10 vragen over depressie

De Kerst en Nieuwjaarsperiode is bij theorie een periode vol pret, plezier en geluk. Jammer genoeg geldt dit niet voor iedereen. Bij deze 10 vragen over depressie. Heb je vragen of twijfels?, vraag raad en advies bij je huisarts of apotheker, zij helpen U graag verder.

Kan iedereen aan depressie lijden?

Depressie is één van de meest voorkomende aandoeningen. Volgens de meeste internationale studies ligt de kans op het doormaken van een depressie tijdens een gans mensenleven op 10 à 17 %. Wanneer men deze gegevens extrapoleert, kan men aannemen dat 1.000.000 tot 1.700.000 Belgen tijdens hun leven een depressie zullen doormaken.
Niemand kan er zeker van zijn tegen depressie bestand te zijn. Zelfs al treft zij vooral vrouwen (twee vrouwen voor één man) en jonge volwassenen (25 à 35 jaar), toch kan depressie voorkomen in alle lagen van de bevolking en op eender welke leeftijd. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zal depressie in het jaar 2020 de ziekte zijn die het meest voorkomt in de geïndustrialiseerde wereld.

Is depressie gemakkelijk herkenbaar?

Neen, al te dikwijls wordt een depressie niet herkend door degene die er aan lijdt en nog minder door zijn omgeving. Een belangrijke Europese studie, DEPRESS, met betrekking tot 78.000 patiënten, uitgevoerd in tien Europese landen, toont aan dat 40% van de personen bij wie door onderzoekers met zekerheid de diagnose “depressieve stoornis” kon worden vastgesteld, nooit een geneesheer of een psychiater voor een depressieve klacht hadden geraadpleegd, omdat die noch door henzelf noch door de directe omgeving als dusdanig werd herkend.
Een van de hoofdredenen waarom depressie niet herkend wordt is dat men doorgaans meent, dat een depressieve patiënt er bedroefd moet bijlopen, moet wenen, zelfmoordneigingen moet vertonen, of nog ten prooi moet zijn aan totale ontmoediging. De klinische toestand beantwoordt evenwel vaak niet aan een dergelijk beeld. Dikwijls gaat een depressie alleen maar gepaard met klachten zoals slaapstoornissen, concentratie- , geheugen- en aandachtsproblemen, ochtendmoeheid, psychomotorische remming, eetlust- en gewichtsstoornissen…
Men dient wel te beseffen dat niet alle depressies veroorzaakt worden door een rouwproces of een catastrofale gebeurtenis (zoals het verlies van een job of een echtscheiding). Integendeel, depressies zijn vaak het gevolg van een opeenstapeling van stress, van affectieve, professionele of gezondheidsproblemen welke het individu kwetsbaar maken en hem geleidelijk naar de psychische ineenstorting drijven. Depressies kunnen zich ook manifesteren zonder enige uitlokkende factor.

Is depressie een uiting van tekort aan wilskracht?

Neen, een echte depressie heeft niets te maken met een tekort aan wilskracht.
Het spreekt voor zichzelf dat wij het hier hebben over de echte depressie, en niet over kortstondige gemoedsschommelingen en neerslachtige episodes zoals wij die allen wel eens ervaren, waarbij voorbijgaande momenten van ontmoediging, van “afhaken” of zelfs van crisis, ons gaan overmannen. Zulke momenten zijn slechts van korte duur en zullen ons zelden verhinderen opnieuw te starten.
Opdat er werkelijk sprake zou zijn van depressie, moeten deze symptomen gedurende een periode van minstens 14 dagen aanhouden en moet er een uitgesproken vermindering van het functioneren optreden. Deze symptomen betreffen niet alleen de gemoedstoestand (droefheid, ontmoediging, gebrek aan interesse of genot voor de dagelijkse activiteiten, schuldgevoelens, zelfmoordgedachten), maar evenzeer de biologische sfeer (slaapstoornissen, ochtendmoeheid, eetlustverlies, stoornissen van de aandacht, van het geheugen en van de concentratie, gewichtsverlies of -toename, psychomotorische remming).
Alle wetenschappelijke onderzoeken wijzen erop dat depressie wel degelijk een ziekte is die het functioneren van het individu ernstig verstoort. Het is geen verlies aan wilskracht als gevolg van een of andere gebeurtenis in het leven. Zij vereist dan ook meestal een behandeling, wil men er terug bovenop geraken.

Wanneer zal men zulke problemen bij de huisarts ter sprake brengen?

Zodra men het moeilijk heeft om bepaalde problemen het hoofd te bieden, zou men zijn huisarts moeten raadplegen. Zwaarmoedigheid, wenen zonder echte reden, een gevoel van moedeloosheld, doodsgedachten, maar ook klachten als slaapstoornissen met vroegtijdig ontwaken zonder opnieuw te kunnen inslapen, verlies of toename van het gewicht zonder dat hiervoor een duidelijk aanwijsbare reden bestaat, geheugenfalen, stoornissen van de aandacht of de concentratie, niet verklaarde ochtendmoeheid, gebrek aan energie of tonus, vertraging van de gedachtengang… zijn allemaal zaken die met de arts moeten worden besproken. Dergelijke klachten moeten het beeld van depressie oproepen en mogen vooral niet geïsoleerd benaderd worden. De huisarts zal ze onderling weten aaneen te rijgen om aldus de diagnose van depressie te stellen en een passende behandeling aan te vatten.
Men mag zeker niet wachten tot de kwaal vaste voet gekregen heeft om erover te praten. Een vroegtijdige behandeling is uiterst belangrijk.
Het afzonderlijk behandelen van deze symptomen is vaak ondoeltreffend op langere termijn. Vitaminen, oligo-elementen, tranquilizers en slaapmiddelen pakken wel de afzonderlijke symptomen aan, maar laten de werkelijke oorzakelijke aandoening, met name de depressie, onaangeroerd.

Moet men kiezen tussen psychotherapie en antidepressiva?

Neen, meestal zullen beide behandelingen samen moeten gebeuren.
In de overgrote meerderheid van de gevallen zal een medicamenteuse behandeling noodzakelijk zijn. Deze behandeling zal evenwel slechts afdoende zijn na drie tot zes weken. Depressie behandelen mag dus niet beperkt blijven tot alléén het voorschrijven van een antidepressivum, een behoorlijke psychologische begeleiding en een goede arts-patiënt relatie zijn even onmisbaar.
Men zal aan de patiënt en aan zijn familie uitleggen wat een depressie in feite is, en wat de doelstelling van de behandeling is. Even belangrijk is het bij de psychotherapeutische aanpak na te gaan welke de psychologische en existentiële factoren zijn die de depressie hebben uitgelokt en welke er de psychologische en concrete weerslag van kan zijn, zowel voor het leven van de patiënt als voor dat van zijn naastbestaanden.

Zijn de antidepressiva drugs?

In geen geval kunnen antidepressiva als drugs worden beschouwd, ook al worden zij vaak als dusdanig bestempeld. In tegenstelling tot de benzodiazepines (tranquillizers en slaapmiddelen) stelt men bij de meeste antidepressiva geen enkel fenomeen van fysieke afhankelijkheid vast, ofschoon soms ontwenningsverschijnselen kunnen voorkomen en antidepressiva progressief moeten worden afgebouwd.
Antidepressiva veroorzaken geen wijziging van de persoonlijkheid en lokken normaal geen agressiviteit of geweld uit. Toch gaat het hier niet om onschuldige geneesmiddelen : zij vereisen een regelmatige medische follow-up. Deze opvolging kan best gebeuren via de huisarts of de psychiater.

Mag men de behandeling onderbreken zodra een symptomatische verbetering bereikt wordt?

Zeker niet ! De werking van een antidepressieve behandeling is niet onmiddellijk merkbaar van zodra de behandeling is opgestart. Soms zullen de eerste waargenomen tekenen zelfs met nevenwerkingen te maken hebben zoals : misselijkheid, hoofdpijn, zenuwachtigheid. Die bijwerkingen zijn meestal van voorbijgaande aard en zullen meestal na een tiental dagen spontaan verdwijnen.
De eerste positieve effecten van de behandeling zullen pas na ongeveer drie wekenmerkbaar zijn. In sommige gevallen, voornamelijk bij oudere patiënten, zal zelfs een behandeling van een zestal weken nodig zijn vooraleer een therapeutisch effect merkbaar wordt.
Men mag de behandeling zeker niet stoppen zodra er klinische beterschap optreedt. Alle internationale onderzoeken wijzen erop, dat meer dan vijf à zes maanden behandeling noodzakelijk zijn opdat de biologische stoornissen zouden herstellen. Om deze reden geven de meeste internationale richtlijnen aan de antidepressieve behandeling verder te zetten gedurende ten minste zes maanden na de klinische remissie, dit is tot na de terugkeer naar een normaal functioneren.
Wanneer patiënten lijden aan een depressie die gekenmerkt wordt door frequente recidieven, wordt vaak een voortdurende antidepressieve behandeling van twee jaren aangeraden. Het doel van de behandeling is dan het risico op herval te voorkomen .
Het is trouwens niet uitgesloten dat sommige patiënten levenslang een anti-depressieve medicatie dienen te nemen.

Moet men zich schamen om naar een psychiater te gaan?

In bepaalde omstandigheden zal uw huisarts u naar een psychiater verwijzen. Dit mag geenszins beschouwd worden als een weigering van zijnentwege om in te gaan op uw probleem, maar veeleer als de bekommernis om een zo professioneel mogelijk advies in te winnen om uw depressie op de beste manier op te vangen.
De psychiater is door zijn vorming optimaal in staat om zowel een psychofarmacologische behandeling, met name antidepressiva, voor te schrijven, als een afdoende psychotherapeutische ondersteuning te bieden voor uw problematiek. In bepaalde omstandigheden zal hij beroep doen op een psychotherapeut om dit laatste luik adequaat op te vangen.
Een psychiater raadplegen betekent dus niet dat men ‘geestesgestoord’ is of dat men automatisch in een psychiatrische instelling terecht komt. Slechts wanneer er zich een ernstig psychisch of lichamelijk probleem voordoet of wanneer blijkt dat de familie niet bij machte is om de patiënt adequaat op te vangen, zal men overgaan tot een opname in een psychiatrisch ziekenhuis of een psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis. Hoe dan ook, tot een dergelijke hospitalisatie zal slechts beslist worden na grondige motivering en meestal na instemming van de patiënt zelf.

Moet men een depressie-probleem alléén aanpakken of met behulp van een huisarts en/of een psychiater?

De weerslag van depressie op de familiale omgeving is dikwijls ernstig. Vaak begrijpen partner en/of kinderen niet wat er aan de hand is. Waarom die onverschilligheid ? Waarom blijft hij/zij in bed liggen, en is hij/zij zo verschrikkelijk moe ? Waarom vertoont hij/zij geen interesse meer voor de dagelijkse activiteiten of voor vrije tijd ? Waarom is hij/zij het allemaal “beu” en lijkt hij/zij zo mistroostig ?
Het kan zo ver gaan, dat de omgeving zich schuldig gaat voelen en zich verwijten gaat maken, of zich verantwoordelijk gaat voelen voor het gedrag van de gedeprimeerde.
Het is dan ook erg belangrijk dat de partner en zelfs de kinderen samen met de depressieve patiënt de arts raadplegen, dat zij gaan inzien dat de patiënt wel degelijk een depressie vertoont, en dat het hier gaat om een ziekte en niet om gebrek aan genegenheid of een echtelijke crisis of familiale spanningen.
Meer nog, tijdens de moeilijke fase van het opstarten van de behandeling van de depressie is de morele steun van familie en onmiddellijke omgeving van essentieel belang. Het is van groot belang voor het nauwkeurig opvolgen van de voorgeschreven antidepressieve medicatie om de levenspartner en de onmiddellijke omgeving erbij te betrekken.

Moet de depressieve patient wakker geschud worden?

Dit is totaal overbodig. Indien het essentieel is dat de omgeving en de partner bij de behandeling betrokken worden, dan is het even belangrijk te beseffen dat het hier gaat om een ziekte die behandeld moet worden en niet om een gebrek aan moed en energie of om een bewuste keuze van betrokkene om zich “te laten gaan”. Het is dan ook totaal overbodig om te proberen hem/haar “wakker te schudden”, te dreigen hem door elkaar te schudden onder het voorwendsel dat hij/zij zich bewust zou “laten gaan” en de moed zou laten zakken, men vermijde hem/haar te verwijten onvoldoende energie aan de dag te leggen, en doelbewust niet meer te willen werken of plezier te hebben als voorheen. Dergelijke houdingen zouden de depressieve patiënt alleen nog maar meer in ontreddering storten en het reeds bestaande gevoel niet begrepen te worden nog doen toenemen.
In de beginfase van de behandeling moet men van een intense aanwezigheid blijk geven, de patiënt ondersteunen, hem/haar helpen, ermee praten voor zover hij/zij dit schijnt te verlangen, hem/haar voorstellen de groep of de familiekring te vervoegen bij ontspanningsactiviteiten, zowel als bij banale activiteiten van het dagelijkse leven.
Dikwijls zal ziekteverlof zich opdringen omwille van een verminderde of gestoorde werking van de verstandelijke en gemoedsfuncties, waardoor arbeid inefficiënt of zelfs gevaarlijk kan worden.

Inlichtingen

Voor inlichtingen :
Belgische Liga van de Depressie
rue de la Vinaudrée 30
1370 Geldenaken
070/23.33.24 (vrijdag en maandag van 10 tot 13.30u)
lig.depr@tiscali.be
www.liga-depressie.org

Advertenties

product in de kijker: etixx voedingssupplement voor sporters

 

Recuperatie-shake met ‘framboos’ of ‘chocolade’ smaak 

Na een intensieve training of wedstrijd is het glycogeen (spiersuiker) uit onze spieren en lever verdwenen en zijn onze spieren vermoeid, wat de kans op beschadiging vergroot. RECOVERY SHAKE – een rijke mix van glucose, fructose, whey proteïne en vitaminen – vult snel de glycogeenvoorraden aan en zorgt voor het herstel van spierweefsel na het sporten. RECOVERY SHAKE wordt onmiddellijk na de inspanning gebruikt, op een moment dat de nutriëntenaanvoer naar de spieren zijn piek bereikt. Bovendien zorgt RECOVERY SHAKE ervoor dat de volgende training of wedstrijd in goede conditie kan aangevat worden. 

Samenstelling per 100 g poeder: 

Maltodextrine 44,09 g 
Whey proteïne isolaat 18,33 g 
Glucose 16,72 g 
Fructose 16,72 g 
Creatine monohydraat 300 mg 
Calcium (als carbonaat) 120 mg (15% ADH) 
Magnesium (als citraat) 50 mg (16,7% ADH) 
Vitamine C (ascorbinezuur) 25 mg (41,7% ADH) 
Coenzym Q10 10 mg 
Vitamine B3 (nicotinamide) 5 mg (27,8% ADH) 
Lactase 5 mg 
Lipase 5 mg 
Amylase 5 mg 
IJzer (als bisglycinaat) 2,1 mg (15% ADH) 
Vitamine B6 (pyridoxine HCL) 1,3 mg (65% ADH) 
Zwarte peper droog extract 0,8 mg 
Mangaan (als bisglycinaat) 0,525 mg (15% ADH) 
Vitamine B1 (thiamine HCL) 0,25 mg (17,9% ADH) 
Vitamine B2 (ribo– avine) 0,25 mg (15,625% ADH) 
Chroom (als aminozuurchelaat) 18,67 ¢g (15% ADH) 
Vitamine B12 (cyanocobalamine) 0,15 ¢g (15% ADH)

Aminozuur profiel: 
Alanine 5,0 % 
Arginine 2,1 % 
Aspartic acid 11,0 % 
Cystine 2,2 % 
Glutamic Acid 18,1 % 
Glycine 1,4 % 
Histidine 1,7 % 
Isoleucine* 6,4 % 
Leucine* 10,6 % 
Lysine 9,6 % 
Methionine 2,2 % 
Phenylalanine 3,0 % 
Proline 5,5 % 
Serine 4,6 % 
Threonine 6,7 % 
Tryptophan 1,4 % 
Tyrosine 2,6 % 
Valine* 5,9 % 
*= BCAA 

Eigenschappen (portie 100 g): 
Energie per portie: 387,7 Kcal / 1620.5 KJ 
Eiwitten per portie: 16,76 g 
Koolhydraten per portie: 79,67 g 
Vetten per portie: 0,22 g 

Verpakkingsvormen: 
1 sachet (unidose = 50g)
doos met 6 sachets
container van 1500 g 

Dosering: 
100 g poeder (oplossen in 500ml water/melk) na een intensieve training (7 schepjes = 100 g poeder) 
50 g poeder (oplossen in 500ml water/melk) na een onderhoudstraining

– See more at: http://www.etixx.be/index.php?ID=99&prod=16#sthash.mmJg2rB5.dp

zelfmedicatie: tien geboden

ZELFMEDICATIE: DE TIEN GEBODEN

Steeds meer Belgen doen aan zelfmedicatie, ze nemen geneesmiddelen op eigen initiatief, zonder advies van hun arts of apotheker. Maar hoe doeltreffender geneesmiddelen zijn, hoe groter hun potentieel gevaar is. Hoe kan je aan zelfmedicatie doen zonder risico’s te lopen?

22% van de voedingssupplementen wordt afgeleverd in de apotheek, dus 78% wordt aangekocht buiten de apotheek en dus zonder énige vorm van deskundig advies.

Zelfmedicatie is een gewoonte geworden als het om het verzorgen van kwaaltjes van voorbijgaande aard gaat. Het is geen luxe, in veel gevallen is het noodzakelijk. Voorwaarde is wel dat men weet wat men doet en dat men de gezondheid niet op het spel zet.

De tien geboden van zelfmedicatie.

1. Álle geneesmiddelen en voedingssupplementen kunnen voor incidenten en zelfs voor ongelukken zorgen als ze niet goed gebruikt worden. Onredelijke zelfmedicatie zonder kennis van zaken doet dat risico stijgen. Aarzel vooral niet om erover te praten met uw arts of uw apotheker.
2. Zelfmedicatie moet altijd beperkt zijn en van korte duur en het gebruik mag niet langer aanhouden dan vijf dagen. Bij het aanhouden of het verergeren van de symptomen en het optreden van bijkomende problemen moet de behandeling stopgezet worden en moet men een arts raadplegen.
3. Bij zelfmedicatie moet men zich strikt houden aan de gebruiksaanwijzing en moet men ook nagaan of het geneesmiddel nog niet vervallen is.
4. Vrouwen die zwanger zijn, vrouwen die borstvoeding geven, zuigelingen en kleine kindjes mogen nooit aan zelfmedicatie doen. 
5. Breng uw arts en apotheker áltijd op de hoogte van de geneesmiddelen en voedingssupplementen die u op eigen initiatief neemt.
6. Doe nooit aan zelfmedicatie bovenop een behandeling die voorgeschreven wordt door uw arts.
7. Alcohol kan een invloed hebben op de doeltreffendheid van bepaalde geneesmiddelen. Bovendien doet ‘drank’ het risico op ongevallen stijgen.
8. Geneesmiddelen die uw arts voorschrijft mogen niet achtergehouden worden om er later mee aan zelfmedicatie te doen.
9. Een geneesmiddel dat iemand veel goed deed, kan voor iemand anders geen enkel effect hebben of zelfs gevaarlijk zijn.
10. Geneesmiddelen moeten bewaard worden op een koele, donkere en droge plek en buiten het bereik van kinderen.

Zelfmedicatie is niet geschikt voor mensen die een chronische behandeling volgen en ook niet voor mensen met een fragiele gezondheid (zwangere vrouwen, mama’s die borstvoeding geven, baby’s en kleine kindjes).

Het nemen van geneesmiddelen én voedingssupplementen moet altijd met kennis van zaken gebeuren en liefst met het advies van uw apotheker of uw arts.

een klein voorbeeltje:

Het voedingssupplement Sint Janskruid is op zich niet schadelijk, maar bij een gelijktijdige therapie van Sint janskruid en een anti-conceptiepil zal Sint Janskruid ervoor zorgen dat uw anti-conceptiepil minder efficiënt zal werken met een mogelijke zwangerschap tot gevolg.

Bij dit voorbeeld zijn de gevolgen minder gewenst doch bij andere combinatie van voedingssupplementen en geneesmiddelen kunnen de gevolgen veel erger tot zelfs levensbedreigend zijn!

Uw arts is specialist in het stellen van een diagnose en het kiezen van een juiste behandelingswijze.

Uw apotheker is specialist op het vlak van wat er zal gebeuren met een door U ingenomen geneesmiddel/voedingssupplement in uw ziek/gezond lichaam en hoe geneesmiddelen/voedingssupplementen zullen interageren met elkaar  in uw ziek/gezond lichaam. Zijn advies is gratis, maak er dan ook zoveel als mogelijk gebruik van!

Apotheek Desrumaux-Debruyne BVBA

Stadhuisstraat 16 8301 Heist-aan-Zee

050/512251             info@apotheekdesrumauxheist.be

Bijgewerkt door Dr. Philippe Presles op 28/12/2009
Origineel artikel geschreven door Dr. Philippe Presles op 09/10/2007

Bronnen: Persconferentie Santéclair, 19 september 2007.

Stoppen met roken: tips voor mensen die hun goede voornemens wensen waar te maken!

Uw apotheker en uw huisarts steunen u zeker. Vraag naar hun advies!

Stoppen met roken

Het stoppen zelf is niet zo moeilijk, de echte opdracht zit hem in het volhouden. 
De beste strategie is uiteraard nooit nog een sigaret op te steken. Als u toch opnieuw een sigaret hebt opgestoken, denk dan niet dat u gefaald hebt. Pak de draad weer op en ga door met het niet-roken. Ga na waar u in de val bent gelopen en hoe u dit in het vervolg kunt vermijden. Geef echter niet op. Het allerbelangrijkste is gemotiveerd blijven. Let vooral op de voordelen die u ervaart, en wees trots op uzelf omdat u niet meer rookt. 
Tijdens de weken nadat u gestopt bent, zult u af en toe zin krijgen om te roken. Die trek, die slechts 3 tot 4 minuten duurt, moet u proberen te onderdrukken. 

• drink een glas water;
• eet een stuk fruit (best geen zoetigheid, als u niet wil verzwaren);
• gebruik kauwgom;
• adem diep in;
• concentreer u op iets, verander van kamer of van activiteit;
• bel naar een vriend(in).
Vermijd het gebruik van koffie.

Tips voor lastige situaties

Sociale situaties 
Sommige mensen zijn er zo gewoon aan geworden te roken tijdens losse gesprekken, op vergaderingen, op feestjes en cafébezoeken, dat het hen lastig valt die situaties niet-rokend door te komen. 

Negatieve stemmingen 
Rookt u wanneer u zich gespannen, verdrietig of teleurgesteld voelt? Dan moet u hier extra op uw hoede zijn. De kans dat de sigaret opnieuw zal lonken in een dergelijke stemming is heel reëel, vooral wanneer u op zo’n moment alleen thuis bent.

Alcohol 
Bij veel rokers gaan alcohol en tabak hand in hand. Het drinken van alcohol roept dan ook vaak de zin in een sigaret op.

Uitgesproken positieve stemming 
Sommige mensen grijpen dan weer naar tabak wanneer ze iets te vieren hebben, zoals een goede examenuitslag, een positieve uitslag van een medisch onderzoek of een uitgelaten stemming op een feest.

Behoefte aan stimulerend effect 
Misschien gebruikt u sigaretten om ’s morgens wakker te worden of wanneer u zich moet concentreren. U doet dan een beroep op de stimulerende eigenschap van nicotine, die ook opwekkend schijnt te zijn bij verveling of vermoeidheid.

Wees u bewust van de moeilijkheid 
Als u weet dat een situatie gevaren inhoudt, dan is dat al de helft van de oplossing. U bent dan immers dubbel op uw hoede.

Vermijd probleemsituaties 
Als u weet dat een bepaalde situatie zeer moeilijk zal zijn, en u kunt die situatie omzeilen, waarom zou u dat dan niet doen? Er is helemaal niets mis met het vermijden van een mogelijk probleem. U weet trouwens dat dit vermijden van beperkte duur is, want binnen enkele weken hebt u de rookbehoefte toch onder controle.

Doe iets anders 
Zit u met een slecht humeur thuis en knaagt de behoefte in een sigaret, blijf dan niet bij die negatieve pakken zitten, maar doe iets. Ga in de tuin werken, bezoek een vriend, of ga eens naar de bioscoop.

Denk uzelf rookvrij 
Wanneer u uzelf hoort denken ‘ah, op eentje zal het niet komen’ of ‘nu heb ik wel een sigaret verdiend’, dan moet u even de knop omdraaien. U hebt nood aan positieve gedachten. Denk bijvoorbeeld: ‘Ik heb geen sigaret nodig om me goed te voelen’ of ‘Ik rook nu al zoveel weken niet, dat zal ik volhouden’. Zoek zo zelf ook enkele positieve gedachten.

Beloon uzelf 
Wie zichzelf beloont, blijkt het langer vol te houden. Het niet-roken wordt er nog positiever door en het probleem verliest wat van zijn ernst. Een dergelijke beloning hoeft trouwens niet zo uitzonderlijk te zijn: geef uzelf een CD of een boek, of een nieuw kledingstuk of een flesje parfum. Of u kunt ook wat leuks doen: even naar de bioscoop, uit eten of eens een weekendje weg. Misschien kunt u er de gespaarde euro’s wel voor opzij leggen.
Plan die beloningen niet in een verre toekomst, maar mooi dicht bij. Of misschien bent u al blij met een complimentje. Kijk gerust in de spiegel met een trotse en blije blik, want wat u doet, verdient alle lof.

Continue controle op de kwaliteit van de geneesmiddelen, door apothekers!

In dit filmpje laat zien wat je belgische apotheker allemaal doet om de kwaliteit van je geneesmiddel hoog te houden.
Dit in schril contrast met de 96% illegale apotheken op het internet waarbij 50% van de aangekochte geneesmiddelen nepgeneesmiddelen zijn.
Koop je geneesmiddelen op het internet dan speel je russiche roulette met je gezondheid!