Categorie archief: geneesmiddelen

Veroorzaken ijzertabletten DNA-schade?

foto bij artikel Veroorzaken ijzertabletten DNA-schade?

In het nieuws

Miljoenen mensen slikken ijzertabletten wegens bloedarmoede. Nu blijkt dat deze pillen het genetisch materiaal in de cellen van de bloedvatwand kunnen beschadigen.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Onderzoekers uit Londen wilden weten of ijzertabletten schade toebrengen aan endotheelcellen (de cellen die bloedvaten afboorden). De aanleiding is dat mensen met de zeldzame genetische ziekte genaamd erfelijke hemorragische teleangiëctasie, neusbloedingen krijgen wanneer ze ijzertabletten slikken. In het Londens laboratorium werden proefbuisjes gevuld met menselijke bloedvatcellen en aan de helft van de proefbuisjes werd ijzercitraat toegevoegd: 10 micromol per liter. Volgens de onderzoekers komt deze dosis overeen met een lage dosis ijzertabletten. Vervolgens werd gekeken naar veranderingen in genetisch materiaal in de bloedvatcellen in alle proefbuisjes. In de buisjes waaraan ijzer was toegevoegd werden opvallend veel DNA-veranderingen gemeten. Een uur na toevoeging van het ijzer vertoonden de bloedvatcellen al diverse interne veranderingen die de bloedvatcellen in de controlebuisjes niet vertoonden. Dat betekent dat de DNA-wijzigingen daadwerkelijk leiden tot wijzigingen in de cel zelf.

De onderzoekers besluiten dat lage doses ijzer binnen het uur kunnen leiden tot DNA-wijzigingen in de cellen die menselijke bloedvaten afboorden. Althans in een laboratoriumopstelling.

Bron

(1) Mollet IG, Patel D, Govani FS, et al. Low Dose Iron Treatments Induce a DNA Damage Response in Human Endothelial Cells within Minutes. PLOS One. Published online February 11 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Het gaat om een laboratoriumproef: ideaal om een hypothese te testen (in casu: kan ijzer DNA van bloedvatcellen wijzigen?). Dergelijke proef zegt helemaal niets over hoe het er aan toegaat in een menselijk lichaam. In het lichaam worden cellen door zoveel meer processen beïnvloed dat het kan zijn dat de impact van ijzer meteen wordt opgevangen door de omgeving. Zeer veel omstandigheden, waaronder stress, extreme temperaturen, infecties, … leiden tot wijzigingen in het cel-DNA, maar die worden doorgaans opgevangen door DNA-reparatiemechanismen. Deze wijzigingen leiden zelden tot ziekten. Best mogelijk dat ijzer de bloedvatcellen even onder vuur neemt, maar dat het evenwicht zich daarna snel herstelt.

Er is op dit moment geen enkele reden om te stoppen met de ijzerpreparaten die uw arts voorschreef voor bloedarmoede of naar aanleiding van bloedverlies. De bevindingen uit deze laboproef moeten eerst getest worden op mensen.

Conclusie

Uit een laboratoriumonderzoek blijkt dat toevoeging van ijzer aan bloedvatcellen leidt tot DNA-schade. Of dit ook bij mensen geldt, is helemaal niet zeker. Indien uw arts ijzertabletten heeft aanbevolen voor bloedarmoede, is er geen enkele reden om dit te stoppen.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/02February/Pages/Iron-tablets-may-damage-DNA.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 15/02/2016 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst
Advertenties

Hoe efficiënt zijn vrij verkrijgbare pijnstillers?

foto bij artikel Hoe efficiënt zijn vrij verkrijgbare pijnstillers?

In het nieuws

Pijnstillers die zonder voorschrift worden afgeleverd in de apotheek, en in andere landen ook in de supermarkten kunnen gekocht worden, zijn erg doeltreffend voor acute pijntjes. Dat besluiten wetenschappers na een groot overzichtsonderzoek.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Eind vorig jaar werd een zeer groot overzichtsonderzoek gepubliceerd waarin alle betrouwbare studies werden samengebracht over alle courante pijnstillers die in de VS, Europa en Australië vrij te koop worden aangeboden (1). In totaal werden 21 verschillende pijnstillers, in variabele doseringen, al dan niet gecombineerd, geëvalueerd in tientallen studies met elk tussen 200 en 5000 deelnemers, bekeken. Deze studies onderzochten enkel het effect op acute pijn, dat is pijn die enkele dagen tot hooguit enkele weken aanhoudt. Als maatstaf voor matige tot ernstige pijn werd de pijn genomen die wordt waargenomen na het trekken van een wijsheidstand. De bestudeerde pijnstillers waren tabletten die één keer per dag werden ingenomen en op die manier vergeleken met placebo. Vervolgens werd geëvalueerd hoeveel mensen tenminste 50% minder pijn ervaarden over een periode van 4 tot 6 uur na de inname. De deelnemers dienden aan te duiden op een gevalideerde schaal hoeveel pijn ze ervaarden voor en na de inname. Er werd ook gekeken naar nevenwerkingen. De resultaten tonen aan dat eenvoudige pijnstillers zoals ibuprofen, paracetamol en acetylsalicylzuur in diverse concentraties en combinaties voor de meeste deelnemers als zeer efficiënt beoordeeld werden voor het verminderen van acute pijn. De hoogste score werd gehaald door de combinatie ibuprofen (400 of 200 mg) plus paracetamol (1000 of 500 mg). Interessant weetje: een kop sterke koffie bleek het effect van de meeste pijnstillers nog te versterken. Er werden geen noemenswaardige nevenwerkingen gemeld na eenmalige inname van de diverse pijnstillers.

Bron

(1)http://www.cochrane.org/CD010794/SYMPT_oral-painkillers-available-without-prescription-acute-pain

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Het gaat om een onderzoek van hoge kwaliteit: meer dan tien Cochrane reviews over het onderwerp werden in de overzichtsstudie opgenomen, naast één niet-Cochrane onderzoek. Cochrane-studies zijn hoogwaardige medisch-wetenschappelijke studies. Alle eenvoudige vrij verkrijgbare pijnstillers scoorden goed. De beste scoren werd behaald door de combinatiepreparaten met ibuprofen en paracetamol die in België niet verkrijgbaar zijn, maar de twee actieve pijnstillers zijn wel afzonderlijk te koop. Er werden geen nevenwerkingen gemeld bij een enkele inname, maar wie zeer geregeld pijnstillers slikt, kan wel ongemakken ervaren, vooral maagirritatie. Daarom wordt aangeraden zeker niet te overdrijven met pijnstillers en ze steeds met wat voedsel in te nemen, al kan dat de werking ietwat vertragen.

Conclusie

Eenvoudige pijnstillers, verkrijgbaar zonder voorschrift in iedere apotheek, zijn efficiënt in de behandeling van acute pijn, genre tandpijn, spierpijn, hoofdpijn, zo blijkt uit een grote goed uitgevoerde overzichtsstudie. De combinatie paracetamol met ibuprofen haalde de hoogste score.

Referenties

http://www.evidentlycochrane.net/well-counter-painkillers-work/

klokje bij datum van publicatie verschenen op 06/01/2016 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Behandeling van kankerpijn

Wat is het? 

Pijn bij kanker kan verschillende oorzaken hebben: de tumor kan op omliggende structuren drukken, pijn door uitzaaiingen en pijn die niet onmiddellijk te verklaren is. De behandeling van de kanker zelf verlicht vaak de pijn. Als dat niet zo is, dan behandelt men de pijn met medicijnen of lokale verdoving.
Pijnmedicatie wordt stapsgewijs opgestart. De dosis wordt progressief verhoogd. Doorgaans begint me met de lichtste pijnstiller tot die onvoldoende helpt. Daarna wordt overgeschakeld op een sterker middel, met de morfineachtige preparaten als laatste vorm van pijnstilling.
De pijnstilling gebeurt steeds zowel met een lang en traagwerkend geneesmiddel als met een snel en kortwerkend geneesmiddel. Het product met lange werking vormt de basis van de behandeling. De snel werkende medicatie dient voor gebruik bij pijnpieken.

Hoe vaak komt kankerpijn voor? 

Tijdens de kankerbehandeling ervaart 59% van de patiënten pijn. Bij vergevorderde ziekte loopt dit op tot 64%. Zelfs na genezing heeft nog 33% pijn.

Hoe kun je het herkennen? 

Pijn is een subjectieve waarneming. Zo kan eenzelfde pijnintensiteit voor de een goed te verdragen zijn, en voor de ander niet. Daarom tracht men de pijn te ‘objectiveren’. Dit wil zeggen dat aan de pijn een score wordt toegekend op een schaal van 1 tot 10, waarbij 1 staat voor minimale en 10 voor maximale pijn.
We maken een onderscheid tussen constante pijn en doorbraakpijn, die maar af en toe optreedt ondanks de pijnmedicatie. Het is overigens belangrijk dat je het soort pijn zo goed mogelijk probeert te omschrijven: waar heb je precies pijn? Is de pijn scherp, dof, knagend, stekend, schietend, branderig, op één punt geconcentreerd, bandvormig of eerder breed en vaag…? Dit helpt om het verschil te maken tussen klassieke pijn en zenuwpijn. Zenuwpijn geeft knagende brandende pijn zoals je bijvoorbeeld voelt bij tandpijn.

Wat kun je zelf doen? 

Je kunt zelf zo goed mogelijk proberen de ernst van de pijn te beoordelen, de evolutie ervan te beschrijven en de bijwerkingen van de behandeling te benoemen. Open communicatie hierover met je artsen, andere hulpverleners en familie zal de behandeling ten goede komen.

Wat kan je arts doen? 

In teamverband
De kankerbehandeling zelf gebeurt in het ziekenhuis door een multidisciplinair oncologisch team, bestaande uit kankerspecialisten, chirurgen, radiotherapeuten en een gespecialiseerd verpleegteam. Zo nodig wordt ook psychologische bijstand voorzien. De pijnbehandeling zal dus daar al opgestart worden.
Is er na ontslag nog een pijnprobleem, dan zal je huisarts in samenspraak met het team en met je familie de pijnbehandeling begeleiden. Er bestaan ook speciale palliatieve teams met artsen en gespecialiseerde verpleegkundigen die de patiënt en diens familie aan huis met raad en daad bijstaan.

Principes
De principes van pijnbestrijding zijn:
– het middel moet voldoende pijnverlichting geven;
– de behandeling moet haalbaar zijn. Zo kun je bij iemand die continu braakt of niet kan slikken geen tabletten geven;
– men streeft naar een constante stabiele dosis van een product met vertraagde werking voor de continue pijn;
– de pijnpieken vangt men op met snelwerkende medicijnen;
– de behandeling moet regelmatig opgevolgd en geëvalueerd worden (zie verder).

Opbouw van de behandeling
– De pijnbehandeling wordt trapsgewijs opgebouwd, zowel qua sterkte van het geneesmiddel, als qua dosis. Meestal start men met paracetamol, al dan niet gecombineerd met ontstekingsremmers zoals ibuprofen. Het effect is dosisgebonden, dus hoe hoger de dosis, hoe beter de pijnstilling. Dikwijls wordt een zuurremmerbijgegeven, omdat ontstekingsremmers maaglast veroorzaken. Ze zijn ook niet zo goed in geval van hart- en nierziekten, en bij mensen met hoge bloeddruk.
– Is de pijn hiermee onvoldoende onder controle, dan voegt men een opiaat toe. Dit is een van morfine afgeleide pijnstiller. Ook hier begint men met de lichtere producten uit de reeks, zoals de combinatie van paracetamol met codeïne of tramadol.
– Als ook dat niet meer volstaat, dan komen de zwaardere preparaten zoals oxycodon en morfine in aanmerking. De siroopvorm of de tabletten hebben de voorkeur. Injecties zijn te vermijden. Ze zijn vaak redelijk pijnlijk omdat door vermagering de patiënt nog maar weinig spierweefsel heeft.
– Er zijn ook nog kleefpleisters met fentanyl. Ze zijn een goed alternatief voor patiënten die geen medicatie meer kunnen innemen langs de mond. In principe worden ze om de 3 dagen vervangen. Bij extreme vermagering gebeurt de opname sneller, en moeten ze om de 2 dagen vernieuwd worden.
– In de terminale fase wordt vaak gekozen voor een onderhuids infuus, waarmee verschillende geneesmiddelen kunnen worden gegeven, en de patiënt zelfs in een lichte slaaptoestand kan worden gebracht (palliatieve sedatie).

Bijwerkingen
Vaak voorkomende bijwerkingen van opiaten zijn misselijkheid, verstopping en sufheid. Ze leiden slechts zelden tot psychische afhankelijkheid. Ze mogen echter niet plots gestopt worden omwille van mogelijke ontwenningsverschijnselen. Bij ernstige ziekten zoals kanker is pijncontrole trouwens veel belangrijker dan een mogelijke verslaving.

Opvolging
Bij de opvolging van de pijnbehandeling kunnen een aantal vragen helpen:
– neem je de medicatie in? Gebeurt dit op een correcte manier?
– zo niet, waarom? Heb je last van bijwerkingen? Zijn er bepaalde misvattingen zoals angst voor verslaving?
– is de pijn voldoende verlicht met de voorgeschreven dosis?
– is de pijn gedaald op de pijnscore?

Proefbehandeling
Soms is eerst een proefbehandeling met pijnmedicatie nodig om de aard van de pijn te bepalen. Zo kan het zijn dat zenuwpijn pas herkend wordt als een klassieke pijntherapie niet voldoet.
Bij zenuwpijn geeft men antidepressiva zoals amitrityline en/of anti-epileptische geneesmiddelen zoals carbamazepine en gabapentine. Zenuwpijn is dikwijls het gevolg van een behandeling met geneesmiddelen tegen kanker (cytostatica), waarbij ontsteking van de zenuwbanen (polyneuritis) ontstaat. Dit soort pijn is vaak zeer weerstandig aan behandeling.

Bronnen 

www.ebmpracticenet.be
www.oncoline.nl

Veilig gebruik van ontstekingsremmers (NSAID’s)

Wat is het?

Niet-steroïdale anti-inflammatoire middelen (NSAID’s) zijn ontstekingremmende geneesmiddelen die ook pijnstillend en koortswerend werken. NSAID’s zijn vooral werkzaam bij ontstekingen van het bewegingsapparaat, acute rugpijn, nierkolieken of pijn veroorzaakt door een acuut letsel.
De ongewenste effecten van NSAID’s zijn echter frequent en mogelijk ernstig, vooral bij ouderen en mensen die ooit een maagzweer hebben gehad. Het is dus heel belangrijk om ze op een veilige manier te gebruiken (correcte toepassing, beperkte behandelingsduur, zo laag mogelijke dosis) en je hierbij te laten adviseren door een arts.

Hoe vaak komen bijwerkingen met NSAID’s voor?

Bij gebruik van NSAID’s treden vaak bijwerkingen op. De voornaamste worden hierna overlopen (frequentie staat tussen haakjes vermeld):

Maag-darmsysteem
Buikklachten (bij 10-30% van de gebruikers), maag-darmzweren al dan niet gepaard gaand met een bloeding (3-5/1000 gebruiksjaren) en darmbeschadiging (3-4/1000 gebruiksjaren) behoren tot de meest voorkomende bijwerkingen. Maar liefst 1 op 4 mensen die langdurig een NSAID innemen, ontwikkelt een moeilijk genezende maag- of darmzweer. Risicofactoren voor een ernstiger verloop zijn hogere leeftijd, maagzweer in de voorgeschiedenis, gebruik van meer dan 1 NSAID of een hoge dagelijkse inname van een bepaald NSAID en gelijktijdige behandeling met antistollingsmiddelen, corticosteroïden of bepaalde antidepressiva.

Nieren
Verminderde nierwerking met risico op nierfalen (<1 per miljoen gebruikers), vochtophoping en verhoogde bloeddruk (1-9% van de gebruikers). Deze ongewenste effecten treden vooral op bij mensen die al een verminderde nierwerking hadden.

Luchtwegen
Zo’n 10 tot 20% van de mensen met astma ontwikkelt bronchospasmen. Dat is het samentrekken van de spieren rond de luchtpijp waardoor je kortademig kunt worden. Dit kan heel ernstig zijn. Daarom is het absoluut verboden voor mensen die ooit een ernstige astma-aanval hebben gehad om NSAID’s te nemen.

Hart
Gebruik van NSAID’s kan het risico op een hart- of herseninfarct doen stijgen (1-4/1000 gebruiksjaren). NSAID’s kunnen bij mensen met een hart- en vaatziekte aanleiding geven tot hartfalen of kunnen bestaand hartfalen verergeren. Voor sommige NSAID’s is dat meer het geval dan voor andere.

Leverbeschadiging
Bij minder dan 1 per miljoen gebruikers.

Vruchtbaarheid
Langetermijngebruik zou bij de vrouw aanleiding kunnen geven tot verminderde vruchtbaarheid.

Wat kun je zelf doen?

Ga verantwoord om met het gebruik van NSAID’s. Vraag raad aan je arts of apotheker.

Wat kan je arts doen?

De arts bekijkt steeds of een ontstekingsremmer de beste keuze is om je klachten te verlichten. Hij houdt hierbij rekening met je medicatiegebruik en specifieke voorgeschiedenis. De voordelen van NSAID’s moeten altijd afgewogen worden tegen de mogelijke risico’s.
Soms bestaat er een geschikter en veiliger alternatief, zoals paracetamol voor pijn bij artrose. Werkt paracetamol onvoldoende of er is ook een ontsteking aanwezig, dan zal je arts beslissen of een NSAID al dan niet de beste keuze is.
De arts zal je goed informeren over eventuele bijwerkingen die kunnen optreden en wat je dan het best doet. Zo kan het raadzaam zijn om gelijktijdig maagbeschermers te nemen. Als alternatief kan men ook kiezen voor een selectief NSAID met minder risico op maag-darmproblemen.

Bronnen

www.ebmpracticenet.be
www.bcfi.be
www.fagg-afmps.be/nl/

verschenen op 30/06/2015

Werkt voetschimmelcrème tegen multiple sclerose?

foto bij artikel Werkt voetschimmelcrème tegen multiple sclerose?

In het nieuws

Een opmerkelijke vondst in een Amerikaans laboratorium: een huismiddeltje werkt verdacht goed tegen de ziekte MS.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Multiple sclerose is een neurologische aandoening waarbij het isolerend eiwitomhulsel rondom zenuwuitlopers in hersenen en ruggenmerg (myeline) wordt aangevallen door het eigen afweersysteem. Daardoor worden signalen niet meer goed doorgestuurd, met gangstoornissen en andere problemen tot gevolg. De ziekte kent een grillig verloop en er bestaat geen afdoende behandeling. Het enige wat men kan doen is het afweersysteem onderdrukken, in de hoop dat myeline minder snel wordt afgebroken.

Amerikaanse onderzoekers testten meer dan 700 geneesmiddelen, die gebruikt worden voor allerlei indicaties, in de hoop dat sommige moleculen een effect zouden hebben op het isolerend omhulsel rond zenuwvezels. Dit omhulsel, myeline genoemd, groeit uit welbepaalde stamcellen. Doel was nagaan of sommige geneesmiddelen deze stamcellen kunnen prikkelen om myeline aan te maken. Bij één van de geteste middelen lukte dat inderdaad. Het gaat om miconazole, het actieve bestanddeel uit een schimmelwerende crème die onder andere gebruikt wordt om voetschimmels te behandelen. Bij genetisch gemanipuleerde proefmuizen met MS zorgde miconazole ervoor dat de deels verlamde muisjes beter konden bewegen, omdat het myeline-omhulsel van de zenuwcellen zich grotendeels had hersteld.

Dit biedt een nieuw aanknopingspunt voor de behandeling van MS, omdat geneesmiddelen tegen de ziekte vooral werken op het afweersysteem en niet op de aanmaak van myeline. Het gaat om labotests en dierproeven; het middel moet nu verder worden onderzocht bij patiënten.

Bron

(1) Najm FJ, Madhavan M, Zaremba A, et al. Drug-based modulation of endogenous stem cells promotes functional remyelination in vivo. Nature. Published online April 20 2015

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Bestaande geneesmiddelen testen voor nieuwe indicaties heeft als voordeel dat ze sneller kunnen getest worden bij patiënten, omdat de veiligheid van deze producten al uitgebreid werd aangetoond. Men kan dus een tijdrovende onderzoeksfase overslaan.

Het probleem met miconazole is wel dat dit momenteel enkel lokaal gebruikt wordt. Om het te kunnen gebruiken in tabletvorm, moet deze nieuwe toedieningsweg ook wel getest worden, wat het onderzoek opnieuw vertraagt. Het is namelijk niet uitgesloten dat een perorale vorm nieuwe nevenwerkingen aan het licht brengt, en dan moet men trachten de molecule aan te passen zodat ze beter wordt verdragen.

Het gaat om een beloftevol onderzoek in een vroeg stadium dat van zeer nabij wordt opgevolgd door MS-experts.

Conclusie

De schimmelwerende molecule miconazole heeft een verrassend gunstig effect bij proefmuizen waarbij MS geïnduceerd werd. De muisjes bewegen makkelijker en de zenuwaantasting herstelt gedeeltelijk na toediening van dit product. Dat betekent nog geen onmiddellijke doorbraak voor MS-patiënten, maar kan wel leiden naar een nieuw geneesmiddel op middellange termijn.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2015/04April/Pages/Athletes-foot-cream-could-also-treat-multiple-sclerosis.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 12/05/2015 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Helpt paracetamol niet tegen lage rugpijn en artrose?

foto bij artikel Helpt paracetamol niet tegen lage rugpijn en artrose?

In het nieuws

Paracetamol is wereldwijd het meest gebruikte medicijn bij lage rugpijn en artrose van de heup of de knie, maar het geneesmiddel helpt onvoldoende. Dat blijkt uit een onderzoek van de universiteit van Sidney.

Waar komt dit nieuws vandaan?

De Australische onderzoekers namen alle goed uitgevoerde studies over de impact van pijnstiller paracetamol op rugpijn en op artrose van knie en heup bij elkaar. In totaal gaat het om 13 goed uitgevoerde studies, zogenaamde RCT’s (gerandomiseerde klinische studies) (1). Drie daarvan onderzochten de effecten van paracetamol bij lage rugpijn en tien bij artrose van knie en heup.

Uit de analyse van al deze gegevens komen de onderzoekers tot de conclusie dat paracetamol niet beter werkt dan placebo bij lage rugpijn, wat betreft intensiteit van pijn, bewegingsbeperking en kwaliteit van leven. En dat het enkel lichtjes helpt bij pijn door artrose van knie en heup.

De onderzoekers suggereren dat het tijd wordt om de plaats van paracetamol, als eerstekeuzebehandeling bij lage rugpijn en artrose, te herzien.

Bron

(1) Machado GC, Maher CG, Ferreia PH, et al. Efficacy and safety of paracetamol for spinal pain and osteoarthritis: systematic review and meta-analysis of randomised placebo controlled trials (PDF, 672kb). BMJ. Published online March 31 2015

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Zelfs al gaat het om een zeer goed uitgevoerde analyse, de kwaliteit staat of valt toch met de studies die hier werden samengevoegd. Wat lage rugpijn betreft, waren er drie. De eerste was erg klein: slechts 36 patiënten met chronische lage rugpijn (pijn die langer dan 6 maanden duurt). De tweede betrof 113 mensen met acute lage rugpijn en keek enkel naar de effecten van paracetamol na 2 en 4 dagen gebruik van de pijnstiller. De derde studie ging na of je sneller herstelt van rugpijn met paracetamol in vergelijking met placebo. De evidentie voor de effecten van paracetamol bij lage rugpijn is daardoor niet erg groot en moet verder onderzocht worden. Te meer omdat zeer veel mensen de pijnstiller gebruiken in deze indicatie en paracetamol weinig nevenwerkingen heeft.

Wat artrose betreft, vonden de onderzoekers wel een lichte verbetering.

Het is duidelijk dat mensen met rugpijn en artrosepijn ook andere maatregelen moeten nemen om de pijn te verlichten, zoals voldoende bewegen. Een pijnstiller alleen zal nooit voldoende zijn.

Conclusie

Er zijn twijfels over de effecten van paracetamol bij lage rugpijn. Daarom worden de richtlijnen over de populaire pijnstiller, die in deze indicatie als eerstekeuzebehandeling geldt, momenteel herbekeken. Wat artrose betreft, is er wel een beperkt gunstig effect.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2015/04April/Pages/Paracetamol-not-effective-for-lower-back-pain-or-arthritis.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 10/04/2015 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Is langdurige antibioticatherapie zinvol voor chronische Lyme?

foto bij artikel Is langdurige antibioticatherapie zinvol voor chronische Lyme?

Nieuws onder de loep

In de krant lazen we een kritische beschouwing over de behandeling van ‘chronische Lyme’ en de controverse die errond heerst. Volgens een woordvoerder van de patiëntenvereniging Time for Lyme (www.timeforlyme.eu) zouden de huidige richtlijnen voor de behandeling achterhaald zijn.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Het leek ons aangewezen om de bestaande praktijkrichtlijnen van naderbij te bekijken. Op de voor iedereen toegankelijke wetenschappelijke website www.ebmpracticenet.bevonden we een praktijkrichtlijn van 2011. In 2013 werd een uitgebreid rapport over Lyme door de Nederlandse Gezondheidsraad gepubliceerd. (1) Bij de opmaak ervan werden ook Nederlandse Lyme-patiënten nauw betrokken. We vatten de belangrijkste elementen met betrekking tot chronische Lyme uit deze teksten hieronder samen.

Bron

(1) http://www.gezondheidsraad.nl/sites/default/files/201312E_A_closer_look_at_Lyme_disease.pdf

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Wie door een teek gebeten wordt, kan geïnfecteerd geraken met de Borrelia bacterie, die de ziekte van Lyme veroorzaakt. De ziekte kan zich voordoen als een huiduitslag, of meer zeldzaam als een ontsteking van gewrichten of zenuwen. Dit zijn objectief waarneembare afwijkingen die vlot kunnen behandeld worden met antibiotica. Soms kunnen er maanden of zelfs jaren na de tekenbeet (opnieuw) afwijkingen optreden. Deze kunnen gepaard gaan met hoofdpijn, spierpijn en algemene vermoeidheid. Ook in deze laattijdige gevallen kan de diagnose meestal gesteld worden aan de hand van de typische huidafwijkingen, eventueel aangevuld met een bloedonderzoek.

Bij sommige mensen met klachten van hoofdpijn, spierpijn en/of algemene moeheid, die geen andere objectief waarneembare verschijnselen van Lyme vertonen, worden deze toch toegeschreven aan een eerder opgelopen besmetting met Borrelia. Men spreekt in die gevallen van ‘chronische Lyme’. Hier gaat het schoentje echter wringen, omdat hoofd- en spierpijn of vermoeidheid zeer courant voorkomende klachten zijn, waarbij vaak geen precieze medische oorzaak gevonden wordt.

Uit de hierboven geciteerde teksten blijkt dat er zeer ernstig moet getwijfeld worden of een chronische Lyme wel degelijk bestaat. Zelfs indien bloedtesten erop wijzen dat de betrokkene ooit besmet werd, betekent dit nog niet dat de huidige symptomen ermee verband houden. Bovendien blijken er meerdere soorten bloedtesten voor Lyme te bestaan die niet alle even betrouwbaar zijn. Het volstaat voor een patiënt of een arts die absoluut de diagnose van Lyme wil bevestigd zien om meerdere bloedtesten te laten uitvoeren in verschillende laboratoria. De kans is groot dat er wel eentje postief uitdraait.

Zelfs indien de chronische klachten het gevolg zouden zijn van Lyme, dan is er geen enkele studie die aantoont dat een maandenlange antibioticatherapie zinvol is. Integendeel: een dergelijke behandeling blijkt eerder schadelijk.

Conclusie

Klachten als hoofdpijn, spierpijn en moeheid kunnen wetenschappelijk gezien niet aan Lyme toegeschreven worden. Er is geen enkel bewijs dat het maandenlang gebruik van antibiotica nuttig is. Integendeel, het berokkent eerder schade.

klokje bij datum van publicatie verschenen op 21/01/2015 | Cebam | geschreven door Hans Van Brabandt