Categorie archief: epidemieën

Moeten we Ebola vrezen in Vlaanderen?

foto bij artikel Moeten we Ebola vrezen in Vlaanderen?

Nieuws onder de loep

Alarmerende berichten over de uitdeinende Ebola-epidemie doet ook bij ons de schrik om het hart slaan. Kan je nog gerust naar Afrika reizen en wat als de ziekte ons land binnenkomt?

Waar komt dit nieuws vandaan?

Ebola is een draadvormig virus dat een zeer ernstige infectie veroorzaakt, met symptomen als koorts, spier- en gewrichtspijn, hevige diarree, braken, zwakte en inwendige bloedingen. De ziekte is genoemd naar de rivier Ebola in Congo, waar dit virus voor het eerst opdook in 1976. In de voorbije decennia waren er in Afrika meerdere kleine epidemieën van Ebola, waar dan telkens enkele tientallen slachtoffers vielen. Begin dit jaar brak Ebola opnieuw uit in Guinee Conakry, West-Afrika, maar dit keer blijft de epidemie zich aan een snel tempo uitbreiden: op dit moment overleden reeds meer dan 2.000 personen aan de ziekte. Een besmette vliegtuigpassagier bracht Ebola recent naar de Verenigde Staten en twee besmette missionarissen brachten de ziekte naar Spanje. Sindsdien groeit het besef dat dit ook elders in de wereld kan gebeuren.

Er bestaat nog geen behandeling voor Ebola, noch een vaccin. Ongeveer 40 tot 90% van de mensen die besmet raken, overlijden aan de ziekte. In de Verenigde Staten werd wel een experimenteel geneesmiddel, dat nog in de testfase zit, gebruikt bij twee besmette gezondheidswerkers die in West-Afrika Ebolapatiënten hadden verzorgd. Dat middel wordt nu verder getest. De man die het virus binnenbracht in de Verenigde Staten, is ondertussen overleden.

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

De kans dat iemand besmet raakt met het Ebolavirus en het meebrengt naar ons land is erg klein, maar niet onbestaande. Mensen worden alleen ziek wanneer ze in direct contact geweest zijn met lichaamssappen (bloed, urine, stoelgang, speeksel, braaksel, sperma, zweet) van zieke personen of na contact met besmette voorwerpen (naalden). Het virus wordt niet via de lucht verspreid, dus je kan het niet oplopen via hoesten of niezen. Vooral mensen die Ebolapatiënten verzorgen, lopen risico. Het duurt een week vooraleer een besmet persoon symptomen ontwikkelt. Vanaf dan kan hij of zij de ziekte doorgeven. Mocht toch iemand naar Vlaanderen komen die besmet is met het Ebolavirus, dan is de kans op verdere verspreiding klein: de ziekte is zo ernstig dat een Ebolazieke snel een arts zou opzoeken, die verplicht is om bij de minste verdenking de autoriteiten te verwittigen. Vervolgens zullen alle contacten van de zieke persoon in kaart gebracht worden en bij de minste symptomen onmiddellijk geïsoleerd. Een ondersteunende, pijnstillende therapie is een mogelijkheid, maar schakelt het virus niet uit.

Buitenlandse Zaken raadt momenteel niet essentiële reizen af naar Guinee Conakry, Liberia en Sierra Leone. Voor andere Afrikaanse landen bestaat geen reisbeperking, maar wie naar West-Afrikaanse landen reist, wordt verzocht het reisadvies te lezen op de website van het Instituut voor Tropische Geneeskunde (1) en van Binnenlandse Zaken (2).

Op de website Zorg en Gezondheid vindt u de nodige informatie, nog eens helder uitgelegd (3).

In België volgen verschillende overheden de situatie zeer nauw op.

Conclusie

In België hebben op dit moment nog geen personen Ebola opgelopen. De overheden volgen de situatie zeer nauw op. Wanneer iemand het virus binnenbrengt, zal het hoogstwaarschijnlijk zeer snel ontdekt worden en zullen besmette personen geïsoleerd worden. Reizen naar een aantal West-Afrikaanse landen wordt afgeraden.

Referenties

Meer informatie:

http://diplomatie.belgium.be/nl/Diensten/Op_reis_in_het_buitenland/reisadviezen/

http://www.itg.be/itg/GeneralSite/Default.aspx?WPID=691&MIID=637&IID=363&L=N

https://www.zorg-en-gezondheid.be/Ziektes/Ziektelijst-A-Z/Ebola/

klokje bij datum van publicatie verschenen op 10/10/2014 | Cebam | geschreven door Marleen Finoulst

KAMPT VLAANDEREN MET EEN SCHURFTEPIDEMIE?

foto bij artikel Kampt Vlaanderen met een schurftepidemie?

Nieuws onder de loep

Vlaanderen heeft te maken met een schurftepidemie. De ziekte kwam vooral voor tijdens de wereldoorlogen, als gevolg van gebrekkige leefomstandigheden, maar duikt nu terug op.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Schurft is een besmettelijke huidziekte veroorzaakt door een parasiet: de schurftmijt of scabies. Enkele huidspecialisten uit het Gentse trokken aan de alarmbel, omdat ze meer schurft vaststellen bij patiënten.

In verschillende scholen, rusthuizen en zelfs ziekenhuizen werden schurftmijten aangetroffen.

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Schurft (scabies) behoorde tot januari 2009 tot de infectieziektes die verplicht moesten worden aangegeven aan de afdeling ‘toezicht volksgezondheid’. Vandaag hoeft dat niet meer. We kunnen vandaag onmogelijk met zekerheid zeggen of er al dan niet een ernstige toename is van schurft. Tussen 2006 en 2009 werden er in Vlaanderen jaarlijks tussen 200 en 250 gevallen gemeld. Er was zeker geen stijgende lijn ten opzicht van voorgaande jaren. Zelfs toen er verplicht werd geregistreerd, was er waarschijnlijk een veel grotere aanwezigheid van schurft. We konden toen dus spreken van een onderrapportering.

Zoals vandaag hebben we de voorbije 10 jaar wel vaker nieuwsberichten gehad waar een opstoot van schurft werd gemeld. Meestal gaat het over vrij lokale opstoten (clusters) die soms wel en soms niet het nieuws halen. Er is vandaag waarschijnlijk niet meer aan de hand, en er is geen indicatie dat er nu een toename is van het aantal schurftgevallen.

Zoals uit de berichtgeving blijkt, komt schurft vaker voor in gemeenschappen waar mensen dicht bij elkaar leven. Voor de overdracht van de schurftmijt (Sarcoptes scabiei var hominis) is er immers langdurig huidcontact nodig: 15 minuten wordt meestal aangenomen. Men kan ook besmet raken door in een bed te slapen met iemand die aan schurft lijdt, of waarin deze persoon kort ervoor geslapen heeft. Zijn kleren dragen kan ook besmetting veroorzaken. Na 3 dagen op kamertemperatuur geleefd te hebben, zijn de mijten te verzwakt om nog besmettelijk te zijn.

De schurftmijt kruipt net onder de huid in een gangetje dat 1,5 cm lang kan worden. Mensen die schurft oplopen, krijgen heel veel jeuk, meestal over het hele lichaam en niet alleen op de plaats waar een schurftmijt zich bevindt. Het is een veralgemeende reactie op de uitwerpselen en andere stoffen die op de schurftmijt voorkomen. De ziekte is vrij moeilijk te herkennen, want meestal is hardnekkige jeuk de enige klacht. De gangetjes zijn nauwelijks zichtbaar en dus moeilijk op te sporen. Als iemand erge jeuk heeft met krabletsels, zal een arts vaak een proeftherapie instellen om de schurftmijt te doden. Dit lukt bijna altijd met een zalf (Zalvor) waarmee je je van de kin tot de tenen insmeert. Je brengt het best ’s avonds aan en ’s morgens neem je een douche om de laatste mijten af te spoelen.

De moeilijkheid is vaak dat in een instelling verschillende mensen de ziekte tegelijk hebben, soms zonder klachten, en zo blijft de schurftmijt rondjes draaien van de ene mens op de andere. Het is dus heel belangrijk dat, wanneer iemand schurft heeft, alle contactpersonen gelijktijdig worden behandeld (binnen een tijdspanne van 24 uur). De reden dat schurft niet goed kan worden uitgeroeid heeft vooral daar mee te maken.

De grootste risicogroepen zijn dus min of meer gesloten gemeenschappen, maar ook reizigers en mensen met wisselende seksuele contacten. Vaak wordt schurft beschouwd als een gebrek aan hygiëne. Vandaag kunnen we echter stellen dat mensen van alle sociale klassen, rassen en leeftijden de aandoening kunnen krijgen. Slechte hygiëne kan de besmetting bevorderen omdat het de kans groter maakt dat de mijt zich kan innestelen in de huid, maar is zeker geen voorwaarde om het te krijgen.

In elke provincie is er ‘Team infectiebestrijding en vaccinatie’ van het Agentschap Zorg en Gezondheid dat heel wat ervaring heeft opgebouwd rond professionele bestrijding van schurft. De ziekte overstijgt immers vaak de actieradius van een huidarts of huisarts. Daarom is het nuttig om de expertise van deze teams te gebruiken om een haard van schurft grondig aan te pakken om verdere verspreiding tegen te gaan.

Conclusie

Er zijn geen aanwijzingen dat schurft vandaag meer voorkomt dan de voorbije jaren. Het kan bij iedereen voorkomen van alle rang en stand. Schurft komt evenwel vaker voor in bepaalde risicogroepen: reizigers, personen met wisselende seksuele contacten, personeel en bewoners van (zorg)instellingen, dak- en thuislozen. Het is een ongevaarlijke maar vervelende ziekte. Het is belangrijk dat niet alleen de zieke maar ook de contactpersonen gelijktijdig worden behandeld.

Referenties

De folder ‘Scabies of schurft…Wat nu?’ kan je vinden op onderstaand adres.

http://www.zorg-en-gezondheid.be/uploadedFiles/NLsite_v2/Ziekten/Ziekten_A-Z/Collectieve_scabies/Folder_Scabi%C3%ABs_ned_221206.pdf?n=6150

Een uitstekende richtlijn waar het grootste deel van onze informatie op gebaseerd is, komt van het Agentschap Zorg en Gezondheid via de link (eenmaal op de pagina druk op ‘scabies’):

http://www.zorg-en-gezondheid.be/richtlijneninfectieziektebestrijding/

klokje bij datum van publicatie verschenen op 17/12/2013 | Cebam | geschreven door Patrik Vankrunkelsven

KAMPT VLAANDEREN MET EEN SCHURFTEPIDEMIE?

foto bij artikel Kampt Vlaanderen met een schurftepidemie?

Nieuws onder de loep

Vlaanderen heeft te maken met een schurftepidemie. De ziekte kwam vooral voor tijdens de wereldoorlogen, als gevolg van gebrekkige leefomstandigheden, maar duikt nu terug op.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Schurft is een besmettelijke huidziekte veroorzaakt door een parasiet: de schurftmijt of scabies. Enkele huidspecialisten uit het Gentse trokken aan de alarmbel, omdat ze meer schurft vaststellen bij patiënten.

In verschillende scholen, rusthuizen en zelfs ziekenhuizen werden schurftmijten aangetroffen.

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Schurft (scabies) behoorde tot januari 2009 tot de infectieziektes die verplicht moesten worden aangegeven aan de afdeling ‘toezicht volksgezondheid’. Vandaag hoeft dat niet meer. We kunnen vandaag onmogelijk met zekerheid zeggen of er al dan niet een ernstige toename is van schurft. Tussen 2006 en 2009 werden er in Vlaanderen jaarlijks tussen 200 en 250 gevallen gemeld. Er was zeker geen stijgende lijn ten opzicht van voorgaande jaren. Zelfs toen er verplicht werd geregistreerd, was er waarschijnlijk een veel grotere aanwezigheid van schurft. We konden toen dus spreken van een onderrapportering.

Zoals vandaag hebben we de voorbije 10 jaar wel vaker nieuwsberichten gehad waar een opstoot van schurft werd gemeld. Meestal gaat het over vrij lokale opstoten (clusters) die soms wel en soms niet het nieuws halen. Er is vandaag waarschijnlijk niet meer aan de hand, en er is geen indicatie dat er nu een toename is van het aantal schurftgevallen.

Zoals uit de berichtgeving blijkt, komt schurft vaker voor in gemeenschappen waar mensen dicht bij elkaar leven. Voor de overdracht van de schurftmijt (Sarcoptes scabiei var hominis) is er immers langdurig huidcontact nodig: 15 minuten wordt meestal aangenomen. Men kan ook besmet raken door in een bed te slapen met iemand die aan schurft lijdt, of waarin deze persoon kort ervoor geslapen heeft. Zijn kleren dragen kan ook besmetting veroorzaken. Na 3 dagen op kamertemperatuur geleefd te hebben, zijn de mijten te verzwakt om nog besmettelijk te zijn.

De schurftmijt kruipt net onder de huid in een gangetje dat 1,5 cm lang kan worden. Mensen die schurft oplopen, krijgen heel veel jeuk, meestal over het hele lichaam en niet alleen op de plaats waar een schurftmijt zich bevindt. Het is een veralgemeende reactie op de uitwerpselen en andere stoffen die op de schurftmijt voorkomen. De ziekte is vrij moeilijk te herkennen, want meestal is hardnekkige jeuk de enige klacht. De gangetjes zijn nauwelijks zichtbaar en dus moeilijk op te sporen. Als iemand erge jeuk heeft met krabletsels, zal een arts vaak een proeftherapie instellen om de schurftmijt te doden. Dit lukt bijna altijd met een zalf (Zalvor) waarmee je je van de kin tot de tenen insmeert. Je brengt het best ’s avonds aan en ’s morgens neem je een douche om de laatste mijten af te spoelen.

De moeilijkheid is vaak dat in een instelling verschillende mensen de ziekte tegelijk hebben, soms zonder klachten, en zo blijft de schurftmijt rondjes draaien van de ene mens op de andere. Het is dus heel belangrijk dat, wanneer iemand schurft heeft, alle contactpersonen gelijktijdig worden behandeld (binnen een tijdspanne van 24 uur). De reden dat schurft niet goed kan worden uitgeroeid heeft vooral daar mee te maken.

De grootste risicogroepen zijn dus min of meer gesloten gemeenschappen, maar ook reizigers en mensen met wisselende seksuele contacten. Vaak wordt schurft beschouwd als een gebrek aan hygiëne. Vandaag kunnen we echter stellen dat mensen van alle sociale klassen, rassen en leeftijden de aandoening kunnen krijgen. Slechte hygiëne kan de besmetting bevorderen omdat het de kans groter maakt dat de mijt zich kan innestelen in de huid, maar is zeker geen voorwaarde om het te krijgen.

In elke provincie is er ‘Team infectiebestrijding en vaccinatie’ van het Agentschap Zorg en Gezondheid dat heel wat ervaring heeft opgebouwd rond professionele bestrijding van schurft. De ziekte overstijgt immers vaak de actieradius van een huidarts of huisarts. Daarom is het nuttig om de expertise van deze teams te gebruiken om een haard van schurft grondig aan te pakken om verdere verspreiding tegen te gaan.

Conclusie

Er zijn geen aanwijzingen dat schurft vandaag meer voorkomt dan de voorbije jaren. Het kan bij iedereen voorkomen van alle rang en stand. Schurft komt evenwel vaker voor in bepaalde risicogroepen: reizigers, personen met wisselende seksuele contacten, personeel en bewoners van (zorg)instellingen, dak- en thuislozen. Het is een ongevaarlijke maar vervelende ziekte. Het is belangrijk dat niet alleen de zieke maar ook de contactpersonen gelijktijdig worden behandeld.

Referenties

De folder ‘Scabies of schurft…Wat nu?’ kan je vinden op onderstaand adres.

http://www.zorg-en-gezondheid.be/uploadedFiles/NLsite_v2/Ziekten/Ziekten_A-Z/Collectieve_scabies/Folder_Scabi%C3%ABs_ned_221206.pdf?n=6150

Een uitstekende richtlijn waar het grootste deel van onze informatie op gebaseerd is, komt van het Agentschap Zorg en Gezondheid via de link (eenmaal op de pagina druk op ‘scabies’):

http://www.zorg-en-gezondheid.be/richtlijneninfectieziektebestrijding/

klokje bij datum van publicatie verschenen op 17/12/2013 | Cebam | geschreven door Patrik Vankrunkelsven

risicogroepen voor griep

  • zwangere vrouwen die in het tweede of derde trimester van hun zwangerschap zijn op het ogenblik van het griepseizoen;
  • iedereen vanaf de leeftijd van zes maanden met een:
    • hartziekte;
    • longziekte zoals ernstig astma of COPD;
    • lever- of nierziekte;
    • diabetes;
    • chronische spierziekte;
    • verminderde weerstand door andere ziekten of door een medische behandeling;
  • 65-plussers;
  • personen die in een woonzorgcentrum of ziekenhuis opgenomen zijn;
  • kinderen tussen zes maanden en 18 jaar die een langdurige aspirinetherapie ondergaan;
  • personen werkzaam in de gezondheidssector;
  • iedereen die onder hetzelfde dak woont als risicopersonen of personen die zorgen voor kinderen jonger dan zes maanden.