Categorie archief: mijn lichaam

Helpt pilates bij lagerugpijn?

foto bij artikel Helpt pilates bij lagerugpijn?

In het nieuws

Over pilates doen allerlei geruchten de ronde. Volgens sommigen zou het de schade bij ruglijders alleen maar verergeren, anderen noemen het een zegen. Volgens nieuw onderzoek helpen pilatesoefeningen bij lagerugpijn.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Pilates is een beweegmethode die lang geleden is uitgedacht door een zekere Joseph Pilates en vooral door dansers beoefend werd als ondersteunende therapie. Sinds enkele jaren is de trend overgewaaid uit de Verenigde Staten en populair bij een breed publiek. Pilates doet denken aan fitness en yoga, maar richt zich vooral op de regio onderrug, buik, bekken en bilspieren. Doel is lichaam en geest in balans krijgen. Pilates wordt ook aanbevolen bij rugpijn, maar daarover bestaat discussie.

Een nieuwe overzichtsstudie includeerde 10 goed uitgevoerde (gerandomiseerde) studies die de effecten van pilates onderzochten bij in totaal 510 mensen met niet-specifieke chronische lage rugpijn (1). Ze volgden geen beweegprogramma (controlegroep) of pilates tussen 10 tot 90 dagen en werden vervolgens tot maximum 6 maanden opgevolgd. De resultaten tonen dat pilates beoefenen een beperkt, maar gunstig effect heeft op chronische lage rugpijn, dat mensen sneller herstellen van rugpijnopstoten en ook beter kunnen functioneren.

De auteurs besluiten dat pilates effectiever is dan niets doen, maar vonden weinig voordeel van pilates ten opzichte van andere beweegprogramma’s.

Bron

(1) http://www.cochrane.org/CD010265/BACK_pilates-for-low-back-pain

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

De kwaliteit van een overzichtsstudie staat of valt met de kwaliteit van de geïncludeerde studies. Die was in dit geval niet top, maar de resultaten wezen wel allemaal in dezelfde richting: een matig gunstig effect van het beweegprogramma pilates bij chronische lage rugpijn in vergelijking met niets doen. Andere vormen van bewegen bleken wel even gunstig.

Recent kwam een ander overzichtsonderzoek tot de conclusie dat bewegen ook de beste manier is om lage rugpijn te voorkomen (2).

Conclusie

Pilates heeft een matige gunstige invloed op chronische lage rugpijn in vergelijking met stilzitten. Of het beter is dan andere vormen van lichaamsbeweging, kon niet worden aangetoond.

Referenties

(2) http://www.gezondheidenwetenschap.be/gezondheidsnieuws-onder-de-loep/blijft-rugpijn-langer-weg-als-je-veel-beweegt

Patiëntenrichtlijn lagerugpijn: http://www.gezondheidenwetenschap.be/richtlijnen/lage-rugpijn

klokje bij datum van publicatie verschenen op 02/03/2016 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst
Advertenties

Hebben wetenschappers het gen ontdekt dat grijs haar veroorzaakt?

foto bij artikel Hebben wetenschappers het gen ontdekt dat grijs haar veroorzaakt?

In het nieuws

Wetenschappers hebben het gen ontdekt dat verantwoordelijk is voor grijs haar. Een ontdekking die kan leiden tot nieuwe manieren om allerlei tekenen van veroudering tegen te gaan.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Een internationale groep experten verrichte een genoomanalyse bij 6.630 mannen en vrouwen uit Latijns-Amerika (meer bepaald uit Brazilië, Colombia, Chili, Mexico en Peru) op zoek naar genetische variaties die een rol kunnen spelen in karakteristieken van haar en beharing: haarkleur, stijl of gekruld, densiteit, neiging tot kaalhoofdigheid, enzovoort (1). Daartoe analyseerden ze genetisch materiaal in bloedstalen van de uitgebreide groep proefpersonen en vergeleken dat met de eigenschappen van de haren en beharing. Ze zochten genetische verschillen die verschillende karakteristieken van de haren zouden kunnen verklaren. Op die manier vonden ze verbanden tussen bepaalde genetische kenmerken enerzijds en densiteit van de haardos, densiteit van de wenkbrauwen, grijze haren en neiging tot haaruitval. Naast genetische variabelen speelden leeftijd en geslacht ook een belangrijke rol bij neiging tot haaruitval en haarkleur. In totaal konden 18 DNA-variaties (welbepaalde genetische sequenties) gelinkt worden aan grijs worden in de Latijns-Amerikaanse bevolking.

Bron

(1) Adhikari K, et al. A genome-wide association scan in admixed Latin Americans identifies loci influencing facial and scalp hair features.Nature Communications. Published online March 1 2016.

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

De studie gebeurde enkel bij de Latijns-Amerikaanse bevolking, dus kunnen de resultaten niet veralgemeend worden. Het ging om een genoomanalyse: dat is een onderzoek dat verbanden zoekt tussen genetische variabelen en bepaalde karakteristieken. De onderzoekers van deze studie vonden dat heel wat genetische variabelen een rol spelen bij diverse karakteristieken van het haar en de lichaamsbeharing, wat uiteraard te verwachten viel. Dat opvallend veel genetische variaties konden geassocieerd worden met grijs worden, sprong in deze studie in het oog, maar het betekent niet dat deze variaties oorzaak zijn van grijs worden. Leeftijd speelt een minstens even grote rol.

Mochten deze genen inderdaad een belangrijke invloed hebben op grijs worden, dan betekent dat evenmin dat er zicht is op een behandeling tegen grijs worden, zoals sommige media suggereerden. Daartoe is de kennis nog veel te beperkt. Aan genen prutsen om de haarkleur te veranderen zou bovendien een erg drastische ingreep zijn, te meer omdat grijze haren perfect gecamoufleerd kunnen worden met haarverf.

Conclusie

Onderzoekers vinden een verband tussen bepaalde genetische variaties en grijs worden, althans in de Latijns-Amerikaanse bevolking. Dat is wetenschappelijk best interessant, maar heeft verder geen implicaties.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/03March/Pages/no-cure-for-grey-hair.aspx

Kan je hart breken van geluk?

foto bij artikel Kan je hart breken van geluk?

In het nieuws

Het takotsubo-syndroom (TTS), ook wel het ‘gebroken hart-syndroom’ genoemd, ontstaat na een heftige negatieve emotionele gebeurtenis. De hartspier verzwakt, met pijn op de borst, ademnood en soms een hartaanval. Een nieuwe studie toont dat dit ook kan gebeuren na een zeer positieve gebeurtenis.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Het ‘gebroken hart-syndroom’ of takotsubo-syndroom werd voor het eerst beschreven door Japanse wetenschappers begin jaren negentig. Het komt bijna uitsluitend voor bij vrouwen na de menopauze en wordt uitgelokt door hevige emoties,zoals een relatiebreuk bijvoorbeeld (‘gebroken hart’-syndroom), maar evengoed door andere emotionele gebeurtenissen (overlijden van partner, zwaar ongeval, enzovoort). Het syndroom wordt gekenmerkt door hevige pijn op de borst en kortademigheid, wat kan leiden tot een hartinfarct. Op een elektrocardiogram (hartfilm) is een zeer typische afwijking te zien die doet denken aan een takotsubo, dat is een pot waarmee Japanse vissers vroeger octopussen vingen (een bolle pot, met een smalle nek: de octopus zwemt erin en kan er niet meer uit). In de nieuwe studie die nu de media haalde, analyseerden onderzoekers gegevens uit een internationaal takotsubo-register, betreffende 485 mensen die het syndroom hebben gehad na een emotionele, stressvolle gebeurtenissen. De onderzoekers wilden weten wat deze mensen precies hadden meegemaakt: bij 95,9% bleek dat een negatieve gebeurtenis (overlijden van partner of kind, echtscheiding, zwaar auto-ongeluk, inbraak, arrestatie, huisbrand,…), maar bij 4,1% ging het om een zeer positieve gebeurtenis (huwelijk, feest, een autorace gewonnen, vroegere vrienden teruggezien, toffe job gevonden,…). De symptomen waren steeds dezelfde: pijn op de borst en kortademigheid. De onderzoekers concluderen dat het takotsubo-syndroom niet alleen voorkomt bij hevige negatieve emoties, maar ook kan optreden bij hevige positieve emoties, al lijkt dat veel zeldzamer.

Bron

(1)Ghadri, JR et al. Happy heart syndrome: role of positive emotional stress in takotsubo syndrome (PDF, 144kb). European Heart Journal. Published online March 3 2016.

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Echt nieuw is dat niet. Het takotsubo-syndroom, mag in de volksmond wel ‘gebroken hart-syndroom’ genoemd worden, wetenschappers die het fenomeen bestuderen laten zich niet uit over de aard van de emoties. Het gaat vooral om hevige stress-reacties. Deze lokken chemische reacties uit in het lichaam, waardoor bepaalde hormonen vrijkomen die leiden tot het verkrampen van de kransslagaders (waardoor het hart eventjes minder zuurstof krijgt en een infarct riskeert) en een voorbijgaande ballonvormige uitzetting van de hartspier. In de meeste gevallen keert deze toestand terug naar normaal wanneer men weer rustiger is, maar een enkele keer kan de hevige stress leiden tot een hartinfarct.

Het takotsubo-syndroom komt bijna uitsluitend bij oudere dames voor, waarom weet niet niet, maar vermoed wordt dat vrouwelijk hormoon oestrogeen (of eerder een gebrek eraan) een rol speelt.

In deze studie rapporteerden slechts 20 personen van 485 een positieve gebeurtenis, wat zeer weinig is. Het cijfer is zo laag, dat het op dit moment weinig betrouwbaar is. Mogelijk klopten de verhalen niet allemaal, of geven mensen een andere interpretatie aan wat ze meemaakten.

Conclusie

Hevige emoties kunnen inderdaad spasmen van de kransslagaders uitlokken, het zogenaamde takotsubo-syndroom, beter gekend als ‘gebroken hart-syndroom’. Meestal gaat het om negatieve gebeurtenissen, maar in uitzonderlijke gevallen zou dit ook kunnen optreden na hevige positieve emoties, zo stelt deze studie. Dit is echter nog allemaal niet zeker, en hoogst uitzonderlijk. Geen enkele reden dus om zich in te houden bij blijde gebeurtenissen.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/03March/Pages/can-happiness-break-your-heart.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 07/03/2016 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Is goede cholesterol dan toch niet zo goed?

foto bij artikel Is goede cholesterol dan toch niet zo goed?

In het nieuws

Sommige mensen met een hoog gehalte aan HDL-cholesterol, ook goede cholesterol genoemd, zouden dan toch meer risico lopen op hart- en vaatziekten, zeggen Amerikaanse onderzoekers.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Cholesterol wordt in het lichaam getransporteerd door binding aan zogenaamde transporteiwitten. Twee daarvan zijn LDL en HDL. Wanneer cholesterol gekoppeld is aan HDL, dan wordt het weggevoerd uit de bloedvaten en verwerkt in de lever. Hangt cholesterol daarentegen vast aan LDL, dan blijft het in de bloedvaten hangen, waar het blijft plakken aan de bloedvatwand en bijdraagt aan de vorming van atherosclerose (aderverkalking). Daarom noemt men HDL-cholesterol ‘goede’ cholesterol en LDL-cholesterol ‘slechte’ cholesterol. Onderzoek naar geneesmiddelen die de HDL-cholesterol verhogen, blijken echter teleurstellend: ze hebben amper impact op het risico op hart- en vaatziekten. Op zoek naar een verklaring analyseerden onderzoekers van de Universiteit van Pennsylvania bloedstalen van 328 mensen met uitzonderlijke hoge concentraties van HDL-cholesterol en vergeleken die met stalen van 398 mensen met uitzonderlijke lage HDL-waarden (1). Ze ontrafelden alle genen (bijna 1.000) die een rol spelen bij bloedwaarden van cholesterol en ontdekten dat sommige mensen met zeer hoge HDL-waarden een mutatie dragen in één of beide kopieën van het SCARB1-gen, waardoor het circulerende HDL-cholesterol niet langer wordt opgenomen in de lever en het risico op hart- en vaatziekten dan toch niet vermindert. Wanneer de onderzoekers hun bevindingen combineerden met eerder onderzoek met betrekking tot duizenden mensen met en zonder hart- en vaatziekten, dan vonden ze dat diegenen met hoge HDL-waarden en de genmutatie in SCARB1 toch een hoger risico liepen op hart- en vaatziekten.

Bron

(1) Zanoni P, Khetarpal SA, Larach DB, et al. Science. Rare variant in scavenger receptor BI raises HDL cholesterol and increases risk of coronary heart disease. Science. Published online March 11 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

De studie stelt vast dat het onderscheid tussen goede en slechte cholesterol minder strikt is dan aanvankelijk gedacht. In aanwezigheid van een bepaalde genetische variant blijft de zogenaamde goede cholesterol toch in het bloed circuleren, waardoor het risico op dichtslibben en hart- en vaatziekten toeneemt. Het gaat echter om een minderheid: in deze studie met 328 mensen met uitzonderlijke hoge HDL-waarden had slechts 3% twee kopieën van de mutatie. Twee kopieën blijken nodig om enig effect te hebben op het risico op hart- en vaatziekten. Dergelijke bevindingen zijn ongetwijfeld interessant voor de geneesmiddelenindustrie, maar veranderen niets voor de consument. Het advies blijft: beperk de consumptie van cholesterol en verzadigde vetten.

Conclusie

Onderzoekers stellen vast dat een kleine groep mensen met zeer hoge HDL-cholesterolwaarden, beter bekend als ‘goede’ cholesterol, een genetische variant dragen van een gen dat een rol speelt in de cholesterolhuishouding. Door die variant, die eerder zeldzaam is, blijkt hun goede cholesterol minder gunstig. Voor de consument heeft dergelijk onderzoek geen directe implicaties.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/03March/Pages/study-suggests-gene-may-turn-good-cholesterol-into-bad.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 15/03/2016 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Moedervlekken

Wat is het?

Je hebt verschillende soorten moedervlekken. Een ‘gewone’ moedervlek (naevus) is een bruinzwarte huidvlek. De kleur ontstaat door ophoping van pigmentcellen. Erfelijke factoren spelen een rol bij hun ontstaan. Langdurige en herhaalde blootstelling aan de zon kan het aantal moedervlekken doen toenemen.
Sproeten en de meeste bruine vlekjes die verschijnen onder invloed van de zon zijn geen moedervlekken, omdat ze geen pigmentcellen bevatten. Ook wratten zijn geen moedervlekken.

Hoe vaak komt het voor?

De meeste mensen hebben wel een paar moedervlekken. Kinderen onder de 10 jaar hebben er gemiddeld 2 tot 3. Op de leeftijd van 30 jaar is dit aantal toegenomen tot 20 à 30, maar het kunnen er ook honderden zijn.

Hoe kun je het herkennen?

Moedervlekken kunnen al van bij de geboorte aanwezig zijn of pas later verschijnen. Ze ontstaan bijna nooit na de leeftijd van 40 jaar.
De vlekjes ondergaan in de loop van de jaren veranderingen. Dat gebeurt zeer traag. Ze kunnen zeer wisselend zijn van uitzicht: qua vorm (kleine vlekjes, knobbeltjes), grootte (een paar mm tot gemiddeld 2 tot 6 mm), verspreiding over de huid, aantal (kinderen 2 tot 3, volwassenen 20 tot 30, soms honderden), kleur (huidkleurig, rozig, lichtbruin, donkerbruin tot bruin-zwart) en beharing (geen beharing of dikke, lange zwarte haren).
Moedervlekken zijn goedaardig. De randen zijn steeds goed afgelijnd. Wanneer een moedervlek op korte tijd duidelijk verandert, kan er sprake zijn van kwaadaardigheid. Let vooral op volgende kenmerken die hierop kunnen wijzen: snelle toename in grootte, donkere verkleuring, makkelijk bloedende letsels, ontstaan van zweren of kratertjes in de moedervlek, jeuk en pijn.

Hoe stelt je arts de aandoening vast?

Meestal stelt de arts de diagnose op zicht. Verandering van de huidletsels wordt beoordeeld door jaarlijks een foto van de huid te nemen, en de opnames te vergelijken. Bij twijfel wordt het letsel weggenomen en microscopisch onderzocht in het labo.

Wat kun je zelf doen?

Je kunt de moedervlekken zelf beoordelen door er regelmatig een foto van te nemen. Je kunt de afmetingen nauwkeurig meten en noteren. Heb je de indruk dat de moedervlek in korte tijd groter wordt, dan kun je eventueel met een pen de moedervlek aflijnen. Als dat het geval is, ga je best naar de dokter.

Wat kan je arts doen?

Moedervlekken zijn goedaardige letsels en hoeven in principe niet behandeld te worden, tenzij ze hinderlijk zijn of uit esthetische overwegingen (gelaat).
Zijn er bepaalde tekenen die wijzen op kwaadaardige veranderingen, dan is verder onderzoek nodig. Meestal wordt een stukje weefsel van het letsel weggenomen (biopsie) voor onderzoek in het labo. Zo kan men een juiste diagnose bekomen en nagaan hoe diep het letsel in de huid groeit.
Wanneer de arts beslist om een moedervlek weg te nemen, dan gebeurt dat door shaving of excisie. Bij shaving schraapt men de moedervlek met een mesje af tot die gelijk is met de huid. Deze methode is enkel bruikbaar voor oppervlakkige letsels. Moedervlekken die in de diepte groeien, worden door excisie weggenomen. Hierbij snijdt men de volledige huid en zo nodig ook de weefsels eronder weg. Er wordt steeds ook een beetje van de gezonde huid weggenomen rond de vlek. Zo is de arts zeker dat er geen letselrestjes blijven zitten, want die kunnen aanleiding geven tot het opnieuw uitgroeien van de moedervlek.

Bronnen

www.ebmpracticenet.be
www.huidkanker.be
www.huidziekten.nl
http://www.thuisarts.nl/moedervlekken

verschenen op 18/02/2016

Bieden vrouwen meer weerstand tegen griep?

foto bij artikel Bieden vrouwen meer weerstand tegen griep?

In het nieuws

Vrouwen zijn het erover eens: mannen stellen zich aan als ze ziek zijn. Nieuw onderzoek snelt mannen nu ter hulp en toont dat griep bij mannen effectief harder toeslaat dan bij vrouwen. Dit zou verband houden met de vrouwelijke geslachtshormonen.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Amerikaanse onderzoekers kweekten in een proefbuisje menselijke neusslijmvliescellen en stelden ze bloot aan het griepvirus. Wanneer ze er vrouwelijke geslachtshormonen aan toevoegden, bleek het virus minder goed te groeien in de slijmvliescellen van vrouwen dan in die van mannen (1). Het geslachtshormoon zou zich binden aan de receptoren die zich op de vrouwelijke neuscellen bevinden en als het ware een soort schild vormen tegen het virus. Omdat mannelijke cellen dergelijke receptoren niet hebben, zouden zij van dit beschermend effect niet genieten.

De auteurs besluiten dat vrouwelijke geslachtshormonen, die ook gebruikt worden als anticonceptivum of tijdens de menopauze, mogelijk ook nuttig kunnen zijn in de behandeling van griep.

Bron

(1) Peretz J et al. Estrogenic compounds reduce influenza A virus replication in primary human nasal epithelial cells derived from female, but not male, donors. Am J Physiol Lung Cell Mol Physiol. Doi:10.1152/ajplung.00398.2015

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Het onderzoek werd niet op mensen uitgevoerd, maar op cellen van het neusslijmvlies die men in proefbuisjes kweekte. Hieraan voegden de onderzoekers virussen en hormonen toe en ze keken hoe het virus zich vermenigvuldigde. Het virus groeide veel beter in de mannelijke dan in de vrouwelijke neusslijmvliescellen.

Het is duidelijk dat zo een experiment ver af staat van de werkelijkheid en dat de resultaten ervan zich niet zomaar laten vertalen naar patiënten. In het echte leven kunnen veel andere elementen een rol spelen in de ontwikkeling van een virus dat per toeval in de neus van een mens belandt. De natuurlijke afweer van de patiënt in kwestie, diens leeftijd, voedingstoestand, rookgewoonten en eventuele andere aandoeningen van de luchtwegen kunnen mee bepalen in welke mate het virus zich ontwikkelt. Het is niet uitgesloten dat ook het geslacht van de patiënt in dit alles meespeelt en dat de geslachtshormonen daar een rol in hebben. Het voorliggende onderzoek wijst in die richting, maar meer dan dat kan er niet uit besloten worden.

Conclusie

Dit onderzoek vormt mogelijk een kleine stap in de lange weg naar de ontdekking van een behandeling van griep. Het geeft aan mannen geen vrijgeleide om zich verder aanstellerig te gedragen wanneer ze een beetje ziekjes zijn. Evenmin wijst het erop dat anticonceptiva doeltreffend zijn ter behandeling van griep.

klokje bij datum van publicatie verschenen op 17/02/2016 | Cebam | geschreven door Hans Van Brabandt

Is winterdepressie een mythe?

foto bij artikel Is winterdepressie een mythe?

In het nieuws

Seizoenschommelingen hebben helemaal geen effect op depressieve gevoelens. De winterdepressie is een sterk overroepen fenomeen, zo stellen Amerikaanse onderzoekers na een uitgebreid telefoononderzoek.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Amerikaanse onderzoekers deden een telefonische bevraging bij 34.294 mensen met gemiddelde leeftijd 52 jaar en wonend in de VS (1). Ze wilden onderzoeken of het voorkomen van depressieve symptomen samenhangt met blootstelling aan zonlicht en/of seizoenen. Voor het beoordelen van depressieve symptomen beantwoordden de respondenten een korte, gevalideerde vragenlijst over depressiviteit.

Na analyse vonden de onderzoekers geen verband tussen blootstelling aan zonlicht of seizoen op het voorkomen van depressieve symptomen. Ze concluderen dat depressiviteit niet beïnvloed wordt door seizoenen.

Bron

(1) Traffanstedt MK, Mehta S, LoBello SG. Major Depression With Seasonal Variation – Is It a Valid Construct? Clinical Psychological Science. Published online January 19 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Deze studie heeft enkele belangrijke mankementen: het gaat om een telefoonenquête, wat minder betrouwbaar is. De respondenten moeten bereid zijn mee te werken en antwoordden ‘on the spot’. Het is twijfelachtig of mensen die echt depressief zijn wel zouden deelnemen aan dergelijke enquête.

Volgens de Britse Vereniging van psychiaters, het zogenaamde Royal College of Psychiatrists, bestaat seizoensgebonden depressiviteit wel degelijk en zou 3% van de bevolking er gevoelig voor zijn. Er worden ook remedies geformuleerd: wandelingen in de buitenlucht, lichaamsbeweging en lichttherapie.

Conclusie

Een Amerikaanse telefoonenquête bij meer dan 35.000 mensen vindt geen verband tussen depressiviteit enerzijds en weersomstandigheden anderzijds. Daaruit concluderen dat de winterdepressie een mythe is, is wel zeer kort door de bocht.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/01January/Pages/Seasonal-affective-disorder-may-be-a-myth-study-argues.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 25/01/2016 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst