Leven vrouwen die regelmatig naar de kerk gaan langer?

 

foto bij artikel Leven vrouwen die regelmatig naar de kerk gaan langer?

In het nieuws

Vrouwen die meerdere keren per week naar de kerk gaan, leven langer dan vrouwen die nooit gaan. Dat blijkt uit een studie van de Amerikaanse universiteit Harvard die deze week werd gepresenteerd.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Onderzoekers van de Harvard Universiteit analyseerden informatie over het bijwonen van religieuze bijeenkomsten bij 74.534 Amerikaanse vrouwen die tussen 1992 en 2012 deelnamen aan de bekende Nurses’ Health Study, een grootschalig onderzoek waarbij deze dames, allemaal verpleegsters, om de 2 jaar bevraagd werden over hun levensstijl en gezondheid (1). In dit deelonderzoek keek men specifiek naar kerkbezoek. Afhankelijk van hoe vaak de vrouwen naar de kerk gingen, werden ze ingedeeld in groepen: meer dan één keer per week, één keer per week, één tot drie keer per maand, minder dan één keer per maand en nooit of bijna nooit. Bijna alle vrouwen waren rooms-katholiek, een zeer kleine minderheid was hindu, moslim of joods. Vervolgens werd gekeken hoeveel vrouwen overleden waren in 2012 en wat de relatie was met naar de mis gaan. Daarbij werd rekening gehouden met een hele rits beïnvloedende factoren, waaronder roken, lichaamsbeweging, cholesterol, bloeddruk, leeftijd, depressies, inkomen, enzovoort. In vergelijking met de vrouwen die nooit naar de mis gingen, leefden de grootste kerkgangers het langst: ze liepen 33% minder kans om tijdens de studieperiode te zijn overleden. In de groep frequente kerkgangers waren wel duidelijk minder rokers, minder eenzame of depressieve mensen en meer optimisten.

De onderzoekers besloten dat frequent kerkbezoek gepaard gaat met langer leven, en minder sterfte door kanker of hart- en vaatziekten.

Bron

(1) Li S, Stampfer MJ, Williams DR, VanderWeele TJ. Association of Religious Service Attendance With Mortality Among Women. JAMA Internal Medicine. Published online May 16 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

De studie kan niet aantonen dat naar de mis gaan rechtstreeks leidt tot langer leven, maar vindt wel een verband tussen beide. De verklaring ligt wellicht niet in religieuze gevoelens, maar in een aantal ‘neveneffecten’. Een groot verschil tussen vrouwen die nooit naar de kerk gaan en zij die regelmatig gaan is sociale steun. De laatste groep vindt duidelijk meer steun in de omgeving. De mens is een sociaal dier: om goed te functioneren heb je sociale contacten nodig, en die vinden vrouwelijke kerkgangers gemakkelijker dan anderen in (of eerder voor en na) de mis. Eerdere studies hebben aangetoond dat je gesteund weten door mensen in je omgeving een impact heeft op het welzijn (zoals de recente studie die aantoonde dat zingen in een koor kankersymptomen draaglijker maakt).

Het zou interessant zijn om weten of mensen die aan andere wekelijkse groepsactiviteiten deelnemen, zoals een sportclub bijvoorbeeld, hetzelfde voordeel hebben als regelmatig naar de kerk gaan.

Conclusie

Vrouwen die wekelijks naar de mis gaan, leven langer. Waarschijnlijk heeft die gunstige invloed te maken met de regelmatige sociale contacten die deze vrouwen op die manier onderhouden, want de studie toont ook dat deze dames minder last hebben van depressieve of eenzame gevoelens. Ze roken ook minder vaak.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/05May/Pages/Women-who-regularly-attend-religious-services-live-longer.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 19/05/2016 | Cebam

Is obesitas mogelijk besmettelijk?

foto bij artikel Is obesitas mogelijk besmettelijk?

In het nieuws

Volgens een onderzoek dat gepubliceerd werd in het vakblad Nature is obesitas mogelijk een besmettelijke aandoening die via bacteriën wordt overgedragen.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Britse onderzoekers onderzochten stoelgangstalen van zes gezonde vrijwilligers. Ze isoleerden zoveel mogelijk bacteriën uit de darmflora, aanwezig in stoelgang, en brachten deze in cultuur in laboratoriumschaaltjes. Via genetisch onderzoek trachtten ze zoveel mogelijk van de geoogste darmbacteriën te identificeren. De meeste darmbacteriën kunnen niet lang overleven in zo’n schaaltjes, omdat ze bloot staan aan lucht en zuurstof. In de darm zit geen zuurstof en veel darmbacteriën gaan snel dood eens ze buiten het lichaam vertoeven. Dat geldt echter niet voor de bacteriën die sporen vormen: onder invloed van zuurstof gaan deze bacteriën hun erfelijk materiaal inkapselen en sporen vormen. Deze sporen kunnen wel een tijdlang overleven in een zuurstofrijk milieu en zodra ze weer in gunstigere omstandigheden komen, ontpoppen de sporen zich opnieuw tot bacteriën. De Britse onderzoekers stelden vast dat één derde van de door hen geïsoleerde darmbacteriën in staat is om sporen te vormen en dus langere tijd (in deze studie 21 dagen) te overleven buiten de darm.

Dit overlevingsmechanisme is bekend van de ziekmakende bacterie Clostridium difficile: dankzij spoorvorming veroorzaakt deze bacterie een besmettelijke vorm van diarree. Wie zo’n spore toevallig in zijn darm krijgt (na contact met iemand die besmet is en bv. zijn handen niet gewassen heeft na toiletbezoek), zal ook diarree ontwikkelen. Theoretisch zijn ook andere sporevormende darmbacteriën in staat om eigenschappen over te brengen van de ene naar de andere persoon. Omdat uit eerder darmonderzoek bekend is dat de samenstelling van de darmflora een rol speelt bij obesitas, is het niet ondenkbaar dat sommige van deze ‘obesitas’-bacteriën ook sporen vormen en kunnen overgedragen worden.

Bron

(1) Browne HP, Forster SC, Blessing O, et al. Culturing of ‘unculturable’ human microbiota reveals novel taxa and extensive sporulation. Nature. Published online May 4 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Deze studie vindt dat heel wat darmbacteriën sporen vormen en dus tijdelijk kunnen overleven buiten de darm. De rest is speculatie. Er werd geen onderzoek gedaan naar obesitas en bovendien weet men vandaag nog niet welke darmbacteriën daarin een rol spelen en op welke manier. Stel dat deze bacteriën sporen kunnen vormen, dan is de volgende vraag welk effect dit kan hebben op andermans darmflora bij overdracht van deze sporen. Zeggen dat obesitas mogelijk besmettelijk is, is zeer kort door de bocht en ook weinig waarschijnlijk. Obesitas is een aandoening die door veel factoren bepaald wordt, in eerste instantie hoeveel je eet.

Dat deze studie anders wordt voorgesteld in de media dan wat in werkelijkheid onderzocht werd, heeft te maken met het persbericht dat de onderzoeksinstelling verspreid werd. Daarin wordt gesuggereerd dat bacteriën die een rol spelen bij obesitas mogelijk kunnen overgaan van de ene naar de andere, terwijl de studie daar helemaal niet over gaat.

Wie meer wil weten kan ook het interview herbeluisteren dat hierover werd uitgezonden op Radio 1 (Nieuwe Feiten): http://www.radio1.be/programmas/nieuwe-feiten/obesitas-besmettelijk

Conclusie

Britse onderzoekers stellen vast dat heel wat darmbacteriën in staat zijn om sporen te vormen: dat betekent dat ze enige tijd kunnen overleven buiten het lichaam. De studie gaat niet over obesitas, laat staan over mogelijke besmettelijkheid. Dat werd enkel gesuggereerd door het persbureau om het onderzoek onder de aandacht te brengen. Iets waarin ze alvast geslaagd zijn.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/05May/Pages/can-you-really-catch-obesity.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 12/05/2016 | Cebam

Veroorzaakt mobiel bellen de kans op een hersentumor niet?

foto bij artikel Veroorzaakt mobiel bellen de kans op een hersentumor niet?

In het nieuws

Al jaren wordt gediscussieerd of de straling van mobiele telefoons hersentumoren veroorzaakt. Uit een nieuw, grootschalig Australisch onderzoek blijkt dat dit niet het geval is.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Onderzoekers van de Universiteit van Sydney in Australië wilden klaarheid scheppen in de controverse over gsm-gebruik en hersentumoren (1). Er zijn immers studies die een licht verhoogd risico suggereren bij mensen die zeer veel mobiel bellen. Er is ook een beweging die overtuigd is dat veelvuldige blootstelling aan elektromagnetische straling via gsm’s gevaarlijk is voor het ontwikkelen van hersentumoren. De Australische onderzoekers plozen dit uit in een ecologische studie: ze vergeleken hoeveel mensen in Australië met een hersentumor gediagnosticeerd werden sinds de introductie van de gsm in 1987. Als je veronderstelt, zoals sommige eerdere studies suggereren, dat je risico op een hersentumor verhoogt met een factor 1,5 na 10 jaar mobiel bellen, dan moeten er meer hersentumoren voorkomen in de bevolking over een periode van 30 jaar. In Australië nam het aantal mensen dat mobiel belt in de voorbije 30 jaar toe van 0% tot 94%. Tussen 1982 en 2012 kregen 19.858 mannen en 14.222 vrouwen in Australië een hersentumor. In vergelijking met de decennia voor de introductie van de gsm is er geen noemenswaardige toename in het voorkomen van hersentumoren: bij vrouwen is er helemaal geen toename en bij mannen een lichte toename in de groep 70-plussers, die waarschijnlijk niet te wijten is aan mobiel bellen, maar aan een betere opsporing.

De onderzoekers besluiten dat 30 jaar mobiel bellen in Australië niet geleid heeft tot meer hersentumoren, wat het zeer onwaarschijnlijk maakt dat er een verband zou zijn tussen gsm-gebruik en hersentumoren.

Bron

(1) Chapman S, Azizi L, Luo Q, Sitas F. Has the incidence of brain cancer risen in Australia since the introduction of mobile phones 29 years ago? Cancer Epidemiology. Published online May 5 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

De studie heeft verschillende sterke punten: het gaat om alle gevallen van hersentumoren in Australië (verplichte registratie) en over een zeer grote groep mensen (94% van de Australiërs belt mobiel). Er is geen toename van hersentumoren in de bevolking in vergelijking met de periode voor 1987. In Australië vond het eerste gsm-gesprek plaats in 1987, door de toenmalige minister van communicatie.

Toch kan je met dit soort studies geen uitspraken doen over individuele risico’s op een hersentumor, maar de cijfers zijn wel geruststellend. Stel dat er toch een ietwat hoger risico zou zijn bij mensen die zeer veel mobiel bellen, dan moet dit risico wel erg klein zijn.

Conclusie

Een grote Australische studie, over een periode van 30 jaar, vindt geen verband tussen mobiel bellen en hersentumoren. Terwijl tegenwoordig zowat iedereen een gsm gebruikt, is er geen toename in het aantal hersentumoren vastgesteld.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/05May/Pages/Study-finds-no-link-between-mobile-phones-and-brain-cancer.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 11/05/2016 | Cebam

Is sporten in de stad slecht voor je gezondheid?

foto bij artikel Is sporten in de stad slecht voor je gezondheid?

In het nieuws

Zelfs in smog doet een wandeling je goed. Britse experten berekenden dat de voordelen van lopen en fietsen in vervuilde stadslucht groter dan zijn dan de nadelen van te weinig lichaamsbeweging.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Wie langdurig wordt blootgesteld aan luchtvervuiling, leeft iets minder lang. Leven in een sterk vervuilde stad kan zelfs enkele maanden van je leven afknibbelen. Als je daarenboven gaat lopen of fietsen in zo’n bedorven stadslucht, trek je nog meer fijn stofdeeltjes binnen, omdat je dieper inademt en je hartritme toeneemt door de inspanning. Toch is sporten ook levensverlengend. Britse wetenschappers berekenden via een ingewikkeld computermodel het punt waarop de voordelen van sporten in de stad worden tenietgedaan door de nadelen van smog (1). Daartoe maakten ze gebruik van gegevens uit epidemiologische studies, onderzoek over de effecten van vervuilde lucht op de gezondheid en een databank over luchtvervuiling in de steden. Om ongezonde lucht te kwantificeren, gebruikten ze de concentratie aan PM 2,5: dit zijn ultrafijne stofdeeltjes met een diameter kleiner dan 2,5 micrometer die diep kunnen doordringen in de longen en daarom schadelijk zijn. De concentratie aan PM 2,5 wordt uitgedrukt in microgram per kubieke meter (µg/m³). De onderzoekers berekenden dat je vanaf een halfuur fietsen in lucht met 95 µg/m³ fijn stof PM 2,5 het punt bereikt waarbij de voordelen van sporten niet langer opwegen tegen de nadelen van de vervuiling. Voor wandelen (waarbij je minder diep ademt) ligt dit omslagpunt bij een PM 2,5 concentratie groter dan 200 µg/m³. Gelukkig wordt deze concentratie zelden bereikt. In matig vervuilde steden, zoals Brussel bijvoorbeeld, blijft fietsen (tot 7 uur) en wandelen (tot 16 uur) gezonder dan niet sporten, ondanks de luchtvervuiling.

Bron

(1) Tainioa M, de Nazelleb AJ, Götschic T et al. Can air pollution negate the health benefits of cycling and walking? Preventive Medicine. Published online May 6 2016.

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

In hoeverre deze theoretische berekeningen stroken met de werkelijkheid is moeilijk te zeggen. Eerdere studies wezen ook al uit dat sporten in de stad beter is dan niet sporten. Het is wel raadzaam om de drukke verkeersassen in de mate van het mogelijke te mijden en rustigere straten te kiezen om te lopen of te fietsen. De concentratie aan fijn stof is er minder groot.

In extreem vervuilde steden, zoals New Delhi, is het minder aangewezen om buiten te sporten.

In grote wereldsteden wordt de luchtvervuiling voortdurend gemeten en geeft een website advies over de concentratie aan fijn stof. Het volstaat om de naam van de stad in te tikken, bijvoorbeeld Brussel: http://aqicn.org/city/brussels/

Conclusie

Het is gezonder om te fietsen of te lopen in de stad dan helemaal niet te bewegen. De voordelen voor je gezondheid zijn doorgaans groter dan de nadelen van het inademen van vervuilde lucht.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/05May/Pages/exercise-benefits-despite-pollution.aspx

http://aqicn.org/city/brussels/

klokje bij datum van publicatie verschenen op 10/05/2016 | Cebam

Helpen paddo’s bij depressie?

foto bij artikel Helpen paddo’s bij depressie?

In het nieuws

Volgens onderzoek aan het Imperial College London zou de werkzame stof uit paddo’s, psilocybine, werken tegen depressies. De onderzoekers dienden flinke doses toe aan mensen die eerder onsuccesvol waren behandeld voor depressie. Een week later waren alle subjecten depressievrij.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Onderzoekers uit Londen wilden nagaan of psilocybine in aanmerking kan komen als antidepressief middel bij matig tot ernstig depressieve mensen die niet reageren op klassieke antidepressiva (1). Psilocybine is het actieve bestanddeel van bepaalde hallucinogene paddenstoelen, die in België onder de drugwet vallen (2). Een synthetisch nagemaakte en geconcentreerde vorm is overigens LSD, een nog sterker tripmiddel. Psilocybine ingenomen via paddo’s (magic mushrooms) veroorzaakt veranderingen in zintuigelijke perceptie (hallucinaties), tijdsperceptie en stemming. Psychisch labiele mensen die deze paddo’s gebruiken, riskeren te ontsporen. Voor de Londense studie meldden zich 72 vrijwilligers aan, waarvan er 12 weerhouden werden. De 12 waren matig tot ernstig depressief, reageerden niet op antidepressiva en liepen geen verhoogd risico op psychose. Ze kregen eerst een lage dosis psilocybine, om te kijken hoe ze op de drug zouden reageren en een week later kregen ze een hoge dosis. De behandeling vond plaats in een ziekenhuis onder toeziend oog van een psychiater. Na de therapie werd iedereen 3 maanden nauw opgevolgd. De psychedelische effecten (trippen) traden op binnen het uur na inname van de drug, piekten na 2 tot 3 uur en waren niet langer detecteerbaar na 6 uur. Na een week voelden 8 van de 12 patiënten zich nog stukken beter, waarvan 7 depressievrij waren. Nadien namen de depressiescores bij de meesten opnieuw toe.

De onderzoekers besluiten dat psilocybine verder onderzoek verdient als mogelijke antidepressieve drug.

Bron

(1) Carhart-Harris RL, Bolstridge M, Rucker J, et al. Psilocybin with psychological support for treatment-resistant depression: an open-label feasibility study. The Lancet: Psychiatry. Published online May 17 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

De studie is veel te beperkt om uitspraken te doen, zelfs niet bij spectaculaire resultaten. Er was geen controlegroep en 5 van de 12 patiënten hadden eerder al geëxperimenteerd met paddo’s, waardoor de verwachtingen mogelijk hoog gespannen waren. De hele studie-opzet en de aanwezigheid van de psychiater kunnen ook geholpen hebben. Iedereen rapporteerde angstgevoelens als belangrijkste nevenwerking. Andere ongewenste effecten waren misselijkheid, verwarring en hoofdpijn.

Het is nog niet zeker of dit onderzoek een vervolg krijgt, want een placebo bedenken voor paddo’s is moeilijk. In geval van een placebo mag de deelnemer namelijk niet weten of hij de actieve stof of de neppil krijgt. Bovendien zijn er veel ongewenste effecten en is trippen moeilijk verzoenbaar met het leven van alledag.

Experimenteren met paddo’s wordt ten zeerste afgeraden. De dosis psilocybine in illegaal verkregen paddo’s is onbekend en het risico op paniekaanvallen en zelfs psychose niet ondenkbaar.

Conclusie

Niet alle mensen met een depressie reageren gunstig op antidepressiva. In dit onderzoek wilde men nagaan of paddo’s een gunstig effect kunnen hebben. De studie werd uitgevoerd bij 12 vrijwilligers die zich op korte termijn duidelijk beter voelden. Zonder placebogroep en omwille van het kleine aantal deelnemers is het echter onmogelijk hieruit te besluiten dat paddo’s zouden werken bij depressie.

Referenties

(2) http://www.vad.be/media/37472/dossier_smartdrugs_met_cover.pdf

http://www.nhs.uk/news/2016/05May/Pages/Magic-mushroom-ingredient-tested-as-depression-treatment.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 20/05/2016 | Cebam