Lopen scouts en gidsen minder risico op depressie in het latere leven?

foto bij artikel Lopen scouts en gidsen minder risico op depressie in het latere leven?

In het nieuws

Lid zijn van een jeugdbeweging is een mentale opkikker, zo melden Schotse onderzoekers. Scouts en gidsen hebben op volwassen leeftijd minder last van angsten en depressies.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Wetenschappers van de universiteiten Glasgow en Edinburgh wilden weten of deel uitmaken van een jeugdbeweging mensen beschermt tegen depressie in het latere leven. Ze verzamelden gegevens van 9790 Britten, geboren in 1958, en interviewden hen in hun 50ste levensjaar (1). Ze polsten naar mentale gezondheid en naar lidmaatschap bij scouts en gidsen, vrijwilligersorganisaties en kerkgemeenschappen. Voor diegenen die bij de scouts en gidsen geweest waren, werd in kaart gebracht hoelang. Uit de verzamelde gegevens blijkt dat alle vijftigers samen gemiddeld 74,8 scoorden op een schaal van 1 tot 100 over mentale gezondheid (hoe hoger, hoe beter). Ruim een kwart (28%) was in zijn jeugdjaren lid geweest van scouts of gidsen. Voormalige scouts en gidsen scoorden gemiddeld 2,28 punten hoger op de mentale schaal. Wie 65 of minder scoorde, werd als angstig of depressief omschreven. In de groep voormalige scouts en gidsen waren 18% minder mensen angstig of depressief. Mensen uit lagere sociale klassen scoorden gemiddeld lager op mentale gezondheid, behalve als ze lid waren geweest van scouts of gidsen. Meer nog, mensen uit lagere klassen die naar een jeugdbeweging waren geweest, scoorden in hun 50ste levensjaar hoger op de gelukschaal in vergelijking met mensen uit hogere sociale klassen die geen lid waren geweest van een jeugdbeweging. Lidmaatschap van een vrijwilligersorganisatie of kerkgenootschap had tegen de verwachting in geen effect op het mentale welzijn. De onderzoekers besluiten dat jongeren die actief zijn in de jeugdbeweging later mentaal weerbaarder zijn.

Bron

(1)Didden C, Playford C, Mitchell R. Be(ing) prepared: Guide and Scout participation, childhood social position and mental health at age 50—a prospective birth cohort study. Journal of Epidemiology and Community Health. Published online November 10 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Het verschil in mentale score is erg beperkt: de (zelf toegekende) score ligt gemiddeld slechts 2,2 punten hoger. De studie kan niet aantonen dat actief lid zijn van een jeugdbeweging de mentale weerbaarheid in het latere leven verhoogt. Het effect kan ook omgekeerd worden uitgelegd: wie zich beter in zijn vel voelt, wordt eerder lid van scouts of gidsen. De onderzoekers vonden geen verband met de duurtijd waarin men lid was geweest van een jeugdbeweging: van korte tijd tot vele jaren lidmaatschap veranderde niets aan de gemiddelde score. Overigens betwijfelt niemand dat jeugdbewegingen helpen in het aanleren van sociale vaardigheden, zoals communicatie, samenwerken, enzovoort. Bovendien zijn ze goedkoop en voor iedereen toegankelijk.

Dat er geen verband was met andere organisaties, zoals vrijwilligerswerk of kerkgenootschappen, is eigenaardig en zet de geloofwaardigheid van de uitkomsten wat op de helling.

Conclusie

Vijftigers die ooit lid waren van een jeugdbeweging, staan mentaal iets sterker in het leven, zo besluiten Schotse onderzoekers. Daarbij maakt het niet of hoe lang je lid was. Of het ene rechtstreeks volgt uit het andere, is echter niet aan te tonen, al klinkt het aannemelijk dat jongeren in een jeugdbeweging diverse sociale vaardigheden aanleren die hen in het latere leven van pas kunnen komen.

klokje bij datum van publicatie verschenen op 14/11/2016 | Cebam
Advertenties

Maakt sterk bewerkte voeding dik?

 

foto bij artikel Maakt sterk bewerkte voeding dik?

In het nieuws

We hebben alsmaar minder tijd om te koken. De voedingsindustrie speelt hierop in met een uitgebreid gamma van kant-en-klare producten. Deze voeding is gemakkelijk, lekker en overvloedig aanwezig. Maar welke impact hebben deze producten op ons gewicht?

Waar komt dit nieuws vandaan?

Onderzoekers van de universiteit van Navarra zijn nagegaan of er een verband is tussen de consumptie van sterk bewerkte voedingsmiddelen en overgewicht. Hiervoor hebben ze 8.451 personen gedurende gemiddeld 8,9 jaar gevolgd. Bij aanvang van deze prospectieve studie hadden alle deelnemers een gezond gewicht. Om het gebruik van sterk bewerkte voedingsmiddelen te bepalen, dienden de deelnemers een uitgebreide voedingsvragenlijst te beantwoorden. Sterk bewerkte voedingsmiddelen zijn intensief industrieel bewerkte producten zoals kant-en-klare producten (die je onmiddelijk kan eten of enkel hoeft op te warmen), maar ook gesuikerde zuivelproducten, gedroogde soepen, frisdranken, koeken en fast food.

Ook werden allerlei gegevens over de leefstijl verzameld, zoals onder andere roken, activiteit, sociale status. Op die manier kon men het verstorend effect van deze factoren via statistische analyse uitschakelen. Voor het verzamelen van de gegevens werd gebruik gemaakt van gevalideerde vragenlijsten.

Om de 2 jaar werd van elke deelnemer gewicht en lengte bepaald, zodat kon nagegaan worden wie wanneer overgewicht (BMI > 25) ontwikkelde en wie niet.

Op basis van de statistische analyse van de gegevens stelden de onderzoekers vast dat er inderdaad een verband was tussen de consumptie van sterk bewerkte voedingsmiddelen en overgewicht. De deelnemers die meer dan 6 sterk bewerkte producten per dag aten, hadden 26% meer kans op overgewicht dan diegenen die minder dan 1,5 portie namen.

Bron

(1) de Deus Mendonça, R., Pimenta, A. M., Gea, A., de la Fuente-Arrillaga, C., Martinez-Gonzalez, M. A., Lopes, A. C. S., & Bes-Rastrollo, M. (2016). Ultraprocessed food consumption and risk of overweight and obesity: the University of Navarra Follow-Up (SUN) cohort study. The American Journal of Clinical Nutrition, 104(5), 1433-1440.

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Ook uit andere studies is reeds gebleken dat er een verband is tussen het gebruik van sterk bewerkte voedingsmiddelen en overgewicht (2). Deze producten bevatten over het algemeen meer (verzadigde) vetten, toegevoegde suiker en zout. Ook deze studie toont aan dat een hoog gebruik van sterk bewerkte voeding leidt tot een hogere inname van zowel energie als vet en een lagere inname van vezels. Door de sterke bewerking is niet alleen het gehalte van vezels, maar ook dat van vitaminen lager.

Uit Braziliaans onderzoek blijkt dat een hoge inname van sterk bewerkte voeding gepaard gaat met een lagere inname van verschillende vitaminen en mineralen (3). Nog andere studies tonen aan dat sterk bewerkte voedingsmiddelen een negatief effect hebben op het voedingsprofiel (4, 5).

In welke mate sterk bewerkte voeding effectief de oorzaak is van het overgewicht, is echter moeilijk te bepalen via deze studies. De combinatie van resultaten heeft wel een knipperlichtfunctie en vraagt om verder onderzoek. Interventiestudies waarbij een diverse groep van proefpersonen gedurende een voldoende lange periode gevolgd wordt, kunnen deze aanwijzingen al dan niet bevestigen.

Conclusie

Of sterk bewerkte voeding op zich de oorzaak is van overgewicht is niet onomstotelijk aangetoond, maar gezien de lage voedingswaarde en hoge energiedensiteit (veel calorieën voor weinig volume) is het raadzaam om spaarzaam om te springen met deze producten.

Referenties

(2) Juul, F., & Hemmingsson, E. (2015). Trends in consumption of ultra-processed foods and obesity in Sweden between 1960 and 2010. Public health nutrition, 18(17), 3096-3107.

(3) Louzada MLC, Martins APB, Canella DS, Baraldi LG, Levy RB, Claro RM, Moubarac JC, Cannon G, Monteiro CAImpact of ultra-processed foods on micronutrient content in the Brazilian diet. Rev Sau´de Pu´blica 2015;49:45

(4) Moubarac, J. C., Martins, A. P. B., Claro, R. M., Levy, R. B., Cannon, G., & Monteiro, C. A. (2013). Consumption of ultra-processed foods and likely impact on human health. Evidence from Canada. Public Health Nutrition, 16(12), 2240-2248.

(5) Adams, J., & White, M. (2015). Characterisation of UK diets according to degree of food processing and associations with socio-demographics and obesity: cross-sectional analysis of UK National Diet and Nutrition Survey (2008–12). International Journal of Behavioral Nutrition and Physical Activity, 12(1), 1.

klokje bij datum van publicatie verschenen op 16/11/2016 | Cebam | geschreven door Nina Van Den Broecke, lector Voedings- en Dieetkunde

Kampen ziekenhuizen met minder hoogopgeleide verpleegkundigen met hogere sterftecijfers?

foto bij artikel Kampen ziekenhuizen met minder hoogopgeleide verpleegkundigen met hogere sterftecijfers?

In het nieuws

Hogere sterftecijfers, meer complicaties na routineoperaties en meer ontevreden patiënten. Dat zijn de gevolgen als je hoogopgeleide verpleegkundigen in ziekenhuizen vervangt door lager gekwalificeerd personeel.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Dit nieuws is afkomstig van een Europese studie waaraan 243 ziekenhuizen uit België, Engeland, Finland, Ierland, Spanje en Zwitserland deelnamen. Er werden gegevens verzameld van patiënten die overleden waren binnen de 30 dagen na een routineoperatie. Daarnaast interviewden de onderzoekers 13.077 verpleegkundigen en 18.828 patiënten en keken ze naar ontslaggegevens van 275.519 patiënten na chirurgie. Patiënten kenden de ziekenhuizen een score toe. Het aandeel verpleegkundigen met minstens drie jaar opleiding varieerde van 82% in Duitsland tot 57% in het Verenigd Koninkrijk.

De onderzoekers berekenden dat per 10% meer hoogopgeleide verpleegkundigen in een ziekenhuis de kans op sterfte binnen de maand na een routineoperatie met gemiddeld 11% afnam. Naarmate minder hoogopgeleid personeel aanwezig was, kenden de bevraagde patiënten het ziekenhuis ook een minder gunstige score toe.

De onderzoekers concluderen dat het vervangen van gekwalificeerd verplegend personeel door minder opgeleide zorgverleners de patiëntveiligheid in het gedrang kan brengen.

Bron

(1) Aiken LH, Sloane D, Griffiths P, et al. Nursing skill mix in European hospitals: cross-sectional study of the association with mortality, patient ratings, and quality of care. BMJ Quality and Safety. Published online November 15 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

De cijfers mogen alarmerend klinken, maar de studie kan niet echt aantonen dat minder hoogopgeleid personeel rechtstreeks oorzaak is van hogere sterftecijfers na chirurgie. De artsen zelf en het ziekenhuisbeleid kunnen ook een rol spelen. Een gemiddelde van 11% voor 243 ziekenhuizen zegt ook weinig over ieder afzonderlijk ziekenhuis.

Toch waarschuwt een van de onderzoekers, professor Walter Sermeus (UZ Leuven), dat hoogopgeleid personeel vervangen door goedkoper, lager gekwalificeerd personeel, zoals steeds vaker gebeurt in de Verenigde Staten en in Groot-Brittannië, leidt tot meer complicaties na routineoperaties en meer ontevreden patiënten. In een persbericht noemt Sermeus het zorgwekkend dat financiële overwegingen soms zwaarder wegen dan kwaliteit.

In Belgische ziekenhuizen loopt het zo’n vaart nog niet: het percentage verpleegkundigen in directe patiëntenzorg in Belgische ziekenhuizen bedraagt 74% en behoort bij de hoogste van Europa. Bovendien wordt de professionele bacheloropleiding verpleegkunde verlengd naar 4 jaar.

Conclusie

Hoe minder hoogopgeleid verplegend personeel in een ziekenhuis, hoe hoger de kans op sterfte na een routineoperatie en hoe minder tevreden patiënten zijn. Of het één een rechtstreeks gevolg is van het andere, kan deze studie echter niet bewijzen.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/11November/Pages/Study-looks-at-nursing-assistants-effect-on-patient-outcomes.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 18/11/2016 | Cebam

Schakelen tieners die e-sigaretten dampen makkelijk over op roken?

foto bij artikel Schakelen tieners die e-sigaretten dampen makkelijk over op roken?

In het nieuws

Dampen verhoogt de kans dat tieners beginnen roken, blijkt uit een nieuwe Amerikaanse studie.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Over de impact van e-sigaretten is al veel inkt gevloeid. In dit onderzoek volgden Amerikaanse onderzoekers 3.084 middelbareschoolstudenten van gemiddeld 15,5 jaar gedurende 6 maanden (1). De jongeren werden uitgebreid ondervraagd over hun rook- en dampgewoonten. Vervolgens werden ze in categorieën ondergebracht: e-sigaretgebruikers (nooit, vroeger eens geprobeerd, af en toe, frequent) en rokers (niet, af en toe, frequent). Na zes maanden werden ze opnieuw bevraagd.

Van de tieners die nooit gedampt hadden was 0,7% roker geworden, tegenover 3,3% van diegenen die ooit gedampt hadden, 5,3% van diegenen die af en toe e-sigaretten dampten en 19,9% van de jongeren die frequent e-sigaretten dampten. In het onderzoek werd rekening gehouden met beïnvloedende factoren, zoals leeftijd, geslacht, opleiding van de ouders, thuissituatie, alcohol- en druggebruik, impulsief gedrag, rookgedrag van vrienden, …

De onderzoekers besloten dat tieners die regelmatig e-sigaretten dampen meer kans hebben om roker te worden.

Bron

(1) Leventhal AM, Stone MD, Andrabi N, et al. Association of e-Cigarette Vaping and Progression to Heavier Patterns of Cigarette Smoking. JAMA. Published online November 8 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Dit is een goed opgezette studie bij een grote groep tieners. Door de aard van het onderzoek kan niet bewezen worden dat e-sigaretten de reden zijn waarom tieners gaan roken. Mogelijk spelen nog andere factoren die aanzetten tot roken een rol. Een ander zwak punt is dat de studie volledig gebaseerd is op wat de tieners zelf vertelden over hun rook-, damp- en ander gedrag en dit niet objectief kon beoordeeld worden.

Toch is het een teken aan de wand: door de opsplitsing in categorieën werd een trend zichtbaar. Hoe meer gedampt werd, hoe groter de kans op roken.

Meer info over de e-sigaret vind je hier: http://www.vigez.be/themas/tabak/e-sigaret

Conclusie

De e-sigaret kan dan een middel zijn dat rokers helpt te stoppen met roken, tieners die nooit gerookt hebben en e-sigaretten gaan dampen, lopen mogelijk meer risico om te beginnen roken.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/11November/Pages/Teen-vapers-more-likely-to-take-up-smoking.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 21/11/2016 | Cebam

Verlengt oude kaas het leven?

foto bij artikel Verlengt oude kaas het leven?

In het nieuws

Muizen leven gemiddeld 10 procent langer als men aan hun drinkwater spermidine toevoegt, een stof die van nature voorkomt in onder meer oude kaas, bonen en tarwe. Dit effect werd ook reeds waargenomen bij wormen en fruitvliegen. Geldt het ook voor de mens?

Waar komt dit nieuws vandaan?

Oostenrijkse onderzoekers kwamen tot de bevinding dat laboratoriummuizen gemiddeld 900 in plaats van 800 dagen leefden wanneer ze een supplement spermidine toegediend kregen in de voeding (1). Op zoek naar een verklaring hiervoor, schotelden ze het goedje voor aan ratten die ze eerst een extra portie zout hadden gegeven. Normaal zou dit de bloeddruk van de ratten verhogen, doch spermidine hield dit effect tegen.

Om na te gaan of spermidine ook bij mensen een effect heeft, analyseerden ze de resultaten van een Italiaanse voedselenquête. Hieruit bleek dat mensen die veel volkorenproducten gebruikten (rijk aan spermidine) ook een lagere bloeddruk hadden.

Bron

(1) Eisenberg T et al. Cardioprotection and lifespan extension by the natural polyamine spermidine. Nat Med. 2016 Nov 14. doi: 10.1038/nm.4222.

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Vanuit wetenschappelijk standpunt zijn er twee belangrijke redenen waarom bovengenoemde onderzoeken niet toelaten te besluiten dat spermidine het leven van de mens verlengt. Enerzijds baseert het onderzoek zich op proefdieren, en anderzijds kijkt men in het onderdeel bij mensen niet naar de levensduur, maar naar de bloeddruk.

Een probleem bij onderzoek op proefdieren is dat de resultaten zelden toepasbaar zijn op mensen. Minder dan 10% van zogenaamd veelbelovende bevindingen bij proefdieren leiden tot concrete medische toepassingen (2). De tweede beperking van het spermidine-onderzoek is dat de gebruikte argumentatie slechts een onrechtstreeks verband legt tussen spermidine en langer leven. Zelfs als de voedselenquête correct het gebruik van volkorenproducten zou weergeven, blijft de vraag of het vermeende effect te danken is aan de hoeveelheid spermidine die in deze producten zit. En zelfs als de bloeddruk van de deelenemers aan de enquête lager lag bij diegenen die veel volkorenproducten gebruikten, is het nog niet bewezen dat ze hierdoor ook langer leven.

Conclusie

De onderzoekers van deze studie gaan te kort door de bocht wanneer ze in de titel van hun artikel in het gerenommeerde tijdschrift Nature stellen dat spermidine levensverlengend werkt.

Referenties

(2) Pound P, Bracken MB. Is animal research sufficiently evidence based to be a cornerstone of biomedical research? BMJ. 2014 May 30;348:g3387.

klokje bij datum van publicatie verschenen op 23/11/2016 | Cebam | geschreven door Hans Van Brabandt

Is voorverpakte sla een ideale voedingsbodem voor Salmonella?

foto bij artikel Is voorverpakte sla een ideale voedingsbodem voor Salmonella?

In het nieuws

Bacteriën zoals Salmonella en E.coli tieren onverwacht goed in zakjes voorgesneden sla. Zelfs in de koelkast. Dat blijkt uit een Britse studie.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Wetenschappers van de Universiteit van Leicester deden een aantal laboratoriumexperimenten met voorverpakte sla (1). Ze wilden het gedrag onderzoeken van salmonellabacteriën in verpakkingen met diverse soorten sla- en spinazieblaadjes. Salmonella wordt gelukkig slechts sporadisch aangetroffen op sla, maar vormt wel een risico voor voedselvergiftiging wanneer de bacteriën de kans krijgen volop te vermenigvuldigen.

In een eerste experiment werden sappen uit versneden en gekneusde slablaadjes vermengd met een oplossing met Salmonella en gedurende 18 uur in 37°C weggezet. In een tweede experiment werd de Salmonella-oplossing vermengd met steriel water en 2% sla-sappen en vervolgens voor 5 dagen in de koelkast gezet. In een derde experiment werd een mix van Salmonella en sla-sap gedurende 30 minuten aan kamertemperatuur blootgesteld en vervolgens werd de sla gespoeld met water. Er werden gelijkaardige experimenten gedaan met de verpakkingen zelf.

Zoals te verwachten groeiden de salmonellabacteriën volop in een omgeving van 37°C, maar ze deden dat ook nog na 5 dagen in de koelkast, en ook op de verpakking zelf. Zelfs na afspoelen van de sla bleven er bacteriën op de sla achter. Hoe meer sla-sappen aanwezig waren, hoe meer bacteriën men terugvond.

De onderzoekers besloten dat sappen van versneden en gekneusde slablaadjes de groei van Salmonella in voorverpakte sla in alle omstandigheden bevorderen.

Bron

(1) Koukkidis G, Haigh R, Allcock N, et al. Salad leaf juices enhance Salmonella growth, fresh produce colonisation and virulence. Applied and Environmental Microbiology. Published online November 18 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Eerst en vooral: geen paniek. Sla wordt net als alle verse voedingswaren onder strikt gecontroleerde hygiënische omstandigheden verpakt. In realiteit vindt men in 0 tot 3% van de rauw verpakte voedingsmiddelen bacteriën terug. Straf is wel dat, eens aanwezig, je deze microben nog moeilijk verwijderen kan: niet in de koelkast en niet door de groenten te spoelen. Overigens is niet bekend of voorverpakte sla meer Salmonella bevat dan niet verpakte en onversneden kropsla. Want ook op niet verpakte groenten kunnen bacteriën terechtkomen (uit de bodem bijvoorbeeld).

Zeer belangrijk om het risico op voedselvergiftiging bij voorverpakte sla tot een minimum te beperken, zijn de volgende maatregelen: was steeds je handen met water en zeep vooraleer je de sla uit de verpakking haalt, gooi fel gekneusde blaadjes meteen weg, spoel de sla nog eens onder de kraan (hiermee zal je altijd een deel van eventuele bacteriën verwijderen) en houd je strikt aan de data op de verpakking. Een geopend pak sla houd je best niet langer dan enkele dagen.

Conclusie

Wanneer voorverpakte sla en spinazie bacteriën bevat, dan krijg je die nog moeilijk weg, want de sappen uit versneden slablaadjes vormen een goede voedingsbodem voor deze microben. Of er meer bacteriën zitten in voorverpakte versneden sla dan op niet verpakte onversneden kropsla, is niet bekend. Gemiddeld bevatten voorverpakte en voorgesneden groenten zeer zelden bacteriën (in 0 tot 3%).

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/11November/Pages/Bagged-salads-pose-salmonella-risk-says-researchers.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 22/11/2016 | Cebam

Wat moet je weten over bloeddrukmetingen en bloeddrukmeters.

 

 

Hoe meting uitvoeren?

– een bloeddrukmeting is een momentopname. Bloeddruk kan verschillend zijn van persoon tot persoon, van moment tot moment, van situatie tot situatie … Het is eigenlijk belangrijk dat elke persoon zijn basis bloeddruk kent. Pas als een  gemeten bloeddruk vergeleken wordt met de basis bloeddruk krijgt deze een échte betekenis. Een éénmalig gemeten erg hoge bloeddruk , heeft natuurlijk op zich ook al een betekenis, maar moet zo snel als mogelijk gekaderd worden door een specialist ter zake, een arts.

Persoon 1: heeft  misschien basale bloeddruk van 11 over 6, persoon 2: van 12 over 7, persoon 3: van 13 over 8 … Voor persoon 3 is een gemeten waarde van 13 over 8 een prima bloeddruk, terwijl deze waarde bij persoon 1 een verhoogde bloeddruk is … en beter opgevolgd wordt door een arts.

-Bij meten van een bloeddruk is het belangrijk dat U op een gestandaardiseerde manier (steeds dezelfde manier)  te werk gaat. Pas dan kunnen de waarden met elkaar vergeleken en besluiten getrokken worden. Bloeddrukmetingen doe je best op vaste tijdstippen op een rustig moment in rusttoestand ( bv: ‘s morgens  na opstaan na toilet bezoek, ’s avonds juist voor slapen, …). Het is best mogelijk dat een bloeddruk correct genomen door een arts, hoger is dan uw  basale bloeddruk. De omstandigheden: tijdje ongeduldig in de wachtzaal moeten zitten wachten, witte jas van de arts zorgen soms al voor een bloeddrukstijging bij de patiënt.

-welke arm: bloeddrukmetingen aan de verschillende armen zullen wellicht een verschillende waarde weergeven (meer ontwikkelde arm geven meer spieren (rechtshandig/linkshandig) dus meer demping. De hoogste bloeddruk is de juist gemeten bloeddruk, gebruik dan ook altijd dié arm voor de volgende metingen.

-maximaal één dun kledingstuk (bv hemd of bloes) mag tussen de machete en de arm aanwezig zijn, dit is beter dan opgetrokken mouwen, dit moet U vermijden.

-aanspannen machete zodat je nog 1 vinger tussen machete en arm kan steken (zo moet je de  velcro van de machete niet elke keer losmakenof  openen om de machete af te doen). Je kan/mag  de machete gewoon over de arm op- of afschuiven.

-metingen uitvoeren al zittend aan een tafel, arm rustend op tafel, benen gewoon naast elkaar (niet gekruist), voeten op de grond

-wees stil, rustig en beweeg zo weinig mogelijk terwijl de meting wordt uitgevoerd.

-liefst driemetingen na elkaar de hoogste bloeddruk telt.

Welke bloeddrukmeter?

-er bestaan gevalideerde en niet-gevalideerde bloeddrukmeters. Het spreekt voor zich dat gevalideerde bloeddrukmeters betrouwbaarder zijn.  Als je investeert in een toestel, koop dan een betrouwbaar toestel.

bovenarm bloeddrukmeter is nauwkeuriger dan polsbloeddrukmeter. Een polsbloeddrukmeter kan goed zijn voor een persoon die vaak op reis moet en liefst zijn bloeddrukmeter meeneemt. Bij gebruik van een polsbloeddrukmeter houdt uw arm thv het hart, hoger of lager houden kan al een bloeddrukwaarde verschil geven.

-een manuele bloeddrukmeting (korotkoff-toon waarnemen)  van de arts verloopt op een ander manier (niet beter, niet slechter) dan de metingen door  een digitale bloeddrukmeter (oscilometrische methode) beiden zijn even correct op voorwaarde van volgend punt

– opgepast bij hartritme stoornissen. Op enkele na gebruiken álle digitale bloeddrukmeters de oscilometrische methode. Deze methode heeft echter foute waarden / niet bruikbaar bij patiënten met hartritme stoornissen. Veel mensen ontwikkelen op oudere leeftijd hartritme stoornissen. Wil je een bloeddrukmeter die U uw gehele leven kunt gebruiken … koop dan het juiste toestel!

-De digitale bloeddrukmeter die bruikbaar is bij patiënten met hartritmestoornissen gebruikt zowel de korotkoff-toon waarneemmethode àls de  oscilometrische methode  (is gepatenteerd).  Er zijn maar enkele digitale bloeddrukmeters   (te verkrijgen in de apotheek) die bruikbaar zijn bij patiënten met hartritme stoornissen. Dit toestel doet tijdens één meting twee metingen aan de hand van twee verschillende methodes. Hierdoor zijn de metingen betrouwbaar en kan het toestel zelfs aangeven ofdat er zich mogelijks hartritme stoornissen voordeden. Doet dit toestel deze melding maar één maal, geen probleem, komt de melding  meerdere keren voor, neem dan contact op met uw arts. (Sommige andere toestellen, doen ook twee metingen op basis van één en dezelfde methode dit is helemaal niet hetzelfde als twee metingen aan de hand van twee methodes, dit kan tot verwarringen zorgen ….)

Vraag raad aan uw arts of apotheker.

Zij helpen U graag en met plezier verder!