 26/05/2016 | Cebam

Slapen baby’s die zichzelf in slaap huilen beter?

foto bij artikel Slapen baby’s die zichzelf in slaap huilen beter?

In het nieuws

Het breekt ouderharten, maar het laten huilen van de baby in bed is eigenlijk niet zo slecht. Australische onderzoekers stelden vast dat baby’s die alleen worden gelaten en zichzelf in slaap huilen niet alleen sneller inslapen, maar ook dieper slapen.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Jonge ouders van kleine kinderen die slecht slapen, worden gewoonlijk om de oren geslagen met goede raad. Australische onderzoekers wilden weten welke raad nu echt waardevol is. Ze zochten ouders met kleine kindjes met een slaapprobleem en vonden ouders van in totaal 43 kindjes tussen 6 en 16 maanden bereid om deel te nemen aan een onderzoek (1). De kindjes (63% meisjes, 37% jongens) werden in 3 groepen verdeeld. In de eerste groep kregen de ouders de raad de kindjes wakker in bed te leggen en binnen de minuut de kamer te verlaten. Wanneer de baby het op een huilen zette: enkele minuten wachten, vervolgens binnengaan en sussen, zonder het kind uit bed te lichten noch het licht aan te doen. De tweede groep kreeg advies het kindje telkens een halfuur later in bed te stoppen wanneer ze de nacht ervoor meer dan 15 minuten had gehuild. De derde groep, de controlegroep, kreeg het standaardadvies: vaste tijdstippen om te slapen, kordaat zijn, voldoende knuffelen, enzovoort. De ouders hielden een dagboekje bij en de kindjes kregen een soort enkelbandje dat de nachtelijke bewegingen registreerde. Ook werden speekselstalen afgenomen om de hoeveelheid stresshormoon cortisol van de baby’s te bepalen. De moeders vulden ook in hoe zij zich voelden. Na een jaar werden de kinderen getest op emotionele en gedragsproblemen. Drie maanden na de start van de studie sliepen de kindjes van groep 1 (enkele minuten laten huilen, uitgesteld sussen) en groep 2 (laten huilen en de volgende nacht een half uur later in bed) gemiddeld 10 minuten sneller in dan de kindjes uit de controlegroep. De nachtelijke bewegingen waren voor de drie groepen dezelfde, er waren geen noemenswaardige verschillen in stresshormoonproductie bij de baby’s en geen verschillen in gedrag of emoties een jaar later.

De onderzoekers besloten dat ouders baby’s met inslaapproblemen beter wat kunnen laten huilen: ze slapen dan sneller in.

Bron

(1) Gradisar M, Jackson K, Spurrier NJ, et al. Behavioral Interventions for Infant Sleep Problems: A Randomized Controlled Trial. Pediatrics. Published online May 24 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Dit is een goed opgezette studie: er is een controlegroep, maar met een klein aantal deelnemers, wat de resultaten minder betrouwbaar maakt. Ook de studieduur is kort: slechts 3 maanden. De totale slaaptijd verbeterde ietwat in de controlegroep en de groep ‘uitgesteld sussen’ in vergelijking met de groep ‘de slaaptijd verlaten’. Over de kwaliteit van de slaap vonden de onderzoekers geen duidelijke verschillen tussen de drie groepen. Of kindjes laten huilen de slaapkwaliteit verbetert (dieper slapen) is dus niet uit te maken. Op basis van dit onderzoek is het moeilijk om algemene uitspraken te doen over wat het beste is voor moeilijke slapertjes.

Wat zeker geen kwaad kan, is experimenteren met de diverse methoden en nagaan welke de beste is voor je baby.

Geruststellend is ook dat het geen kwaad kan om je kindje wat te laten huilen wanneer het moeilijk kan inslapen.

Conclusie

Niet onmiddellijk ingaan op het gehuil van een baby die te slapen gelegd wordt, lijkt beter te werken dan de huilende hummel direct uit bed te lichten. Baby’s die men (even) laat huilen slapen gemiddeld 10 minuten sneller in. Of ze ook dieper slapen (meer slaapkwaliteit) kan uit deze studie niet worden afgeleid.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/05May/Pages/Leaving-babies-to-cry-will-improve-their-sleep-study-says.aspx.

klokje bij datum van publicatie verschenen op 30/05/2016 | Cebam