Categorie archief: voeding

Verhogen wit brood, witte pasta en witte rijst het risico op longkanker?

foto bij artikel Verhogen wit brood, witte pasta en witte rijst het risico op longkanker?

In het nieuws

Koolhydraten, zoals die voorkomen in witte rijst, pasta en wit brood, zouden de kans op longkanker sterk vergroten. Dat blijkt uit het grootste onderzoek ooit naar dit onderwerp.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Amerikaanse onderzoekers wilden weten of er een verband bestaat tussen voedsel met een hoge glycemische index en longkanker, omdat een eerdere studie dergelijk verband al eens suggereerde. Voeding met een hoge glycemische index zijn die producten die zorgen voor een snelle stijging van het bloedsuikergehalte na een maaltijd: het gaat voornamelijk om koolhydraten uit geraffineerde producten, zoals wit brood, witte pasta en witte rijst. De onderzoekers recruteerden 1.905 mensen met longkanker die behandeld werden in het Universitair Ziekenhuis van Texas. Die vergeleken ze met een gezonde controlegroep, bestaande uit 2.413 mensen van dezelfde leeftijd, geslacht en achtergrond (1). Alle deelnemers werden gemeten en gewogen en vulden een uitgebreide vragenlijst in over hun leefstijlfactoren, met gedetailleerde aandacht voor rookgedrag en eetgewoonten. Uit die eetgewoonten werd berekend hoeveel koolhydraten ze gemiddeld opnamen en welke glycemische index hun voedsel had. Vervolgens werden de deelnemers in vijf categorieën ingedeeld, in functie van deze glycemische index. De onderzoekers stelden vast dat de vijfde categorie, met de hoogste consumptie van wit brood, witte rijst en pasta, 50% meer kans had om tot de groep longkankerpatiënten te behoren. Met andere woorden: ze vonden een verband tussen een voedsel met een hoge glycemische index en longkanker, maar enkel voor de veel-gebruikers (de vijfde categorie). Dit verband was wel veel zwakker dan het verband longkanker en roken: 85% van de longkankerpatiënten waren (ex-)rokers.

Bron

(1) Melkonian SC, Daniel CR, Ye Y, et al. Glycemic Index, Glycemic Load, and Lung Cancer Risk in Non-Hispanic Whites. Cancer Epidemiology, Biomarkers & Prevention. Published online March 4 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Roken is met stip de grootste risicofactor voor longkanker, daarover bestaat geen twijfel. Het ziet er evenwel naar uit dat voedingsgewoonten met veel wit brood, witte pasta en rijst dat risico extra verhogen, al laat deze studie niet toe dat met zekerheid te besluiten. Een mogelijke verklaring is dat voedsel met een hoge glycemische index zorgt voor snelle vrijzetting van insuline en insulineachtige groeifactoren. Het zijn deze laatste die ervan verdacht worden een rol te spelen bij longkanker.

Het is echter moeilijk om je precies te herinneren hoeveel ‘witte producten’ je de voorbije jaren gegeten hebt. De cijfers die op basis van de vragenlijsten berekend werden, zijn daardoor niet helemaal betrouwbaar. Eigenaardig is ook dat het verband enkel opduikt in de vijfde categorie, die het hoogst scoort voor de glycemische index, en niet in de tweede tot vierde categorie, waar je dan toch een zwakker verband zou kunnen verwachten. De onderzoekers zijn ook niet duidelijk in hoeverre ze rekening hielden met rookgedrag en andere factoren.

Conclusie

Onderzoekers vinden een verband tussen een hoge consumptie van producten met een hoge glycemische index, zoals wit brood, witte rijst en witte pasta, en longkanker. Verder onderzoek is nodig om dit verband te bevestigen. Zeker is dat roken veruit de belangrijkste risicofactor is voor longkanker.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/03March/Pages/Carbs-linked-to-lung-cancer-study-finds.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 09/03/2016 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Beschermt vroeg pinda’s en ei eten tegen allergie?

foto bij artikel Beschermt vroeg pinda’s en ei eten tegen allergie?

In het nieuws

Er heerst nogal wat verwarring over de leeftijd waarop voeding die een allergische reactie kan uitlokken, mag gegeven worden aan zuigelingen. Wachten we best zo lang mogelijk of kunnen we niet vroeg genoeg beginnen?

Waar komt dit nieuws vandaan?

Eerder onderzoek toonde reeds aan dat wanneer kinderen op jonge leeftijd kleine hoeveelheden pinda’s eten, ze minder kans hebben om een pinda-allergie te krijgen. In een nieuwe studie (EAT-study) uitgevoerd in Engeland bij 1300 zuigelingen gingen onderzoekers na of vroeg starten met voeding die een allergische reactie kan uitlokken, het ontstaan van een allergie ook helemaal kan voorkomen. De zuigelingen die deelnamen aan het onderzoek behoorden niet tot een hoog-risicogroep voor het krijgen van allergie. Ze werden willekeurig ingedeeld in twee groepen. De ene groep kreeg de eerste 6 maanden uitsluitend borstvoeding, terwijl de andere groep vanaf 4 maanden ook allergene voedingsmiddelen kreeg: pinda’s, ei, melk, sesam, vis en tarwe werden voor de leeftijd van 6 maanden geïntroduceerd. Alles gebeurde onder strikte medische controle. Op de leeftijd van 1 en 3 jaar werd gekeken hoeveel kinderen een allergie ontwikkeld hadden. In de groep die uitsluitend borstvoeding kreeg, ontwikkelde 7,1% van de kinderen een voedselallergie. In de groep die ook allergeen voedsel had gekregen vanaf 4 maanden iets minder: 5,6%. Dit verschil stelt niet veel voor. Bij verdere analyse bleek echter dat niet alle zuigelingen in de ‘vroege’ groep evenveel allergene voedingsmiddelen gekregen hadden. De ouders vonden het blijkbaar niet altijd gemakkelijk om de voorziene porties te geven. Indien de dosis van pinda’s en kippe-ei wel voldoende hoog was, had dit een groter effect. In de groep zuigelingen die 2 gram pinda-eiwit of 1 eetlepel pindakaas per week aten, ontwikkelde niemand een pinda-allergie tegenover 2,5% in de groep die uitsluitend borstvoeding kreeg. De frequentie van kippenei-allergie bedroeg 1,4% bij zuigelingen die 2 gram kippenei-eiwit per week aten (of ½ ei) tegenover 5,5% in de borstvoedingsgroep. Het vroeg introduceren van de andere allergenen had weinig effect.

Bron

(1)Perkin Michael R., e.a. (2016). Enquiring About Tolerance (EAT) study: Feasibility of an early allergenic food introduction regimen. J Allergy Clin Immunol, article in press

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

De resultaten van deze goed opgezette studie bevestigen de hypothese dat vroeg starten met allergene voedingsmiddelen een manier is om het risico op voedselallergie te verminderen. Ook eerdere studies hebben dit aangetoond. Of het vroeg introduceren van allergene voedingsmiddelen voedselallergie helemaal kan voorkomen, is daarentegen minder duidelijk. Volgens de onderzoekers is het effect dosisafhankelijk en enkel van toepassing op pinda en kippe-ei. De resultaten zijn bovendien enkel van toepassing voor kinderen die uitsluitend borstvoeding krijgen tot de leeftijd van 6 maanden. Over het effect bij kinderen die flesvoeding krijgen, kan deze studie geen uitspraken doen.

Conclusie

Het introduceren van allergene voedingsmiddelen tussen 4 en 6 maand bij zuigelingen die borstvoeding krijgen, vermindert het risico op het ontwikkelen van voedselallergie op latere leeftijd. Voor 6 maanden starten met pinda en kippe-ei kan allergieën tegen deze producten misschien voorkomen, afhankelijk van de hoeveelheid die gegeven wordt.

Referenties

http://www.gezondheidenwetenschap.be/gezondheidsnieuws-onder-de-loep/is-pinda-allergie-te-voorkomen-met-pinda-s

Perkin Michael R., Kirsty Logan, Anna Tseng, Bunmi Raji, Salma Ayis, e.a. (2016). Randomized Trial of Introduction of Allergenic Foods in Breast-Fed Infants. The New England journal of Medicine. DOI: 10.1056/NEJMoa1514210

klokje bij datum van publicatie verschenen op 10/03/2016 | Cebam | geschreven door Nina Van Den Broecke, lector Voedings- en Dieetkunde

Word je slimmer van chocolade?

foto bij artikel Word je slimmer van chocolade?

In het nieuws

Goed nieuws voor alle ‘chocoholics’: af en toe een reep chocolade, een chocolademuffin of – waarom ook niet – een chocoladetaart eten kan geen kwaad. Volgens Amerikaanse onderzoekers zouden we er zelfs slimmer van worden.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Amerikaanse onderzoekers bogen zich over antwoordformulieren van 1.000 mensen die deelnamen aan een langdurige studie over de impact van risicofactoren voor hart- en vaatziekten op het functioneren van het brein (1). De groep deelnemers die voor deze studie apart genomen werden, hadden uitgebreide vragenlijsten over eetgewoonten ingevuld en meegedaan aan allerhande cognitieve testjes (diverse geheugentestjes, concentratietest, enz.) tussen 2001 en 2006. De onderzoekers vergeleken de resultaten van deze cognitieve tests met de consumptie van chocolade afgeleid uit de vragenlijsten. Daarbij maakten ze geen onderscheid tussen soort chocolade (zwart, melk, wit,…) of de hoeveelheid die gegeten werd, maar keken ze enkel naar hoe vaak mensen chocolade aten: minstens één keer per week, zelden of nooit. Van de 1.000 deelnemers hadden er 333 in het verleden een intelligentietest ondergaan en die resultaten namen de onderzoekers ook mee. Ze kwamen tot de conclusie dat mensen die minstens één keer per week chocolade eten, iets beter scoorden op de cognitieve testjes dan mensen die zelden of nooit chocolade eten. Ze vonden geen verband tussen de score van de IQ-test en het eten van chocolade.

De onderzoekers concludeerden dat regelmatig chocolade eten misschien een gunstige impact heeft op het functioneren van het brein, wat ze wijten aan de cacaoflavanolen, antioxidanten die typisch voorkomen in chocolade.

Bron

(1) Crichton GE, Elias MF, Alkerwi A. Chocolate intake is associated with better cognitive function: The Maine-Syracuse Longitudinal Study. Appetite. Published online February 10 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Studies die een gunstig effect suggereren van chocolade doen het altijd goed in de media, vaak erg ongenuanceerd. In werkelijkheid heeft dit onderzoek weinig om het lijf: wat voor chocolade zou je moeten eten? Zwart of melkchocolade? En vooral, hoeveel moet je ervan eten? De studie kan helemaal niet aantonen dat de betere scores op de cognitieve tests het gevolg zijn van de chocoladeconsumptie. Hoeveel beter deze scores waren, is evenmin duidelijk. Er kunnen nog tal van andere verklaringen voor bestaan. Het zou bijvoorbeeld kunnen dat in deze studiegroep de mensen die sowieso beter zouden scoren op hersentests toevallig een grotere voorliefde hadden voor chocolade. Het is niet uitgesloten dat flavanolen in chocolade gunstige effecten hebben op het brein, zoals gesuggereerd wordt, maar over het mogelijk mechanisme bestaat grote onduidelijkheid. Het enige dat we zeker weten over chocolade is dat het veel suikers en vetten bevat en een echte caloriebom is.

Conclusie

Studies die gunstige effecten van chocolade suggereren, doen het altijd goed in de media. Dit onderzoek suggereert een verband tussen minstens één keer per week chocolade eten en betere scores op bepaalde cognitieve tests, maar kan dit helemaal niet bewijzen.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/03March/Pages/can-chocolate-make-you-smarter.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 11/03/2016 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Wordt olijfolie kankerverwekkend door verhitting?

foto bij artikel Wordt olijfolie kankerverwekkend door verhitting?

Door u gekozen

Olijfolie behoort wereldwijd tot een van de meest gebruikte bereidingsvetten. Regelmatig krijgen we de vraag of olijfolie wel kan gebruikt worden voor warme bereidingen en deze niet kankerverwekkend wordt door verhitting.

Wat is hierover geweten?

Olijfolie wordt gewonnen uit het vruchtvlees en de pitten van olijven. Afhankelijk van de gebruikte methode kan een onderscheid gemaakt worden tussen extra vierge, vierge en gewone, geraffineerde olijfolie. Extra vierge olie wordt beschouwd als de meest superieure olie met de beste smaak en de hoogste voedingswaarde. Ze is rijk aan bioactieve stoffen waaronder antioxidanten (1).

Vanaf het moment dat olie, ongeacht de herkomst, verhit wordt, gaat de kwaliteit achteruit. De snelheid waarmee dit gebeurt, is afhankelijk van de samenstelling van de olie, de duur van verhitting en de temperatuur. Wat betreft de samenstelling is vooral het gehalte aan onverzadigde vetten en de zuiverheid van de olie bepalend. Olijfolie is rijk aan enkelvoudig onverzadigde vetten die beter bestand zijn tegen verhitting dan oliesoorten rijk aan meervoudig onverzadigde vetzuren. Zowel extra vierge, vierge als geraffineerde olijfolie zijn hittestabiel. De geraffineerde olijfolie bevat minder onzuiverheden dan (extra) vierge olijfolie, maar uit onderzoek is gebleken dat de antioxidanten aanwezig in de (extra) vierge olijfolie de vetten net beschermen tegen afbraak. Ook de vorming van acroleïne, een kankerverwekkende stof, is kleiner dankzij de aanwezige vetzuren en de bioactieve stoffen. Helaas worden deze bioactieve stoffen in snel tempo afgebroken bij verhitting (1,2).

Wanneer olijfolie echter te lang en te sterk verhit wordt, ontstaan er tal van afbraakproducten waaronder PAK’s (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). Een aantal van deze PAK’s zijn kankerverwekkend. Onderzoek heeft aangetoond dat wanneer olijfolie gedurende lange tijd hoger dan 200°C verhit wordt, er inderdaad PAK’s gevormd worden (3). Op zich is dit niet verwonderlijk, gezien de rooktemperatuur van olijfolie tussen de 185°C (voor (extra) vierge olijfolie) en 205°C (voor geraffineerde olijfolie) ligt. De rooktemperatuur is de temperatuur waarbij er schadelijke afbraakproducten gevormd worden (4).

Daarnaast kunnen PAK’s via lucht- en waterverontreiniging en tijdens de productie in olijfolie terecht komen. Om de consument te beschermen zijn er wettelijke maximale gehaltes die niet mogen overschreden worden. In België is het FAVV verantwoordelijk voor de controle. Uit onderzoek uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie blijkt dat het gehalte van PAK’s in (extra)vierge olijfolie iets hoger ligt dan in geraffineerde olijfolie, maar dat de wettelijke limieten zelden overschreden worden en dat vooral de niet-kankerverwekkende PAK’s aangetroffen worden. De waarden liggen ook in dezelfde grootorde als van andere oliesoorten (5). Dit wordt bevestigd in het activiteitenverslag van het FAVV waaruit blijkt dat geen enkel product uit de groep ‘zaden, plantaardige oliën en oliehoudende zaden’ de wettelijke limiet overschrijdt (6).

Hoe kunnen we dit interpreteren?

Olijfolie, in al zijn vormen, kan gebruikt worden voor warme bereidingen in de keuken. Belangrijk hierbij is om, zoals bij elke olie, de olijfolie niet te sterk te verhitten en de bereidingstijd zo kort mogelijk te houden.

Omdat bij frituren olie herhaaldelijk en langdurig op 175–180°C wordt verwarmd, wordt hierbij de voorkeur gegeven aan geraffineerde olijfolie, die een hoger rookpunt heeft dan extra vierge olijfolie. Wil je optimaal genieten van de smaak en de aanwezige bioactieve stoffen, dan kan je extra vierge olijfolie best koud gebruiken of pas op het einde toevoegen aan warme bereidingen.

Conclusie

Olijfolie behoort tot de meest hittestabiele oliesoorten. Bij correct gebruik van olijfolie is er geen enkele reden om aan te nemen dat deze kankerverwekkend wordt.

Referenties
  1. Santos, C., Cruz, R., Cunha, S. & Casal, S. (2013). Effect of cooking on olive oil quality attributes. Food research International, 54, 2016 – 2024
  2. Kalantzakis, G., Blekas, G., Pegklidou, K. & Boskou D. (2006). Stability and radical-scavenging activity of heated olive oil and other vegetable oils. European journal of lipid science and technologie, 108, 329 – 335
  3. Hao, X., Li, J. & Yao, Z. (2016). Changes in PAHs levels in edible oils during deep-frying process. Food Control, 66, 233 – 240
  4. http://www.oliveoilsource.com/page/heating-olive-oil
  5. Zuzana Zelinkova & Thomas Wenzl (2015) The Occurrence of 16 EPA PAHs in Food – A Review, Polycyclic Aromatic Compounds, 35:2-4, 248-284, DOI:10.1080/10406638.2014.918550
  6. http://www.favv.be/activiteitenverslag/2014/monsternemingenanalyses/pak/
klokje bij datum van publicatie verschenen op 17/03/2016 | Cebam | geschreven door Nina Van Den Broecke, lector Voedings- en Dieetkunde

Kan een extreem dieet diabetes genezen?

foto bij artikel Kan een extreem dieet diabetes genezen?

In het nieuws

Een extreem dieet van acht weken kan ervoor zorgen dat mensen die nog maar net de diagnose diabetes type 2 hebben van de ziekte af kunnen komen. Dat blijkt uit een nieuwe studie.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Onderzoekers van de Schotse universiteit van Glasgow zetten 30 mensen met diabetes type 2 op een streng laag calorisch dieet van maximum 700 calorieën per dag (1). Het ging om een groep sterk gemotiveerde vrijwilligers met overgewicht die bereid waren om gedurende 8 weken te leven op dieetshakes (geprepareerde drankjes die een maaltijd vervangen) en wat groenten. De onderzoekers wilden weten of hun diabetes kan verdwijnen mits voldoende gewichtsverlies. Na 8 weken streng diëten volgden ze gedurende 6 maanden een minder streng, gezond dieet. Ze werden geregeld gewogen en onderzocht. De onderzoekers gingen na hoe de insulineconcentratie, het bloedsuikergehalte en hoeveelheid vet in de lever en het pancreas evolueerden. Het gewicht van de deelnemers verminderde van gemiddeld 98 kg bij aanvang van de studie naar 84,7 kg op het einde. Van de 30 deelnemers evolueerden er 12 naar een normale glucose- en insulineconcentratie: zij hadden dus geen diabetes meer. Diegenen die wel nog diabetes hadden op het einde van het onderzoek waren niet minder gewicht kwijt, maar ze waren wel wat ouder (gemiddeld 60 jaar in vergelijking met 52 jaar bij de genezen deelnemers) en kampten al langer met diabetes (gemiddeld 9,8 jaar in vergelijking met 3,8 jaar in de genezen groep). Het vetgehalte in de lever en het pancreas was bij alle deelnemers sterk verminderd.

De onderzoekers besloten dat een streng dieet mensen kan genezen van diabetes type 2, wanneer ze de ziekte nog niet te lang hebben. De genezen groep was na zes maanden nog steeds diabetesvrij.

Bron

(1) Steven S, Hollingsworth KG, Ar-Mrabeh A, et al. Very-Low-Calorie Diet and 6 Months of Weight Stability in Type 2 Diabetes: Pathophysiologic Changes in Responders and Nonresponders. Diabetes Care. Published online March 21 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Mensen met overgewicht en diabetes type 2 die streven naar een gezond gewicht, zouden kunnen genezen van hun diabetes. Vraag is wie zo’n streng dieet lang kan volhouden: 700 calorieën betekent een derde van de normale dagelijkse caloriebehoefte voor vrouwen en een vierde van de normale behoefte voor mannen. Stel dat dit lukt en mensen vermageren fors, dan moeten ze hun nieuwe gewicht ook blijven volhouden door over te schakelen naar een permanent gezond dieet.

Helaas waren niet alle deelnemers aan deze studie ondanks hun zware inspanning genezen, terwijl ze toch ongeveer evenveel gewicht verloren. De onderzoekers vermoeden dat de hoeveelheid vet in het pancreas, het orgaan dat insuline produceert, een rol speelt in het al dan niet verschijnen van diabetes en dat die vetdrempel voor iedereen verschillend is. Iets wat verder onderzocht moet worden.

Conclusie

Diabetes type 2 wordt vaak geassocieerd met overgewicht en het is bekend dat vermageren een gunstig effect heeft op de ontregelde suikerhuishouding. Deze studie suggereert dat je zelfs helemaal kan genezen wanneer je drastisch vermagert door een crashdieet, gevolgd door gezonde voedingsgewoonten zonder excessen. Wie dat wil proberen, bespreekt dit best eerst met zijn huisarts.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/03March/Pages/Could-a-very-low-calorie-diet-cure-type-2-diabetes.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 23/03/2016 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst

Maakt eenzaamheid dik?

foto bij artikel Maakt eenzaamheid dik?

In het nieuws

Een uitgebreid sociaal netwerk en goede relaties hebben niet alleen een positieve invloed op je psychosociaal welbevinden maar ook op je gewicht. Eenzaamheid verhoogt je buikomtrek en maakt je dik, zo lezen we vandaag in diverse kranten.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Het is een van de conclusies van een recente studie uitgevoerd aan de universiteiten van North Carolina en Beijing (1). In deze studie werd op basis van de gegevens van 4 grootschalige vervolgonderzoeken nagegaan in welke mate het sociaal netwerk en de kwaliteit ervan een invloed heeft op je fysiek welzijn. Door middel van vragenlijsten werd navraag gedaan naar de grootte van het sociale netwerk en de mate van sociale steun en druk die de proefpersonen ervaarden. Als biomerkers voor het fysiek welzijn werd gebruik gemaakt van de heupomtrek, body mass index (BMI), bloeddruk en bepaalde parameters in het bloed. Doordat de leeftijd van de proefpersonen varieerde van 12 tot 85 jaar kon per leeftijdscategorie het effect bepaald worden.

De onderzoekers besluiten dat er tijdens de adolescentie en op oudere leeftijd een statistisch significant verband is tussen de mate van sociale integratie en obesitas: hoe kleiner het sociale netwerk, hoe groter de kans op gewichtsproblemen. Voor de middelste groep (volwassenen tussen adolescentie en ouderen) kon geen duidelijk verband tussen beide aangetoond worden. Druk bleek wel een impact te hebben op de heupomtrek en BMI van alle volwassenen: hoe meer druk, hoe groter het risico op gewichtsproblemen.

Bron

(1)Yang, C. (201). Social relationships and physiological determinants of longevity across the human life span. http://www.pnas.org/cgi/doi/10.1073/pnas.1511085112

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Deze studie is gebaseerd op gegevens die in 4 grootschalige onderzoeken werden verzameld. Hiervoor werden per onderzoek tussen de 863 en 7889 proefpersonen gedurende verschillende jaren gevolgd. De leeftijd varieerde van 12 tot 85 jaar. Door het behoorlijk groot aantal proefpersonen per onderzoek en de gegevens van de verschillende onderzoeken tesamen statistisch te analyseren, vergroot de sterkte van een verband. Meer dan een verband kan met dit type onderzoek echter niet aangetoond worden.

De onderzoekers stellen dat hun studie suggereert dat een zwak sociaal netwerk de oorzaak is van obesitas maar dit kan niet bewezen worden. Het zou evengoed kunnen dat het obees zijn een negatief effect heeft op het sociaal netwerk. Dit is wat Ali e.a. (2) onderzochten. Op basis van een analyse van de gegevens van één van de vier gebruikte onderzoeken (Add Health bij adolescenten) komen zij tot de conclusie dat obesitas bij adolescenten een negatief effect heeft op hun sociaal netwerk.

Conclusie

Er is een verband tussen de grootte en de kwaliteit van het sociaal netwerk en obesitas: hoe minder sociale steun, hoe groter de kans op gewichtsproblemen. Of het één een rechtstreeks gevolg is van het ander, kon dit onderzoek niet aantonen.

Referenties

(2)Ali, M. e.a. (2012).The influence of body weight on social network ties among adolescents. Economics & Human Biology, vol. 10, 1, pag. 20–34

klokje bij datum van publicatie verschenen op 07/01/2016 | Cebam | geschreven door Nina Van Den Broecke, lector Voedings- en Dieetkunde

Kan elke hoeveelheid alcohol kanker veroorzaken?

foto bij artikel Kan elke hoeveelheid alcohol kanker veroorzaken?

In het nieuws

Het Verenigd Koninkrijk heeft nieuwe richtlijnen voor aanvaardbaar alcoholgebruik uitgevaardigd. De oude maximumhoeveelheden alcohol per week werden gewoon gehalveerd. In plaats van de 28 eenheden raadt de overheid er nu maximum 14 per week aan. Zowel voor mannen als vrouwen.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Na Nederland past nu ook Groot-Brittannië haar richtlijn voor alcoholconsumptie aan. De Britse richtlijn wijzigde haar alcoholrichtlijn in drie domeinen: hoeveelheid, hoeveelheid per keer en drinken in de zwangerschap (1). Op basis van recent wetenschappelijk onderzoek wordt nu gesteld dat 14 standaardglazen per dag (bier, wijn of sterke drank) zowel voor mannen als voor vrouwen de maximum limiet is (14 glazen komt ongeveer overeen met 2 flessen wijn). Wie 14 glazen per week drinkt, spreidt die best over 3 of meer dagen. Regelmatige drinkers wordt geadviseerd om enkele dagen per week helemaal geen alcohol te drinken. Wie zwanger is of wenst te worden, zou beter helemaal geen alcohol consumeren. Dat alcohol (vb rode wijn) een gunstige effect zou hebben op het hart, wordt niet langer aanvaard.

Een hogere alcoholconsumptie wordt in verband gebracht met een hele reeks kankers (onder andere van mond, keel, lever en borst), ook bij regelmatige drinkers. Hoe meer men drinkt, hoe groter het risico. Ook de gunstige effecten voor het hart werden door recent onderzoek onderuitgehaald. Ze zouden enkel nog gelden voor vrouwen ouder dan 55 jaar.

Bron

(1) Department of Health. UK Chief Medical Officers’ Alcohol Guidelines Review – Summary of the proposed new guidelines (PDF, 558kb). January 2016

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

De gunstige effecten van matige alcoholconsumptie staan op de helling. De studies waarop deze stellingen gebaseerd werden, zijn recent herbekeken en te zwak bevonden. Daartegenover is er veel meer evidentie voor de nadelen van alcoholconsumptie. Het risico op kanker blijft laag bij matige consumptie en neemt toe naarmate men regelmatig veel drinkt. De enige groep die baat zou hebben bij matige consumptie zijn vrouwen ouder dan 55 jaar. Voor je hart moet je dus zeker geen alcohol meer drinken. Wie iets wil doen voor het hart, moet geen rode wijn drinken , maar kan beter regelmatig bewegen, zo stellen de Britten.

Zwangere vrouwen die een glas gedronken hebben, moeten niet in paniek schieten, maar kunnen de alcohol voortaan best achterwege laten.

Volgens de Britse overheid bestaat er niet langer een veilige grens voor alcoholconsumptie, enkel een hoeveelheid (14 glazen per week) met een laag risico.

Conclusie

Groot-Brittannië verandert haar aanbevelingen omtrent alcoholconsumptie drastisch. Zowel mannen als vrouwen wordt geadviseerd niet meer dan 14 glazen per week te drinken. En minstens enkele dagen per week helemaal geen alcohol te consumeren. Er is geen veilige hoeveelheid alcoholconsumptie, enkel een hoeveelheid met laag risico, zo besluit de Britse overheid op basis van recente wetenschappelijke bevindingen.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2016/01January/Pages/New-alcohol-advice-issued.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 11/01/2016 | Cebam | bewerkt door Marleen Finoulst